De kinderdoop (Deel 4: De doop zet ons onder de genade van Christus)

Thema: De doop als bad der wedergeboorte
Tekst: Titus 3: 5
Tekstgedeelte(n): Titus 3: 1-15
Door: Ds. H.W. van Egmond (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Ten Boer)
Gehouden te: Ten Boer op 6 februari 2000; Ten Post op 5 maart 2000; Schildwolde op 2 april 2000
Opmerking HWvE:

Het is het mooiste wanneer de serie De kinderdoop als een geheel gebruikt / gelezen wordt. Maar daar dwingen de afzonderlijke preken zich niet toe. Thematisch wel:

De kinderdoop - 1 gaat over de instelling van de doop.
De kinderdoop - 2 laat de plaats van God zien als de God van het verbond: met ons en onze kinderen.
De kinderdoop - 3 wil vanuit het Nieuwe Testament zelf laten zien dat de lijn van het Oude Testament doorloopt.
De kinderdoop - 4 zegt ten slotte iets over de doop als bad der wedergeboorte.

Kortom, de delen van deze serie kunnen afzonderlijk worden gelezen. Wanneer de serie als geheel gepreekt gaat worden, dan is de volgorde wellicht van belang.

Extra:

Inleiding op de prekenserie De kinderdoop.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 95: 1, 3 (schoolpsalm)
Wet
Ps. 123: 1
Lezen: Titus 3: 1-15
Ps. 124: 1-3
Tekst: Titus 3: 5
Preek
Ps. 103: 5, 7
Gez. 31: 1, 3
Zegen

Gemeente van onze Here Jezus Christus, broeders en zusters,

In de serie over de kinderdoop hebben we al een aantal keer stilgestaan bij de achtergronden van de kinderdoop. God komt in de doop naar ons toe met de beloften van de vergeving en van het eeuwige leven. Maar niet alleen naar ons, maar ook naar onze kinderen. Immers, de HERE is de God van Abraham en zijn kinderen. Abraham mocht het horen in het Woord van God en het zien in het teken van de besnijdenis, dat God tot in duizend geslachten zijn God wil zijn en van zijn kinderen.

En deze God, broeders en zusters, is ook onze God; ook onze kinderen telt Hij mee bij zijn volk. Wanneer wij met onze kinderen naar het doopvont gaan, dan zeggen we daarmee: ze horen er bij. Maar er zijn mensen die daar anders over denken en de kinderdoop afwijzen. Want, zeggen zij: de doop is alleen voor die mensen die weten wat ze doen. Alleen wanneer je gelooft mag je de doop ontvangen.

Eigenlijk moeten we het wat scherper zeggen: deze mensen beweren dat de doop hun verklaring aan God is dat zij Hem kennen en dat zij met Hem willen leven. Zij zeggen: bij het doopvont leggen wij tegenover God een verklaring af van ons geloof. Zij spreken in de doop! En God luistert.
Vandaag willen we proberen daar een antwoord op te vinden.
Onze tekst laat horen dat de doop geen reactie is van een gelovige naar God toe, maar dat God in de doop het evangelie aan ons vastmaakt.

We preken u de tekst onder het thema:

De doop zet ons onder de genade van Christus

We letten op:

  1. De doop en het werk van Christus
  2. De doop het werk voor onze redding
  3. De doop en het werk van de Heilige Geest

1. De doop en het werk van Christus

Onze tekst staat in de brief van Paulus aan Titus. Wie was Titus?
Titus was een leerling en een medewerker van Paulus. In hoofdstuk 1 vers 3 en 7 is daar wat van te lezen. In vers 3 noemt Paulus hem: mijn kind. Zo noemde een meester in die dagen zijn leerling. En de leerling noemde zijn meester toen: "vader".
Verder lezen we in vers 7 van hoofdstuk 1 dat Paulus Titus een opziener noemt; Titus is een ambtsdrager. En nu geeft Paulus zijn leerling Titus, die ambtsdrager is allerlei raadgevingen. Waarschijnlijk nadert voor Paulus het eind van zijn leven en stuurt hij zijn helpers en leerlingen, Timoteüs, Titus en Filemon zijn aansporingen om het goede spoor niet te verlaten.

In hoofdstuk 2: 1 staat dat heel direct te lezen: "Gij, Titus, komt uit voor wat met de gezonde leer strookt". Houdt je aan de leer die je vanuit dat Woord van God kent, want door dat Woord leert God ons zijn genade en het leven. Want ook in die dagen waren er allerlei dwalingen.
Maar Paulus spreekt Titus moed in. Houdt je in je ambtswerk op Kreta aan het evangelie waar de genade van God aan ons verteld wordt. Houdt het vol, Titus. Blijf ondanks de druk en de moeiten die op je af komen bij de zekerheid van het Woord.

En Titus op zijn beurt moet de gemeente weer bemoedigen.
Vers 1-3 van hoofdstuk 3 "Titus, Herinner hen er aan". Dat zijn de broeders en zusters van de kerk daar te Kreta. In vers 2 lezen we hoe ze door die genade van God vriendelijk en zachtmoedig zijn geworden; vers 3, vroeger waren ze verdwaasd en ongehoorzaam en vonden ze het gewoon om te leven zonder Bijbel en zonder God. Maar er is een ommekeer gekomen.

En nu is de vraag: Waar ligt de oorzaak van die verandering van het leven? Om dat duidelijk te maken wijst Paulus Titus erop dat de energie voor de bekering in Christus ligt! Dat is de boodschap van de tekst. Het werk van Christus is het wat Paulus hier aan Titus op het hart bindt.
Of je jong bent of oud, het feit dat we God kennen en voor God willen leven komt bij God Zelf vandaan! Vers 4 en 5: God heeft ons gered. En dat reddingswerk begon zich met kracht te ontwikkelen, "toen de goedertierenheid en menslievendheid van onze Heiland en God verscheen". Paulus zet hier in vers 4 het werk van Christus centraal.

Met het woord "verschijnen" zegt hij dat we moeten denken aan de geboorte van Christus. De komst van Christus in het vlees; geboren als mens; neergedaald uit de hemel en verschenen op aarde. Het gaat hier niet om de komst van Jezus in ons leven, bij ieder persoonlijk, maar om zijn entree in de wereld om mensen te redden en de wereld te verlossen. In hoofdstuk 2: 11 wordt ditzelfde woord "verschijnen" ook gebruikt.
"de genade van God is verschenen, heilbrengend voor alle mensen".
Bij dat woord "verschijnen" valt alle nadruk op de geboorte van Christus.
Maar die geboorte staat natuurlijk in heel dat grote werk van Christus van geboorte, lijden, sterven, opstaan, hemelvaart en Pinksteren. Dat werk van de Middelaar zet Paulus hier in het midden van de prediking van de bekering.

Onze tekst noemt die verschijning - dit begin van het werk van Christus - de goedertierenheid en de mensenliefde van onze God en Heiland.
Heel dat werk van Hem als Middelaar laat zich samenvatten als goedertierenheid en mensenliefde.
De goedertierenheid van God, de trouw van God staat centraal. Zijn trouw voor alle mensen. Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die gelooft niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.
De trouw van God aan zijn beloften dat Hij mensen zal redden en een volk zal vergaderen, die beloften zijn door Jezus Christus waar gemaakt. Let op zijn verschijning op aarde.

Paulus plaatst Titus hier voor het werk van Christus en zegt dan eigenlijk:
'let in je werk op die Christus en kijk dan eens hoe zijn werk de basis is voor ons leven met God. De overwinning op de zonde en op de dood, rust op het werk dat Christus heeft volbracht.'
En Hij zal vast en zeker zijn werk afmaken. Dat is de boodschap in dat woord "goedertierenheid". Christus heeft alle macht ontvangen. Let eens op zijn heerlijkheid en macht. Hij werkt de verandering van de dood naar het leven. En nu gaat het er God om dat we deze glorie van de Christus erkennen. In het vervolg van de tekst zet Paulus de doop in verband met deze verschijning van Christus.
Want toen die goedertierenheid verscheen, heeft God ons gered door het bad der wedergeboorte en vernieuwing.

2. De doop het werk voor onze redding

Christus' bloed brengt redding van de zonde en de dood. Wij hebben de redding, de vernieuwing niet verdiend. Het is niet waar dat wij dat evangelie moeten goedkeuren en met onze toestemming dan naar het doopvont gaan.
Vers 5: God heeft ons gered, schrijft Paulus. En daar hebben onze werken, of een toestemming van onze kant niets mee te maken.
Wij plaveien de weg naar de hemel niet. Zelfs geen centimeter kunnen we van die weg aanleggen. Alleen Christus is de weg de waarheid en het leven!

Dat is een geweldig evangelie, broeders en zusters, dat we niet zelf de weg naar de hemel hoeven aan te leggen. We mogen ons helemaal aan God, aan Christus en aan het werk van de Heilige Geest overgeven. Hij schenkt de wedergeboorte en de vernieuwing. God ons zal dragen in zijn heerlijkheid.
Dat zijn de beloften die Hij ons steeds weer laat horen.
We hoeven niet gebukt te gaan onder de lasten van de goede werken alsof die een voorwaarde zijn voor een zalig leven. Goede werken zijn geen voorwaarde voor het eeuwig leven, maar in die werken zien we de vreugde van de broeders en zusters die dankbaar zijn om de genade van het eeuwige leven.
De tekst zegt het hier duidelijk: wij doen die werken van de gerechtigheid niet! God heeft ons niet gered omdat wij in alles naar de wet luisteren. Werken der gerechtigheid die wij gedaan zouden hebben, we kunnen het niet eens.

En hier staan we bij de fout van die mensen die menen dat zij met een verklaring van eigen geloof naar het doopvont moeten. Alsof hun doop een eigen verklaring aan God is, dat ze bekeerd zijn. De doop is hun antwoord aan God. Mensen die opkomen voor de volwassendoop presenteren eigen menselijke trouw aan God. Die doop zou dan een zegel zetten op wat er in hun eigen hart leeft. In die doop zou God moeten luisteren naar hun verklaring.
Maar zo is de kracht van de doop afhankelijk van wat er bij de gedoopte te vinden is. En dat is gevaarlijk. Want wanneer de zonde en de verzoeking van satan deze mens teveel wordt, dan brengt de doop als zegel op de eigen zekerheid geen troost! Wanneer het geloof wankelt geeft zo'n doop geen houvast. Er ligt voor deze mensen geen troost in hun doop.

Maar de gereformeerde, de schriftuurlijke belijder zegt: ik, in mijn zonden en aanvechtingen, in mijn zwakheid en strijd tegen de zonde, ik weet dat God bij mij is; in de zwaarste dagen van mijn leven, wanneer de zonde ons teveel lijkt te worden, zeggen we met kracht: Here mijn God draag mij door de moeiten heen en vergeef al mijn overtredingen. Want HERE u hebt dat in mijn doop beloofd! In de doop hebben wij uw verklaring van trouw bij ons! Al vanaf onze geboortedag dragen we die beloften mee. Dat is het evangelie dat aan ons en onze kinderen wordt verzegeld.

In de doop ziet u het hoe God redt. Zoals dat bad reinigt van vuil, zo reinigt het bloed van Christus van de zonde. Bij dat waterbad dat de genade uittekent geeft God zijn beloften van wedergeboorte en vernieuwing. Ziet u hoe God in de doop met beloften als met zijn verklaring naar ons toe komt. Paulus zegt tegen Titus:
God redt door het bad der wedergeboorte: het nieuwe leven; wij worden wedergeboren door Geest en Woord. God is aan het werk in die doop.
En wie dit werk van God gelooft, die zegt: ik ben gered, want Gods beloften zijn waar!
Ik heb het zelf in zijn Woord gehoord en het gezien in de doop, wij hebben leven. Niet omdat wij daarin hebben toegestemd, maar omdat God met de heerlijkheid van het paasleven van Christus naar ons is toegekomen. Dat is de waarheid van de doop, als bad van de wedergeboorte en de vernieuwing. Ja, die doop geeft ons niet alleen een uittekening van de afwassing van onze zonden; de doop wil ons niet alleen gerust stellen in de strijd om onze zekerheid.
Maar we gaan verder. De doop leert een wedergeboorte en een vernieuwing van heel de schepping. Vergezichten op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde worden geopend bij de doop.

Het formulier voor de doop zegt dat ook: de Heilige Geest eigent ons toe wat wij in Christus hebben. Zo zullen we tenslotte volkomen rein in het eeuwige leven een plaats ontvangen te midden van de gemeente der uitverkorenen. Het volle heil van God is in de doop over ons uitgesproken. Vanuit deze zekerheid zult u als gemeente uw plaats verstaan.

Dat is de ondertoon bij Paulus. Titus moet trouw blijven en vasthouden aan de gezonde leer. Zo kan hij (om de heerlijkheid van God en om de waarheid van zijn beloften) de broeders en de zusters aansporen vast te houden aan wat de HERE heeft gezegd. Dat is ook de aansporing voor ons, dat wij om de waarheid van het verzegelde Woord, elkaar aansporen en niet uit het oog verliezen. Er leven vragen in de kerken.
Vragen over vernieuwingen Vragen over de zondagsviering en het ambt; over de plaats van de vrouw en het gezag van de Schrift.
Er leven vragen, want het is helaas niet bij iedereen meer even duidelijk hoe we de vaste belijdenis zullen bewaren.
Maar we staan als het volk van Gods verbond onder die genade van Jezus Christus.
Let er eens op, gemeente, hoe die genade van de wedergeboorte en de vernieuwing over ons heen staat. God is bij ons in Geest en Woord. Wees dan getrouw en eer uw God.
Prijs zijn Woord en blijf bij de hartelijke liefde voor de gezonde leer.
Laten we ons in de spanningen die er zijn in de gezinnen en in de gemeente klein maken voor onze God die zijn Zoon gegeven heeft.
Deze God is de God van zijn volk en daarom ook van onze kinderen, die Hij meetelt in de uitdeling van zijn liefde en genade. En daarom zullen zij gedoopt worden. Gods beloften van wedergeboorte en vernieuwing zullen aan hen worden vastgemaakt in het teken van de doop.

Wij en onze kinderen kunnen en hoeven niet met een stuk eigen geloof naar God toe te komen. God komt tot onze kinderen! Hij redt! In die waarheid zijn jullie, jongens en meisjes, gedoopt en worden jullie opgevoed. Want ook van jullie wordt gevraagd eenmaal je stem te laten meeklinken in dat grote koor van zijn kerk, waar de naam van God alle eer mag ontvangen. En zij die aan deze kinderen de doop wil onthouden en de kinderdoop afwijzen. Zij zien de grote ruimte niet die de God van het verbond in het midden van zijn gemeenten en daarom ook in het midden van onze gezinnen gemaakt heeft. Hij komt in zijn kerk en daarom ook in onze gezinnen zijn genade ons op het hart binden. 'Ik ben de God die vernieuwt en bekering werkt.' Ja, Hij is en blijft de God van Abraham die ons en onze kinderen meetelt bij zijn volk.

3. De doop en het werk van de Heilige Geest

Ten slotte brengt Paulus het werk van de Heilige Geest ter sprake. De slotwoorden van de tekst.
De doop is het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest. Ja, want de doop schenkt geen vergeving, alsof die genade in dat water zit opgesloten. Christus heeft de genade verdiend en heel die schat van vergeving heeft Hij meegenomen naar zijn Vader. Vandaar deelt Hij in overvloed de genade uit die Hij belooft in het evangelie en verzekert in de doop. Maar het is allemaal: het werk van Christus. Aan Hem geven we de eer!

Dat ligt in die laatste woorden van de tekst. De wedergeboorte en de vernieuwing is er door de Heilige Geest, de Geest van Christus.
Vers 6: Hij is rijkelijk over ons uitgestort. Dat wijst op Pinksteren. Toen kwam de Heilige Geest op aarde wonen om ons het teken en de beloften van de doop te leren verstaan, die Christus ons heeft gegeven. Wedergeboorte en de vernieuwing, de Heilige Geest leert ze ons, opdat we ze in waar geloof belijden

Onder dit werk van deze Geest mogen ook onze kinderen leven.
In de opvoeding en in allerlei gereformeerd onderwijs werkt de Heilige Geest in hun leven. Ons doopsformulier zegt daarvan: de Heilige Geest eigent ons toe wat wij in Christus hebben: vergeving van de zonden en eeuwig leven; wedergeboorte en vernieuwing. De Heilige Geest werkt onder ons opdat wij en onze kinderen die schatten eigen maken.

Wanneer we dat verstaan dan kunnen we alleen nog maar God danken en loven. Wat is Hij een God van genade en van trouw. In voorspoed en tegenspoed is Hij bij ons. In zorgen en strijd verzekert Hij het dat zijn Woord een betrouwbaar Woord is. En wanneer wij onze kinderen zien afvallen van het geloof, dan hebben wij de verzekering van God dat Hij toch hun Vader is; we mogen altijd onze kinderen de trouw van God op het hart binden: God breekt zijn beloften niet; de HERE zet geen punt achter zijn verbond.
Alleen roept Hij op: kom en geloof; erken de goedertierenheid en de mensenliefde van God; laat de roepende kracht van zijn beloften, die al aan het begin van je leven in de doop je zijn verzegeld, niet tevergeefs klinken in je leven.

Zeg het uw kinderen, 'je bent van God mijn kind!' Broeders en zusters, jongens en meisjes, wees wijs en geloof; wees verstandig en erken de HERE als je Vader. Leef voor Hem.
Houdt er aan vast dat God de vervulling van zijn beloften zal waarmaken aan iedereen die Hem daarom vraagt. Jazeker! Daarover zullen wij in het geloof de HERE roemen. Wij leven niet op de kracht van onze zekerheid, maar we hebben houvast om de zekerheid van de HERE onze God; een zekerheid die Hij in zijn Woord ons leert en in de doop ons heeft verzekerd. Dat is de troost van de doop voor ons en onze kinderen.

Amen.


Gebedspunt

Bij deze preek kan het werk van de Heilige Geest in de aandacht staan. Dat de Geest naar het werk van Gods welbehagen de harten mag vernieuwen. En dat wij tot een hartelijke blijdschap komen dat we kind van God mogen zijn. Dat Hij ons en onze kinderen van zijn trouw verzekert: door Woord en Geest.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar