Over bidden en vasten

Thema: Over bidden en vasten
Tekst: Zondag 45 H.C.
Tekstgedeelte(n): Joël 2: 9-19
Handelingen 14: 19-28
Zondag 45 H.C.
Door: Ds. J.W. Roosenbrand (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Groningen-Oost)
Gehouden te: Groningen-Oost op 22 maart 1998

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Votum en zegengroet
  2. Ps. 42: 1-3
  3. Wet
  4. Ps. 51: 1-2
  5. Gebed 1
  6. Inleiding op de schriftlezing 1
  7. Lezen: Joël 2: 9-19
  8. Ps. 51: 3-4
  9. Inleiding op de schriftlezing 2
  10. Lezen: Handelingen 14: 19-28
  11. Ps. 51: 5, 7
  12. Tekst: Zondag 45 H.C.
  13. Ps. 130
  14. Gebed 2
  15. Collecte
  16. Ps. 126
  17. Zegen

Gebed 1


Inleiding op de schriftlezing 1

Als inleiding op de schriftlezing vertel ik een verhaal:

"Mattanja staart verdrietig voor zich uit, hij zit bij de put, in een dorpje dichtbij Jeruzalem. Het is een moeilijke tijd, ook voor een jongen zoals hij, een jongen van 10 jaar. Meestal helpt hij zijn vader, om op de schapen te passen. Om ze naar plekjes te brengen waar lekker groen gras is, of jonge blaadjes van de struiken. Maar vandaag niet.
Het wordt steeds moeilijker. Het is een droge tijd. Er is al in maanden geen druppel regen gevallen. Verschrikkelijk. Er zijn al 6 schapen van honger dood gegaan.
Nu zit hij stilletjes bij de put achter het huis, een put met heel weinig water. Hij staart voor zich uit. Hij denkt aan Jeruzalem, de stad waar de tempel staat. Afgelopen week was hij met zijn vader en moeder en zijn 3 broers naar de tempel geweest. Er waren niet veel mensen. Heel veel mensen blijven thuis, die geloven niet meer in God, want het helpt toch niet. Ze hadden vroeger wel gebeden, maar het hielp niks, er kwam geen regen. Daarom werd het steeds stiller in de tempel, en in de synagoge. Steeds meer mensen gingen juist de Baäl dienen en hielden er praktijken op na die de God van Israël sterk verboden had.

In Jeruzalem had Mattanja weer die profeet gehoord. Joël, de profeet. Geen vrolijke profeet. Een poos terug had Joël ook gepreekt. Hij had geroepen: het wordt nog erger. De droogte is nog niet voorbij, de Here zal ons nog zwaarder straffen, er komen sprinkhanen. Vreselijk. Hij kende die beestjes natuurlijk wel. Hij ving ze wel eens en dan deed hij ze in potje. Maar van zijn vader had hij gehoord, dat er vroeger eens in het land Egypte een echte sprinkhanenpláág geweest was, toen kwamen die sprinkhanen niet met zijn tienen of honderden, maar met miljoenen tegelijk en ze vraten echt alles op, alles wat nog een beetje groen en fris was, was verdwenen toen die sprinkhanen voorbij waren, helemaal kaal gevreten.
Zo'n ramp zou er nu ook nog eens overheen komen. Wat zou er dan nog van hen overblijven? Maar de profeet had nog meer gezegd. Hij had de leiders opgeroepen om een dag van boete uit te roepen. Een dag midden in de week, om op die dag helemaal geen werk te doen, en heel veel te bidden en te roepen en te klagen tot God in de hemel.
De leiders van het volk geloofden niet dat het zou helpen, maar ze hadden hem toch zijn zin gegeven. Vandaag was het zover. Een dag van boete en gebed, een dag van vasten en bidden. 's Morgens in bed was hij wakker geworden van het geluid uit de verte, een zware dreun, van een bazuin, een trompet, die maar bleef blazen. De priesters in de tempel riepen alle mensen wakker, ze riepen op tot gebed. Iedereen moest nu naar de tempel komen.
Hij had deze morgen niet gegeten, het mocht wel van zijn moeder, omdat hij nog maar 10 jaar was. Alleen de grote mensen en de kinderen vanaf 12 moesten meedoen, maar hij wilde ook meedoen. Iedereen thuis deed mee met dit vasten. Ze aten niks. Wel kwamen ze allemaal samen om een gebed uit te spreken, een ernstig gebed, vader had tranen in de ogen.
Hij had alleen wat water gedronken, maar niks gegeten. Net als op de Grote Verzoendag elk jaar. Hij voelde zijn maag knorren, hij kreeg honger, hij werd er nog verdrietiger van. Zo jong als hij was, begon hij ook zelf te bidden. Here alstublieft, help ons. We hebben U nodig.
In de verte hoorden hij zijn moeder roepen, 'Mattanja, Mattanja, we gaan, kom.'
Langzaam stond Mattanja op."

[ Lezen: Joël 2: 9-19 ]


Inleiding op de schriftlezing 2

"Euodia was een jonge vrouw, van 30 jaar. Pas bekeerd van haar heidense geloof tot Christus, de verlosser van de wereld. Zij was het helemaal niet gewend om te vasten. Nou ja, dat wil zeggen. Op sommige dagen at je geen varkensvlees, en op andere dagen at je geen vis, en er was, dacht ze, ook nog een dag dat je geen alcohol mocht drinken, of juist wel. Maar zoals ze dat nu gedaan hadden met hun hele nieuwe gemeente, een dag lang helemaal niks eten en alleen wat drinken, en verder dat ernstige gebed, dat had toch wel indruk op haar gemaakt, op Euodia, in Lystra.
Een hectische tijd was het geweest, de laatste weken. Haar hele leven was op de kop gezet. Het begon met de komst van die twee mannen, Paulus en Barnabas. Toevallig liep ze net op de markt, toen die twee op het spreekgestoelte gingen staan en aandacht vroegen. Ze snapte er niet alles van, maar wel dit, dat die mannen het heel duidelijk maakten dat er maar één God bestond, die hemel en aarde gemaakt heeft, en bij Wie je met al je vragen terechtkon. Maar de meeste indruk maakte het wel dat die mannen toen die oude bedelaar, die zoals altijd weer zat te bedelen op de markt, omdat hij geen stap kon verzetten met zijn verlamde benen, dat die man toen zomaar ineens opsprong en begon te dansen. Door de kracht van Jezus, de redder van de wereld die uit de dood door God teruggeroepen was. Ongelooflijk.

Daar wilde ze meer van weten, en met een klein groepje anderen uit de stad was ze de afgelopen dagen niet weg te slaan bij de helper van Paulus en Barnabas die in de stad was achter gebleven om meer informatie te geven over die Jezus. Ook haar man, die een stuk ouder was dan zij, was geïnteresseerd geraakt en had zich met haar gewonnen gegeven aan die boodschap dat Jezus de verlosser is van de wereld, en dat Hij nog eens terug zal komen om alles recht te zetten in deze wereld.
Ze hadden geleerd wat bidden is, niet met vaste formules, niet de goden naar jouw hand zetten om er zelf beter van te worden, maar echt bidden, praten met de Allerhoogste, en vragen of heel de wereld mag veranderen, of zijn koninkrijk mag komen, of Jezus snel terug mag komen.
Wat een weken waren dit geweest. Een nieuwe wereld ging voor haar open. Een verlamde die ging springen, en nog veel meer zieken die werden genezen. Paulus en Barnabas die zo enthousiast over Jezus wilden vertellen, dood gegooid maar weer tot leven gekomen. En nog net zo enthousiast. Maar ook de verwarring, de buren die het helemaal niet eens waren met hun nieuwe keus, die afstand van hen namen. De conflicten op het werk van haar man, omdat zijn collega's kwaad werden op hem nu hij niet meer wilde offeren in de tempel van Zeus. Wat jammer dat er al zo snel ook gelovigen waren die het erbij lieten zitten en die weer terug gingen naar hun oude goden.
En toen was Paulus plotseling weer op komen dagen.
Met nog twee anderen had hij haar man aangewezen om de kleine kring van gelovigen leiding te geven in de toekomst. Wat een grote verantwoordelijkheid. Ze waren zelf nog maar zo jong in hun geloof. Maar Paulus had ze bemoedigd. Hij zei dat ze er op moesten rekenen dat de tijd zo moeilijk zou blijven, maar dat Gods koninkrijk zou komen. Vroeg of laat.
Paulus had voorgesteld om op de dag dat haar man en de andere leiders officieel werden aangesteld in de gemeente, te vasten. Dat was ook gebeurd, zei hij, toen hij zelf als apostel was uitgezonden, en daar zo tegen op zag. En het was hem goed bevallen. Of het haar nou ook goed bevallen was, dat kon ze niet zeggen, het was wel vreemd, maar toch ook heel ernstig. Een dag vol toewijding aan God en Christus. Ze hadden zich als kleine gemeenschap in hun afhankelijkheid van God sterk met elkaar verbonden gevoeld. Nee, ze kon niet zeggen, dat het een leuke dag was geweest, maar de Here was dichtbij, dat was een ding dat zeker is. Het had hun moed gegeven voor de toekomst. Ze had heel sterk ervaren dat ze volledig afhankelijk waren van Hem en van niemand anders. Door moeiten heen zou het koninkrijk van God zeker komen. Haar gebed was dat die dag gauw zou komen."

[ Lezen: Handelingen 14: 19-28 ]


Gemeente van de Here Jezus Christus.

Deze keer licht ik er vooral dat 'ten tweede' uit van Antwoord 117 (Heidelbergse Catechismus). "Ten tweede dat wij onze nood en ellende grondig kennen, om ons voor het aangezicht van zijn majesteit te verootmoedigen."

Nood leert bidden. Nood leert ook op de goede toon te bidden, volledig aangewezen op God en zijn macht en liefde. Door heel de bijbel heen treft die toon van ootmoed. We zijn maar kleine mensen, we hebben echt niks in te brengen bij de Almachtige. We zijn sterfelijk en kwetsbaar, bovendien staan we zwaar in de schuld bij Hem.
We voelen dat niet altijd. Nee, vaak voelen we ons heel wat. Daarom is het goed om hier eens grondig bij stil te staan, nu in de preek. Ik hoop dat dat u mag stimuleren om veel van God te verwachten, om te blijven bidden, of weer opnieuw te gaan bidden, in afhankelijkheid van Hem. In de bijbel treffen we zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament een bepaalde vorm aan om dat ootmoedige gebed nog eens te onderstrepen, en tegelijk ook om jezelf en elkaar te helpen om die afhankelijk aan den lijve te voelen. Dat is het vasten. Daarover hebben we net een paar stukjes gelezen.

In het Oude Testament was het jaarlijks op één vaste dag verplicht om te vasten, op de Grote Verzoendag. (Later kwamen daar in de ballingschap nog verschillende dagen bij, en ook het Purimfeest -door Ester ingesteld- werd voorafgegaan door een dag van vasten.)
Maar op de Grote Verzoendag als de priester het hoogheilig vertrek binnen mocht gaan, niet zomaar, maar met het bloed van het grote offer voor de schuld van heel het volk, dan moest het hele volk al zijn werk neerleggen en de hele dag op die grote gebeurtenis geconcentreerd zijn door niets te eten, Leviticus 16: 23. In onze vertaling wordt het woord vasten niet gebruikt, daar heet het 'verootmoediging', maar alle uitleggers zijn het erover eens dat hier vasten wordt bedoeld. Ondertussen is dat een mooie vertaling: vasten is een soort verootmoediging, een schuldbelijdenis, je zegt er mee: dat offer daar is nodig voor mij, ik deel met heel het volk in die grote schuld die alleen door het bloed van een volmaakt offer kan worden gedelgd.
We lopen daar makkelijk overheen, daarom moest het hele volk juist op die dag vasten: bepaal jezelf er maar bij, hoe ellendig je situatie is en hoe afhankelijk je bent van de genade van God. Hier merkt u meteen dat vasten niets met verdienstelijkheid te maken heeft. Het is juist bedoeld om je schuld tot uitdrukking te brengen, en om je te richten op het offer van Christus als de enige verzoening voor al onze zonden. Dat offer gebeurt buiten ons om, helemaal het werk van Christus, maar we worden wel geroepen om daar alle aandacht aan te geven en om tegenover God en elkaar tot uitdrukking te brengen, dat we het dan ook inderdaad helemaal van dit offer alleen verwachten.

In de lijn van deze Grote Verzoendag lezen we in de bijbel geregeld dat voorgangers van het volk hun verantwoordelijkheid hebben gevoeld in tijden van nood en ellende door het volk op te roepen tot een dag van vasten en gebed en boete.
Joël bijvoorbeeld, maar ook Samuël, Ezra, Nehemia, de koning van Ninevé. En, let op, dat is niet alleen iets van het Oude Testament, maar ook in het Nieuwe Testament lezen we dat Paulus met de andere voorgangers van de gemeente in Antiochië een dag van vasten hield ter gelegenheid van zijn uitzending als apostel. De Here Jezus heeft in de Bergrede (Matteüs 6) dan ook gezegd op welke manier we moeten vasten. Zonder ophef, zonder ons erop te verheffen, want de clou van het vasten is juist dat je jezelf klein maakt voor God.

Het is duidelijk dat dit vasten, een dag lang niet eten, of heel sober eten, dat dat niets te maken heeft met verdienstelijkheid. Het is ook niet bedoeld om op die manier meteen een geestelijke concentratie te verkrijgen. Zo werkt het niet. Als je zomaar een dag niet of veel minder eet, voel je je niet helderder of dichter bij God, maar wat je wel merkt, is dat je je beroerd voelt, dat je je nood en ellende aan den lijve ondervindt, dat je de geestelijke nood die je neerdrukt ook lichamelijk nog meer tot uitdrukking brengt. Je voelt je een smekeling voor God, alleen aangewezen op zijn genade. En op die manier kan de honger het gebed een extra kracht geven. Zo werkt het tenminste in de bijbel, en zo werkt het vandaag nog steeds bij mensen die het vasten in praktijk brengen.
Het is een lichamelijke onderstreping van onze afhankelijkheid van de Schepper. Het is op zichzelf een gebed, een schreeuw om hulp, we zijn zo zwak, al voelen we ons meestal hele grote jongens, maar één dag niet eten en we zijn nergens meer.
De honger die je voelt, bepaalt je de hele dag door bij de nood, die je in je gebed aan de Here wilt voorleggen. Je oefent jezelf erin op die manier om meer van God te verwachten.

Hebben we juist tegenwoordig die oefening niet extra nodig? Juist in een tijd dat je als jeugd bijvoorbeeld meer geld te besteden hebt dan ooit? Je kunt gewoon op vakantie gaan waarheen je wilt, je koopt de cd's die je graag wilt hebben, en met een beetje sparen kun je ook de merkkleding krijgen die iedereen heeft. En dat is geweldig. Dat is een geschenk van God. Het is een gave uit de hemel, een voorschot al op de overvloed die we nog te krijgen hebben als Christus terugkomt. Geniet ervan en wees God er dankbaar voor.
Maar is het niet vaak tegelijk zo dat je door al die overvloed juist losser van God komt te staan, in beslag genomen door je eigen bezigheden en spaarplannen en sport en vakantie en films en cd's?
Zip-your-lip, is een actie die door scholieren gevoerd wordt, om eens een dag solidair te zijn met al die miljoenen mensen die hongeren vandaag. Je zoekt sponsors die je geld geven als jij een dag vast. Dat geld komt anderen ten goede.
Een prima actie. Ik zou je willen vragen als je aan zo'n actie meedoet, om hem ook geestelijk te vullen. Niet alleen niet-eten, maar probeer de honger te benutten om je gebed te ondersteunen voor een rechtvaardiger wereld, voor de komst van Christus' koninkrijk. Door je vasten kun je je gebeden voeden.
Vooral het gebed om de komst van Christus en het begin van de bruiloft waar geen eind aan komen gaat. Zo heeft Anna de profetes gevast in verwachting van de komst van Christus. Zo mogen we vandaag ook van tijd tot tijd vasten in afwachting van zijn terugkomst.

Hoe komt het dat we tegenwoordig niet meer vasten, tenminste wij als gereformeerde mensen niet meer. Heeft het te maken met onze grotere zelfredzaamheid? Heeft het te maken met een slijtend besef van afhankelijkheid, van de grootheid van God, van onze eigen schuld en doemwaardigheid?
Sommigen zeggen: de Here Jezus heeft het vasten afgeschaft, kijk maar in Matteüs 9: 14-15. De mensen kwamen bij Jezus en vroegen: waarom vasten uw leerlingen niet en die van Johannes de doper wel? Dan antwoordt de Here Jezus: hoe kun je nou treuren als de bruidegom bij je is? Dat zou toch nergens op slaan: je bereidt je voor op de bruiloft of je viert de bruiloft al, dan ga je toch je eten niet laten staan?
Jezus wil zeggen: na Johannes de doper ben Ik het levende bewijs dat God onze zonden wil vergeven, dat de bruiloft gaat beginnen, dat het allemaal toch nog goed komt. Laten we dat vieren! Daardoor was de sfeer rond Jezus veel opgewekter dan rond Johannes de doper, die een echte boeteprofeet was. De bruidegom is gekomen!
Maar, luister verder naar wat Christus zegt: er komen dagen, dat de bruidegom is weggenomen, dan zullen ze vasten. Hier denkt Christus wel allereerst aan de dag van zijn kruisiging en begrafenis, de dag dat de bruiloft wreed verstoord werd. Toen was het feest ten einde. De leerlingen bleven alleen achter. Moesten ze toen vasten? Het was niet een kwestie van moeten, maar ze deden het vanzelf. Ze voelden het gemis van Christus ' aanwezigheid veel te goed.

En nu, is Christus nu van ons weggenomen? Nee en ja. Nee, zijn Geest is uitgestort. Er groeit een vrucht van blijdschap, die niet meer kapot kan in ons leven, want Christus is bij ons alle dagen tot aan de voleinding van de wereld.
Toch staat de Geest, laten we eerlijk zijn, ook in het teken van de voorlopigheid. Hij is nog maar een voorschot. En soms mis je Christus enorm. Soms grijpt het leed je naar de keel. Er is een tijd om te lachen maar ook een tijd om te rouwen.
Denk aan Euodia, de vrouw die ik daarnet verzon. Maar die situatie was niet verzonnen. Die tijd vroeg om ernst en ingetogenheid. Nieuwe oudsten in een nieuwe kerk, in een spannende tijd, vol vervolging: ze werden niet bevestigd onder het genot van een gezellig kopje koffie, maar onder vasten en gebed, want het is een zware taak om de gemeente te leiden door de vervolgingen en tegenslagen heen naar de dag van Christus.

Het Oude Testament en ook Nieuwe Testament verhaalt verder ook van misbruik van vasten, als middel om jezelf op te verheffen, of om op een geestelijk hoger niveau te komen als een ingewijde in visioenen en dergelijke, Kolossenzen 2: 16-23. Daar moet de bijbel niets van hebben. Het kwaad zit 'm niet in het eten op zichzelf. Alles wat God geschapen heeft is goed en niets is verwerpelijk, als je het tenminste onder dank en gebed aanneemt van God.

Maar er zijn tijden dat je er vrijwillig afstand van doet, om intensiever te bidden, met je hele lichaam.

Er zijn mensen die kinderen hebben die zich van de Heer en zijn gemeente hebben afgewend. Wat kan dat een machteloosheid geven. Je wilt ze zo graag terug roepen, maar het helpt niets.
Ik ken mensen die om deze reden geregeld, eens per week, of eens per maand, met zijn tweeën een dag van vasten houden. Alles gaat gewoon door, ze eten alleen niets, of veel minder en soberder, maar heel de dag is hun hart bij God om die nood voor te leggen.

Ik werd laatst gebeld door een plaatselijke afdeling van Ichtus, een studentenvereniging ergens in het land. Daar ging het niet meer goed. Een zekere futloosheid, conflicten. Ze gingen een dag organiseren van gebed en vasten, om hun schuld te belijden en te beleven. In de hoop op God die doden levend kan maken.

Stelt u zich voor dat u voor een heel ernstige operatie staat, een naar de mens gesproken ongeneeslijke ziekte. Ter voorbereiding op die operatie is een dag van vasten en gebed bijzonder gepast. We zijn uiteindelijk niet afhankelijk van mensen en medische wetenschap, maar van de Schepper, de Almachtige.

Niet dat vasten een wondermiddel is. Ook gebed is geen wondermiddel. Ons geloof, ons gebed, ons vasten doet geen wonderen, dat doet God alleen. Maar door te vasten bepaal je jezelf en elkaar juist daar heel nadrukkelijk bij.

Het is een onderwerp, broeders en zusters, dat voor ons nieuw is, we hebben de voeling ermee verloren. Ik heb u vanuit de bijbel willen laten zien, dat ook vandaag vasten een bruikbare methode zou kunnen zijn om ons gebed te onderstrepen. Ik begrijp heel goed dat niet iedereen hierdoor overtuigd zal zijn. Wat ik van u vraag is wel dat u de gegevens vanuit de bijbel wilt wegen. Misschien dat u het eens wilt proberen.
Wilt u in elk geval, want daar gaat het om, dat is wat ik in elk geval graag zou zien in de gemeente, wilt u zich er in elk geval op toeleggen om intensiever te bidden, in een grotere betrokkenheid op God, afhankelijk van Hem; probeer vol te houden, oefen uzelf daar ook in.
Loop niet over uw eigen schuld heen, praat er niet alleen in algemene termen over, maar probeer het ook te doorleven, bepaal u zelf erbij, bij uw eigen onmacht, bij de grote macht van God en Christus en de Heilige Geest.
Laten wij in onze gebeden onze nood en ellende grondig kennen om ons op die manier echt voor het aangezicht van zijn majesteit te verootmoedigen.
Met deze vaste grond dat God ons verhoren wil, niet om onze gebeden, of om ons vasten, want wij zijn dat niet waard, maar Hij wil het doen om Christus ' wil, zoals Hij ons in zijn Woord heeft beloofd.

Amen.


Gebed 2

Aanbidding van de Schepper: [ de lente die komt, ] de Geest die nieuw leven geeft.
Schuldbelijdenis: over ons misbruik van de schepping, van ons leven, van onze naasten.
Het hellend vlak in onze eigen samenleving: toenemende ruimte voor euthanasie; experimenten met beginnend menselijk leven; afnemende zorg voor gehandicapten en zwakken in de samenleving; geld en werk is het enige dat telt.
Voorbede voor:
-de kleintjes, ongeboren leven, zwangere vrouwen, mensen die niet mee kunnen komen. Bejaarden, stervenden. Familie in rouw.
-onze overheid die zo los van uw bedoelingen ons land wil regeren. Ons koninklijk huis. Voor politie op straat, beleidsmakers. Slachtoffers van geweld.
-het leger, veiligheid voor hen die voor de Verenigde Naties werkzaam zijn.
-voor een wereld in nood. Indonesië, het Midden Oosten, vluchtelingen, gevangenen, hongerlijders.

Leer ons bidden en blijven bidden.
Laat uw evangelie gepredikt worden. Laat uw koninkrijk komen. Laat onze gebeden niet verstommen. Leer ons onze afhankelijkheid van U, in ons eigen leven, in onze kerk, in onze wereld. Uw koninkrijk kome, in Jezus' naam.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar