Wie avondmaal viert laat zijn nieuwe leven onderhouden door God en door zijn Zoon

Thema: Wie avondmaal viert laat zijn nieuwe leven onderhouden door God en door zijn Zoon
Tekst: Zondag 28 Heidelbergse Catechismus
Tekstgedeelte(n): Johannes 6: 32-59
Zondag 28, Heidelbergse Catechismus
Door: Ds. T.S. Huttenga (studentenpastor gereformeerde kerk vrijgem. classis Groningen)
Gehouden te: Groningen-West op 20 april 1995

Aanwijzingen voor de Liturgie

1. Ps. 4
2. Lezen: Johannes 6: 32-59
3. Gez. 14: 1
4. Tekst: Zondag 28, Heidelbergse Catechismus
5. Geloofsbelijdenis: Gez. 4
6. Ps. 23

Broeders en zusters, jongens en meisjes,

Een aantal keer per jaar vieren wij avondmaal.
Ik vermoed, dat bijna iedereen een avondmaalszondag een fijne zondag vindt. Toch is er wel een verschil in beleving. Het valt jongeren vaak op, dat veel ouderen tijdens een avondmaalsdienst nogal strak voor zich uit kijken. Misschien komt dat gewoon doordat jongeren op zo'n zondag graag veel blijde gezichten zien. Als de gezichten dan net zo staan als altijd, valt hun dat tegen en ervaren ze het zelf zo, dat de mensen nogal strak kijken.
Toch kunnen deze jongeren best wel een beetje gelijk hebben. Veel ouderen zijn in een avondmaalsdienst onder de indruk. Vooral wat in het formulier over de zonde wordt gezegd, raakt hen. Zo serieus als in het avondmaalsformulier wordt lang niet in elke kerkdienst over de zonde gesproken. Daarom hechten veel ouderen ook aan een echte voorbereidingsdienst. Je kunt niet maar zo naar het avondmaal. Avondmaal vieren is een ernstig iets. Maar veel jongeren vinden dat wel wat te zwaar. Het avondmaal is een feest.
En waar moet nu het accent vallen, op het feestelijke of op het wel heel serieuze van deze bijzondere ontmoeting met God?
Wat is avondmaal vieren eigenlijk?
Daar wil ik het graag met u over hebben vanmiddag.

De boodschap van de preek vat ik zo voor u samen:

Wie avondmaal viert laat zijn nieuwe leven onderhouden door God en door zijn Zoon

  1. Dat is nodig
  2. Dat is goed
  3. Dat is feestelijk

1. Dat is nodig

Avondmaal vieren is, dat je als gemeente met elkaar een maaltijd houdt. Normaal gesproken komen wij in de kerk om te luisteren, te zingen en te bidden, maar op die bijzondere zondagen komen wij er ook om te eten en te drinken. Het gaat om een eenvoudige maaltijd. De elementen die je dáárvoor nodig hebt zijn aanwezig, maar meer ook niet.

De Here Jezus heeft ervoor gezorgd, dat wij deze maaltijd regelmatig houden. Heel ver in het verleden ligt het beginpunt, bij de Joodse Paasmaaltijd, die Hij op de avond vóór zijn terechtstelling met zijn discipelen hield.
De jongere catechisanten weten al wel hoe zo'n maaltijd verliep. Er werden over de hele maaltijd verspreid vier bekers ingeschonken. Daar tussendoor at men bittere kruiden en vruchtenmoes, ongegiste broden met zure of zoute saus en het vlees van het paaslam. Alles verliep volgens een vast ritueel. De vader van het Joodse gezin week daar geen moment vanaf.
Maar Jezus week daar wel vanaf.

De tweede beker wijn is net ingeschonken.
Dan pakt Jezus een ongegist brood, een grote platte ronde cracker, een matze. Hij breekt stukken van die matze af en geeft iedere discipel één stuk. Maar in plaats van de bekende zegenspreuk zegt Jezus iets heel anders: 'Dit is mijn lichaam.'
Even later doet Hij weer iets ongebruikelijks. Het lamsvlees is net gegeten. Iedereen heeft genoeg. De derde beker wordt ingeschonken. Het is de dankzeggingsbeker. Maar de bekende woorden worden niet gezegd.
Jezus zegt iets heel anders: 'Deze beker,' zegt Hij,'is het nieuwe verbond op grond van mijn bloed.'
De discipelen zijn er stil van. Wat doet Jezus?

Later begrijpen ze het. Jezus heeft zijn lijden en sterven uitgebeeld. Dat lijden en sterven stelt de bevrijding uit Egypte in de schaduw. Dat lijden en stérven moeten ze nu voortaan herdenken.
Nadat op Pinksteren de Geest bij hen gekomen is, doen ze dat ook. Elke dag vertellen ze in de tempel aan ieder die daar naar hen komt luisteren wat Jezus allemaal zei en deed. In huizen in Jeruzalem breken groepen van gelovigen brood.

Als Paulus na zijn bekering in Jeruzalem contact zoekt met de discipelen, hoort hij van hen ook wat Jezus bij die bewuste Paasmaaltijd deed. Overal waar hij komt en over Jezus vertelt, geeft hij ook dát door. Bv. in Korinthe. In die stad nemen de christenen het over. Direct na de liefdemaaltijd breekt men brood. Ieder neemt een stuk. Dan gaat er een beker rond. Iedereen drinkt eruit. Ondertussen denkt men aan Jezus. Hij ging dood voor ieder van hen. Wie wil er nu dood ten behoeve van een ander? Hij wel.
En zoals het in Korinthe toegaat, zo ook in Thessalonica en Troas en Efeze, elke eerste dag van de week. In de christelijke kerk die langzamerhand groeit wordt het een vaste gewoonte. Aan het eind van de bijeenkomst breekt men brood en eet men ervan. Een beker gaat rond. Intussen denkt men aan Jezus, die in de bloei van zijn leven bereid was het af te staan.

Calvijn heeft dat gebruik weer opnieuw in ere willen herstellen, maar het is hem niet gelukt. Nog steeds vieren wij slechts een klein aantal keer per jaar avondmaal. Dat kleine aantal is een erfenis van de roomse kerk. Het avondmaal werd daar hoe langer hoe bijzonderder. Als de priester de ouwel ophief, werd het stil in de kerk. Dan klonken uit zijn mond de indrukwekkende woorden:'Dit is mijn lichaam.' Op dat moment veranderde die ouwel in het echte lichaam van de Zoon van God. Daar waren de mensen in de kerk van overtuigd.
Het ligt voor de hand, dat de vaste bezoekers van de kerk niet elke zóndag die ouwel aten. Daarvoor moet je wel op een bijzonder hoog geestelijk niveau staan en dat kun je nu eenmaal niet elke zondag opbrengen. Eén keer per jaar bracht men het wel op. Daarvóór biechtte men en deed men boete, bv. door te vasten of door een heleboel Onze Vaders te bidden.
Maar soms hebben ook gereformeerde mensen het idee, dat het avondmaal iets is waarvoor je jezelf moet opschroeven tot een geestelijk niveau waarop je normaal gesproken niet leeft. Geen wonder, dat vaker dan dat geringe aantal keer per jaar dat niveau bereiken, hen niet haalbaar lijkt.
Maar avondmaal vieren is niet allereerst een geestelijke prestatie van onszelf. Wat is het dan wel?

Nog eens: avondmaal vieren is dat je met elkaar een maaltijd houdt, een maaltijd hier in de kerk. En een maaltijd houd je omdat je lichaam voeding nodig heeft. Zonder eten en drinken verzwak je. Je kunt zelfs doodgaan. Nu kunnen wij van dat ene stukje brood en van die ene slok wijn natuurlijk niet leven. Het gaat dan ook niet om ons lichamelijke leven. Het gaat om dat leven waar de Here Jezus het, toen Hij nog in Israël was, vaak over had. Bv. vlak nadat Hij aan meer dan 5000 mensen eten gegeven had. Jezus zorgt voor het leven met Gód.
Hoe kom je daaraan?
'Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt,' zegt Christus,'heeft eeuwig leven. Daar móeten de volgelingen van Jezus wel aan gedacht hebben, als zij met een aantal gelovigen één brood braken en er samen de stukken van aten en daarna met elkaar dronken uit dezelfde beker met bloedrode wijn.
Het avondmaal is een bijzondere maaltijd en het dient een bijzonder doel: je eet het lichaam van Jezus Christus en je drinkt zijn bloed en je leven met God wordt erdoor versterkt.
Antwoord 76 van de Heidelbergse Catechismus zegt dit:
'Je neemt met een gelovig hart heel het lijden en sterven van Christus aan en daardoor krijg je eeuwig leven.' Door Jezus' dood zijn wij andere mensen geworden. Dat wordt gesymboliseerd door de doop. We hebben een nieuw leven. Maar om dat nieuwe leven in stand te houden hebben wij de dood van Jezus óók nodig.
Als wij iets verkeerd doen, verstoort dat het contact met God. Hoe wordt dat contact weer goed? Dan moet je je bij God beroepen op Jezus' dood.

Wij zullen de dood van Jezus altijd nodig hebben. Daarom kunnen wij in de kerk ook niet zonder avondmaal. En als wij avondmaal vieren, laten wij onze hulpbehoevendheid zien: 'Als ik dit niet eet en niet drink, red ik het niet.'
Dat is iets anders dan:'Ik ben gerechtigd om het avondmaal te vieren.'
En als je in de kerk niet zonder avondmaal kunt, is dat geringe aantal keer per jaar dan niet te weinig? Het lijkt erop alsof het kerkelijk leven zonder avondmaal ook wel door kan gaan. Minstens twee maanden gaan voorbij zonder brood en wijn.
Een kerkdienst zonder avondmaal is een volwaardige kerkdienst. Een dienst met avondmaal is een bijzondere dienst.
Maar hoe kan het nu iets bijzonders zijn, dat je wanneer je als gemeente van de Here Jezus Christus bij elkaar komt de dood van je Heer en Heiland herdenkt?
Is dat niet eerder normaal?

'Maar,' zegt u misschien,'ik herdenk het sterven van mijn Verlosser ook als ik daar in de kerk over zing, als ik er een preek over hoor, als ik samen met de anderen om de vergeving van mijn schulden bid.' En dat is natuurlijk helemaal waar.
Maar waarom eten wij in de kerk ook brood en drinken wij daar ook wijn?
Omdat wij ook zo kunnen communiceren met God en met elkaar. Als de schalen door de rijen gaan en de bekers van hand tot hand, is het stil in de kerk. Niemand zegt een woord. En toch zenden we met elkaar een boodschap uit, naar God toe en naar elkaar.
Je kunt ook met een rituele handeling een heleboel zeggen. We maken er waarschijnlijk nog veel te weinig gebruik van. Maar als je als kerk zo'n rituele handeling in je programma hebt zitten, moet je er ook goed mee omgaan.
'Dat wordt sleur', zegt iemand misschien.
Maar geldt dat ook niet van de wet en de geloofsbelijdenis, van de bekende psalmen en gezangen en van de gebeden en de preken? Van de eerste christenen in Jeruzalem zegt Lucas, dat zij elke dag in de tempel waren, in de huizen het brood braken, hun maaltijden gebruikten in een sfeer van oprechte blijdschap en God loofden. Het avondmaal hoorde er dus net zo goed bij als het luisteren naar de apostelen en het loven van God.
Hoort het avondmaal er bij ons ook net zo goed bij als de preek en het zingen van psalmen en gezangen?

Wat is avondmaal vieren eigenlijk?
Wie avondmaal viert laat zijn nieuwe leven onderhouden door God en door zijn Zoon. Dat is nodig en dat is goed.

2. Dat is goed

U zit in de kerk en uw buurman reikt u de schaal aan. U pakt een stuk brood en u eet het op. Daarna komt de beker en u drinkt eruit. U denkt aan Golgota, de strafplaats. Daar ging Jezus vrijwillig dood. Hij was nog jong. Maar Hij vond het goed, dat er aan zijn leven een einde kwam. Dat had Hij voor u wel over. Dat moest ook, want anders zou er voor u geen toekomst zijn. Die toekomst hebt u nu wel. U denkt eraan terwijl u eet en terwijl u drinkt.
Hoe zou de toekomst eruit zien, als u er niet zeker van zou kunnen zijn dat de Here Jezus alles wat u tegenover God tekort komt weer bij Hem goedmaakt?
U moet er niet aan denken. Eenmaal komt de dood. Dan moet u bij God komen. Wat vindt Hij dan van uw leven? En als je steeds met het uitzicht op een onzeker einde leven moet, kan je dat nu al onzeker maken.
Als u de kerk uitkomt, voelt u zich weer sterk.
Er waren dingen voorgevallen waarvan u besefte dat God ze niet goed vond. Het maakte het contact met de Here moeilijk. Bidden ging niet zo goed meer de laatste dagen. Nu bent u opgelucht.
Toen u brood at en wijn dronk en aan Jezus dacht, wist u het zeker dat Hij zich ook voor die verkeerde dingen van een paar dagen terug had laten straffen.

Avondmaal vieren maakt je, als je het goed doet, sterker. Het verstevigt de relatie met God. Het maakt ook je band met de Here Jezus Christus hechter. De band met Hem, aan Wie je die verstevigde relatie met God alleen te danken hebt. Zijn dood wordt jouw dood. Het is alsof jezelf veroordeeld bent, alsof jezelf bent doodgegaan en dus voortaan onbereikbaar voor de zonde bent, alsof jezelf net als Jezus alleen nog maar voor God leeft.
Antwoord 76 van de Heidelbergse Catechismus zegt, dat wij steeds meer met het heilig lichaam van Christus verenigd worden en wel zo, dat wij, hoewel Christus in de hemel is en wij op de aarde zijn, toch vlees van zijn vlees en been van zijn gebeente zijn. Dat doet ons meteen aan Adams loflied op Eva denken. En terecht, want Jezus is onze Bruidegom. Hij heeft iets van ons. Hij is mens zoals wij. En wij hebben iets van Hem.
Al etende en drinkende veroordelen wij onszelf, zoals Hij veroordeeld werd. Terwijl wij eten en drinken krijgen wij het leven dat Hij heeft. De afstand tussen hemel en aarde verhindert dat niet.

Zo weet de Here God door een stuk brood en een beetje wijn heel wat bij ons te bereiken. Hij kent de kracht van het symbool en Hij maakt er gebruik van. Stel je ervoor open.
Als jij een hartje ziet, weet je meteen dat dat het teken van de liefde is. Wij kennen onze symbolen net zo goed.
Door brood en wijn laat God ons in zijn hart kijken. Dat hart verloor Hij aan ons. Anders had Hij zijn liefste Zoon echt niet dood laten gaan. Dat is liefde. Die liefde gaat door de rijen. 'Pak het maar', zegt God.

Wie avondmaal viert laat zijn nieuwe leven onderhouden. En als dat echt gebeurt, is dat goed. Zoals je een voldaan gevoel kunt hebben, als je genoeg gegeten en gedronken hebt. Wie gelovig avondmaal heeft gevierd is een gemis kwijt. Natuurlijk, er zijn altijd dingen die schrijnen. Het gevoel, dat je God tekort doet. Ook soms het diepgewortelde gevoel, dat God jou tekort doet. Maar het komt goed. Meer dan zijn liefste Zoon opofferen kon God niet. Meer hoeft ook niet. Dat is genoeg. Dat weegt ruimschoots op tegen alle ellende in deze wereld. Dat doet ook alles teniet.

Als u Jezus' dood herdenkt, dan is het goed. Het is zelfs feestelijk.

3. Dat is feestelijk

Feestelijk, dat is het als dan deze en dan die gebroken brood eet en even later de beker aan de lippen zet. Feestelijk, niet omdat het iets bijzonders is, maar zoals het hele christelijke leven een feest is. Je weet je aanvaard door de machtige God.
Hij heeft dus ook geduld met je en Hij vraagt niet meer van je dan je kunt. Je hoeft je niet sneller te veranderen dan jou mogelijk is. Je mag bij Hem altijd opnieuw beginnen. Dat lees je, als je de bijbel openslaat. Dat hoor je, als je zit te luisteren in de kerk. Dat kom je altijd weer tegen. Het geeft je leven zin. Het geeft je leven een toekomst, die een ander niet heeft. Het is iets waar nooit een eind aan komt.
Kunt u iets bedenken wat feestelijker is?

En hoe functioneert nu in het geheel van dat feestelijke leven het breken van het brood en het drinken van de wijn?
Laat het ons zien, dat het leven met God een serieus iets is?
Ja, dat ook. Maar dat laat niet alleen het avondmaal zien.
Wat denkt u van de wet, die elke zondagmorgen wordt voorgelezen?
Of bepaalt het avondmaal ons heel nadrukkelijk bij onze christelijke verantwoordelijkheid? We eten en drinken immers zelf. Maar we belijden ook zelf, elke zondagmiddag.
Weet u wel wát u allemaal belijdt?
Het bijzondere van het avondmaal is, dat u uw geloof belijdt door middel van een rituele handeling. Deze keer belijdt u door iets te doen.
Meer valt er niet van te zeggen. Natuurlijk, het avondmaal is iets buitengewoons. Maar dat buitengewone zit hem dan niet in de handeling, maar in dat wat het afbeeldt: het buitengewone van de liefde van God. Maar dat wordt ook in haast elke preek verwoord en in vele psalmen en gezangen uitgesproken.

Maar mag je dan zomaar avondmaal vieren?
Als het niet zomaar mag, moet je eerst aan één of meer voorwaarden voldoen voordat je het brood mag eten en de wijn mag drinken. Maar moeten wij aan één of meer voorwaarden voldoen, voordat wij kunnen zeggen dat wij het offer van Jezus Christus aanvaarden als voor ons gebracht?
Als u goed gereformeerd bent opgevoed, weet u wel dat dat niet zo is. Wij moeten ons leven niet zo veranderen dat wij gerechtigd zijn om in Jezus te geloven, maar het geloof verandert ons leven.
Mag je dan dus toch zomaar het avondmaal vieren?
In die kerken van het begin, waar elke zondag het brood gebroken werd en de wijn gedronken, waren ook mensen die vóór het avondmaal de bijeenkomst verlieten.
Zij hadden wel door, dat zij op dat moment niet echt verlangden naar een goede relatie met God. Ze hadden dat zelf ontdekt of anderen hadden het hen duidelijk gemaakt. Misschien waren er ook wel liederen, die zij tijdens de samenkomst niet mee konden zingen. Zo misten zij elke zondag een belangrijk deel van de dienst. Binnen onze kerken kennen wij de regel, dat het schrijnend contrast tussen de dood van Christus verkondigen én een leven waarop Christus' dood geen invloed hebben mag - niet kan worden geduld. Dat is een goede regel.
En om er tijdig achter te kunnen komen dat dat contrast er is, is regelmatige evaluatie van je eigen leven of zelfbeproeving onmisbaar. Maar daarover gaat Zondag 30 van de Heidelbergse Catechismus.

Waar moet bij het avondmaal het accent op vallen:
op het feestelijke of op het serieuze van deze wel heel bijzondere ontmoeting met God?
U zult begrepen hebben, dat ik dat van die wel heel bijzondere ontmoeting niet juist vindt. Overigens waarschuwt de Catechismus ook voor het overschatten van het sacrament. Maar verder zijn dat serieuze én dat feestelijke natuurlijk beide van belang. Wat dat betreft kunnen we in de kerk van elkaar leren. We kunnen vooral leren van een zorgvuldig lezen van wat het Woord van God zegt over het breken van het brood en het drinken van die bloedrode wijn.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar