Gods Zoon kwam als Jezus in ons leven

Thema: Gods Zoon kwam als Jezus in ons leven
Tekst: Zondag 14 H.C.
Tekstgedeelte(n): Hebreeën 2: 5-18
Zondag 14 H.C.
Door: Ds. D.F. Ensing (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Langeslag)
Gehouden te: Groningen-West op 11 juli 1999

Aanwijzingen voor de Liturgie

Ps. 8: 1-4
Gebed
Lezen: Hebreeën 2: 5-18
Ps. 98: 1-2
Lezen tekst: Zondag 14 H.C.
Preek
Gez. 12: 3-5
Geloofsbelijdenis van Nicea
Gez. 12: 6-8
Gebed
Collecte
Ps. 118: 9-10

Gemeente van onze Here en Heiland,

We gaan het hebben over het kerstfeest. En dat lijkt nu wat raar [, als het buiten 20 graden is]. Bij kerst, daar hoort toch een donkere avond, lichtjes in de kerstboom, een lekker diner? Wat is voor mij het belangrijkste van het kerstfeest? Niet dat ik lekker kan eten, of dat er een kerstboom in huis staat. Dat is als het erop aankomt, volstrekt bijzaak. Ik vier kerstfeest, omdat Christus is geboren. Dat noemen wij een heilsfeit. Een feit, dat alles te maken heeft met mijn heil. Daar wordt u beter van. Dat is een feest waard, nog steeds!
Wij doen, met de 12 artikelen, belijdenis van ons geloof over de geboorte van onze Heiland. Ontvangen van de Heilige Geest en geboren uit de maagd Maria. Wat wil dat zeggen, en wat is daarvan de waarde voor ons? Zouden wij anders tegen het leven aankijken, als wij geen kerst konden vieren? Het antwoord op deze vragen geeft reden tot feest.

Ik wil daartoe Gods Woord bedienen onder het volgende thema:

Gods Zoon kwam als Jezus in ons leven

  1. Jezus is Gods geschenk
  2. Jezus is onze Borg
  3. Jezus is onze Middelaar

1. Jezus is Gods geschenk

Gemeente van onze Heiland!
Wat zou uw bank doen, als u schulden had, ze maar liet aangroeien, en nooit aan afbetalen toekwam? Uw bankier zou op den duur uw faillissement aanvragen. De woningbouwvereniging zou u het huis uit zetten. En de spulletjes die u nog had, zouden bij opbod verkocht worden. Als wij Christus' werk niet zouden meerekenen, zouden wij zo tegenover God staan. Elke zonde is er weer een. Elke overtreding een echte doodzonde. Die zorgt, dat wij niet op weg kunnen naar het eeuwige geluk, of de eeuwige vrede.
Zo zit het met onze verhouding tot God. God moest ingrijpen, anders was het verschrikkelijk misgegaan.

God zij dank: Hij heeft ingegrepen. Toen de mens in het paradijs wegvluchtte, ging God hem opzoeken. God liet het er niet bij zitten. God beloofde het zaad van de vrouw. Die belofte heeft God vervuld. De belofte, die Hij aan de vaderen gegeven had bij monde van zijn heilige profeten. Zijn eigen eniggeboren en eeuwige Zoon kwam op de door God bepaalde tijd. Gemeente, dat is nu de liefde van God. Ziet u hem ook? Zo lief had God u en jou en mij. Hij stuurde zijn eigen Kind naar een wereld, die failliet was, niet in staat ook maar een cent schuld te betalen. Maar nu mogen wij het zeggen: ieder die gelooft, zal niet verloren gaan, maar heeft al eeuwig leven. Wij hebben eeuwig leven in handen, elke keer als wij deze Christus met beide handen aanvaarden.
God heeft Hem gegeven. Hij brengt ons er ook toe, om deze Heiland te aanvaarden. God bleef werken aan zijn eigen eer. Hij zorgde voor de Gids van uw behoud. Dat hebben wij ook gelezen in Hebreeën. In 2: 9: het voegde Hem (=God), om deze Gids door lijden heen te volmaken. Hij bezit nu alle heerlijkheid. Een leven zonder pijn, waarin geen spijt of wroeging kan bestaan. De Gids is er als eerste van al zijn broers en zusters. Hij trekt nu zijn broers en zusters naar zich toe.
God is na de zondeval een lange weg gegaan. De weg van de moederbelofte. De strijd van de vrouw en de slang. De oorlog tussen het zaad van de vrouw en het zaad van de slang. En nu is er dan Betlehem. Een nieuw wapenfeit in die oorlog. Een nieuwe Generaal is geboren. Zo op het oog, stelt het allemaal niets voor. Maar let op!
Deze Generaal gaat zorgen, dat de hele wereld wordt veroverd. Christus heeft de vrede bewerkt aan het kruis, door zijn bloed. En Hij werkt er nu aan, om alle dingen met zich te verzoenen. De hele wereld weer voor Hem alleen! Niet uit egoïsme, maar omdat het allemaal Hem toekomt. Hij heeft er recht op. Dat wil God bereiken.
Maar daarvoor geeft God het liefste uit handen wat Hij heeft, het allerliefste.

God stuurt zijn enige Kind, naar de aarde. De Zoon, die mocht meeregeren over de engelen. Die Zoon krijgt een plaats onder de engelen. Want de mensen zaten vast in het lijden van de dood. Hij moet dezelfde weg. Maar het eindpunt is duidelijk: zijn eigen heerlijkheid, en de heerlijkheid van al die andere kinderen van God. De kinderen, u en jij. Die mogen straks volmaakt genieten, omdat ze in Vaders gezin helemaal thuis zijn. Samengebonden in de naam van Jezus. Wat wordt dat mooi. Dankzij de komst van Jezus in ons bestaan. U, jij en ik bij God. Voorgoed. Dat wordt een geweldige tijd! Maar het gaat dezelfde weg als Jezus: door lijden heen. Maar voor u -als Gods kinderen- geldt het echt: God zal ook u brengen waar Hij u hebben wil. In een wereld zonder pijn en zorg. Geen angst voor de dood of wat dan ook. Geen schuldgevoelens of iets anders waarvan u spijt hebt.

Het Nieuw-Jeruzalem komt eraan. Daarvoor gaf God zijn Zoon, zijn liefste Zoon werd mens om voor ons te kunnen sterven. Als Borg.

2. Jezus is onze Borg

Broeders en zusters, Jezus is niet enkel maar een geschenk van God. Een geschenk heeft meestal niet zoveel in te brengen. Ik geef een cadeau aan jou. Maar wat belangrijk is, is wat ik daarmee tegen jou wil zeggen: ik houd van jou, en daarom geef ik jou dit. Jezus is Gods geschenk. Daarin proeven wij Gods liefde.
Maar wij mogen meer weten: Jezus treedt nu ook zo op. Hij is er actief in betrokken. Al vanaf het begin! Hij neemt ons vlees en bloed aan. Hij zoekt ons op. Dat hebben wij gelezen in Hebreeën 2: 14 en verder: "Omdat de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, om door zijn dood, hem die de macht over de dood had, de duivel te onttronen…" Jezus, de Zoon van God, krijgt deel aan hetzelfde vlees en bloed als de kinderen van God. Hij blijft God. En tegelijk: hij neemt via Maria ons vlees en bloed aan. Ons vlees en bloed, dat betekent allereerst: Hij krijgt net zo'n echt lichaam als wij. Als iemand Hem met een mes had gestoken, was er bloed uit zijn wonden gekomen. Als de soldaten van Herodes Hem hadden gevonden, hadden ze Hem echt kunnen doodsteken. Hij kon sterven. Dat moest Hij ook kunnen.
Ons bloed en vlees: dat is ook ons bestaan, zoals het is gestempeld door de dood. Wij zijn allemaal in zonden ontvangen en geboren. En wij blijven zitten met de gevolgen van de schuld, die ook wij hebben. Wij mensen zijn niet in staat om daar iets af te halen. Erfzonde, daar komen wij niet los van. Wel begint de Geest ons te veranderen. Maar helemaal vrij komen wij in dit leven nooit. En wij blijven ook zitten met alle ellendige gevolgen van de zonde. Allerlei ziekten, en ons leven is ook een voortdurend sterven. Wij mensen willen er niet aan. Wij willen leven. Maar toch: hoe vaak leven wij niet angst voor het levenseinde? En hoe vaak maken wij door onze beperkingen niet pijnlijke fouten?
Er moest één komen, die aan die angst een halt toeroept. Die zorgt, dat uiteindelijk zelfs de dood het loodje moet leggen. Het verbond moet weer hersteld. De band met God moet weer in orde. Er moet iemand komen, die mijn schuld en onheilige levenswandel voor God kan bedekken. Een mens, die de muur tussen mij en God afbreekt, de duivelse macht van de dood grondig aanpakt. Dat is de Borg, die aan de schuldeiser betaalt waar Hij recht op heeft. Ik kan het niet, want ik ben failliet. Een Borg die onze schuld van a tot z overneemt.

Gemeente, daarvoor is nodig, dat die Borg, de man die voor ons betaalt dus, geboren wordt net als wij. Daarvoor moet Hij geboren worden uit de maagd Maria. Hij gebruikt dat ongetrouwde meisje. De normale weg om een kindje te krijgen, is de huwelijksgemeenschap van de liefde. Maar als Maria zo haar kindje had gekregen, was ook dat geboren met een zondig hart. Zondige ouders krijgen zondige kinderen. Ze lijken zo onschuldig. Maar het is niet zo! Elk baby'tje in de wieg is al zondig. Het moet anders worden, anders zal God het niet zomaar aanvaarden. Ik ben in zonde ontvangen en in ongerechtigheid geboren.

Maar nu gaat God in zijn koninklijke majesteit een andere weg. Een heel ongebruikelijke weg. Hij kan het, Hij mag het. De Geest is er toe in staat. Maar daarmee zorgt God dan, dat er eindelijk een mens op aarde komt, die buiten die ketting van de erfzonde staat. Hij heeft de schuld niet. Hij heeft niet dat zondige hart, waarom hij zelf ook eens zou moeten sterven. Hij mag eeuwig leven. Van dit kind geldt het niet: zijn leven een voortdurend sterven. Hij zal niet hoeven te sterven onder Gods vloek. Want Hij is een volmaakt mens. Hij is het nieuwe begin, dat God zelf in de wereld brengt. Dat wil Hij ook zelf. Hij is de tweede Adam, die niet door Adam is verwekt. Hij komt zelf.
Gods Zoon moest in alle opzichten aan ons gelijk worden. Zo kon Hij onze barmhartige en trouwe hogepriester worden bij God. Hij was God en werd mens. Zo kon Hij het offer van zijn eigen leven brengen. En vandaag voorbede voor ons doen. Hij gaat in onze plaats staan. Als Borg. Hij betaalt.

Daarmee komt een nieuwe vraag op: als God de ketting van de erfzonde wilde vermijden, waarom schakelde Hij dan alleen de man uit? Maria is toch zelf ook een vrouw, die van genade moet leven? Kom je dan niet al gauw uit bij het Roomse leerstuk van de onbevlekte ontvangenis van Maria?
Daarvan zijn, gemeente, twee dingen te zeggen. Allereerst: elk kind op aarde heeft een moeder nodig om ter wereld te komen. Die weg handhaaft God. Zo wordt duidelijk: onze Heiland is net zo'n mens als wij. Hij begon ook net als wij. Hij deed heel ons bestaan over.
Ten tweede: de Heilige Geest heeft Hem vanaf de ontvangenis, dus vanaf het moment van de verwekking geheiligd in de moederschoot. Hij zorgde niet alleen voor een zondeloos begin van de zwangerschap, maar ook voor een geboorte zonder zonde. Volkomen heilig, volmaakt zonder zonde. Voor honderd procent aan God toegewijd. Zonder enige schuld. Dat vertelde de engel al aan Maria. Er wordt een heilig kind geboren, dat in zichzelf al heilig is. Het hoeft niet alsnog geheiligd te worden, maar het is dat al, in zichzelf. Hij is al vanaf het allerprilste begin zuiver voor God.

Zo is Hij in staat om vanaf het begin Borg te zijn. Hij neemt onze schuld op de schouders. Hij staat er van nature totaal vreemd tegenover. Maar Hij, die geen zonde gekend heeft, die heeft God voor ons tot zonde gemaakt. En Hij is vanaf dat prille begin bereid, om het te dragen. Hij draagt voor ons de vloek van het verbond, en betaalt de eis van God. Nu mag ik het weten: als echt mens heeft Hij dezelfde verzoekingen doorstaan, die ik ook moet doorstaan. Ik struikel dan regelmatig. Hij gelukkig niet. Wij maken dagelijks verkeerde keuzes, waardoor het in ons leven misgaat. Wij verlammen het leven van een medebroeder. Wij maken een collega het leven zuur. Wij willen onze plicht niet doen. Te druk om ons voor kerk of school of gezin in te zetten.

Christus deed het vanaf het begin allemaal wel. Hij was heilig, Vader volkomen toegewijd. Daarnaast heeft Hij geleden. Al vanaf het begin, maar in het bijzonder aan het eind. De vloek van onze onvolmaaktheid, van onze schuld - Hij nam het op de schouders. Zo kocht Hij zich een gemeente. U en jou, wij mogen broeders en zusters worden in het huisgezin van Vader. Dankzij de inspanning van onze oudste en goddelijke Broer. Hij schaamt zich niet om ons broeders en zusters te noemen. Hij brengt u en mij tot heerlijkheid. Door Hem krijgen wij een prachtleven. Hij komt op de troon van Vader David. En Hij mag regeren tot in eeuwigheid. Buigt u voor Hem neer. Hij is uw leven!

3. Jezus is onze Middelaar

Nu, zult u zeggen, dat weet ik allemaal al wel. Daar denken wij toch juist met kerst aan? Wij vieren dat Jezus voor ons op aarde kwam! Maar wat kom ik ermee verder? Wat is nu de waarde voor mij, dat Jezus zo in de wereld kwam? Wat heb ik aan het feit, dat de Heilige Geest zorgde voor een zondeloze ontvangenis? Wat heb ik aan het gegeven, dat Jezus zonder zonde is geboren?

De catechismus maakt duidelijk: heel veel! Want deze Jezus is in staat ons weer bij God te brengen! Als deze mens zich inzet voor ons, mogen wij ons weer volk van Gods verbond noemen. Wij mogen het zeggen: wij zijn verzoend met God. Hij heeft ons verzoend.
De kerk heeft Hem al eerder beleden als Middelaar van het verbond. Hij -echt mens- kan betalen voor de zonde. Hij voldoet aan de voorwaarde, dat een mens zal betalen. Hij is zonder zonde, Hij is dus ook in staat om voor anderen te betalen, zonder er zelf voor eeuwig aan te sterven. Hij kan het ook dragen, omdat Hij God is. Zo heeft Hij de krachten, om het allemaal te overleven. Om te blijven gehoorzamen, ook als het intens moeilijk is. Om Gods eeuwige boosheid te kunnen dragen, en te overleven. Dat gaat nu gebeuren, nu Gods Zoon op aarde geboren is. Verwekt door de Heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria. Voor een echt helemaal nieuw begin. Hij doet heel je leven over. Hij kan het. Hij doet het. Al vanaf zijn ontvangenis. Dus al in de schoot van Maria is Hij bezig om u en mij te verlossen.

Jouw schuld is voor God weg. En God kijkt ook niet meer naar jouw onheiligheid. God ziet ze gewoon niet meer. Want Christus staat ervoor!
O, wat kan ik het moeilijk hebben met mijn zonden. Dat ik het klimaat in de gemeente verziekte door mijn negatieve kritiek. Dat ik altijd maar gelijk wilde hebben tegenover mijn vrouw. Die fouten die ik maakte in de opvoeding van mijn kinderen. Wat kan het mij na jaren nog dwarszitten. En o, hoe kan het ooit weer goed maken?
En als het daar maar bij bleef, maar dat is de moeite nu juist. Er komt nog voortdurend weer bij. Ik ben zelfs al zondig in de schoot van mijn moeder. Artikel 15 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB) zegt het heel treffend: zelfs de kleine kinderen in de moederschoot zijn al met de erfzonde besmet. En "zelfs door de doop is zij niet geheel vernietigd en uitgeroeid, omdat de zonde altijd uit deze verdorvenheid ontspringt als opwellend water uit een giftige bron." Die bron, de Geest is ermee bezig om hem helemaal schoon te maken. Maar daar is Hij pas aan het eind van ons leven mee klaar. De dood is het afscheid van het leven in de zonde. Dan zet ik een duidelijke stap verder. Maar voor die tijd altijd weer dat gevecht. Maar wat kon ik eraan doen, dat mijn moeder zondig was, en mijn vader ook? Niets. Maar God stelt u wel aansprakelijk voor uw eigen zondige hart. Hij heeft er recht op. En als wij ons hart niet aan Hem geven, stelt ons dat schuldig! God heeft verdriet alleen al van het feit, dat ons hart zo graag van Hem afdwaalt. En dan komen daarnaast nog al die fouten, die ik dagelijks maak. En de fouten, die ik in het verleden maakte. Die misstappen, die ik niet meer goed kan maken. Schuldgevoelens, wij weten er misschien helemaal geen raad mee. Hebt u dat gevoel nooit: dat stuk van mijn leven, ik zou het eigenlijk over moeten doen? Hoe krijg ik het in orde met mensen, en vooral: met God?

Broeders en zusters, denk dan weer eens aan uw doop! God heeft een eeuwig verbond van de genade met u gesloten. Niet aan Gods genade wanhopen, en zeker ook niet de zonde in uw leven handhaven. Want kijk eens hoe Jezus in de wereld kwam! Hij bedekt met zijn onschuld en volkomen heiligheid uw zonde, waarmee u ontvangen en geboren bent.
Wat betekent dat? Dit: u hoeft uw leven niet over te doen. Ook niet dat gedeelte, waarvan u misschien spijt hebt als haren op uw hoofd. U hoeft ook niet te proberen, om het goed te maken. Want betalen voor die zonden kunt u toch niet. Dat hoeft ook niet. Want ook dat heeft Jezus gedaan. Hij heeft zelfs uw zondige start in de moederschoot al overgedaan. Hij droeg toen al uw schuld, in de buik van Maria. Hij, onschuldig en heilig. Hij bedekt uw onheilige start voor Gods ogen. Hij herinnert Vader aan zijn heilige conceptie en geboorte, als wij met verdriet onze schuld weer eens voor Gods troon neerleggen.

Dat betekent nog meer: Jezus gaat nu ook mijn leven heiligen. Hij maakt het nu klaar voor God. De Heilige Geest gaat in mijn leven aan het werk. Hij geeft mij inzicht in wat er verkeerd is, en Hij geeft mij ook de kracht om nu ook anders te gaan leven. Ik zet mij met liefde in voor de gemeente. Ik heb mijn vrouw lief als mijzelf. Ik bied mijn kinderen excuses aan voor de fouten in de opvoeding. Ik leef als Christus toegewijd aan God, en leef in eerbiedige gehoorzaamheid aan zijn geboden. De Geest herinnert mij aan de heiligheid waarmee Jezus zijn leven begon, en voortzette. Een heel leven in toewijding aan God. Zo deed Hij al mijn leven over.

Gemeente, in Christus is dat nieuwe begin niet slechts mogelijk, maar al een feit! Want God houdt het maar niet op een kansje, dat wij misschien wel zouden aangrijpen. Want wij zouden die kans alsnog verspelen. Maar nu vieren wij kerstfeest: Jezus, ons nieuwe begin. Dat mag u geloven. En blijf het geloven, ook als u naar uw eigen leven kijkt, met al zijn mislukkingen. Grijp Jezus vast. Jezus, die zo klein begon. Maar ook toen al uw leven overdeed. Als u Jezus gelooft als uw Middelaar, dan hoeft u niet bang te zijn voor God. Belijdt wel uw zonde. Maar dan mag u ook weten: ze zijn weg. God kijkt er absoluut nooit meer naar. God spreekt u vrij van alle schuld van vroeger. Die onschuld en volkomen heiligheid is u ook vandaag weer verkondigd, als een belofte. Neem het maar aan in het geloof. Dan staat het daarmee op uw rekening. Zo kunt u vrijmoedig aan een nieuw leven beginnen. Dat kan, dat mag, om deze Jezus!

"...ieders leugen, ieders zonde
sloeg in zijn hart een diepe wond,
totdat Hij overdekt met wonden
een Godverlaten einde vond.
Hij was een jood als alle joden.
Hij was een mens als iedereen.
Hij werd de eerst'ling uit de doden
want Hij was God uit God alleen!"
(Gedeelte uit: "De mensen gelijk geworden" uit: "Als glas in de zon" van E. IJskes-Kooger).

Amen.


Aandachtspunten voor het gebed

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar