Het evangelie van het nieuwe brood / Geloofsbelijdenis na anti-evangelisatie-aktie

Thema: Het evangelie van het nieuwe brood / Geloofsbelijdenis na anti-evangelisatie-aktie (Voorbereiding Pinksterfeest)
Tekst: Ruth 1: 1-6 / Ruth 1: 1-17 (DEEL 1)
Tekstgedeelte(n): Richteren 2: 6 - 3: 4
Ruth 1: 1-17
Door: Ds. J. Hagg (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwolle-Zuid)
Gehouden te: Zwolle-Zuid op 25 april 1993
Opmerking RJCV: Kan afzonderlijk van de andere delen gelezen worden.

Aanwijzingen voor de Liturgie

1. Ps. 36: 1-2
2. Richteren 2: 6 - 3: 4
3. Ps. 60: 1
4. Ruth 1: 1-17
4. Ps. 63: 2-3
6. Preek (tussengezang: Gez. 31: 1)
7. Gez. 31: 2-3
8. Ps. 67: 2
9. Ps. 84: 3, 5-6

Kinderen van de Here te krijgen om die in zijn naam te begeleiden: een voorrecht of een ramp? Een voorrecht zeggen wij! Zelfs in het steeds onchristelijker wordend Nederland met z'n toenemende criminaliteit en racisme: een voorrecht, zonder meer. Maar... als je ergens anders woont en er is geen kruimel brood meer? Of in een bezet land; en het beloofde voedseltransport mag er maar niet door? Is het dan geen ramp, die extra monden die erom vragen, erom schreeuwen zoals nest jonge spreeuwen, 's nachts liggen huilen - maar er is niets... dat is toch een ramp!

Terug naar het Israël in de Richterentijd.
Lang geleden? Jazeker. Maar toch vooral 'als vandaag'. Verdacht aktueel! Werd die tijd niet getypeerd met 'een ieder deed wat goed was in zijn ogen'?! 'Wil je God dienen? O.K., dat mag dan nog, maar dan wel graag puur privé: kom er mij niet mee lastig vallen.' U voelt wel aan: dat valt niet mee in zo'n verstikkend denkklimaat, dat zogenaamd zo verdraagzaam is staande te blijven en je kinderen op te voeden. En als zo'n beetje iedereen konstant doet wat goed is in eigen ogen moet je van goede huize komen om niet besmet te raken en te blijven vragen:'Here, hoe wilt U dat ik leven zal?'. Zo'n moeilijke tijd beleefde Israël, een geestelijk dieptepunt.

Maar de Here gaat een keer geven. Hij gaat inbreken in deze situatie.
Zoals Hij een keer kan brengen in een mensenleven, een gezinsleven, een gemeenteleven. Zoals Hij een volksbestaan kan wenden! Zo bijzonder, zo ongedacht. Pas achteraf is het te rekonstrueren. Zo mag je het boek Ruth zien: als een goddelijk geïnspireerde rekonstruktie van zijn ingreep in het volksbestaan van zijn eigen volk in een ingezonken periode. Van A tot Z: een groot bewijs van zijn onmetelijke liefde. Vastgelopen levens komen in bloei te staan (Naomi, Ruth, Boaz). Maar daar bovenuit, heilshistorisch gedacht: God gaat zijn koninklijke weg met zijn vastgelopen volk en geeft het toekomst (Obed, Isai, David, de Messias). Zo zet Gods zijn breekijzer in een vastgelopen wereld... en zie hij gaat open!

Met Ruth wordt het al een beetje Pinksteren!
Vandaar dat wij het als voorbereiding op onze viering van het Pinksterfeest de komende weken ook samen willen lezen. Wist u trouwens dat de joden deze feestrol sinds jaar en dag juist lezen op het Pinksterfeest? Dat is hun feest van de dankbaarheid voor de oogst. Toepasselijk toch! Volop oogsttijd is het in dit verhaal. Maar ook geestelijk gezien: oogsttijd! Als je daar oog voor hebt tenminste. Een meisje uit Moab krijgt een ereplaats in Israël. Wat een feest, dit boek, al is het maar vier hoofdstukken kort.

Bijzonder is de plaats die het boek inneemt.
De joden plaatsen het bij de feestrollen, achterin: Hooglied lezen ze op het Paasfeest, Ruth op het Pinksterfeest, Klaagliederen - verwoesting van de tempel, Prediker op het Loofhuttenfeest en Ester op het Purimfeest. De nieuw-testamentische kerk, met z'n feestkalender waar Christus in het middelpunt staat, laat Ruth op z'n historische plaats staan: ingeklemd tussen Richteren en Samuel. En hoe toepasselijk! In Ruth geeft God Zelf toch juist het scharnier tussen de oude en de nieuwe tijd. De oude zwarte tijd met z'n gruwelverhalen -hoe diep kan een volk vallen. Lees maar hoe ook de richters stuk voor stuk voor de bijl gaan. En de nieuwe tijd met David, de man naar Gods hart, de tijd van nieuwe beloften. Een scharnierboek dus tussen wat was en wat komt.

Bepaald zonnig zal het dus niet beginnen... 'In de dagen dat de richters richtten'. Dan weet je het al. Dan kun je van alles verwachten. En ja hoor: 'hongersnood' heet de straf ditmaal. En twee mensen, een man en een vrouw die worstelen met het probleem: 'Wat moeten we? Moeten we gaan of moeten we blijven?' Vreselijk. Denk je eens in: weggaan uit je geboortestad. Het plekje grond verlaten dat de Here je heeft toebedeeld -zo is dat in Israël- dat je van vader op zoon geërfd hebt. Weg uit het eens zo welvarende Betlehem. Niet voor niets heet het (vertaald) 'Broodhuis'. Maar de velden zijn leeg, de voorraadschuur is leeg en de plank met het dagelijks brood is leeg. Stel je eens voor... Wat een ellende. En daarom, hoe moeilijk het ook is: weg van hier. Voor hoe lang? God weet het.

Hoe anders was het geweest...
Eens had hier een wieg gestaan met een klein jochie erin. En als je vroeg: 'Hoe heet hij?' zei z'n vader 'Mijn-God-is-Koning'. En zo was het ook: als een geloofsbelijdenis ging deze Elimelech door het leven. In een ander huis werd het ook feest: 'Wat een liefje' zeiden de mensen. En zo heette ze ook: 'Lieflijkheid', Noomi, anderen vertalen haar naam met 'Fleur'. Na een aantal jaren is het feest in Betlehem: het pad van de een was dat van de ander gekruist, misschien heel vroeg al en met bemoeienis van ouders, heel gewoon in die dagen, de bruiloft wordt gevierd. 'Mijn-God-is-Koning' en 'Fleur' krijgen zelf een huisje en moeten het samen zien te rooien. Hun huwelijkstijdperk is aangebroken. Hoelang het duren zal? Dat weet geen mens vantevoren. Daar denk je niet zo bij na in het begin. Wat je wel gauw ontdekt is dat het huwelijkstijdperk tegelijk het huwelijksstrijdperk is: niet tegen elkaar maar samen met elkaar ervoor strijden dat het goed blijft gaan in alle opzichten. Dat is vaak hard werken. Maar wordt het moeilijk, dan moet het huwelijk tegen een stootje kunnen. Elimelech en Noomi weten ervan, beproevingen. En let je op de namen die ze hun kinderen gaven, dan konden die beproevingen er al heel snel geweest zijn: Machlon en Kiljon, 'de ziekelijke' en 'de wegkwijnende'. Best mogelijk dat ten tijde van hun geboorte er al sprake was van hongersnood of besmettelijke ziekte.

En toen de grote stap
Ze zijn gegaan met heel hun hebben-en-houden. Moeilijk, reken maar: weg van je familie, je stam, het land dat de Here je gaf. Weg van zijn tabernakel... en dan een geïsoleerd bestaan gaan leiden. Aan de andere kant: ging Abram, de vader van alle gelovigen niet naar Egypte ten tijde van hongersnood, Izaak naar de filistijnen, en Jakob en zonen naar Egypte? Wie wel eens een echte hongersnood moest meemaken mag er iets van zeggen. We kunnen maar beter niet op Gods rechterstoel gaan 'zitten' en rechtspreken. Let erop dat ook de bijbelschrijver zich onthoudt van kommentaar. Hoewel hij best weet dat Moab een vijandig land is stampvol afgoden. Ik noem hier alleen even de offerfeesten rond Baal Peor -waar het ruig toeging (Numeri 25) en de zgn.'heilige prostitutie' voor Kamos waar men gemeenschap had op het open veld om hemel en aarde tot vruchtbaarheid uit te lokken.

Heel sober maakt de schrijver melding van de verdere lotgevallen van de familie.
'Toen stierf Elimelek, zodat Noomi met haar beide zonen achterbleef. Dezen namen zich moabitische vrouwen. De ene heette Orpa de andere Ruth'. Ziet u ergens een beschuldigende vinger? Nee. Ja, toch: die van Noomi zelf: verderop, in vers 21 'de HERE heeft tegen mij getuigd, de Almachtige heeft mij kwaad gedaan'. Kunt u dat begrijpen? Zoveel zware jaren gehad. In Israël, in Moab, haar man gestorven, haar beide zoons na tien jaren, tien kinderloze jaren -wat kan dat zwaar zijn, juist ook in de kontekst van deze geschiedenis-: een groot zwart gat is het voor haar. Want ze ziet geen toekomst meer. Verbitterd raakt ze en depressief. En dat is meestal zomaar niet voorbij. En denk je maar in hoe moeilijk het is samen te leven met een werkelijk verbitterd mens. Iemand die niet meer gelooft in Gods liefde. Het leven bestaat alleen nog uit pijn lijden en pijn doen.

Zie daar maar eens in te breken, in zo'n tot in de wortel verbitterd leven... En uitgerekend dat gaat de enige die dat echt kan doen. God, beter dan alle psychiaters bij elkaar. Op ongedachte wijze grijpt Hij in. Geheimzinnig indirekt. Maar o zo duidelijk voor wie het eenmaal ziet. Wat gebeurt: Noomi, die al op de volgende klap zit te wachten van haar 'wrede' God, krijgt een bericht dat haar leven omzet. Een blij bericht, een evangelie dringt tot haar door: er is weer brood in Betlehem! Brood in het Broodhuis! Nee, denk niet dat Noomi meteen op de knieën gaat en de HERE danken gaat. Zover is ze nog niet. Verbittering is geen griepje dat met een aspirientje over gaat. Maar de eerste stap zet ze dan toch: ze komt in beweging. Om terug te gaan. Terug naar huis. Niet eens zo'n heel lange reis. Niet te vergelijken met de lange weg terug naar de HERE die ze nog voor de boeg heeft. Toch is hier het begin! Zoals God in zijn almacht elk mens dat Hij hebben wil tot zich trekt en openbreekt om met Hem te gaan leven in de volle zin des Woords. En hier is het nog bijzonderder: een nieuw begin voor Israëls volksbestaan zit eraan vast! Er staat: ze keerde terug met haar beide schoondochters want ze had vernomen dat de HERE naar zijn volk had omgezien door hun brood te geven... Ach Noomi, wacht maar af: de HERE ziet nog veel geweldiger naar zijn volk om. Dit is nog maar het begin!

God kiest de zijnen uit, Hij roept die allen... [ Zingen: Gez. 31: 1 ]

Ook hierin weer dat goddelijk geheim. God zorgt, Hij trekt, Hij breekt open die Hij wil. Niet dat dat ons gemakzuchtig mag maken. En wij de gekleurde oproepen van de evangelisatiekommissie -dus namens de kerkeraad, dus namens God Zelf- zonder bedenken bij het oud papier kunt deponeren. Allemaal zijn wij in dienst genomen door de Here. Best mogelijk dus dat ook in georganiseerd verband wij ons op een of andere wijze geroepen hebben te weten. Maar dat het God is die de zijnen kiest en roept en bewaart mag ons intussen wel bevrijden van alle krampachtigheid en aktivisme: gelukkig hangt het niet van ons af....

Soms zelfs brengt God iemand bij zijn kerkgemeenschap en tot geloofsbelijdenis ondanks ons! Dat blijkt uit het vervolg van dit hoofdstuk:

Want wat zien we:

een anti-evangelisatie-aktie van Noomi en God die dwars daardoorheen werkt aan Ruths geloofsbelijdenis

Dat is thematisch in het geheel.
En we willen het wat geleden:

  1. Hoe begint de HERE zijn werk
  2. Hoe brengt Hij het in de krisis
  3. Hoe voltooit Hij zijn werk

1. Hoe begint de HERE zijn werk

Het begin is er al in Moab
Want wat is er in Moab gebeurd: het gezin van Elimelech is niet overgestapt naar de goden van dat land. God houdt hen erbij in den vreemde. Sterker nog: Hij trekt er nog twee bij! Niet dat hier propaganda gemaakt wordt voor gemengde huwelijken -dan lees je teveel- maar vast staat wel: God kan uit een menselijk gezien erg moeilijke situatie toch op den duur iets moois laten opbloeien. Iets moois, -dwars door veel leed soms. Kijk hier maar: drie graven op een rij, drie weduwen gaan op weg het bericht achterna 'er-is-weer-brood-in-Betlehem'. Noomi terug naar huis. Orpa en Ruth vergezellen haar als vanzelfsprekend. Maar zo vanzelfsprekend is het niet. De band moet wel bijzonder hecht zijn geworden wil je je eigen familie, je eigen land ruilen voor een buitenland dat je alleen kent uit de verhalen. Hoe zal er gesproken zijn over Israël en over de HERE al die jaren? Blijkbaar toch aansprekend, want zie ze gaan, zwartgesluierd, als een hecht 'drievrouwschap' door Moabs velden, richting de Jordaan.....

2. Hoe brengt Hij het in de krisis

En dan brengt God zijn eensbegonnen werk in de krisis
Nu gaat het er op aankomen. Met een schok realiseert Noomi zich waar ze mee bezig is. Nee, niet dat ze doorheeft dat God haar wil gebruiken deze twee vrouwen Israël binnen te brengen. Integendeel: zgn. realistisch bedenkt ze dat het volstrekt zinloos is, deze immigratie. Ze zien haar al aankomen met twee moabitischen nog wel. Dat loopt uit op discriminatie. Het is vragen om ellende. Nee, hier in eigen land zijn ze veel beter af. Noomi kan zich niet langer stilhouden. En dan ontspint zich die merkwaardige dialoog van maar liefst 11 verzen, die je met goed recht een anti-evangelisatieaktie mag noemen. Noomi probeert haar eigen familie te bekeren: maar dan de verkeerde kant op... Zal het beginnend geloof van die twee er tegen bestand zijn?

De eerste aanval: in de gebiedende wijs nog wel!
Noomi, de uitgebluste gelovige, brengt het NB op heel resoluut te zijn. Niet 'zouden jullie niet liever terug gaan?'. Wel:'Gaat heen, keert terug' [lezen verzen 8-9]. Dat is radikaal: iemand een afscheidskus geven. Het heeft hier alles van: 'ik duld geen tegenspraak!' Noomi, verbitterd en een en al verdriet wil niet getroost worden. Eigenhandig wil ze haar verdriet nog groter maken door de enige getrouwen die ze nog heeft van zich af te gaan stoten. Dat kunnen de mooi klinkende woorden van dankbaarheid niet verbloemen. Van haar mogen ze een andere man gaan toebehoren, een moabiet. M.a.w.: 'wees nu maar realistisch, zie gelukkig te worden en laat mij nu maar met mijn verdriet'. Maar hoe Noomi ook haar best doet een afscheid te forceren, met zegenwens en al: de meisjes gaan er niet op in - bij haar volk willen ze horen! Daar moet God achter zitten! Hartstochtelijk beginnen ze te huilen. Wel een teken dat het hen heel wat doet. 'Maar...' lezen we dan. Daar heb je het al: Noomi geeft het niet op. [ Lezen: verzen 11-13 ]

De tweede aanval: 'Keert terug! Meegaan heeft geen enkele zin.
Ten eerste zal ik heus geen man meer voor je kunnen baren (de gedachte alleen al). En vooral: tegen mij is de hand van de Allerhoogste: niet tegen jullie. Eerst is de reaktie gelijk: een hevige huilbui. Maar een van de twee kapituleert: Orpa. Dat betekent: 'zij die de nek toekeert'. Zoals ze heet doet ze. Maar de ander blijft trouw: Ruth. Zo heet ze, zo is ze: 'de trouwe'. Wonderlijk zoals in dit verhaal alle namen zeggingskracht hebben.

Noomi geeft niet op. Ze is vastbesloten. De derde aanval: 'Kijk die verstandige Orpa!' zegt ze tegen Ruth. Je zou haast denken dat ze het cynisch bedoelt, maar het is haar volle ernst. 'Orpa gaat terug naar haar volk en haar goden'. Dat is toch zo anti als je maar kunt bedenken! Dat Noomi Ruth zou waarschuwen niet al te hooggespannen verwachtingen te hebben kun je je nog voorstellen. Zo doen wij het ook: 'Denk niet dat het allemaal perfekt is bij ons in de kerk'. Wij zullen een vreemde die we meenemen wat voorbereiden. En gelijk hebben we. Maar dit! NB: aan de ene kant geeft ze ze de zegen van de HERE mee (vers 9) aan de andere kant stuurt ze ze terug naar haar eigen afgoden! Denk niet, gemeente, dat dit is uitgestorven. Aandringen op bekering is uit de tijd. In alle godsdiensten zit wel iets goeds. En wil iemand christen worden dan is de vraag terecht: "zou je dat nu wel doen? Je vervreemdt zo van je volksgenoten. Wat kun je nog voor ze betekenen?''
Afschuwelijk deze derde aanval van Noomi: 'elk land heeft z'n eigen goden - jij hoort bij dat land, dus bij die goden'. Maar Ruth houdt vol, dwars tegen haar eigen -bescheiden- karakter in. Als je goed kijkt zie je het: God doet haar boven zichzelf uitstijgen als ze haar schoonmoeder verbiedt haar nog langer de verkeerde kant op te bekeren.

3. Hoe voltooit Hij zijn werk

God gaat zijn werk voltooien door haar tot een grootste belijdenis te brengen. [ Lezen: versen 16 en 17]

Een belijdenis waar Noomi niet van terug heeft. Haar anti-evangelisatie-campagne is op niets uitgelopen. Voor Ruth zijn de beproevingen nog niet voorbij. Dat zal straks blijken. Maar haar belijdenis heeft ze gedaan. Het fundament is gelegd. En nu verder! Zoals het voor jongeren die belijdenis doen nog maar een begin van de strijd is. Er zal nog heel wat slag moeten worden geleverd.

Overduidelijk is het nieuwe begin dat God wil gaan maken
met een verbitterde vrouw: eerst het evangelie van het nieuwe brood - dan het evangelie van de trouw van Ruth: 'uw God is mijn God'.
Overduidelijk is ook het nieuwe begin dat God wil gaan maken met zijn volk: hoe Noomi, ingefluisterd door de satan, het ook probeert te verhinderen: de weg naar de Messias breekt zich baan!
En -tenslotte- overduidelijk is daar ook het nieuwe begin dat God meer op het oog heeft dan zijn oorspronkelijk gekozen volk Israël: ieder die zegt 'uw God is mijn God' mag er gaan bijhoren. Het wordt hier, in een donkere periode van de heilsgeschiedenis al een klein beetje Pinksteren!

God zij gedankt en geprezen!
De Heer regeert, zijn koninkrijk staat vast, zijn heerschappij omvat de loop der tijden (de richterentijd net zo goed als de onze). De adem van zijn lippen overmant de tegenstand (zijn Woord dat wij belijdend op de lippen mogen nemen wint het, zoals Ruths woorden Noomi tot zwijgen brachten) Want God gaat door met het bouwen van Christus' Kerk van land tot land, met vaste hand.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar