Wie is Jezus?

Thema: Wie is Jezus?
Tekst: Zondag 6 Heidelbergse Catechismus
Tekstgedeelte(n): Hebreeën 1: 1-4
Geloofsbelijdenis van Athanasius, Artikel 27-35
Zondag 6 Heidelbergse Catechismus
Door: Ds. J.M. Batteau (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Den Haag-Centrum/Scheveningen)
Gehouden te: Den Haag-Centrum/Scheveningen op 7 juli op 2002

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Votum en zegengroet
  2. Ps. 109: 12, 14 (vs. 12: "Help mij, o HEER, naar uw meedogen..." vs. 14: "Ik zal met luider stem den HERE in 't midden der gemeente eren... )
  3. Wet (Deuteronomium 5: 6-21) en een andere tekst over gehoorzaamheid aan God: Hebreeën 2: 1-4
  4. Ps. 15: 1-2 (vs. 1: "HEER, wie mag wonen in uw tent... ?" vs. 2: "Hij die zich wacht voor lasterpraat...")
  5. Schuldbelijdenis en bede om vergeving en om vernieuwing door de Heilige Geest
  6. Lezen: Hebreeën 1: 1-4; Geloofsbelijdenis van Athanasius, Artikel 27-35
  7. Lied 175: 1-3 (vs. 1: "... onze schulden brachten ons in zo grote nood..." vs. 2: "... de Here Jezus... mens onder de mensen... Hij alleen tot sterven voor anderen bereid..." vs. 3: "... God... dat Hij zijn Eenge, zijn Zoon gegeven heeft tot een prijs voor velen...")
  8. Tekst: Zondag 6 Heidelbergse Catechismus
  9. Preek
  10. Gez. 22: 1-2 (vs. 1: "Jezus is mijn toeverlaat, Hij, mijn Heiland, is het leven... Jaagt de dood nog angsten aan, Hij, mijn Heiland, heeft voldaan." vs. 2: "Groot is 't heil dat Jezus geeft...")
  11. Gebed
  12. Collecte
  13. Ps. 71: 9-11 vs. 9: "Uw grote daden zal ik prijzen..." vs. 10: "Blijf in mijn laatste levensjaren mij steunen als voorheen..." vs. 11: "... Hoe machtig bent U in vermogen!..."
  14. Zegen

Gemeente van de Here Jezus Christus, luisteraars, gasten!

De kerk is niet los te maken van het verleden. God heeft de eeuwen door voor Zijn kerk gezorgd. We worden omringd met getuigenissen van vroeger, Gods kinderen die in Hem vertrouwden en die graag wilden vertellen wat Hij voor hen had gedaan.

Met de oude kerk belijden we ook ons geloof door de woorden van de Geloofsbelijdenis van Nicea. De Here Jezus Christus is "de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader vóór alle eeuwen, God uit God, Licht uit Licht... één van wezen met de Vader; door Hem zijn alle dingen geworden." En samen met de Geloofsbelijdenis van Athanasius zeggen we dat het noodzakelijk is voor ons eeuwig behoud oprecht te geloven in de menswording van Jezus Christus. Hij is God en mens, "volkomen God en volkomen mens." En "Hij heeft geleden voor ons behoud."

In de tijd van de Reformatie in de 16e en 17e eeuw, werd de kerk door de Here geleid om opnieuw te belijden wat de kerk eeuwen lang had beleden. Maar nu toegespitst op het conflict tussen wat ontdekt werd in de Schrift, Gods onfeilbaar Woord, en wat de kerk in Rome zei. Luther en Calvijn waren sommigen van Gods instrumenten toen om de kerk te leiden naar een actuele belijdenis van haar geloof. En het resultaat was: nieuwe belijdenissen, zoals de Heidelbergse Catechismus. Oorspronkelijk bedoeld als leerstof voor de jeugd van de kerk, maar snel erkend als een prachtige samenvatting van de bijbelse boodschap. Geschikt als belijdenisgeschrift. En zo zien we deze catechismus nog!

Vandaag luisteren we naar de boodschap van Zondag 6 van de Heidelbergse Catechismus. We maken ook gebruik van Hebreeën 1: 1-4 om dit te doen. Het thema van deze zondag is:

Wie is Jezus?

  1. Hij is mens
  2. Hij is God de Zoon
  3. De bijbel vertelt ons dit

1. Hij is mens

Toen Adam en Eva in zonde vielen, helemaal terug in Genesis 3, werd het donker op aarde. Donker in geestelijke zin. God had Adam en Eva als Zijn beelden geschapen. Mensen die Hem zouden gaan afbeelden op aarde. Maar nu was er bar weinig overgebleven. Het zag er somber uit. Wat zou God doen? God kon Zijn beelden op aarde niet missen. Mensen die Hem zouden gaan afbeelden, Zijn gezanten, Zijn ambassadeurs op aarde. Zulke mensen wilde God hebben. Maar hoe?

God had beloofd dat de straf op ongehoorzaamheid de dood was. Mensen moesten sterven, en dat voor eeuwig. Dat woord van belofte moest Hij uitvoeren. Hij was immers God, en God liegt nooit! Maar was dat alles dat Hij kon doen? Was de eeuwige straf het enige dat overbleef? Als we de bijbel verder lezen, na Genesis 3, dan zien we hoe God een ander, een dieper plan heeft. Een plan dat op een mysterieuze manier toch al uitgedacht was door Hem, zelfs vóór de zondeval. Een plan waardoor Hij uiteindelijk een mens, zoals Adam en Eva, zou sturen naar deze aarde, om mensen, ja zelfs de hele schepping te redden.

Het verhaal van het Oude Testament is de uitwerking van dit plan. God werkt aan Zijn plan, Zijn reddingsplan, Zijn heilsplan. Bij de zondvloed redt Hij Noach en zijn gezin, terwijl de rest van de mensheid verdrinkt. Hij kiest Abraham uit om het hoofd te zijn van het volk Israël. En dat kleine volkje, Israël, wordt de eerste bouwsteen van Gods stad die zou moeten komen. De stad waar mensen weer beelden van Hem worden, Hem gaan dienen, en elkaar gaan liefhebben. De kerk!

Stapje voor stapje blijft God werken aan dit plan. Hij zendt priesters en koningen en profeten naar Israël om duidelijk te maken wie de komende Redder moet zijn. Want als beeld van God zal Hij ook priester, koning, en profeet zijn. God maakt gebruik van profeten, om de komst van deze mens aan te kondigen. In Hebreeën 1: 1 staat: "God heeft eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen in de profeten gesproken..." De profeten spraken namens God over het verleden, het heden, en de toekomst. Niet alleen over de toekomst, maar regelmatig wel.

Mozes sprak in Deuteronomium 18 over profeten die zullen komen, ja en ook over een specifieke profeet. God zei tegen Mozes, "... een profeet zal Ik hun verwekken... zoals u bent; Ik zal mijn woorden in zijn mond leggen..." (vers 18).

De Psalmen spreken ook over deze komende profeet, de Messias. Ze wortelen in hun eigen tijd, bijvoorbeeld de tijd van koning David. Maar hun boodschappen reiken uit naar de toekomst. Ze leggen woorden in de mond van een lijdende man, die zegt in Psalm 22: "Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?" Of Israël zingt over een menselijke koning in Psalm 72, iemand die in liefde over Gods volk zal regeren.

De profeet Jesaja spreekt over deze koning in Jesaja 9. Hij zal regeren als koning David regeerde. "... de heerschappij rust op zijn schouder... Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David..." Zo zal Hij zijn, de man die God komt afbeelden op aarde.

Maar de weg naar Zijn heerschappij zal niet makkelijk zijn. Het is letterlijk een lijdensweg! Dat profeteert Jesaja in hoofdstuk 53. Zoals we lezen in vers 4: "... onze ziekten heeft hij op zich genomen (Jesaja spreekt alsof deze man al gekomen is, maar het is duidelijk nog toekomstige tijd), en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte." En waarom moest Hij lijden? Dat horen we in vers 5: "Maar om onze overtredingen werd hij doorboord..." Hij zal komen als mens, om koning te zijn op Davids troon. Maar Hij zal eerst lijden, voor Zijn volk!

De Catechismus legt dit als volgt uit (we maken gebruik van een parafrase): "Waarom moet die redder een echt mens zijn?" "God wil dat de mensen zelf betalen, want zij hebben schuld." Zo moest Jezus de Messias, een mens zoals wij, de straf op Zich nemen die op ons lag. Zo kwam er herstel op aarde. Zo begon het licht te schijnen. Het licht van het kruis van Jezus, zoon van Maria.

Maar dat was niet genoeg. Het was niet genoeg dat de Messias een mens zou zijn. Hij moest ook God Zelf zijn! Ons tweede punt. Als mens heeft Hij voor ons geleden. Dat was punt één. En nu punt twee: Als God de Zoon kon Hij de toorn van God de Vader dragen.

2. Hij is God de Zoon

Dit laatste horen we, als de Heidelbergse Catechismus de bijbelse boodschap samenvat: "Waarom moet de Middelaar tegelijk echt God zijn?" "Om uit kracht van Zijn godheid de last van Gods toorn aan zijn menselijke natuur te kunnen dragen, en ons de gerechtigheid en het leven te kunnen verwerven en teruggeven."

In Hebreeën 1 lezen we: "(God) heeft nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon..." (vers 1). Zijn Zoon, "door wie Hij ook de wereld geschapen heeft." Voordat Jezus als mens in Betlehem geboren werd, was Hij de Schepper van hemel en aarde! Een schokkend idee! Geen schepsel, alleen maar mens, maar ook Schepper. Dus: God Zelf! In Hebreeën 1 wordt de Godheid van Christus uitvoerig uiteengezet. Hij was geen engel, want engelen kunnen niet scheppen. Hij was en is "de afstraling van Zijn (Gods) heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen, die alle dingen draagt door het Woord van Zijn kracht" (verzen 2-3). Hij is opnieuw machtiger geworden dan de engelen, lezen we in vers 4. Machtiger geworden. Na Zijn vernedering, waarin Hij weigerde gebruik te maken van al Zijn Goddelijke eigenschappen, is Hij verhoogd. Met dezelfde heerlijkheid die Hij had voor Zijn incarnatie. Hij is machtiger dan engelen geworden, als opgestane Messias, omdat Hij in wezen God Zelf van eeuwigheid is. Zijn oorsprong als God wordt voortgezet als mens èn God aan de rechterhand van God de Vader.

Dat betekent niet dat Jezus Zijn Goddelijkheid afzette tijdens Zijn verblijf op aarde. Hij kwam als God de Zoon naar deze aarde. Hij bleef God, terwijl Hij de menselijke natuur aannam. Een diep mysterie! Iets dat ons verstand te boven gaat. En toch waar! Christus, onze Heiland, is niet alleen mens, Hij is ook God. Dat moest Hij ook zijn, om miljoenen mensen te redden. Dat moest Hij ook zijn, om de toorn van Zijn Vader te kunnen dragen. Geen gewoon mens is immers in staat, Gods kwaadheid om onze schuld te doorstaan. Maar Jezus de Messias, God en mens wel!

Het is helaas kenmerkend voor onze tijd dat deze duidelijke boodschap van de Schrift niet meer gehoord wordt in veel kringen. In de grote kerkgroepen in Nederland wordt Jezus vaak gezien als de authentieke mens, de mens die naast ons kwam staan, om alles mee te maken wat wij meemaken. Dat is op zich wel waar en erg belangrijk. Maar er wordt haast nooit meer gezegd dat Hij Zelf God was! Zelfs geleerde theologen schrijven dikke boeken over Jezus, en hun conclusie is: Hij was niet God Zelf, maar alleen maar een mens. Hoe is het mogelijk? Mensen noemen zich christenen, maar ze ontkennen dat Jezus Christus God is!

Wie de Godheid van Christus ontkent, kan niet behouden worden, zeggen we nog samen met de Geloofsbelijdenis van Athanasius. Zo belangrijk is dit geloof in Hem als God en mens in één Persoon. Want als het alleen een mens was die voor ons aan het kruis stierf, dan hebben we in feite geen verlossing van God. Dan zijn we puur en simpel door een ander mens verlost. En we hadden meer nodig dan wat een gewoon mens kon doen. We hadden een goddelijke Verlosser nodig! En, God zij dank, Hij is gekomen! Hij kon Gods toorn dragen, en dat deed Hij ook, voor iedereen die zou geloven.

Deze belijdenis over de Here Jezus, dat Hij mens en God is, dit hebben we zelf niet verzonnen, gemeente. Dit is iets wat Gods Woord zelf zegt! En dat brengt ons naar het laatste punt.

3. Jezus Christus is volgens de bijbel mens en God, de Middelaar

De Here Jezus is onze "Middelaar." Hij kwam om te "bemiddelen" tussen ons en God. Hij kwam om de afstand te overbruggen tussen ons en God. Hij kwam om terug te geven, te herstellen wat beschadigd was: de diepe band tussen de Schepper en Zijn schepselen. Hij kwam van God, als God de Zoon, om Gods antwoord te geven op een probleem waarvoor we zelf geen oplossing hadden. Hij kwam als mens, om terug te geven aan God wat alleen een mens kon geven, wat God in het begin van de mensheid eiste: gehoorzaamheid, en vertrouwen. Beeld van Hem zijn op aarde, Gods wijsheid en macht weerspiegelen als Zijn ambassadeur hier. Dat kwam Gods Zoon doen. Niet voor Zichzelf, maar voor ons die in Hem geloven. Zodat wij, door Hem, weer beelden van God mochten zijn.

Door Christus is er herstel van de band tussen God en mensen. Door Hem, door Zijn komst, door Zijn inzet, door Zijn leven en sterven, door Zijn kruisiging en opstanding. En ook nu nog: nu als Hogepriester en Koning en Profeet in de hemel blijft Hij Middelaar tussen God en mensen. Er is geen andere! Geen Mohammed, geen Boeddha, geen andere religieuze leider kan Hem vervangen. Hij is uniek. Er is geen redding, geen heil buiten Hem. En hoe weten we dat zo zeker? Omdat de bijbel, de Schrift, Gods Woord dat duidelijk zegt!

Lees je bijbel, bid elke dag, de kinderen hier kennen dat liedje wel... Hoe eenvoudig gezegd, maar hoe waar!! Er is geen andere manier om te ontdekken wat God zegt. Niet je eigen, vaak verwarde gedachten, maar het zuivere Woord van God hebben we nodig. Het woord dat Mozes schreef, de Torah, de eerste vijf boeken van de Schrift. De boeken van het Nieuwe Testament, inclusief die prachtige brief, de brief aan de Hebreeën. Tot en met de Openbaring aan Johannes, het laatste boek van de bijbel. Dat Woord is een licht op ons pad onder alle omstandigheden.

Wat geweldig om zo'n Woord van God te hebben, gemeente! Temidden van de onzekerheden van dit leven, temidden van de wirwar van menselijke stemmen om ons heen, is er een woord dat betrouwbaar is, omdat het direct van God komt! We mogen zeker weten wat God voor ons heeft gedaan, omdat Hij Zelf uitlegt, in woorden die wij kunnen volgen, wie Hij is en wat Hij deed.

De Catechismus verwoordt dit als volgt (we maken weer gebruik van een parafrase): "Hoe weet je dat (dat Jezus Christus de Middelaar is, echt God en echt mens)?" "Dat is het grote nieuws van de bijbel. Eerst heeft God Zelf het bekend gemaakt in het paradijs. Daarna heeft Hij het bekend láten maken door de aartsvaders en door de profeten, en het tegelijk laten uitbeelden door de offers en de oudtestamentische eredienst. En ten slotte is het allemaal uitgekomen, toen God Z'n enige Zoon heeft gestuurd."

De Schrift is het verhaal van Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes. Het verhaal van schepping, val in de zonde, en redding door Hem alleen. De voorbereiding op Zijn komst in het Oude Testament, en Zijn komst zelf in het Nieuwe. Alles cirkelt om Hem. Daarom is dit boek zo kostelijk. Daarom zo ontzettend belangrijk. Er is geen boek zoals dit!

Dat blijven we belijden in een tijd van twijfel, schriftkritiek en vrijzinnigheid. Mensen, zelfs theologen, zeggen dat het niet meer mogelijk is in de bijbel te geloven als Gods geïnspireerde, onfeilbare Woord. Nu weten we te veel, zeggen ze dan. Te veel over hoe alles ontstaan is: de evolutietheorie. Te veel over wat de mens is: psychologie. Te veel over wat kan en niet kan: de natuurwetenschappen. Maar is dit wel zo? Weet de mens nu zo veel dat het niet meer mogelijk is vertrouwen te hebben in de Schrift? De bijbel zelf zegt: Nee. De Schrift zelf zeg: vertrouw niet wat mensen beweren, zelfs als wat ze beweren "wetenschap" wordt genoemd. Alle ware wetenschap komt van God, de Auteur van de Schrift. En "het begin van wijsheid," dat begint pas als je de Here vreest! Met dit geloof gaan we verder. Ja, ook verder, in discussie met mensen die eerlijke problemen hebben met het bijbelse verhaal. We moeten geduld hebben met mensen die echt worstelen met problemen die te maken hebben met het gezag van de Schrift.

Maar laten dat blijven doen met een rotsvast vertrouwen in wat God zegt. In Hebreeën lezen we: "God heeft vele malen en op vele wijzen in de profeten gesproken." Door profeten gesproken. Hij maakte gebruik van mensen, en menselijke woorden, om Zijn boodschap door te geven. De Schrift is Zijn Woord. Laten we geen druppel water in de wijn doen. Want het is Gods wijn, en alleen als je deze onvervalste wijn drinkt, proef je Gods eigen wijsheid. Water in deze wijn doen betekent in feite God een leugenaar noemen. Maar God liegt niet. Wat Hij zegt, in het Oude en Nieuwe Testament, is betrouwbaar. Ja, onfeilbaar! Door en door.

Omdat dit boek zo betrouwbaar is, weten we dat wat het over de Here Jezus zegt betrouwbaar is. Hij, onze Heiland, is God in het vlees. De enige Middelaar tussen God en mensen. Door Hem is er licht. Licht voor mij, licht voor allen die in Hem geloven. Dat weet ik zeker. God heeft het mij verteld, en blijft mij het vertellen!

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar