De wet een feest!

Thema: De wet een feest! / Het leven wordt een feest voor wie kiest voor de God van het leven en zijn feestelijke wetgeving
Tekst: Ruth 3: 16 - 4: 22 (DEEL 5, slot)
Tekstgedeelte(n): Ruth 3: 16 - 4: 22
Matteüs 6: 25-34
Door: Ds. J. Hagg (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwolle-Zuid)
Gehouden te: Zwolle-Zuid op 23 mei 1993
Opmerking RJCV: Kan afzonderlijk van andere delen gelezen worden.
(Traditioneel koppeling Pinksterfeest-boek Ruth)

Aanwijzingen voor de Liturgie

Lezen:
Ruth 3: 16 - 4: 22
Matteüs 6: 25-34

Zingen:
1. Ps. 99: 1-3
2. Ps. 128
3. Ps. 84: 4, 6 na preek
4. Ps. 86: 3, 4 na belijdenis
5. Gez. 41

De ontknoping nadert: het wordt spannend!
Zo zou je toch gemakkelijk kunnen denken. Maar dan behandel je deze geschiedenis als een kort verhaal in een vrouwenblad. Met een liefdesaffaire, een intrige, een klimax en een toch nog happy end. Laten we wel wezen: als het zo'n soort verhaal was van dertien in een dozijn, dan had God er nooit voor gezorgd dat het in zijn Boek was opgenomen. Al was het nog zo 'waar gebeurd'. Er is veel meer aan de hand. Allereerst wordt hier heilshistorie geschreven. De stamboom die de Messias zou zien krijgt hier een nieuwe loot en kan verder groeien. En daarbij: dat gebeurt dan op zo'n treffende wijze dat dat de aandacht van nu al meer dan dertig eeuwen kerkmensen meer dan verdient! Duidelijk staat het verhaal in Pinksterperspektief. God houdt het niet bij Israël exklusief. Hij gaat zijn kerk wereldwijd verbreden. Zelfs voor een moabitische blijkt plek. Nu al. Als preludium op Pinksteren. En verder is deze geschiedenis zo belangrijk omdat het laat zien hoe de wet van de HERE op goede, geestelijke wijze kan worden toegepast. Dan is die wet zijn mensen heel duidelijk tot een zegen!

Het lijkt allemaal niet zo heel erg bijzonder, dit verhaal.
Zo op het eerste gezicht is het toch het verhaal van twee mensen die elkaar mochten vinden. Vervolgens mochten trouwen. En nog een kindje ontvangen van de Here ook. Maar wie scherper leest ziet dat er meer gebeurt. In het kleine stadje Betlehem gebeurt iets dat men altijd zal blijven onthouden. Hoe twee mannen hun keuze moeten maken met de stad als getuige. In het openbaar moeten ze kiezen: lossen of niet lossen. Ja zeggen niet tegen de letter van de wet (want die sprak niet over deze situatie, alleen over het lossen van onroerend goed en het zwagerhuwelijk). Ja zeggen tegen de geest van de wet. Dat is beluisteren wat de Here ten diepste zeggen wil. De bedoeling van zijn woorden werkelijk proeven. En dan: amen zeggen of...Hem tegenspreken. Is dat niet de keus waar ook wij voortdurend voor geplaatst worden?! De HERE wil ons zelfstandig laten nadenken. Daarom is zijn Woord niet te vergelijken met een soort receptenboek voor allerhande situaties. Wie zo tegenover de wet leert staan zal inzien: Gods wet is een feest! Dat is thematisch vanmorgen:

Het leven wordt een feest voor wie kiest voor de God van het leven en zijn feestelijke wetgeving

  1. Het is zaak in 't openbaar te kiezen voor zo'n leven
  2. Het is zaak te weten waar zo'n leven op uit mag lopen

1. Het is zaak in 't openbaar te kiezen voor zo'n leven

Het wordt feest, maar daar gaat wel wat aan vooraf...
Ruth, de buitenlandse gastarbeidster op de velden van Efratha, is inmiddels -zeg maar- geaksepteerd als kerklid. Ze heeft zich toch bekeerd tot de God van Israël? Zelfs haar moabitisch-zijn, waarop zoveel nadruk wordt gelegd in elk hoofdstuk, heeft dat blijkbaar niet verhinderd. De letter van de wet zegt dat wel -zei ik al eerder-: tot in het tiende geslacht komt de moabiet er niet in, in de gemeente van God (Deuteronomium 23). Dat geeft aan de afkeer die de God van het leven heeft voor de manier waarop ze Hem beledigen, de afstammelingen van de kleinzoon van Lot, zelf voortgekomen uit incest. Zogenaamde 'heilige' prostitutie voor Baal Peor, en zo nieuw leven verwekken in het open veld. Kinderoffers voor afgod Kamos. Duivelse verleidingen en spreuken over Israël -u herinnert zich de vreselijke scene rond Balak en Bileam. Al met al zo lijnrecht tegen de levengevende wet van de HERE in, zo dood en verderf zaaiend, dat Hij heeft gezegd, heel radikaal: nee! Naar de letter van de wet tegen Moab. Naar de geest van de wet tegen de mentaliteit van Moab: 'houd je er verre van!' 'die komt er niet in!'.
Maar als een de mentaliteit van Moab heeft afgezworen is het Ruth wel. En daarom geldt ook haar die allesoverkoepelende genade van God: 'niet eeuwig zal Hij toornen...maar zo hoog de hemel is boven de aarde, zo machtig is zijn goedertierenheid over wie Hem vrezen. Zover het westen is van het oosten, zover doet Hij onze overtredingen van ons' Dat is wereldwijd dus. Dat is inklusief Ruth, de Godgetrouwe proselyt van moabitische komaf. Hier wordt midden in het Oude Testament de wet al 'op z'n Pinksterbest' gelezen: Geestelijk toegepast!

Aanvaard als 'kerklid', maar dan...?
Is het dan ook meteen aanvaard dat je 'waardig wordt geacht' met een ander kerklid te trouwen? Je mag dan als 'deugdzaam' bekend staan -dat deed zij-, je kunt je verleden niet wegpoetsen. Loopt Boaz niet het risiko eruit-te-liggen bij de anderen als hij voor haar kiest? In de jaren na de oorlog haalde je het toch niet in je hoofd met een duitse te trouwen, al was ze nog zo sympathiek.

Waar is het Boaz eigenlijk om te doen?
Is hij verliefd geraakt op een sympathieke, ijverige, behulpzame, trouwe, zij het moabitische vrouw? Hoe vreemd het ons ook moge voorkomen: dat staat bij hem niet op de eerste plaats! 'Hier moet gelost worden!' weet hij. 'Hier moet geholpen worden. God wil dat hier voor deze met uitsterven bedreigde familie een nieuwe toekomst open gaat.' Zo weet hij zich geroepen. Hij brengt in praktijk wat Christus later voor ons als bevel zo zal formuleren: 'Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid en al het andere zal u bovendien geschonken worden!' (Matteüs 6) Boaz zoekt het koninkrijk van God. En waar vindt hij dat: daar waar Hij blijkbaar als Koning erkend wordt. En dat is daar waar zijn wet geldt en wordt uitgevoerd. Niet maar naar de letter maar naar de geest. Hij ziet de wet niet als prikkeldraad-om-je-leven: lastig, beklemmend. Ook niet als een net met mazen, waarin je er een zal moeten vinden om te kunnen ontsnappen. Hij ziet het als de dichter van Ps. 119: als een gave van God. Met Gods wet in de hand gaat hij op zoek naar de gerechtigheid van God. ('Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid'!). En dan bij zijn zoeken er vast op vertrouwen dat zijn Vader in de hemel hem al het overige wel zal geven. 'Al het overige' zal Ruth daar ook bij horen? Zal hij trouwen? zal hij vader worden? Het blijft een verrassing. Hij gaat met Gods goede wet in de hand gerechtigheid zoeken en dan komt het wel goed...

Niet in het verborgene zoekt hij naar wat recht is in Gods ogen
Zoiets doe je in het openbaar. Naar de stadspoort. Met iedereen als getuige. Bij de poort vallen de beslissingen. En daar wil iedereen wel bij zijn. Zeker zo na de oogsttijd neemt men het ervan in het oosten. Als wij met iemand een overeenkomst willen sluiten maken we een telefonische afspraak, stappen naar de notaris en houden het kort en zakelijk: zo gebeurd. Maar in het oosten is het een hele ceremonie.
Boaz zit nog maar net bij de poort en wie hebben we daar: uitgerekend de man die hij nodig heeft! Boaz roept hem. Maar niet bij de eigen naam. Om hem te beschermen? Of omdat hij het niet waard is? Wie zal het zeggen. In het hebreeuws lijkt het wel een naam. 'Hee! Peloni Almoni, kom eens hier!' Dat klinkt ons in de oren als een italiaanse voetballer of zo, maar dat is het niet. Het NBG vertaalt heel keurig met 'Gij daar!' Maar het klonk toch meer als 'Meneer Dinges kom er eens bijzitten!'. Meneer Dinges moet wel....hij heeft vast het gevoel gekregen dat er nu iets te gebeuren staat, zeker nu Boaz maar liefst tien oudsten uitkiest als getuigen. Een hele kring is het al.

Een geschil tussen twee familieleden...
Boaz begint. Meneer Dinges weet denk ik best waar het om zal gaan. Betlehem is een kleine stad. Maar het wordt nog eens keurig op een rijtje gezet. Noomi zit financieel zwaar en wil grond verkopen. Doe jij het niet, losser zijn, dan doe ik het. De man is er wel voor in. Sympathiek van hem? Zo lijkt het wel. Maar ook best mogelijk dat hij egoïstisch redeneert. In de trant van: 'zo lang heeft Noomi niet meer te leven - overlijdt ze voor het eerstvolgende jubeljaar dan blijft het mijn eigendom, want nakomelingen heeft ze niet!'. Maar dan gooit Boaz roet in zijn eten. 'Wanneer je het land lost verwerf je daarmee tegelijk Ruth, de moabitische, de weduwe van Machlon, om zijn naam op zijn erfdeel in stand te houden!' Tja, daar wordt het wel even anders van, denkt de man. En hij denkt niet aan een huwelijk of zo. Hij denkt aan de financiële konsekwenties: stel dat hij bij Ruth een erfgenaam verwekt dan is hij nu zijn geld kwijt en straks nog eens die akker. Daar kan hij niet aan beginnen!

Heeft de man het recht om te weigeren?
Naar de letter van de wet wel. Deuteronomium 25 heeft het over een schoonzus die het verzoek aan een zwager richt en dat is hij nu eenmaal niet, dus... Maar Noomi, Ruth en Boaz hebben zelfstandig nagedacht over de geest van de wet. Zo moet het ook. Het zoeken van Gods Koninkrijk en zijn gerechtigheid vergt wel even meer van ons dan het opzoeken van het juiste telefoonnummer in het grote boek. Deze zekere broeder Dinges leest blijkbaar Gods wet naar zichzelf toe. Het zal bij hem meer in de richting gaan van: 'wat kost me dat - wat levert me dat op'. Geen nieuw verschijnsel. Het zit in ieder mens. 'Uw wil geschiede' vervangen we maar zo door 'mijn wil geschiede'.

Een trieste weigering... maar Boaz haalt opgelucht adem!
Zo leidt de HERE het dus voor hem! Meneer Dinges moet zijn schoen uittrekken: het teken van afstand doen van je rechten in Israël. En als Ruth erbij was geweest had ze de weigeraar in 't gezicht mogen spuwen volgens de wet. Want de wet heeft niet zoveel op met mensen die niet weten wat ontferming is. En zo is dan officieel vast komen staan dat Boaz de failliete inboedel met alle lasten en zorgen van de familie Elimelek en Machlon overneemt. Hij kiest -en daar gaat het om- in 't openbaar voor zo'n leven naar zo'n barmhartige wetgeving van zo'n liefderijk God.

2. Het is zaak te weten waar zo'n leven op uit mag lopen

Voor ons is het nu zaak te weten waar zo'n leven op uitloopt.
De vraag is dus: wat gebeurt met iemand die het koninkrijk van God zoekt en zijn gerechtigheid? En het antwoord luidt: al het andere zal hem bovendien geschonken worden! En wat 'al het andere' dan zal wezen merk je wel! Een zegen krijgt hij alvast mee van de getuigen: 'De HERE make haar als Rachel en Lea, die het huis van Israël gebouwd hebben'. En historisch bewust als ze zijn halen ze er heel toepasselijk de geschiedenis van Juda en Tamar bij. Toch ook een soort zwagerhuwelijk. In Boaz eigen stamboom nog wel.

Wat er van die zegen kwam?
Daar kwam alles van! Zo'n haast heeft de schrijver ons daarvan te vertellen dat hij de bruiloft maar overslaat. Dit wil hij ons vertellen: er wordt een kind geboren te Betlehem en ge zult het vinden liggende in de armen van Ruth? Nee. Van Boaz dan? Ook niet. In de armen van oma Noomi. Is dat de verbitterde, Mara? Nee, het is Noomi weer, de lieflijke. Moet je zien hoe fleurig ze erbij zit! 'Noomi is een zoon geboren!' zeggen de buurvrouwen. Alsof er helemaal geen moeder Ruth in het kraambed ligt. En er helemaal geen dankbare vader Boaz naast staat. Zij verdwijnen naar de achtergrond. Precies naar de geest van het gebeuren. Die buurvrouwen hebben gelijk als ze dit Betlehemse jongetje noemen 'een losser, die de HERE vandaag aan je geeft, Noomi!'. Obed moet hij heten. Dat is 'Dienaar'. En ook hij doet zijn naam eer aan. Zoals elke naamdrager in deze geschiedenis. Hij dient. Levenslang dient hij als levende schakel. Als de ontbrekende schakel aan de keten van het heil die de Here aan het maken is. Een heilige keten van heil, niet maar om Noomi, zelfs niet maar om het volk Israël, maar om al zijn kinderen weer te doen opleven!

God gaat door met zijn volk
Dat is wat dit boekje zeggen wil. Al gaat het langs wonderlijke wegen, Hij schakelt verder aan de keten van het heil dat Hij op het oog heeft. De toekomst van Boaz, Ruth, Noomi, Elimelek en Machlon mag een naam hebben: Obed heeft hun toekomst. En Israëls toekomst mag een naam hebben: David heet die toekomst. Midden in de verschrikkelijke Richterentijd is God al met de voorbereidingen bezig voor het theokratisch koningschap in David de man naar zijn hart. Davids ster gaat hier al stralend op. Maar, zoals het boek eindigt heeft het een open einde! Niet naar de letter, maar naar de Geest van de Bijbel zie ik daar achter het woord David een dubbele punt staan! Wie David zegt, noemt toch in een adem Davids grote Zoon. Onze toekomst mag een naam hebben: Jezus Christus heet die toekomst! Matheüs en Lukas zetten straks het verhaal achter de dubbele punt voort. Zij melden een bijgewerkte stamboom. Kompleet met de vier namen van vrouwen die God er toch bij wilde hebben: Tamar, Rachab, Batseba en Ruth. Vier levensgrote bewijzen van Vaders levensgrote genade. Ruth was er een van. Haar leven, bepaald niet gemakkelijk, wijdde zij God.
Zijn wet wilde zij toepassen onderwezen door zijn Geest. Boaz was uit hetzelfde hout gesneden. En God zorgde ervoor dat het leven een feest wordt voor hen die kiezen voor Hem, de God van het leven en zijn barmhartige en dus feestelijke wetgeving.
Zo wil Hij ook ons, dwars door alle verdriet en alle onvolkomenheden heen de genade schenken dat we mogen ervaren wat een feest het eigenlijk is te mogen leven met zo'n God als Vader, Verlosser en Heiligmaker! Onder zijn vleugels ben je als mens veilig. Alleen aan zijn hand kun je je levensweg vervolgen van kracht tot kracht!

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar