Een verlost Christen moet dankbaar zijn

Thema: Een verlost Christen moet dankbaar zijn
Tekst: Zondag 32 (Heidelbergse Catechismus)
Tekstgedeelte(n):

Johannes 15: 1-17
Zondag 32 (Heidelbergse Catechismus)

Door: Ds. H.J.J. Pomp (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Vrouwenpolder)
Gehouden te: Vrouwenpolder, Brouwershaven en Barneveld
Benodigd:

- Indien mogelijk een tak met bloesem
- Bouwval (in de buurt) te gebruiken als voorbeeld

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 149: 1-2
(Ochtenddienst: Wet)
Gebed
(Ochtenddienst: Ps. 119: 31-32)
Lezen: Johannes 15: 1-17
Lied 75: 10-12
Tekst: Zondag 32
Preek
Ps. 5: 5, 9-10
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis: Gez. 4)
Gebed
Collecte
Ps. 26: 1, 4, 6
Zegen

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

"Ach dat had je nu niet hoeven doen. Dat was toch werkelijk nergens voor nodig. Houdt dat zelf maar. Dat wil ik niet aannemen. Ik heb het gedaan als een vriendendienst."
"Toe nou, pak het aan. Je hebt het verdiend. Je hebt mij ontzettend uit de brand geholpen. En daarvoor wil ik je bedanken. Dus pak aan. Ik neem het niet van je terug. Doe er maar wat leuks mee. Je krijgt het van me. Ik sta erop dat je het aanneemt."

Het bekende ritueel van het bedanken. Zo gaat het toch bij ons vaak.
Je hebt iets gedaan - verwacht er niets voor terug - krijgt er toch wel wat voor - had dat ook wel verwacht - je zegt dan dat je het niet verwacht hebt. Je vindt het erg leuk - maar zegt dat je het niet kunt aannemen - om na enig aandringen het toch maar aan te pakken.
Zo hoort dat nou eenmaal. Zo doen we dat. En je staat raar te kijken als het niet zo zou gaan. Wanneer je bijvoorbeeld zegt, nou bedankt, vind ik leuk en je neemt het zo aan, en je gaat over tot de orde van de dag, dan is het niet volgens de regels. Dat klopt niet. Je mag het best aannemen, maar je moet eerst gezegd hebben, dat het niet hoefde. En terwijl je zegt, dat een bedankje niet nodig is, is het ook niet goed als je er geen één krijgt. Ook dan ben je teleurgesteld.
"Heb ik verdraaid het vuur uit mijn schenen gelopen voor hen. En wat krijg je? Helemaal niets. Je wordt bedankt, dat kon er nog net van af. Je wordt bedankt. Nou ze worden zeker bedankt!"

Ongeschreven regels voor het bedanken. Het is een ritueel waar we niet zonder kunnen. Bepaald door onze cultuur, waarin we leven. Het vormt een extra dimensie bij er voor elkaar zijn, elkaar helpen. Vrienden die wat voor elkaar over hebben. Vrienden hebben dat bloemetje niet nodig, zitten niet te wachten op dat geld, die fles drank. Maar toch zijn ook dat dingen, die een vriendschap draaiende houden. Het hoeft nooit, maar het moet wel. Anders gaat het niet goed. Het bloemetje maakt geen deel uit van de vriendendienst. Maar is er wel onlosmakelijk mee verbonden. Een gebaar van tevredenheid en vriendschap, van dankbaarheid.
Dankbaar leven, goede werken doen. Ze zijn niet nodig voor je behoudt. De emmer van Gods genade zit boordevol, daar kan geen druppel van onze goede werken meer bij. Als dat wel zou kunnen, als wij er wel iets aan zouden kunnen toevoegen, dan hield de genade op genade te zijn. Genade wil zeggen, dat je er niets voor hoeft te doen, je krijgt het zomaar, omdat God het nu eenmaal zo wil en heeft besloten.
Genade is gratis. Dus als je door genade behouden wordt, dan gaat het helemaal buiten jezelf om. Daar komt geen goed werk van jou bij kijken.
Maar hoe zit het nu met die goede werken? Alleen door het werk van Jezus word je verlost uit je ellende. Nu waarom dan nog goede werken gedaan? Sterker nog, waarom moeten we dan nog goede werken doen? We zijn verplicht tot het doen van goede werken. Maar waarom? Het levert voor God toch niets op. Of vergissen we ons dan?

Thema:

Een verlost Christen moet dankbaar zijn

  1. tegenover God
  2. voor onszelf
  3. om onze naaste

1. Een verlost Christen moet dankbaar zijn tegenover God

Heerlijk is het om te weten, dat je uit genade mag leven. Je bent verlost uit de knellende band van de zonde. Dat is zeker, want het ligt vast in het werk van Christus. Nou daar raakte de catechismus dan ook niet over uit gesproken. Jezus Christus heeft het allemaal voor ons verdiend. Hij heeft gedaan wat wij helemaal niet konden. Als het ging om onze verlossing, dan zaten wij met twee linkerhanden. Daar kwam niets van terecht. Maar Jezus, Hij zorgde ervoor. Hij verdiende bij zijn Vader voor ons de vrijspraak. Een dienst voor vrienden. Ik noem u vrienden, u bent geen slaven van de zonde meer, maar mijn vrienden.
Hoe vaak worden die geweldige dingen, die Jezus voor ons verdiende ook opgesomd. Steeds kom je het tegen: Hij verdiende vergeving van zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil.
Hij betaalde uw schuld, die u had opgebouwd bij God. Elke dag mag u bij God komen. Je mag vragen, vergeef wat er ook vandaag weer verkeerd ging. Hij deed in onze plaats, wat God wel van jou verwachtte. Hij maakt recht, wat ook door uw toedoen krom is. En daaruit mag je altijd leven. Je zult de ellende achter je laten. Eeuwig heil. Geluk voor altijd.
Dat is genade: Jezus verlost u uit de macht van de zonde. Je bent geen eigendom van de satan meer. Je hoort nu bij Christus. De satan zet je niet meer aan het werk. Maar Jezus Christus vuurt je aan tot goede daden. Om voor Hem te leven.
Maar het loskopen uit de macht van de duivel is maar de helft van de genade. Jezus doet nog meer. Het is als met een tak van een vruchtboom. Jezus redt de tak niet alleen van het vuur, om het dan ergens anders weer op een hoop te gooien. Hij zorgt dat er weer leven in komt. Dat doet Hij door de tak te verbinden met de grote levensader. Die levensader is Hijzelf. Door Hem lopen in ons de echte levenssappen door de aderen. Dan kan je pas echt leven.

Om een ander beeld te gebruiken: [ Gebruik hier als voorbeeld een bekend bouwval in uw buurt, in de trant van: hier aan het einde van de Schoolstraat staat een oud huisje, tegenover de Chinees. Dat huisje ziet er niet uit. Planken voor de ramen. Stukken steen liggen eruit. Gaten in de muren. Rijp voor de sloop. Maar het mag niet gesloopt. ]
Nu kan je zo'n bouwval kopen en er niets aan doen. Dan ben je de trotse eigenaar van een bouwval. Maar wat koop je daarvoor? Dan lever je als eigenaar half werk.
Maar je kunt ook een bouwval kopen en dan grondig gaan renoveren. Het pand weer in de oude luister herstellen. Zodat er weer een … [ oud boerderijtje in de Schoolstraat ] staat. Dan koop je het los, uit het verval, maar je vernieuwt het ook. Dat doet Jezus nu ook. Hij koopt ons los uit de macht van satan. Maar daar blijft het niet bij. Hij vernieuwt ons ook. Hij maakt ons tot andere mensen. Hij verlost ons niet alleen van de zonde, Hij schenkt ons ook zijn Geest. En door zijn kracht worden we andere mensen. Die niet meer voor zichzelf gaan leven. Maar die gaan leven voor God.

Je bent God dankbaar voor zijn verlossing. Nu dat mag je ook laten zien. En door de kracht van de Geest kan dat ook. Je wordt zo tot een ander mens. Die God wil loven en prijzen om wat Hij gedaan heeft, en nog doet. Hij verloste jou, dat kan je zelf niet. Maar daar kan je wel dankbaar voor zijn. Je dankbaarheid komt niet bij de genade, om die vol te maken. Maar de dankbaarheid is gevolg van de genade. Niet ondanks de genade moeten we goede werken doen, maar dankzij de genade moeten we goede werken doen. Je bedankt God voor zijn dienst aan vrienden, namelijk aan jezelf. Dat hoeft niet, maar het moet wel. Het brengt niets bij aan de genade, maar is er wel onlosmakelijk mee verbonden. Als christen ben je verplicht tot goede werken, om je Redder voor zijn verlossing te bedanken. Een verlossing, waartoe je zelf niet in staat bent.

2. Een verlost Christen moet dankbaar zijn voor onszelf

Goede werken doe je zo voor God. Om Hem te danken. Het is te vergelijken met het bloemetje. Het voegt niets aan het werk toe. Maar het is er wel het gevolg van, en het wordt gewaardeerd. Maar je doet die goede werken ook voor jezelf.
Je kunt zomaar voor de vraag komen te staan: ik weet nu van die genade. Ik weet wat geloven is, wat God van mij vraagt. Maar hoe krijg ik nou zekerheid van mijn geloof? Hoe weet ik dat het goed zit, echt goed zit, tussen God en mij. Want dat is van eeuwig levensbelang.
Nu kijk dan maar naar de vruchten. Als je leeft van genade, dan wordt dat ook zichtbaar. In dat dankbare leven. Goede werken doe je ook voor jezelf. Het laat zien, dat je een levend geloof hebt. Een levend geloof brengt vruchten voort.
En toch moet je er op een goede manier over praten. Want de echte zekerheid ligt niet in de vruchten op zich. Toch kan je aan de vruchten zien of het goed is met je geloof.

Christus heeft je als een tak van het vuur gered.
[ Met een tak met bloesem: ] Nu heb ik een tak meegenomen. Een tak met bloesem en al. Dan kan je zeggen dit is een levende tak. Kijk maar naar de blaadjes groen en fris, er zit al bloesem aan.
[ Zonder een tak met bloesem: Stel het is lente, dan kan ik een tak van een boom snoeien, die kan je dan laten zien. Stel je voor, zo'n prachtige tak vol bloesem. ]
Dat ziet er veelbelovend uit. Toch zal deze tak nooit enige vrucht voortbrengen. Hoe mooi hij er [ nu ] ook uit ziet. Want deze tak mist iets wat van levensbelang is. Hij zit niet vast aan de stam. Hij krijgt geen levenssappen. Dat heeft hij nodig om vanuit deze bloesem vruchten te krijgen. Als je nu alleen naar de bloesem kijkt dan zeg je: dat is een levende tak. Toch zal deze dood gaan.
Als gelovige mag je zekerheid krijgen door je goede werken. Maar dan moet je jezelf wel afvragen: 'ben ik geënt op Christus?' Krijg ik door Hem de sappen in mijn leven om die werken te doen? Voel ik die kracht van de Geest in mijn aderen? Word ik door die Geest aangestuurd om die goede werken te doen? Want anders dan kunnen mijn werken wel goed zijn, maar ze zullen niet tot leven leiden. Dan zijn er misschien wel vruchten, maar niet de goede.

Toch werkt het ook de andere kant op.
[ Met een tak met bloesem: ] Ik kan moeilijk met een boom aankomen, op de kansel. Maar u zult begrijpen, dat als er aan de boom een tak zit, waar nog geen blaadje aan wil groeien, dan zit het ook niet goed met die tak.
[ Zonder een tak met bloesem: Want als er aan een boom een tak zit, waar nog geen blaadje aan wil groeien, dan zit het ook niet goed met die tak. ]
Dan kan de stam nog zo levend zijn, en zoveel levenssappen produceren. Als deze niet doordringen in de tak, dan is de tak dood hoe lang die misschien al aan de stam vast zit. Je moet als tak wel bladeren, bloesem en vruchten voortbrengen. Doe je dat niet, dan zal je ook van de stam verwijderd worden. Want dan lever je niets op. Dan zit je andere takken misschien zelfs wel in de weg.

Als het gaat om de zekerheid van je geloof, dan is de belangrijkste vraag, zit ik aan Jezus vast. Wil ik leven door de kracht van de Geest. Wil ik leven van zijn genade. Is zijn genade mij genoeg. Durf ik het aan om helemaal van mezelf af te zien. Alleen op Christus te vertrouwen.
Maar dan kan het niet anders of je gaat anders leven. En daar mag je jezelf ook aan vasthouden: ik breng vruchten van dankbaarheid voort. Ik kan het zien: ik wordt een ander mens, ik ben een ander mens.
Als de levenssappen van de Geest door je aderen stromen, dan mag je met gepaste trots op je goede werken kijken. Die geven je dan zekerheid van de echtheid van je geloof.
Want zonder kan echt niet. Zij die het evangelie kennen, maar toch ondankbaar leven, zich niet onderscheiden van hen die niet bij God willen horen, zij kunnen niet behouden worden. Zo bevat Vraag 87 (Heidelbergse Catechismus) een belangrijke waarschuwing. Die waarschuwing is niet voor buiten de kerk. Die waarschuwing is er voor jou: je moet dankbaar leven. Dankbaarheid verplicht anders kan je niet behouden worden. Het gaat in Vraag en Antwoord 87 over kerkmensen.

3. Een verlost Christen moet dankbaar zijn om onze naaste

De goede werken je doet ze voor God, om Hem te danken. Je doet ze voor jezelf, om zelf zeker te zijn van de echtheid van je geloof. Maar je doet ze ook voor je naaste. Jezus zegt het zo: Ik heb u lief. Zo lief dat Ik voor u mijn leven geef. Maar als Ik jullie zo lief heb - en jullie zo red van de ondergang, dan mag Ik ook van jullie vragen, dat jullie elkaar liefhebben. Dan moet mijn liefde ook onderling te zien zijn. En dat mag Jezus dan niet alleen van ons vragen, dat mag Hij ons ook opleggen. Ik gebied u, dat u elkaar lief hebt. Naast dankbaarheid is ook liefde verplicht.
Dat is één van die vruchten, dat een dankbaar leven vertoont: liefde. De Here Jezus heeft zijn liefde aan ons laten zien, door ons de wil van de Vader bekend te maken. Hij vertelde aan ons de woorden van de Vader door. Zo bleven we niet in het duister tasten als het om ons lot ging. We weten het uit zijn eigen woorden: Jezus kwam om ons te redden. Om zijn leven voor ons te geven. In onze plaats.
En die kennis maakt dat je blij in het leven kunt staan. Dan heeft je leven zin. Je leeft niet meer voor jezelf. Maar je leven is één groot dankoffer aan God. Om Hem te danken voor zoveel liefde. En dat straal je dan ook naar elkaar uit. Help elkaar maar. Bouw elkaar maar op. Wijs elkaar op de vruchten van het geloof. Op de waarde van je geloof. Wijs elkaar ook op de verplichtingen van het geloof. Je mag elkaar bevragen op je dankbaarheid. Of dat wel zichtbaar is.
En dan mag je in je houding als kerk ook iets laten zien. We denken al gauw aan onszelf als het om de kerk gaat. We moeten onszelf verdedigen. Als we het onderling binnen de kerk maar goed hebben. Aan uitbouw durven we niet te denken.
Maar door je houding tegenover andere mensen kan je mensen afstoten. Dan zullen ze nooit bij de kerk komen. Zo kan je houding ook aanstekelijk werken in je omgeving. Door liefdevol te leven, dat moet in de buurt toch te zien zijn. Dat wordt ook buiten de kerk gewaardeerd. Laten we er samen werk van maken, dat er niet negatief over ons gesproken wordt, maar dat ze aan ons kunnen zien: dat is een gemeente waar de liefde van Christus woont. Laten ze maar jaloers worden, onze naasten, onze buren. Om ons meeleven, om ons meedenken, niet alleen voor mensen binnen de gemeente, maar ook daarbuiten. Laten we zo proberen om ons ook naar buiten te richten, om mensen voor Christus te winnen.
Dat doe je niet door schamper over de kerk te spreken. Dat het geloof zo moeilijk is. Dat je van de mensen in de kerk niets moet verwachten. Kritiek mag je hebben, ook op de kerk. Maar laat het een kritiek in liefde zijn.

Zo mogen we God dankbaar zijn in ons leven. Door de kracht van de Geest, verbonden aan Christus. Voor alles wat Hij voor ons gedaan heeft. Laten we takken zijn die diep naar de grond buigen, uit nederige eerbied voor God, omdat Hij ons uit diepe ellende moest redden, maar ook omdat we zwaar zijn van de vruchten van het geloof. Blijmoedig, vol vreugde, want de levenssappen gieren door ons heen. Goede werken, ze hoeven niet, maar ze moeten wel gedaan worden.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar