Uit liefde presteert God het om mens te worden

Thema: Uit liefde presteert God het om mens te worden
Tekst: Zondag 14 Heidelbergse Catechismus
Tekstgedeelte(n):

Romeinen 8: 1-8
Filippenzen 2: 5-11
Zondag 14 Heidelbergse Catechismus

Door: Ds. T.S. Huttenga (studentenpastor gereformeerde kerk vrijgem. classis Groningen)
Gehouden te: Groningen-West op 18 februari 1996

Aanwijzingen voor de Liturgie

Ps. 63: 1-2
Lezen: Romeinen 8: 1-8; Filippenzen 2: 5-11
Gez. 12: 3-4
Tekst: Zondag 14 H.C.
Ps. 40: 3
Ps. 40: 4
Gez. 10: 1-3

Broeders en zusters, jongens en meisjes,

Wat voor gedachten komen er bij u boven, als u aan dat bijzondere begin van het leven van Jezus denkt? Ik vermoed, dat wij het vooral een heel groot wonder vinden. Stel je voor, dat er vandaag een meisje in verwachting is. Maar er is geen jongen of man, die met haar naar bed is geweest. 'Dat bestaat niet,' zeggen wij dan. Maar in Nazaret gebeurde het wel. De jonge Maria was opeens zwanger. Ze was al wel toegezegd aan Jozef, maar nog niet met hem getrouwd. Ze woonde nog bij haar ouders. Dan komt ze erachter, dat ze een kind verwacht. Hebben ze misschien toch samen stiekem gemeenschap gehad, die Jozef en Maria? Of is Maria misschien aangerand? Niets daarvan. En toch groeit er in Maria's buik een kind.
Wij vinden dit een groot wonder. Als we het even goed op ons in laten werken, worden we er zelfs stil van. Er is dan ook een lied dat ons in verband met deze geschiedenis heel erg aanspreekt en dat we zojuist zongen, Gez. 12 uit ons kerkboek: "Als ik dit wonder vatten wil, dan wordt mijn geest van eerbied stil."

Als het nu gaat om de bedoeling van dit wonder, krijg ik van de catechisanten meestal het antwoord, dat er een kind zonder zonde moest worden geboren. Als God had gewacht totdat Jozef en Maria hun eerste zoon hadden gekregen, dan had Hij dit kind niet kunnen gebruiken, want het was weer een zondig kind geweest. En de Verlosser moet natuurlijk wel zonder zonde zijn.
Ik vermoed, dat velen van u hetzelfde antwoord geven.
Daarmee wordt ons al iets meer van dat bijzondere begin van het leven van Jezus duidelijk. God doet niet alleen een wonder. Hij heeft ook een bedoeling met dat wonder. En over die bedoeling van God wil ik het graag met u hebben.

De boodschap van de preek vat ik zo voor u samen:

Uit liefde presteert God het om mens te worden

  1. Die liefde is echt
  2. Die liefde is groot
  3. Die liefde is afdoende

1. Die liefde is echt

Waarom was het begin van Jezus' leven zo bijzonder? Dat is één vraag. Maar behalve dat kun je je ook nog afvragen, waarom de Zoon van God dat bijzondere kind werd. Maria bracht een heilig kind ter wereld. De jonge Jezus, de man Jezus, was niet zondig en Hij deed geen zonde. Maar als Hij in het publiek gaat optreden en een aantal leerlingen om zich heen verzamelt, wordt al gauw steeds duidelijker dat Hij ook nog God is.
Er was dus in Nazaret nog meer aan de hand dan dat er in Maria's buik een kindje zonder zonde groeide. Op het moment dat het in Maria allemaal begon, werd de Zoon van God mens.
De apostelen hebben dat later dankzij de Heilige Geest goed begrepen. Paulus zegt in Galaten 4 dat God, toen de tijd daar rijp voor was, zijn Zoon heeft gestuurd, die geboren werd uit een vrouw. En in Filippenzen 2 zegt hij, dat Christus die God was, de gedaante van een knecht aannam. Hij hield zich niet krampachtig vast aan zijn goddelijke positie, maar Hij werd mens en liet zich zelfs ophangen aan een kruis.

De Catechismus heeft deze en andere bijbelse gegevens wat samengevat en zegt nu, dat de Zoon van God een echte menselijke natuur heeft aangenomen. Je kunt ook zeggen, dat de Zoon van God een echte mens werd. En de vraag is nu dus: waarom?
Wij hebben daar wel een antwoord op. Als Jezus niet tegelijk echt God was geweest, dan had Hij de straf van God niet kunnen dragen. Het is al heel moeilijk om te verdragen, dat iemand boos op je wordt. Daar kunnen wij vaak niet zo goed tegen. We proberen dat dan ook te voorkomen. Maar nu wordt de almachtige God kwaad op je. Dat is verschrikkelijk. Dat had Jezus op Golgota dan ook niet kunnen verdragen, als Hij niet tegelijk God was geweest. Hij moest het natuurlijk wèl verdragen om ons de straf van God te kunnen besparen. En daarom werd de Zoon van God dus dat bijzondere kind. Dit is het antwoord van de Catechismus. U vindt het met name in Zondag 6, Vraag en Antwoord 17.

Dat is een goed antwoord. Ik heb het daar straks nog wel over. Maar met een goed antwoord moet je ook goed omgaan. Ik heb het gevoel, dat wij dat niet altijd doen. Daar sluit ik dan mijzelf bij in. Het is vast niet de bedoeling van de opstellers van de Catechismus geweest, dat wij met hun antwoorden even netjes het werk van God in kaart zouden brengen. Toch lijkt het er wel eens op, dat wij dat doen. Het is dan net alsof God gewoon zijn programma afwerkt en dat dat ook het belangrijkste is wat Hij doet. De mens is in zonde gevallen en er moet dus een middelaar komen. Wat voor middelaar? Eén die mens is, zonder zonde is en ook nog eens echt God. Goed, die middelaar komt er. God zorgt er wel voor. Hij is toch almachtig. Bovendien wist God alles van tevoren. Hij heeft ook alles van tevoren gepland. Eerst maakt Hij de mens. Dan komt de mens tegen Hem in opstand. Vervolgens belooft Hij dan verlossing en uiteindelijk zorgt Hij ervoor, dat de middelaar die als enige geschikt is er ook komt.
Wat hierbij goed tot uiting komt is, dat God almachtig is en ontzettend wijs. Hij heeft zelfs voor het grootste probleem van deze wereld een goede oplossing en is in staat om zijn wil volledig door te zetten.

Maar wat hierbij wel een beetje in de schaduw kan blijven is de liefde van God. En die liefde speelt in het hele verhaal evengoed een belangrijke rol.
Probeert u het zich maar eens in te denken. God heeft Adam en Eva gewaarschuwd. 'Denk erom, eet niet van die ene boom, want dan ga je dood.' Dat is een serieuze waarschuwing. God wil niet, dat die twee mensen ongehoorzaam zijn. Hij wil, dat zij zich in vertrouwen laten leiden door Hem. God wil ook niet, dat zij sterven, maar dat ze het eeuwige geluk krijgen. Maar het gaat mis. Als God weer eens in het park komt om samen met Adam wat dingen door te nemen, is hij er niet. Anders komt hij altijd direct op Hem af.
God roept: 'Adam, waar ben je?' En dan komt stukje bij beetje de verschrikkelijke waarheid aan het licht.
Wat doet God? God veroordeelt hun daad. Hij vaart uit tegen de satan, maar daarna ook tegen de vrouw en de man. Maar Hij doodt hen niet. Er valt tussen alle scherpe woorden zelfs een heel mooi bericht te ontdekken. 'Ik, ' zegt God, 'haal de slang en jullie weer uit elkaar. ' Dat betekent: Ik maak jullie weer vrienden van Mij.
Als God dat zegt, is het tegelijk zo dat Hij het waar kan maken. Dat kan God ook, want over een aantal eeuwen wordt zijn Zoon mens. Dat hebben God en zijn Zoon intussen met elkaar afgesproken. Dat vertelt God nog niet met zoveel woorden aan Adam en Eva, maar langzamerhand maakt Hij wel duidelijk dat het op het moment van de zondeval zo tussen Hem en zijn Zoon toeging. Al verder lezend in het Oude Testament komen wij daarachter.
Kijk, en daaruit blijkt nu, dat God echt liefheeft. Adam en Eva moeten nu dood óf zij en al hun nakomelingen moeten voor eeuwig naar de hel. Dat hebben ze verdiend. Eigen schuld, dikke bult. Maar zo redeneert God niet. Hij kan het niet over zijn hart verkrijgen om al die mensen eeuwig te straffen. Alleen, hoe voorkomt Hij dat nu? Je zou kunnen zeggen: 'God, vergeef het hun maar. ' Maar zo simpel ligt het niet. Twee mensen krijg je soms maar moeilijk weer bij elkaar of zelfs helemaal niet. Maar hier is de verhouding tussen mensen en Gód verstoord. Hier ligt een groot probleem. Dat probleem is ook onder woorden gebracht in Zondag 5. Er is voor dat probleem uiteindelijk maar één oplossing, dat is, dat God zelf mens wordt. God staat nu tegenover de mens. Hij is kwaad op hem en terecht. Maar als God nu tegelijk naast de mens gaat staan, dan kan het weer goed komen.
Nu, dat wil God wel. En zo brengt die verschrikkelijke keus van Adam en Eva God tot een buitengewone daad. God besluit om mens te worden en te zijner tijd voert Hij dit besluit ook uit.

Sommige mensen beweren, dat de Zoon van God ook mens geworden zou zijn, als Adam en Eva niet in zonde waren gevallen. Dat is niet waar. Ik noem u twee teksten: Lucas 19: 10: "Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken." Wat was de reden van zijn komst in deze wereld? Dat Hij mensen wilde opzoeken die anders voorgoed verloren waren geweest. En dan 1 Timoteüs 1: 15: "Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden."
En dat is ook het bewijs, dat God echt van ons houdt. Ter vergelijking: een vriend aan de andere kant van het land belt u op. Hij zit in de problemen. Toevallig was u juist van plan om binnenkort op reis te gaan naar een plaats bij die vriend in de buurt. Komt goed uit. U gaat dan ook even langs bij uw vriend. Best. Maar uw liefde voor die vriend blijkt natuurlijk nog veel duidelijker, als u helemaal niet naar die regio hoeft en apart voor die vriend een dag vrij neemt, daarvoor het één en ander regelt, en dan de reis onderneemt. Als de Zoon van God toch mens zou worden, dan kan Hij Golgota er wel bij nemen. Het is natuurlijk geen kleinigheid, maar Hij kiest toch al voor de mensen en Hij is als Zoon van God tot alles in staat. Maar zo zit het niet. Het gaat echt alleen om onze redding. Apart daarvoor wordt de Zoon van God mens.

Waarom werd Gods Zoon dat bijzondere kind? Omdat wij een Verlosser nodig hebben, die behalve mens ook echt God is. Oké.
Maar dat God voor zo'n Verlosser zorgt, spreekt niet vanzelf. Hij wordt er niet toe gedwongen door een bepaalde logica. Het is zijn liefde die Hem daartoe brengt.
Als je van iemand houdt, dan zet je als het moet het één en ander voor hem of haar opzij. Houden van, dat doe je er niet even bij. God doet dat zeker niet. Hij is met ons begaan en Hij doet alles voor ons. Zijn liefde is echt. Zijn liefde is groot.

2. Gods liefde is groot

De Zoon van God wordt mens. Vindt u dat een daad van opoffering? Toen Jezus zich in Getsemané liet arresteren, offerde Hij zich natuurlijk wel op. Die arrestatie betekende een eerloos einde en Jezus was nog in de bloei van zijn leven.

Maar daarvóór? Jazeker, Jezus ondervond veel tegenslagen. Hij ontmoette onbegrip bij zijn discipelen. Hij stuitte ook op veel ongeloof en de Farizeeën waren tegen Hem. Maar in vergelijking met het eind waren de jaren dat Jezus door Israël trok toch ook goed. Massa's mensen kwamen op Hem af en gingen met Hem mee. Ze hingen aan zijn lippen en bewonderden Hem om wat Hij deed. De Farizeeën kon Hij gemakkelijk aan. Dat is tenminste wel onze indruk. Wat de discipelen betreft: Hij zal vast en zeker ook van hun vriendschap genoten hebben. En dan waren er natuurlijk ook nog Maria, Marta en Lazarus, bij wie Hij op adem kon komen. Eigenlijk lijkt zijn leven wel een beetje op het onze. Er zijn teleurstellingen, maar ook heel veel mooie dingen. Die mooie dingen overheersen voor ons gevoel. Wij vinden het meestal ook best wel fijn om mens te zijn. En waarom zal Jezus dat dan ook niet zo gevonden hebben?

Was het een daad van zelfopoffering, dat de Zoon van God mens werd? Op zich niet, zo denken wij wellicht. Het was dat het zo slecht afliep. Aan het eind offerde Hij zich natuurlijk wel op.

Maar de bijbel tekent dat leven van Jezus gewoon als een eenheid. Je ziet dan ook, dat het voor de Zoon van God een offer was om mens te worden. Hij had natuurlijk ook een lichaam dat de sporen van de zonde droeg. Hij leefde midden tussen zondige mensen. Hij liep in allerlei ziekte tegen de vloek over de schepping aan en botste op de macht van de satan. 'Hij kwam,' zo zegt Paulus in Romeinen 8, 'in een vlees aan dat der zonde gelijk.' God stuurde zijn Zoon in ons van God vervreemde bestaan. Hij werd niet een mens als Adam toen die nog niet in zonde gevallen was, en Hij kwam niet in een paradijs. Wij zijn aan zonde en ziekte gewend. Maar de Zoon van God vergat natuurlijk nooit, dat zijn Vader de mens indertijd perfect had gemaakt. Maar dat alles is nog niet eens het belangrijkste. Want Gods Zoon kreeg als mens ook het oordeel over de zonde te dragen. Volledig zelfs. Dat was nog geen mens overkomen. Natuurlijk was er altijd wel iets te merken van Gods verontwaardiging over de zonde. Misoogsten en vijandelijke invallen getuigden daarvan. Tot nu toe evenwel hield God zich nog behoorlijk in. Maar tegenover zijn Zoon zal God zich niet meer inhouden.
Dat is de reden waarom de Zoon van God mens wordt. Hij wordt dan ook niet slechts een mens zoals wij of een mens zonder zonde. Hij wordt de mens, die de woede van God over zich heen zal laten komen. En dat stempelt zijn hele leven. Zijn geboorte getuigt er al van. Denkt u eens aan wat er in Betlehem gebeurde. Omdat de Romeinse ambtenaren de vertrekken in de herberg bezet houden, wordt de kleine Jezus in een voederbak neergelegd. De Romeinse overheersing is Gods straf voor Israël. Maar die straf treft Jezus. Geloof maar, dat Hij het toen Hij door Israël trok steeds heeft beseft.
Natuurlijk is het mooi om voor een grote massa mensen over het komende Koninkrijk te spreken en om als bewijs van de komst daarvan veel wonderen te doen. Maar die nieuwe wereld moet Hij wel verdienen. En telkens als Hij aan mensen vergeving en eeuwig leven met God toezegt, beseft Hij dat Hem die belofte veel gaat kosten. Zo ligt er voortdurend een schaduw over zijn leven. Ik vermoed, dat wij lang niet in de gaten hebben hoe bijzonder het leven is van deze mens.
En wij denken over al zijn moeite vast nog veel te gering. Wat heeft deze man wat afgeleden in zijn leven! Het leven was voor Hem een last. Daar moet u wel goed aan denken, als u in Zondag 14 leest dat de Zoon van God een echte menselijke natuur heeft aangenomen.

De Zoon van God wordt mens. Hij wordt dat op het moment, dat er in de jonge Maria een nieuw menselijk leventje begint. Is dat nu een daad van zelfopoffering? De bijbel beschrijft dat wel zo. Luistert u maar naar Paulus in 2 Korintiërs 8: 'U kent immers de genade van onze Here Jezus Christus wel, dat Hij om u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u dankzij zijn armoede rijk zoudt worden.' Daar zit alles in, Jezus' geboorte, zijn leven, zijn dood. Het is allemaal met elkaar één groot offer. En leest u ook eens wat Paulus in Filippenzen 2 zegt: 'Christus Jezus was gelijk aan God, maar Hij heeft zich daar niet angstvallig aan vastgehouden. Hij is een knecht geworden. Hij heeft zich zelfs zo diep vernederd dat Hij zich liet ophangen aan een kruispaal en daaraan stierf.' Daar zit ook alles in, geboorte, leven en dood.

Wij zien het wel eens over het hoofd, dat Jezus' hele bestaan een offer was. Dat komt doordat wij niet zien of niet willen zien, dat wij zo'n groot offer nodig hebben. We lijken dan op de vriend die door de telefoon zegt dat we niet apart voor hem die lange reis behoeven te maken. Als we toch in de buurt komen is het oké, maar anders hoeft het echt niet. Die vriend wil niet toegeven, dat hij het wel degelijk moeilijk heeft. Wij willen nog steeds niet erkennen, dat wij zonder het offer van heel Jezus' leven niet kunnen worden gered. Dat het met ons zo erg gesteld is, kunnen wij niet geloven. Dat er vanwege ons handelen werkelijk zo'n zware schaduw over Jezus' leven valt, daar willen wij niet aan. En toch is dat zo.
Het is maar goed dat God en zijn Zoon wel zo reëel zijn, dat zij dat bewust onder ogen zien en de consequenties daarvan ook nog voor eigen rekening willen nemen.
En vooral aan die bereidheid zie je dan hoe groot de liefde is van God en van zijn Zoon. "Wat deed uit 's hemels zalen, o Heer der heerlijkheên, op aard 'U nederdalen? Uw grote liefd' alleen! Uw eindeloos erbarmen met onze grote nood." Gods liefde is echt. Gods liefde is groot. Nog veel groter zelfs dan van die vriend die, ook al vindt zijn kameraad dat niet nodig, toch een dag vrij neemt en vroeg in de morgen naar het station gaat om daar een trein te nemen om hem te bezoeken.

Gods liefde is groot. Gods liefde is ook afdoende.

3. Gods liefde is afdoende

Het is belangrijk dat liefde echt is. Als die liefde echt is, is ze ook groot. Je bent dan in staat om heel veel voor een ander te doen. Toch is het dan nog niet altijd genoeg. Dat komt doordat wij niet altijd kunnen wat wij wel zouden willen. In zo'n situatie voelen wij ons machteloos. Wij moeten werkeloos toezien, terwijl de ander verdriet heeft en pijn.
Maar zo is het bij God niet.

En dan kom ik nu weer terug bij de Catechismus. Bij dat antwoord op de vraag waarom God mens moest worden of waarom onze Verlosser behalve een mens ook God moest zijn. De Catechismus zei, dat de Verlosser anders de verontwaardiging van God niet had kunnen doorstaan. Ik zei in het eerste punt al, dat dit een goed antwoord is. Dat hebt u hopelijk nu nog iets beter begrepen. Wanneer het hele leven van Jezus een offer is geweest om God te verzoenen, dan is het des te duidelijker dat een mens zo'n offer niet brengen kan.
Maar ik zei ook, dat wij met dit antwoord van de Catechismus wel goed om moeten gaan. En waarschijnlijk begrijpt u nu wel, dat wij de liefde van God niet moeten vergeten. God is, om het zo eens te zeggen, niet iemand die op de goede knoppen drukt of die haast automatisch in allerlei situaties de goede regels hanteert en de juiste besluiten neemt. Die goede besluiten neemt Hij wel, maar Hij doet het niet automatisch.

Wat God doet is afdoende. Hij komt niet met een goedkope oplossing, waardoor bijvoorbeeld zijn eigen eer zou worden aangetast of waardoor de relatie tussen Hem en ons niet echt zou worden hersteld. Maar als God er dan voor zorgt dat de enig goede oplossing er komt, is uiteindelijk zijn liefde wel het diepste motief.

Dat God mens wordt, dat is niet maar zo even iets. U hebt het nu wel door. Hoe presteert God dat? Uit liefde. Uit liefde presteert God het om mens te worden.
En mocht u of jij ooit twijfelen aan de liefde van God, stel dan die vraag: waarom werd Gods Zoon mens? Waarom werd Hij die mens? U weet het antwoord.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar