Er is leven na de zonde!

Thema: Er is leven na de zonde!
Tekst: Zondag 51 H.C.
Tekstgedeelte(n): Micha 7: 1-6; Micha 7: 14-20;
Zondag 51 H.C.
Door: Ds. G. Zomer Gzn. (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwolle-Centrum)
Gehouden te: Nunspeet op 09 juni 1996
Bedum op 09 februari 1997
Haren op 24 mei 1998
Groningen-West op 28 februari 1999

Aanwijzingen voor de Liturgie

Ps. 80: 1, 9-10
Wet
Ps. 51: 1-2
Gebed (Schuldbelijdenis en gebed om de Heilige Geest)
Ps. 51: 5
Lezen: Micha 7: 1-6; Micha 7: 14-20
Ps. 103: 3-4
Tekst: Zondag 51 H.C.
Preek
Ps. 32: 1, 3
Gebed
Collecte
Gez. 36: 2-3 (Te denken valt ook aan Lied 365 LvK)

U kent ze wel, die talkshows, van Ricky Lake of Oprah Winfrey. Daar is veel vraag naar. Dat voorziet blijkbaar in een behoefte. Soms worden er best wel leuke onderwerpen besproken. Maar heel vaak gaat het over zonden in de relatiesfeer of is het seksueel geladen. Daar wordt dan heel open over gepraat, flink gelachen, na elk verhaal volgt er een applaus en men gaat over tot orde van de dag. Op naar het volgende avontuurtje. Voor de zondevertellers zit daar iets in van schuld van zich af praten. "Als ik mijn verhaal maar kwijt ben. Ricky, bedankt, ik kan weer verder".
Broeders en zusters, open zijn over zonden, dat is een goede zaak. Maar niet zo! Als amusement, verlekkeren aan zonde van medemensen. Er is een andere openheid over zonde. Die vind je in de kerk. Ook daar kunnen zonden open en eerlijk verteld worden, maar dan omdat je daarna om vergeving vraagt aan de Enige die je kan bevrijden van schuld: God!

Er is leven na de zonde!

  1. God laat je verder leven
  2. God laat je samen leven

1. God laat je verder leven

1.1. Elke dag hetzelfde verhaal.
Eigenlijk zijn wij maar een stelletje zeurpieten, vindt u niet? Stel, u hebt een knecht. Hij heeft een goede opleiding gehad, moet zijn werk aankunnen, maar elke dag komt hij bij u met het verhaal dat het hem weer niet gelukt is. Telkens hetzelfde liedje. Dat is toch een zeurpiet? Op een dag bent u het gezeur zat en ontslaat hem. Hij bekijkt het maar!
Zulke zeurpieten zijn wij ook, als het erop aankomt. Elke dag komen wij bij God aankloppen met datzelfde verhaal: Here, wilt U mijn zonden vergeven? Het is me weer niet gelukt, ik ben weer in zonden gevallen. En toch, broeders en zusters, en toch zal God nooit zeggen: ga jij maar weg. Jij hoeft voortaan niet meer bij me te komen. Ik ben je gezeur zat. Nee, Hij vraagt om uw verhaal. Hij wil het graag horen: bid maar, elke dag weer: Vader, vergeef ons onze schulden!

1.2. Je hoeft jezelf niet mooier voor te doen dan je bent.
Die knecht uit dat voorbeeld zou zijn werk moeten aankunnen. Zo is het ook met de mens: hij is goed en naar Gods beeld geschapen! God heeft u zo geschapen dat u uw taak aan zou moeten kunnen. Maar het lukt niet. Dat is nu 'schuld': je mist iets, je mislukt, je bent niet zoals je had moeten zijn. Daar mag je hier, in de kerk, eerlijk voor uitkomen, dat het niet altijd lukt om gehoorzaam te zijn, om je aan normen van God te houden.
Een mens zit zo in elkaar dat hij graag de schijn ophoudt. Je wilt graag flink overkomen, sterk zijn. Dat verwachten we ook van elkaar. Maar dat geeft vaak spanning in een mensenleven: je krijgt in de kerk zomaar het gevoel niet te mogen zijn wie je bent, maar jezelf te moeten opschroeven tot een voor iedereen aanvaardbaar niveau. Je gaat op je tenen lopen om jezelf, de mensen, of God niet tegen te vallen. En dat kan van binnen enorme spanning geven.
Maar in de kerk hoeft dat niet! Hier mag je zijn wie je bent. Want Jezus leert je hier dat je bij God mag komen met de vraag om vergeving. Ook al heb je anderen teleurgesteld, ook al ben je God lelijk tegengevallen. Hier in de kerk kun je in zonde vallen, tekort schieten en toch verder leven!

1.3. Je mag je zonden open en eerlijk vertellen.
Als je God vraagt of Hij je schuld vergeven wil, zit daar in dat je erkent dat je schuldig bent. In de kerk mag je je zonden open en eerlijk aan God vertellen. Dat is heel opvallend in de bijbel. Zou een mens het liefst de zwarte bladzijden uit zijn leven verzwijgen, de bijbel spreekt heel eerlijk over zonden van mensen. Neem bijvoorbeeld David in Psalm 32 en Psalm 51, als hij aan God vertelt hoe verschrikkelijk hij inzit over wat hij met Batseba heeft gedaan. Ook lezen we in de bijbel de oproep: belijdt elkaar uw zonden, in Jakobus 5: 16! Dat is wat! Dat kan in de kerk, dat je aan elkaar vertelt over je zonden! Het is dan ook een kenmerk van de kerk van Jezus Christus, dat er leven is na de zonde!
Je hoeft er dan ook niet geheimzinnig over te doen. In de kerk gebeuren dingen die absoluut niet door de beugel kunnen. Zeg dat maar tegen elkaar. Wijs maar aan, waar het verkeerd gaat. Niet om je eraan te verlekkeren, maar om daarna door te kunnen leven, dankzij vergeving. Dat is Micha 7: daar klinkt een gebed om vergeving, vanuit de zekerheid dat God vergeeft (vers 19!). Maar eerst wordt uitvoerig uit de doeken gedaan wat die zonden zijn: 1-6. Vertel het maar, want u hoeft bij God niet bang te zijn, dat Hij u op straat zal zetten.

1.4. God haakt niet af.
Dat is het bijzondere van onze God: als wij tegenvallen, haakt Hij niet af! Micha roept het uit: Wie is een God als Gij, die de ongerechtigheid vergeeft en de overtreding van het overblijfsel van zijn volk voorbijgaat (vers 18)! Dat is even mooi gezegd: 'voorbijgaan'. Wij kunnen soms breed bij fouten en gebreken van een ander stilstaan. God loopt eraan voorbij, schuift ze aan de kant: weg ermee, daar doe Ik niet moeilijk meer over. Daar kijk Ik je niet meer op aan. Dat is vergeving: niet zozeer vergeten, maar geen rekening meer mee houden, in het diepst van de zee! Dat is uw God, gemeente. Wie is als Hij? Welke god doet Hem dat na? Al die goden waar mensen vandaag verstrooiing bij zoeken om nog een beetje een leuk leven te krijgen, goden van de tv, zoals Opra Winfrey, of godenzonen van Ajax (zo werden ze genoemd in glorietijd: 'ankers voor de geest'!) belachelijk, de grootste onzin die er bestaat. Want uiteindelijk heb je er niets aan. Vrijmaken van schuld kunnen ze niet. Ruimte geven, zodat je verder kunt, ondanks je zonden, kan alleen God. En dat mag u vragen. Om Christus' wil. God schuift het aan de kant, maar realiseert u zich wel dat daarvoor een hoge prijs is betaald. Hij schoof eerst Jezus Christus aan de kant! Laat die Jezus Christus de centrale persoon in uw leven zijn, gemeente. Hij stierf voor uw schuld. Hij stierf een verschrikkelijke dood om u leven te geven na de zonde!

2. God laat je samenleven

2.1. Als je maar wilt vergeven?
Nu over het tweede deel: gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. De Heidelbergse Catechismus spreekt dan over een voornemen om onze naaste te vergeven. Daar zit een bepaalde relativering in. Pastoraal ligt dit heel gevoelig. Wij raken hier een moeilijk onderwerp. De situaties kunnen zo verschillend zijn. Er kunnen situaties zijn, waarin vergeving duidelijk teveel gevraagd is. Je leven zal maar gebroken zijn, geestelijk of lichamelijk kapot gemaakt door wat iemand jou heeft aangedaan; of de ander vertoont geen enkel teken van oprecht berouw, dan wordt het wel heel erg moeilijk om aan schuld voorbij te gaan! Dan kan het heel goedkoop klinken: je moet de ander altijd vergeven. Laten we niet vergeten: een mens is God niet! Wat God kan, kan een mens nog niet altijd! In zo'n situatie kun je terecht een beroep doen op de Heidelbergse Catechismus: als het voornemen er maar is, als je maar wilt. Dan kun je iemand ruimte geven voor zijn of haar gevoelens van boosheid, enzovoort, ruimte voor het, soms jarenlange, gevecht om daarmee klaar te komen.
Maar… en dat is de andere kant, hierin mag niemand een uitvlucht zien om onder de klem van de vijfde bede vandaan te komen! Klemmend is het natuurlijk wel wat Jezus Christus zegt in Matteüs 6: 14-15: Als jij de mensen hun overtredingen niet vergeeft, zal ook je Vader in de hemel jouw overtredingen niet vergeven! Niks voornemen dus, dóén! Dat is de norm. Dat die norm in de praktijk van het dagelijks leven wel eens moeilijk hanteerbaar is (zie boven), doet niets van die norm af! Als je, en dan denk ik aan andere situaties, geen genade kent in je oordeel over je naaste die tekortschiet, als je weigert kritisch naar jezelf te kijken, als je het onderste uit de kan wilt hebben om aan je recht te komen, hoe kan dan je gebed om vergeving van eigen schuld, oprecht overkomen bij God? Vergeving, ook een ander vergeven, kan soms heel moeilijk zijn, teveel gevraagd, maar aan de andere kant mag het je best een en ander kosten om de ander de ruimte te geven die je zelf van God ontvangt: er is leven na de zonde!

2.2. Wie wil de minste zijn?
Het draait allemaal om de houding die je inneemt. Die kan hard zijn, ongevoelig, uit op eigen gelijk, afwachtend (laat de ander maar de eerste stap zetten, u kent dat wel). Maar dat past niet bij het bidden van deze vijfde bede: gelijk ook wij! Daar hoort een andere houding bij! De Heidelbergse Catechismus spreekt over: 'arme zondaren'! Dat is geen zelfmedelijden, in de zin van: wat ben ik toch zielig. Maar 'arm' staat hier in de zin van: wat heb ik nou bij te zetten? Wat zou ik mij hard opstellen ten opzichte van die ander. Ik die voor mijn eigen vergeving zo totaal afhankelijk ben van Jezus Christus! Die wilde de minste zijn. Die stond niet op zijn rechten. Hij gaf zijn heerlijke leven in de hemel op om op aarde knecht te worden van zondaren! Hij stelde een daad op Golgota, waardoor ik en mijn naaste verder kunnen na onze zonde! Die ene daad wil zich voortplanten in onze daden: Gelijk ook wij…

2.3. 'Kijk eens, papa, dat kan ik ook!'
Het is met de vijfde bede net als met een kind dat de kunst van vader afkijkt. Papa maakt iets moois aan de werkbank. Jantje staat op het krukje ernaast. Vol bewondering kijkt hij hoe vader het doet. Dan pakt hij zelf ook een hamer, een spijker, een stuk hout. Hij slaat wel eens de plank mis, ook wel op zijn duim, en dat doet gemeen zeer, maar hij vindt het leuk zijn vader na te apen. Daarom zet hij door en ja hoor, de spijker komt er een stukje in. Trots laat hij het zien: "kijk eens, papa, dat kan ik ook! Goed, hè?" En vader, verstandig als hij is, let niet op de spijker, die er een beetje krom in staat, nee, hij geeft een compliment: "Goed zo, Jantje, prima, kijk eens, zal ik het nog een keertje voordoen?"
Zo gaat dat ook met ons vergeven. Wij zijn allemaal 'Jantjes', die het leuk vinden Vader na te doen. In praktijk is dat wel eens moeilijk, we slaan de plank wel eens mis, de spijker komt er wel eens krom in te staan, elkaar vergeven kan moeilijk zijn. Dat kan soms veel pijn doen, want je moet tegen jezelf ingaan. Maar Vader is verstandig, heeft geduld met ons als wij ermee worstelen om te kunnen vergeven, en Hij doet het elke dag weer voor: kijk, zo doe je dat: vergeven is voorbijgaan, aan de kant schuiven: ach, het was niet goed, wat je deed, maar daar letten we niet op, we gaan samen verder. Een kind vindt het leuk om vader na te doen. Zo vindt een christen het leuk die ander te vergeven!
In de kerk kun je zondigen en toch verder leven. Er is leven na de zonde, ook samenleven! God laat jou gaan, jij laat de ander gaan. In de kerk kun je open en eerlijk over je zonden praten, daar hoef je de zonden niet onder het tafelkleed weg te moffelen. Belijdt elkaar uw zonden! Daar kun je met elkaar over praten, omdat je ook met elkaar mag bidden om vergeving. En dan zijn ze weg, in het diepst van de zee! Zo is het in de kerk, tenminste als wij Gods genade toelaten in ons leven. Want het is een bewijs van Gods genade als je in jezelf opmerkt dat je met een ander verder wilt. Ook als dat je misschien heel veel strijd kost en als je nu nog allerlei boosheid voelt. Met Gods genade kun je verder. Met Gods genade kan iedereen verder!

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar