Er is redding van Gods toorn, die losbreekt op Zijn dag (Deel 2: Zoek God voor Zijn dag er is)

Thema: Zoek God voor Zijn dag er is
Tekst: Sefanja 2: 1-3
Tekstgedeelte(n): Sefanja 2
Door: Ds. Th.J. Havinga (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zuidlaren)
Gehouden te:

Loppersum op 14 februari 1999
Westeremden 14 februari 1999

Opmerking RJCV: De prekenserie over het boek Sefanja is als trilogie gehouden en is ook bedoeld om als zodanig gelezen te worden. De prekenserie bestaat uit:
1: Sefanja 1 - God zoekt ons op, op Zijn dag
2: Sefanja 2 - Zoek God voor Zijn dag er is
3: Sefanja 3 - Wie bij God schuilt is goed uit
Extra: Inleiding op de prekenserie: Er is redding van Gods toorn, die losbreekt op Zijn dag.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 100
(Morgendienst: Wet)
Gebed
Lezen Sefanja 2
Ps. 130: 1, 3
Tekst Sefanja 2: 1-3
Lied 429
Preek
Ps. 121: 1, 4
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
Gebed
Collecte
Gez. 37: 1-2

Stel u voor, een vrouw die een kindje verwacht. Samen met haar man. Samen met de andere kinderen, als die er al zijn. Negen maanden blijde verwachting. Ze gaat naar de dokter. De dag wordt vastgesteld, waarop ze uitgerekend is. Er worden allerlei maatregelen getroffen: de babykamer wordt klaargemaakt, de babykleertjes komen uit de kast, enzovoort, enzovoort. Hoe verder het komt, hoe meer de spanning stijgt. Nog 2 maand, nog 1 maand, nog 3 week. Dan zal, als alles goed gaat, het kind geboren worden. Op het laatst draait bijna alles in het gezin om die ene dag: de geboortedag van het kind.

Goed, dat beeld komt u tegen in onze tekst. Dat kunt u zo niet uit de vertaling halen. Maar het zit er wel in. In vers 2. Daar staat: voordat het besluit tot uitvoering komt. Letterlijk staat er: voordat het besluit baart. Daar hebt u het al. Zoals een vrouw een kind baart, zo baart het besluit - ja wat? Kijkt u maar in vers 2: het besluit van God baart de dag van de Here. De toorn van de Here.
Nou, dat beeld wil ik ook gebruiken in de preek: een vrouw baart een kind. Gods besluit baart Zijn dag.

Ja, over die dag hebben we het vorige keer al gehad. Ik wil u daar even aan herinneren. Dan kunt u de preek van vandaag ook beter begrijpen. Weet u het nog? De dag van de Here komt.
Dat is een dag van Gods oordeel over de kerk. God zoekt Jeruzalem op. God gaat er met Zijn zaklamp doorheen. Hij zoekt alle schuilhoeken van ons hart op. De dag van God zal verschrikkelijk zijn: de ballingschap: de mensen zijn bang, het is donker, er is oorlog, alles wordt verwoest. Zo eindigt Sefanja 1: Gods besluit staat vast. Er is niets meer dat die dag kan tegenhouden! Het is gewoon wachten. Wanneer is het zover? De vrouw die haar kind gaat baren kijkt er niet hoopvol naar uit. Want het brengt ook pijn met zich mee. En wanneer zal het zover zijn? Zij weet het niet: zal het kind een paar week te vroeg komen of een paar week later? Zo is het ook in de kerk. Wie weet wanneer Gods oordeel losbarst? Hoe kunnen die mensen in Jeruzalem nu de datum van Gods dag vaststellen? Dat besluit ligt in Gods Hand. Maar één ding weten ze wel: het komt. Net zo zeker als de vrouw het kind zal krijgen.

En de vraag is dan? Wat doet u in zo'n situatie? Als u weet dat Gods oordeel komt? Als u weet dat Gods dag nog een keer komt? Als Jezus terugkomt? Of als God eerder bij u komt? Wat doet u dan?

Gemeente, dan zijn er verschillende mogelijkheden: De één zal zeggen: het valt wel wat mee. Het loopt allemaal zo'n vaart niet. Gods oordeel komt nog niet. In de tijd van Josia zijn er veel mensen die zo denken. Denkt u maar terug aan die mensen uit Sefanja 1. De dikke mannen op hun droesem. De mensen die denken: de Here doet niks. Alles gaat immers goed. Ze maken zich niet dik over Gods oordeel. Dat komt nog niet. Zulke mensen kom je vandaag ook tegen. Gods straf? Daar denken ze niet aan. Zover is het nog lang niet. Ik kan me altijd nog wel bekeren. Als ik 60 jaar ben. Dan wordt het tijd om me wat meer met God bezig te houden. We hebben gezien in de afgelopen weken hoe gevaarlijk zo'n redenering is. Want Gods dag kan elke dag in mijn leven komen! Elke dag kan God mij bij Zich roepen.

Weet u wat het slechte is in zo'n houding? Als je zegt: Gods dag komt nog niet? Dan blijf jezelf staan! Dan leef je niet meer naar de dag van God toe. Dat zet een rem op je leven. Het is nog niet zover. Dus ik heb nog alle tijd. De wereld en de kerk zijn vol zulke mensen. Gezapig. Gods dag is nog ver weg.

En er zit nog een gevaar aan. Dat kunt u goed zien aan de mentaliteit in Josia's dagen. Gods dag is er nog lang niet, denken ze. Maar andere dingen zijn er nog wel. De prachtige tempel. De offers elke dag. De mooie huizen. Dat wordt de basis van hun tevreden leventje. Daar kijken ze met genoegen naar. Nee, het is niet allemaal volmaakt in de kerk en in mijn leven. Maar kijk eens wat we nog hebben? Verenigingen. Zondagse kerkdiensten. Allerlei maatschappelijke organisaties. Veel jeugd. Catechisaties die functioneren. Het loopt wel goed hoor. Oké, de fut is er wat uit misschien. Maar laten we blij zijn met wat er nog is. Weet u wat zo'n houding tot gevolg heeft? Ook stilstand! De spanning van de komst van Gods dag gaat er dan uit. Op dat punt kunnen uitersten in de kerk elkaar zelfs raken!

Broeders en zusters, de profeet Sefanja heeft in hoofdstuk 1 geprobeerd Gods volk in die dagen wakker te schudden. Gods dag is aanstaande. Het oordeel komt zeker. Gods besluit baart die dag. Maar, is er redding op die dag? Wat gaat God doen? Maakt Hij eens en voor altijd een eind aan Jeruzalem? Is het gebeurd met de kerk? En hoe moet u reageren op de boodschap dat Gods oordeel zeker komt?

Wel, Sefanja is een profeet van God. Dat betekent ook dat hij altijd uitzicht geeft. Het oordeel komt. Maar de God, die oordeelt, is ook de God van genade en liefde. Nee, dat is geen zoete liefde van God. God is geen lieve God. Hoort u maar hoe Sefanja de kerk van Jeruzalem typeert: een schaamteloos volk. Nou, dat zal je maar gezegd worden. Dat is een hard woord. Zoiets als een vader, die tegen zijn zoon zegt: je bent een hufter. De jeugd kent nog wel sterkere woorden. Ik zal ze niet noemen in de preek. De kerkmensen in Josia's dagen schamen zich niet eens voor hun houding. Voor de afgoden, die ze in huis hebben. Voor hun lamlendigheid. Voor het feit dat ze zeggen, dat God niks doet. Voor de voorspoed, waarvoor ze alleen zichzelf bedanken.

Nee, zo zal er geen redding zijn. Maar God wijst wel op een kleine uitweg uit het oordeel. Dat zit in het woord 'misschien' in vers 3. Misschien wordt u geborgen op die dag. Ik kan het wel zo zeggen: de deur van God is bezig dicht te gaan. God is vastbesloten die deur dicht te doen. Daar helpt niks meer aan. De ballingschap komt. Gods dag. Maar in onze tekst zet God de deur als het ware nog op een kier open. Er zijn nog mensen, die door de deur heen kunnen ontsnappen. De goede kant op.

Wat is er nodig om te ontsnappen aan Gods oordeel? Hoort u maar: komt tot uzelf. Komt tot inkeer. Eigenlijk is dat niet zo goed weergegeven. Er staat: verzamelt u, wordt verzameld. Denkt u hier maar aan een doosje met lucifers. Piet speelt ermee. Het valt op de grond. De lucifers vallen alle kanten op. Piet zoekt ze weer op en doet ze in het doosje: hij verzamelt ze. Dat is wat Jeruzalem -Gods volk- moet doen: zich verzamelen. Een vergadering uitschrijven in Jeruzalem. Laat de mensen uit hun mooie huizen komen. Laat ze even hun prachtige wijngaarden voor wat ze zijn. Nu is er een ander punt aan de orde. Het is tijd om klein te worden voor God. God bezoekt Zijn volk. Met Zijn zaklamp. Ons. Hoog tijd dus om bij Hem op bezoek te gaan. Om in beweging te komen. De dikke mannen moeten opstaan van hun droesem. Dus geen houding van: de dag van God komt nog lang niet. Het gaat nog zo goed. Nee, God wil bekering. Inkeer. Boete. Misschien zit in deze oproep ook wel een oproep om te vasten. In die tijd werden wel dagen van vasten en inkeer georganiseerd. Gods oordeel komt. Nu is het woord aan ons. Het is de hoogste tijd.

Gemeente, ziet u wel dat zo'n oproep u in beweging wil zetten? Weg alle afgoderij. Weg alle zelfgenoegzaamheid. Weg die houding die zegt dat God niks doet. De vrouw, die de weeën voelt komen, is er klaar voor.

Nou, en dat hebben we vandaag nodig. Ja toch? Hoe vaak hoort u geen klachten over het kerkelijk leven? Het vuur, dat brandde voor God, is weg, hoor je dan. De mensen zijn niet in beweging te krijgen. We leven voor onszelf. Voor huisje, tuintje, beestje. Ik wil niet generaliseren. Maar het is waar, dat je dit tegenkomt in de kerk. Wat doen we dan? Gemeente, dan moeten we met zijn allen weer in beweging komen! Rust roest. Laat er maar gediscussieerd worden in de kerk. Laten mensen zich maar inzetten voor zaken als liturgie. En laten we met elkaar maar leren van ervaringen van oudere mensen. Om scheefgroei te voorkomen. En laten we dat vooral samen doen. Dat element zit in onze tekst. In dat woord: verzamelt u. Met het oog op de toekomst, die er bijna is. Gods dag, Gods oordeel. De handen moeten ineengeslagen worden. In Josia's dagen is de kerk allesbehalve een eenheid. Een deel van Gods volk zit al in Assur. En Jeruzalem is een geestelijke puinhoop. Ieder doet wat goed is in zijn eigen ogen. En als het zover in de kerk gekomen is, dan is er maar één antwoord: bekering, inkeer. Samen.

Ja, dat kan niet worden uitgesteld. Kijk maar in vers 2. Een vrouw in de achtste maand zegt niet: het duurt nog wel een paar maand. Ze zou zich vergissen. Sefanja laat zien dat vergisssen hier dodelijk is. Hij gebruikt weer een beeld: als kaf gaat een dag voorbij. Kaf: dat is het afval van koren. De wind neemt het mee. Weg is het. Zo snel komt de dag van God. De dagen voor het oordeel vliegen als kaf voorbij. Het is vijf voor twaalf. En dan barst het oordeel los. De toorn van God tegen Jeruzalem. Dan breekt de brand van Gods oordeel uit. Wee die kerkmensen, die dan nog schaamteloos zijn. Wee u, als u dan nog niet tot inkeer bent gekomen.

Ja, want dat is de volgende vraag: is er redding uit Gods oordeel? Zijn er mensen, die door de kier van de deur kunnen glippen? Ja. God komt met Zijn oordeel. Maar God wijst in het oordeel ook de weg naar boven. Nee, niet ieder wordt gered. Er zijn veel kerkmensen omgekomen in de ballingschap. Maar God heeft een goede boodschap voor mensen, die wel met Hem willen leven. Onze tekst noemt hen: de ootmoedigen van het land. Wie zijn dat? Ik zou het zo willen zeggen: dat zijn de 'kleine luyden' in de kerk. Letterlijk: mensen, die zich aan God weten te onderwerpen. Ze staan niet op hun strepen. Ze zoeken hun eigen recht niet. Ze verwachten het van God. In dit verband: ze hebben gehoord van Gods oordeel. En daar worden ze klein onder. Ze weten dat God terecht kwaad is op Zijn volk. Ze willen leven naar Gods gebod, zegt Sefanja. Dat betekent niet dat ze geen verkeerde dingen doen. Nee, ze zien juist heel goed wat er verkeerd is gegaan. Ook bij henzelf. En ze willen dat het anders wordt. Ze hopen op God. Mijn broeder, mijn zuster, bent u ootmoedig?

U ziet wel, deze mensen hebben een heel andere houding dan de rest van het kerkvolk in Jeruzalem. Die zijn goddeloos. God doet immers niks, denken ze. Daarom rekenen ze niet met God. En zij hopen op hun afgoden. Dat Molochje in de slaapkamer. Die Baäl in de garage. Ze zoeken de Here niet. Ze vragen niet naar Hem, 1: 6.

Broeders en zusters, voor de ootmoedigen, de nederigen, heeft God een apart woord. Wat moet u doen als het oordeel komt? Zoek de Here, zoek gerechtigheid, zoek ootmoed. Dat is de kern van de tekst. Waar is redding uit Gods oordeel? Bij God Zelf. Doet God niks? Dat gelooft u nu toch zelf ook niet meer? Kijk eens: daar is Zijn dag al. Zijn toorn. De weeën zijn al begonnen. Nou, waar zoekt een vrouw, die een kind gaat krijgen, steun? Bij de dokter natuurlijk. Die moet helpen. Als Gods besluit de dag van Zijn toorn baart, waar kunt u dan terecht? Bij God Zelf. Zoekt de Here, zegt Sefanja. Dat is heel wat anders dan de kerkmensen in Jeruzalem doen. Zij zoeken Hem niet. Ze vallen van Hem af, 1: 6. Want God doet immers toch niks. Ik mag het nieuw testamentisch wel zo zeggen: zoekt Gods Rijk en Zijn gerechtigheid. Zoeken: dat heeft hier de betekenis van: zoek hulp. Tegen het vuur van Zijn toorn.

Gemeente, dat is een levenshouding. In de kerk zijn mensen die God zoeken. Ze richten Zich op God. God is de Eerste in hun leven. En dan helpt God ook. En je komt mensen tegen die zichzelf zoeken. Zouden zij bij God terechtkunnen, als ze God nodig hebben? En nu vraag ik u: waar hoort u bij? Zoekt u God in uw leven? Of doet God volgens u ook niks? Vraagt u niet naar Hem? God zegt: als je Mij zoekt, dan vind je Me ook. Zoekt en u zult vinden.

Kijk, en dat zoeken van God komt uit in het zoeken van gerechtigheid en ootmoed. Wie God zoekt, ontmoet de heilige God. Hij wil recht en ootmoed zien. Hij haat de zonde. Wat een contrast met de situatie in Jeruzalem: vol zonde en ongerechtigheid. Vol hoogmoed. Als u God zoekt wordt u klein voor God.

Welnu, dat is de kier in de deur, die God laat zien. De redding. Bij God Zelf. Sefanja zegt: misschien zult u dan geborgen worden op de dag van Gods toorn. Misschien. Dat lijkt wat onzeker. Maar toch is dat het niet. U mag hier een uitroep van hoop in lezen. Misschien. Beter: wellicht. God geeft hoop.
Nee, de deur staat niet wijd open. De weeën houden niet opeens op. Het oordeel komt. Maar als u God zoekt, is Hij bij u in het oordeel. Herinnert u het zich nog? Gods zaklamp: God zoekt u. U kunt zich niet verstoppen voor God. Dat kon Jona ook niet. Maar als u God zoekt, dan kunt u zich als het ware wel verstoppen voor het oordeel. Waar? Achter God. Achter Jezus, die Gods toorn droeg. Ja, het is een hoopvol woord: misschien, wellicht. Nou, als dat geen genade is! Voor nederige mensen. Ze zijn echt niet beter dan de rest. Daarom moeten ze ook gerechtigheid en ootmoed zoeken. Dat wil zeggen: doe het nog meer dan nu. U bent er nog niet. Maar God stelt voor u Zijn schuilkelder ter beschikking. In het vuur van Zijn toorn. Wie durft het nog zeggen: God doet niks? Nee: God redt van de toorn! Er is hoop.

Broeders en zusters, het is voor u. Op één voorwaarde: als u God zoekt. Als u klein bent voor God. Als u Zijn Rijk zoekt. Zijn gerechtigheid. Het is niet voor u als u niet weet wat bekering en inkeer is. Als u uw afgoden niet wilt prijsgeven. Als u nog steeds denkt dat God niks doet. Dan slaat Zijn toorn u dood. Maar het hoeft niet. Het besluit van God baart de dag van Gods toorn. Maar de schuilplaats is allang klaar: Jezus, die u redt van Gods toorn. Zoek Hem en Zijn redding.

Amen.


Punten voor gebed

Lofprijzing: Heilige God genadige God

Dankzegging: Rust. Adem in de sleur van het leven.

Schuldbelijdenis: zonde en erfzonde

Gebed om vergeving

Voorbede:

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar