De Geest zie je niet, maar je merkt Hem wel

Thema: De Geest zie je niet, maar je merkt Hem wel
Tekst: Zondag 20 van de Heidelbergse Catechismus
Tekstgedeelte(n): 1 Korintiërs 12: 1-13
Zondag 20 van de Heidelbergse Catechismus
Door: Ds. J.M. Oldenhuis (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Brunsum)
Gehouden te: Sauwerd op 14 januari 2001; Groningen-Noord op 23 september 2001; Baflo op 5 mei 2002; Appingedam op 16 juni 2002

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 84: 1, 3
(Ochtenddienst: Wet)
(Ochtenddienst: Ps. 51: 5)
Gebed
Lezen: 1 Korintiërs 12: 1-13
Lied 320: 1, 4
Tekst: Zondag 20 van de Heidelbergse Catechismus
Preek
Gez. 27: 1, 4-6
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis: Gez. 3 of Gez. 4, of de geloofsbelijdenis van Nicea, omringd / gevolgd en ondersteund door lofprijzing op de Heilige Geest (bijvoorbeeld: Gez. 26a/b, Lied 477: 1))
Gebed
Collecte
Gez. 31: 1-3
Zegen

Inleiding

Ik begin even bij de jongens en meisjes. Luister eens jullie: als de takken heen en weer zwiepen aan de bomen, als de bomen krom staan, als de wolken jagen langs de hemel, wat is er dan buiten aan de hand? Nou, dat is wel duidelijk, hè: dan waait de wind. Daar hoef je niet eens over na te denken. Je merkt het aan alles. Alles beweegt, zwiept heen en weer en dat kan maar door één ding gebeuren: de wind.
Maar heb jij de wind wel eens gezien? Weet jij hoe de wind eruit ziet? De zon kun je zien overdag, de maan 's nachts, maar de wind, kun je die ook zien? Je ziet van alles bewegen: bewegende takken, bomen die krom staan, wolken die jagen langs de hemel, maar is dat de wind zelf? De wind zelf zie je niet. Maar is de wind er daarom niet? Dat is een domme vraag natuurlijk. Natuurlijk is de wind er wel: kijk maar, de takken aan de bomen zwiepen heen en weer, de bomen staan krom, de wolken jagen langs de hemel en ik heb wind tegen op weg naar school. Je kunt mij nog wel meer vertellen: de wind is er echt wel, ik voel hem toch. De wind zie je niet, maar je merkt 'm wel.
En zo is het nou ook precies met de Heilige Geest. Over Hem gaan we het hebben in de preek. De Heilige Geest is net als de wind. Nog nooit heeft iemand de Heilige Geest gezien. Maar Hij is er echt wel. Er beweegt wel van alles, in de gemeente, in de wereld, in mijn eigen leven. Het is duidelijk te merken, dat er iemand aan het werk is. Niet zomaar iemand, maar de Heilige Geest. Hij blaast en dan gaat er van alles bewegen. Je ziet Hem niet, maar je merkt Hem wel. Dat is het thema van de preek.

De Geest zie je niet, maar je merkt Hem wel

want

  1. De Geest blaast leven
  2. De Geest blaast leven in mij
  3. De Geest blaast leven in de gemeente

1. De Geest blaast leven

De Geest is als de wind. Dat is een bijbels beeld. Op de Pinksterdag wordt de Heilige Geest uitgestort en dan 'is er het geluid als van een geweldige windvlaag'. Natuurlijk, het is maar een beeld. De Geest is niet hetzelfde als de wind. De wind is niet hetzelfde als de Geest. Maar met dit beeld komen we de Geest wel op het spoor.
De wind blaast, maar wat is de wind? Dat is lucht in beweging, lucht die geblazen wordt. Lucht is zuurstof. Lucht is leven. De Geest is als de wind. De Geest blaast. De Geest blaast leven. Denk aan een heteluchtballon die in een weiland klaargemaakt wordt voor een trip. Je ziet alleen een enorme bult stof, slap en levenloos. Het is nog niks. Het wordt pas een ballon, als er hete lucht in wordt geblazen. Met kleuren en letters. Je kunt ermee door de lucht zweven. Zonder die hete lucht is het een ding van niks.
Ook dit is niet meer dan een beeld natuurlijk. Maar kijk eens naar al het leven op deze aarde: de mensen, de koeien in de wei, de vogels in de lucht, de vissen in het water, de bomen, de bloemen, de planten, noem maar op. Van zichzelf is het niets meer dan stof: vezels, botten, huid, schubben, hout, organisch materiaal, kortom stof. Levend wordt het pas, als God zijn Heilige Geest erin blaast. Zonder de Geest van God is het niks en blijft het niks. Stof, dood, stil, levenloos, bewegingloos. Maar de Geest blaast. De Geest blaast er leven in. De Geest is de zuurstof van ons bestaan. Zonder Gods Geest geen leven. Dat geldt voor alle leven op, in en boven de aarde.
Het staat met zoveel woorden in de Bijbel. In Psalm 104: 30 staat het zo: 'Ademt u over de aarde, zendt Gij uw Geest uit, dan ontstaat er leven'. Hetzelfde wordt gezegd in Genesis 2: 7 bij de schepping van de mens: 'toen vormde de Here God uit het stof van de aardbodem de mens en blies hem de levensadem in de neus. En zo kwam de mens tot leven'. De Geest blaast leven. Dat is de kern van het werk van de Heilige Geest. Hij blaast leven in. Je ziet Hem niet, maar je merkt Hem wel. Er is leven. Jijzelf leeft en er springen dieren in de wei en er vliegen vogels in de lucht en er groeien bladeren aan de bomen.
Zoek de Geest dus niet te hoog en niet te ver. We hebben het over de Geest en we denken dan meteen aan geestelijke dingen, ongrijpbare dingen, onvoorstelbare dingen, te hoog en te diep. Nee, zo tastbaar, zo gewoon en zo normaal als wat. Maak de Geest niet de geestelijk. Want dichtbij is Hij. Hij blaast leven. Hij maakt het gewone, alledaagse leven mogelijk. Hij werkt in de natuur, in de techniek, in ons gezonde verstand. Zoek de Geest niet te hoog of te diep. Waar leven is, waar groei en bloei is, waar techniek en cultuur is, daar is de Geest! Je ziet Hem misschien niet, maar je merkt Hem des te meer!
En het is dan wel belangrijk om te bedenken wie Hij is. We zien de Geest niet en waar denken wij aan bij de Geest? We denken aan iets zonder lichaam, we denken aan een kracht, aan een onzichtbare macht. We denken aan iets onpersoonlijks. Je kunt er niet mee praten, het zegt niks terug, het kan niet denken. Maar wat geloven wij van de Geest? Ten eerste, zeggen wij Zondag 20 van de Heidelbergse Catechismus na: Hij is samen met de Vader en de Zoon echt en eeuwig God. De Geest is geen kracht of macht, Hij is God zelf. Dus is de Geest een Persoon. Hij kan denken en praten, Hij zegt iets terug. Maak de Geest niet te geestelijk, maar maak Hem vooral niet onpersoonlijk. Want Hij is God in eigen Persoon. Hij is God in actie, God die leven blaast. Wij geloven in de Heilige Geest, die Here is en levend maakt. Je ziet Hem misschien niet, maar je merkt Hem des te meer!

2. De Geest blaast leven in mij

De Geest is God in actie. Hij blaast leven. En het grote wonder is, dat in een kort zinnetje wordt gezegd in Zondag 20, is: die Geest is ook aan mij gegeven. Dat is wat! God in actie, Hij woont bij mij in, Hij woont in mij, Hij kiest een plek om te wonen en te werken, niet ver weg, niet te diep, maar dichtbij, in mij persoonlijk, in mijn hart.
En in dat hart van mij blaast Hij leven. Hij reanimeert mijn bestaan. Dat is alweer een bijbels beeld. Ezechiël ziet in een visioen een dal van dorre botten. Het is er luguber en angstaanjagend. Een plek vol dood. Maar dan blaast God zijn Geest en die dorre botten komen tot leven. Het worden weer mensen, levend en vitaal, een geweldig groot en sterk leger. Dat is nou wat de Geest doet in een ieder van ons. Hij blaast leven in ons dode bestaan. Want wij waren dood door onze zonden en overtredingen. Maar God blaast zijn Geest in dode mensen en wij staan op uit onze verlorenheid. We komen tot leven. Paulus zegt het zo in Romeinen 8: 11: 'Als de Geest van God in u woont, zal God, die Christus Jezus uit de dood heeft opgewekt, ook uw sterfelijke lichaam levend maken door de kracht van zijn Geest, die in u woont'.
Kijk, dat is nou de kern van het werk van de Geest in mij. Hij doet mij zeggen 'Abba, Vader' (Romeinen 8: 15), Hij doet mij zeggen 'Jezus is Heer', zoals Paulus zegt in 1 Korintiërs 12: 3. De Heilige Geest is aan mij gegeven om mij door waar geloof aan Christus en al zijn weldaden deel te geven. De Geest opent mijn hart voor Jezus Christus. Hij laat in mijn hart de vonk voor Christus overspringen. Hij maakt mij vast aan Christus, zoals lichaamsdelen vast zitten aan het hoofd. Zo blaast Hij nieuw leven in mij.
Als u dat nou maar nooit vergeet. Want wij vragen: waar is de Geest, wat doet de Geest, heb ik de Geest, wat merk ik van de Geest? Wij worstelen misschien met die vragen. We zoeken hoog en diep naar de Geest. Het zijn de vragen die de Korintiërs hadden. De gaven van de Geest, zeiden ze, dat is het 'je-van-het'. Als de Geest komt, bewegen de kerkmuren en worden we boven onszelf uitgetild. En dan zegt Paulus: zoek Hem niet te hoog en niet te diep. Zoek Hem dichtbij. Ik wil u niet onkundig laten ten aanzien van de uitingen van de Geest (hoofdletter!). Hoe kun je de Geest herkennen? Nou, heel simpel: 'Nooit kan iemand zeggen 'Jezus is Heer' als hij niet gedreven wordt door de Heilige Geest'.
Kijk, dat is de Geest ten voeten uit. Hij geeft ons deel aan Christus en al zijn weldaden. Hij is de schijnwerper die zelf op de achtergrond blijft en het volle licht laat vallen op Jezus Christus. Heb je 't gemerkt bij jezelf? Iets van dat je hart gaat openstaan voor God, omdat je ziet wat Hij allemaal voor je doet. Of iets van eerlijk en oprecht zicht op jezelf: je bent ook maar zondig en klein mens. En allerlei dingen dan: dat je verlangt naar vergeving, dat je bereid bent om te leven voor God, dat je wilt leven met Jezus. Of de blijdschap en opluchting die je thuis en in de kerk kunt ervaren, omdat je zeker weet dat God je liefheeft. Of dat het je in allerlei vragen en twijfels in het leven toch iets blijft zeggen, dat God er is en dat je altijd kunt blijven rekenen op zijn liefde. En er wordt toch van alle kanten aan je getrokken om God vaarwel te zeggen, maar dat je toch volhoudt en blijft geloven, hoe kan dat eigenlijk? Dat je hier nu weer bent in de kerk, dat hier een kerk vol mensen is? Heb je daar wel eens over nagedacht? Dan wil ik u zeggen: dat is wat de Heilige Geest in ons doet! We zien Hem niet, maar we merken Hem wel!
Mensen die vol zijn van de Geest, dan moet je niet denken aan mensen die opeens heel bijzondere dingen kunnen en heel bijzonder leven. Nee, dan moet je denken aan mensen die in dit gebroken en zondige bestaan Jezus Christus zoeken en die gekruisigd. Mensen die weten dat ze Jezus Christus elke dag zo hard nodig hebben. Om staande te blijven in het leven zelf. Om staande te blijven in de strijd die dagelijks nog gevoerd wordt, de strijd van het vlees tegen de Geest. In die strijd hebben ze vergeving nodig en bescherming. Van zichzelf zijn ze maar kwetsbaar en zwak. En ze hebben hun momenten van onzekerheid, van zwakte, van teleurstelling misschien. Maar ze houden zich aan één ding vast: niets kan ons scheiden van de liefde van God in Christus Jezus. Dat zijn de mensen vol van de Geest. En wij maar zoeken naar de Geest! Het is toch duidelijk dat Hij er is. Hij werkt in ons. Hij doet wonderen in ons. Hij blaast nieuw leven in ons. We zien Hem misschien niet, maar we merken Hem des te meer!

3. De Geest blaast leven in de gemeente

De Geest is God in actie. Hij blaast leven. Hij blaast leven in mij. Hij woont in mij. En Hij woont in mij, omdat Hij woont in de gemeente. De Heilige Geest is nooit een puur persoonlijke zaak. Hij is uitgestort in de gemeente. Hij is gegeven aan ons samen. De kerk van Christus is het krachtenveld van de Geest, het elektriciteitsnet waarop Hij ons aansluit. En onze lampen gaan branden, alleen omdat we deel uitmaken van dat grote geheel, de gemeente van Christus. De Geest is aan mij gegeven, omdat Hij aan de gemeente is gegeven en omdat ik van die gemeente een lid ben.
De Geest blaast leven in mij, omdat Hij leven blaast in de gemeente. En die gemeente is het lichaam van Christus. Van zichzelf is die gemeente niet meer dan een hoop stof, menselijk stof, en die hoop menselijk stof komt tot leven, omdat Christus zijn Geest erin blaast. Dat blijkt duidelijk uit die verzen van 1 Korintiërs 12: het lichaam van Christus komt tot leven, omdat wij allen met één Geest zijn gedrenkt. Zonder de Heilige Geest is onze gemeente niet meer dan een hoop menselijk, dor materiaal. Maar de Geest blaast en er komt leven en beweging in dat lichaam: er zijn gaven, diensten en werkingen. Er gebeurt wat. Het lichaam gaat functioneren als lichaam en ieder krijgt zijn eigen, afzonderlijke plaats in het grote geheel.
En we zien de Geest dan misschien niet, maar Hij is er wel. We zien de gaven die Hij uitdeelt, veelkleurig en gevarieerd. Het is geen koekoek-eenzang in de gemeente, maar het bruist van leven en activiteit. Niemand wordt overgeslagen. Er is de gave om te spreken, de gave om te luisteren, de gave van profetie, de gave van het onderscheiden van geesten, de gave van genezing, de gave om te dienen, de gave om mensen te helpen, de gave om te organiseren, de gave om te besturen, de gave om te denken, de gave om muziek te maken, de gave om buitenstaanders te bereiken met het evangelie. Noem maar op.
De Geest geeft ze, zodat er geleefd kan worden binnen het lichaam. De gaven die de Geest geeft zijn niet bedoeld als versiering van onszelf. Dat zouden we misschien snel kunnen denken. 'Nee', zegt Paulus, 'aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen'. Om elkaar ermee te dienen, om elkaar verder te helpen, om elkaar tot een hand en een voet te zijn, om het leven in de gemeente van Christus tot een feest te maken, daarom deelt de Heilige Geest met gulle hand gaven uit.
En alweer geldt: zoek het niet te hoog en niet te diep. De Geest blaast leven in de gemeente. Er zijn ambtsdragers, er zijn commissies, iedereen wordt ingeschakeld, iedereen krijgt een eigen plek, een eigen takenpakket, jong en oud, groot en klein. Er is leven en activiteit. Er is een lichaam dat draait. We zijn een begaafde gemeente. En niemand wordt overgeslagen. Het enige wat wij hoeven te doen, ambtsdragers en gemeenteleden, leden van Christus' lichaam, is ons laten aansluiten op het krachtenveld van de Geest, het elektriciteitsnet dat ons voorziet van energie. En dan zullen we het zien: we worden toegerust met kracht van omhoog.
'Ja', zegt Paulus in 1 Korintiërs 12: 31, 'streeft dan naar hoogste gaven - laat je aansluiten, bedoelt hij - en ik wijs u een weg, die nog veel verder omhoog voert'. En dan komt dat lied over de liefde, die geduldig is en vriendelijk, die niet jaloers is en niet vervalt in grootspraak en eigendunk, die niet grof is, niet beledigd raakt, niet uit is op eigen belang, die het kwaad niet aanrekent, de liefde die alles verdraagt en nooit opgeeft. Ach, we jutten elkaar misschien ook wel eens onnodig op met al ons praten over gaven. Er is een weg die veel verder omhoog voert, de liefde. Want hebben we de liefde niet, dan zijn we nog niets. Dan blijft het allemaal maar armzalig. Met of zonder gaven. En die liefde, die is bij uitstek de gave van de Geest. Liefde waarin we staan en die we samen mogen beleven. Liefde die het leven in het lichaam van Christus pas werkelijk mooi maakt. De Heilige Geest is de Geest van Jezus Christus. En daarom: Geest van liefde.
Ja, de Heilige Geest, God in actie is Hij. Hij blaast het leven in mij persoonlijk, in ons als gemeente. Geen leven zonder Hem. Geen beweging zonder Hem. We zien Hem niet, maar merken Hem des te meer. En die Geest blijft altijd bij ons en verlaat ons nooit meer. En dat betekent beweging en leven, activiteit in de gemeente, gaven die worden ingezet, mensen die worden toegerust, en liefde, veel liefde, want als de Geest blaast, dan betekent dat vooral: liefde.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar