Gods openbaring over zijn kerk

Thema: Gods openbaring over zijn kerk
Tekst: Zondag 21
Tekstgedeelte(n): Johannes 10: 1-18
Zondag 21 H.C.
Door: Dr. W.G. de Vries († - destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwolle)
Gehouden te: Zwolle

Aanwijzingen voor de Liturgie

Lezen:
Johannes 10: 1-18
Tekst: Zondag 21 H.C.

Zingen:
Aanvangslied: Ps. 122: 1-2
Na Geloofsbelijdenis: Ps. 122: 3
Na de wet: Ps. 119: 5
Na de collecte: Ps. 87: 1-5
Na de preek: Gez. 32: 1-3
Slotzang: Ps. 124: 1-3

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

Er heerst veel verwarring onder de mensen over de kerk. Het aantal kerken is ontzaglijk groot. In een middelmatig grote plaats zijn er al gauw tien verschillende kerkgenootschappen te vinden. En op dit terrein heerst er een spraakverwarring als bijna nergens anders.
Heel veel mensen zijn dan ook apathisch geworden wat de kerkkeuze betreft. Hun enig toevluchtsoord is de ene, onzichtbare kerk met een grote K. Al die kerken en kerkjes die als paddestoelen uit de grond komen, het zijn maar kerkjes met een klein k. En het is betrekkelijk onverschillig, welke je daaruit kiest. Dat is voor de meeste mensen niet zozeer een zaak van geloof als wel van gevoel, niet een zaak van gehoorzaamheid, maar meer van ligging. Bevalt het je in een bepaalde kerk niet, wel, dan zoek je een andere. Maakt de ene kerk het je lastig, dan verdwijn je naar een andere. Want het gaat hierbij alleen maar om kerken met een kleine k. Als je maar lid bent van de heilige, algemene, christelijke kerk, dan zit je goed. Die kerk is volgens velen onzichtbaar en rijst hoog boven alle zichtbare kerken uit. Ze verbindt ook alle echte gelovigen, die over de vele kerken hier beneden verspreid zijn.
Lezen we echter de bijbel, dan zegt deze dat de kerk één lichaam is, dat uit veel leden bestaat. En dat zijn zichtbare mensen, die aan elkaar tot hulp en steun gegeven zijn (1 Korintiërs 12). Ze mogen niet tegen elkaar zeggen: ik heb jou niet nodig. God zegt zelfs dat er geen verdeeldheid in dat lichaam mag zijn. De kerk staat zichtbaar in de wereld en de leer van een onzichtbare kerk kent de bijbel niet.
De kerk is wel onoverzienbaar. Ze is over de hele wereld te vinden, maar volgens onze belijdenis is ze samengevoegd en verenigd in eenzelfde Geest, door de kracht van het geloof (NGB, artikel 27).
Nu over die kerk mogen we ons geloof belijden. We geven van haar geen wetenschappelijk definitie. De catechismus vraagt dan ook: wat gelooft u van de kerk?

Ik predik u:

Gods openbaring over zijn kerk

  1. Een heilige kerk
  2. Een algemene kerk
  3. Een christelijke kerk

1. Een heilige kerk

Wij geloven niet in de kerk. We mogen alleen maar in God geloven. In Hem die ons over zijn kerk openbaring heeft gedaan. Zoals wij de bijbel aanvaarden als het Woord van God, zo geloven we ook alles wat de bijbel over de kerk vertelt. We geloven dus de kerk.
Nu is geloof vaak een zaak van 'niet zien'. Toen Thomas eerst wilde zien, voor hij geloofde, zei Christus: Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven (Johannes 20: 21).
Welnu, zeggen velen, als de kerk een geloofsstuk is, dan is zij niet te zien! Maar ze vergissen zich. We hebben de gelijkenis van de Goede Herder gelezen. Dat brengt ons ook bij de kerk, want die is de kudde van de Goede Herder. Toen Christus op aarde was, konden de mensen Hem zien. Maar allemaal geloofden niet in Hem. Pas door het geloof kon je Hem gòed zien: als de Herder van al zijn schapen. Nu is de Herder naar de hemel gegaan, maar zijn kudde wordt op aarde bijeengebracht en die is best te zien. Ze bestaat uit gewone mensen, mannen en vrouwen, jongens en meisjes. Maar je moet wel geloven wat in de bijbel over die kudde van Christus gezegd wordt, wil je de kerk goed zien. Want daaraan is Christus nu al eeuwen lang aan het bouwen. Daarom is de héle kerk nooit te zien en te overzien.
Ik noem een voorbeeld. Er staan in Nederland geweldig grote en mooie kerkgebouwen, kathedralen waaraan eeuwen lang is gebouwd. Dat betekent dat zij die het begin van de bouw mochten zien, nooit de afbouw en de complete kerk gezien hebben. Sommigen alleen de fundamenten, anderen de muren, maar nog geen dak. Pas het laatste geslacht kreeg de complete kerk te zien. Voorgaande geslachten zagen slechts fragmenten van die kerk. Niemand kon dus bij voorbaat zeggen: zo en zo zal die kerk eruit komen te zien. Behalve, wanneer je de bouwtekening en het plan van de architect kon bekijken.
Zo is het ook met de kerk van Christus. We moeten niet beginnen met om ons heen te kijken. Dan zien we maar stukwerk en fragmenten. Nee, we moeten beginnen te letten op het plan van de architect. En dat plan ligt voor ons in de bijbel. Daar wordt de kerk naar het leven getekend. Niemand kan een waar woord over de kerk zeggen, buiten de bijbel om. De kerk is geen zaak van menselijke ervaring, maar van goddelijke openbaring. Wil je dus weten of een groep mensen zich kerk van Christus mag noemen, dan moet je de maatstaf van de bijbel bij hen aanleggen.
Nu noemt de bijbel de kerk heilig. Ze wordt in 1 Petrus 2:9 een heilig volk genoemd. Dat moeten we niet moralistisch opvatten, alsof kerkleden allemaal 'heilige boontjes' zijn. Dan zouden zij geen vergeving van zonden nodig hebben. En die vergeving wordt hier in één adem met de kerk genoemd. Ze betekent dat Christus voor onze zonden betaald heeft, genoegdoening aan God geschonken heeft door zijn lijden en sterven aan het kruis.
Als we dat geloven en het ook persoonlijk op ons betrekken: Christus is voor mij gestorven, heeft genade bij God verworven, dan denkt God nooit meer aan onze zonden. Ook al moeten we er ons leven lang tegen strijden en al houden we onze zondige aard. Nog sterker, God trekt ons naar zich toe, slaat zijn armen om ons heen en zegt: je bent mijn kind. En omdat Ik heilig ben, zet Ik je aan mijn kant. Je hoort bij Mij en daarom ben jij ook heilig. Niet in jezelf, maar omdat Ik je liefheb.
Zo heeft God eenmaal dat kleine volk Israël naar zich toegetrokken, uitgekozen uit alle volken. Niet omdat het zo'n groot en belangrijk volk was. Integendeel, het was het kleinste volk in die tijd en het was ook nog een lastig volk, waarmee God heel wat te stellen heeft gehad. Mozes zegt het in Deuteronomium 4:20, dat Israël zijn eigen volk is, in tegenstelling met alle andere volken.
Vandaag haalt God de zijnen uit alle volken in de wereld. Hij doet dat door zijn genadeverbond. Daarom belijden wij ook van kleine kinderen dat zij 'in Christus geheiligd' zijn. Niet in zichzelf, maar omdat de vergeving van de zonden hun beloofd is. Zo haalt God ons omhoog uit het moeras van de zonde, uit de poel van de verlorenheid. Daarom kan Petrus gewone en zondige mensen toeroepen: 'Ge zijt een uitverkoren geslacht, een heilige natie, een volk God ten eigendom, om de grote daden van Hem te verkondigen, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht' (1 Petrus 2: 9). Het wordt in de kerk een feestelijk leven. Want als God vóór ons is, wie kan dan tégen ons zijn?
Tot het eeuwige leven uitverkoren; dat geldt van de kerk. En die uitverkiezing is geen zaak om bang voor te zijn, maar ze betekent: dat hebben we echt niet verdiend. Je hoeft er geen slapeloze nachten van te hebben, je kunt er juist goed op slapen! Want je leeft dan uit de liefde van God.
We kunnen onszelf niet op de borst slaan en zeggen: logisch dat God ons uitgekozen heeft, want wij zijn aardige en beste mensen. Vergeet het maar! Toen we nog Gods vijanden waren heeft Hij ons in Christus liefgehad (Romeinen 5: 10).
Dat begon al in het paradijs, na de zondeval. Adam en zijn vrouw hadden het aangelegd met Gods grootste vijand, de satan. Toen heeft God niet gezegd: eigen schuld, Ik steek geen hand meer naar jullie uit! Nee, Hij kwam naar hen toe, heeft hen getroost met zijn beloften en hen weer aan zijn kant getrokken door vijandschap tussen de satan en de kerk te proclameren. U vindt dat in Genesis 3: 15, waar God belooft dat het zaad van de vrouw het slangenzaad zal overwinnen. En we weten dat met het vrouwenzaad Jezus Christus is bedoeld. Hij heeft aan het kruis de satan zijn macht ontnomen. Daarom kan Hij zondige en opstandige mensen heiligen door zijn bloed en weer tot vrienden maken, ja tot kinderen van God.
Maar in het paradijs werd ook gezegd, dat de slang steeds weer de vrouw, dat is de kerk, de hiel zal vermorzelen. Nu dan loop je niet makkelijk; je gaat hinkend door het leven. We vinden hier de hele kerkgeschiedenis als in een notendop. De eeuwen door belaagt de satan de kerk. Ze is door dwalingen omgeven, verscheurd, uiteengerukt.
De kerk wordt een hinkende kerk. Ze marcheert niet met paradepas door het leven. Ze is soms een zielig gezicht. En de kerkgeschiedenis is bepaald niet een fraaie geschiedenis. Maar vergis u niet: toch is die kerk, vaak maar een kleine kudde, Gods persoonlijk eigendom. Omdat op haar de hoge prijs drukt van het bloed van Christus.
Buitenstaanders weten heel wat zonden en gebreken van de kerk te signaleren. Maar wat weten zij van de Middelaar en het Hoofd van de kerk? Daarom kent de wereld u niet, omdat ze God en zijn Zoon niet kent, zegt de apostel Johannes (1 Johannes 3: 1). Ze is een 'arm en ellendig volk' in zichzelf, maar hoopt op de Naam des Heren. En dat is haar redding. Kerk betekent: wat van de Here is. Ze is van Hem en ze blijft van Hem. Niemand zal haar uit zijn hand rukken. Hij is de goede, dat is: de ware, echte herder, die bij gevaren er niet vandoor gaat, maar zijn leven voor haar gegeven heeft. Dus zit je goed in de kerk. Daar wordt de vergeving uitgedeeld. Daar mag het leven opnieuw beginnen, daar heerst vrede met God, door Christus onze Here. Daarom zingt die kerk: U kocht ons met uw bloed, blijf, Heiland, ons regeren, blijf ons, uw erfenis, door uwe macht bewaren.
Daarom zeggen we ook tegen de mensen: zorg, dat je erbij komt en zorg dat je erbij blijft, bij de kerk met bloed gekocht.

2. Een algemene kerk

Want het is ook een algemene kerk. Dat is het tweede dat we over de kerk belijden. Ze wordt immers uit het hele menselijke geslacht vergaderd, in eenheid van het ware geloof. Dat is al heel vroeg begonnen. In de dagen van Enos begon men de Naam van de Here aan te roepen (Genesis 4: 26).
Nu betekent Enos zwakke mens. Tegenover de brallende taal van Lamech, een nakomeling van Kaïn, was hier de nederige erkenning dat een mens van zijn God afhankelijk is. Lamech stond te brullen dat hij een man zou doodslaan, alleen al om een wondje en dat hij zich zeven maal zeventig maal zou wreken. Daarin klinkt eindeloze wraakzucht op, die nog steeds de wereld teistert. Maar dwars daartegen in zegt Christus later dat een mens zeventig maal zeven maal moet leren vergeven (Matteüs 18: 22). Want als de Vader ons onze schulden vergeeft, moeten wij het ook onze schuldenaren doen. Niet voor niets wordt de belijdenis van de vergeving van de zonden hier bij de kerk geplaatst. Daar leeft men van vergeving, daar geeft men graag vergeving. Zo moet zij een haard van liefde zijn in een meedogenloze wereld. Dat hoort ook bij de algemeenheid van de kerk. Zo werd Abraham, de vader van alle gelovigen door God gezegend, opdat in hem alle volken gezegend zouden worden. Velen beroepen zich vandaag op Abraham, ook de moslems. Maar als vandaag de shiïtische moslems zich sterk maken in moorden, dan zijn ze wel ver van de vrede die Abraham moest verspreiden.
Christus heeft eenmaal tegen de Joden, die Hem wilden vermoorden, gezegd: Daarin zijn jullie geen echte kinderen van Abraham. En dan komen deze opmerkelijke woorden: 'Abraham heeft er zich op verheugd mijn dag te zien en hij heeft die gezien en zich verblijd' (Johannes 8: 56). Dit is een woord van zo ontzaglijke diepte, dat we dit niet even vlotweg kunnen uitleggen. Maar het betekent wel, dat wie Abraham niet in het licht van Christus ziet, niets van hem begrepen heeft. Wie hem annexeert voor een volk, voor een ras, voor een groep, vergeet dat Abraham de vader van alle gelovigen is, over de hele wereld. En dat kan alleen, omdat zijn grote Zoon universele betekenis heeft.
God de Vader heeft alles in zijn handen gelegd en het hele oordeel over alle mensen aan Hem toevertrouwd. Christus is een wereld-Heiland. Wat kan ooit zijne macht beperken, 't heelal behoort tot zijn gebied! Daarom is de kerk ook een wereldkerk.
Dat hangt niet van haar getal af. Ze kan soms heel klein worden. Niet de meerderheid bepaalt de waarheid, maar de waarheid stempelt de universele kerk. Velen halen hun schouders op en zeggen mèt Pilatus: wat is waarheid? Maar Christus zegt: Gods Woord is de waarheid. En door zijn Geest en Woord vergadert Hij zijn kerk. Door de wereld gaat een Woord en het drijft de mensen voort. Waarheen? Naar het schoon Jeruzalem, de stad van God, de woonstede van God in de Geest. Dat is de gemeente, de kudde van Christus, de kerk van alle plaatsen en alle tijden.
Wij zitten hier vandaag bijeen in een kerkdienst. Misschien met weinigen of met velen. Maar ook al zijn er velen in een eredienst, we zijn en blijven een minderheid in ons land. Maar vergis u niet. U mag door het geloof een wereldburger zijn. Dat maakt niet uw paspoort uit, maar uw geloof. En dat geloof rust op het Woord van God. Wie dat Woord bewaart is een echte leerling van Christus. En daarin blijkt de kerk ook een christelijke kerk te zijn.

3. Een christelijke kerk

Dat is het laatste, waarop we willen letten. Zoals een paleis naar de koning wordt genoemd: koninklijk paleis, zo draagt de kerk de naam van Christus: christelijke kerk. Want Hij heeft als goede Herder gezegd tegen de Joden: Nog andere schapen heb ik, die van deze (joodse) stal niet zijn. Ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één herder (Johannes 10: 16). Hij roept zijn schapen over heel de wereld naar zich toe.
Een prachtig beeld. Wanneer 's avonds allerlei schaapskudden in een omheinde ruimte bij elkaar gedreven werden, hoefde maar een enkele herder de wacht te houden bij de ingang. Tegen de wilde dieren om de schapen te beschermen. Maar als 's morgens de zon opging en de herders hun schapen weer naar de weidegrond wilden brengen, hoe kregen ze al die schapen weer uit elkaar? Heel simpel: zij lieten hun stem even horen, en elk schaap kende de stem van zijn eigen herder. Zo kwam de hele kudde weer bijeen.
Welnu, zegt Christus, mijn schapen kennen mijn stem. En waar klinkt vandaag die stem? In het evangelie! En hoe volgen de schapen de Goede Herder? Door naar dat evangelie te luisteren.
Maar u voelt wel: waar dat zuivere evangelie niet opklinkt, kùnnen de schapen de stem van Christus niet kennen en herkennen. Wie kritiek op de bijbel heeft of toelaat, kàn de kudde niet vergaderen, maar werkt mee aan haar verstrooiïng.
We begonnen ermee dat er zoveel kerken zijn dat de mensen in de war raken. Maar dat hoeft niet. Laten ze eenvoudig er maar op letten, of de bijbel in een bepaalde kerkgemeenschap nog aanvaard wordt als het zuivere Woord van God. Een kerk die kritiek op de bijbel toelaat, werkt mee aan de verstrooiing van de kudde. En nu moeten we heel concreet worden. Dat geldt van volkskerken als de rooms-katholieke kerk, de nederlands hervormde kerk, de synodaal gereformeerde kerken, om niet meer te noemen. Daar zuchten en kwijnen de echte schapen van Christus. Want in de stem van veel van hun herders herkennen zij niet meer de stem van de Goede Herder, die van het Woord van zijn Vader heeft gezegd: Uw Woord is de waarheid.
Nee, we zeggen dit niet in zelfverzekerdheid en in hoogmoed. We hebben immers gehoord dat het genade is en geen eigen verdienste, wanneer we mogen behoren bij de kudde van Christus. Maar we zeggen wel: die kudde is daar en komt daar bijeen, waar men het eerste kenmerk van de kerk niet verwaarloost: de zuivere prediking van het Woord van God. Dat is de banier die door Christus wordt opgeheven in deze verwarde wereld. Er is bij ons een diep verdriet dat zoveel schapen van de Goede Herder verstrooid zijn over kerken, waar het evangelie niet meer veilig is. Kerken waar waarheid en dwaling stuivertje wisselen. Wij snakken naar de ene kudde onder de ene Herder. Maar die komt er alleen, wanneer wij het Woord Gods horen èn bewaren!
Daarom zegt de catechismus ook als een belijdenis die ons persoonlijk in de mond wordt gelegd: En ik geloof dat ik van deze gemeente een levend lid ben en eeuwig zal blijven. Dat betekent: er kunnen ook dode leden van de gemeente zijn. Kerkleden op papier, die voor hun goed fatsoen en wegens het oordeel van hun omgeving elke zondag op hun vaste plaats in de kerk zitten. Maar de vraag is dan wel: hoe luisteren ze?
De bijbel zegt: zie dan toe, hoe u hoort. Want niet de hoorders van Gods Woord, maar de daders ervan zullen behouden worden. De volksmond zegt: de kerk kan je niet zalig maken. Als men daarmee bedoelt: het doet er niet toe, tot welke kerk je behoort, is dit een onjuiste opmerking. We worden immers als verantwoordelijke mensen aangesproken. De schapen luisteren naar mijn stem, zegt Christus als de ware herder. Er waren in zijn tijd ook veel valse christussen, van wie Hij zei: gelooft ze niet! En hij voorspelde dat er velen zouden komen in zijn naam en zeggen: Ik ben het. We moeten dus wel een goed onderscheidingsvermogen hebben, ook in deze tijd.
Christus was in zijn tijd over de schapen bewogen, die zonder herder waren. Echte herders zijn waakzaam, opdat de kudde niet in verkeerde weidegrond terecht komt. En volgens onze belijdenis is die weide: Gods Woord. Wie dwaalleer toelaat en gedoogt, is geen echte herder. Paulus waarschuwt dan ook de ouderlingen van Efeze dat er grimmige wolven zullen komen die de kudde niet zullen sparen. Ze zullen zelfs 'uit hun eigen midden' opstaan, verkeerde dingen spreken en de discipelen achter zich aantrekken (Handelingen 20: 29-30). Daarom moest zijn helper Timotheüs in Efeze blijven om tegen de verkeerde leer te strijden die daar werd gebracht (1 Timoteüs 1:3).
Och, die 'grimmige wolven' waren heel gewone mensen om te zien. Alleen maar, ze vermoeiden de gemeente met fabels en eindeloze geslachtsregisters. Allerlei interessante kwesties werden door hen aan de orde gesteld. Discussies waaraan geen einde kwam. De 'vrijheid van de persoonlijke mening' speelde daarin een grote rol. Zeg maar: de ik-cultuur, waardoor je eindeloos kunt zwammen. Veranderingen moesten er komen en met ieders bijzondere persoonlijkheid moest gerekend worden. Veranderingen bekoren nu eenmaal de mensen.
De heidense Atheners waren er ook op uit, steeds weer nieuwe dingen te horen en te bediscussiëren. Maar Paulus ziet dan wolven opstaan die de kudde van Christus bedreigen. Hij vermaant Timotheüs de ene boodschap van Christus te brengen. Hij waarschuwt tegen 'ijdel gezwets' (vers 6). Daarom legt hij de nadruk op de 'gezonde leer' die in overeenstemming is met het evangelie van de zalige God (vers 11).
De bijbel is niet bang voor het woordje 'leer'. Dat heeft niets met dorheid en saaiheid te maken, want het gaat om de hemelse leer. En levende leden van de gemeente willen daaraan graag vasthouden. Iemand schrijft: 'En als we niet terstond bereid zijn het te accepteren - het woord leer - moeten we het maar leren uit de schade en de schande van onze persoonlijke arbeid en uit de schade en de schande van de geschiedenis van de kerk' (E.L. Smelik). De kerk werd vaak een hinkende kerk, omdat ze niet in alle opzichten aan de leer van Christus vasthield.
Het woord discipel betekent 'leerling'. Zo zijn we hier bijeen, als leerlingen van de Here Jezus. Hij is onze hoogste Leermeester. En het zal daaruit blijken, dat wij levende leden van zijn gemeente zijn, dat we graag luisteren naar zijn leer. Dat geeft 'brandende harten'. Christus heeft immers gezegd: onderwijst alle volken, doopt hen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest en leert hen onderhouden, al wat Ik u geboden heb. Het gaat om een levensleer. Zonder deze leer van Christus is er geen leven mogelijk. Maar door deze gezondmakende leer met het hart te aanvaarden en met de mond te belijden mogen wij levende leden van zijn gemeente zijn en eeuwig blijven.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar