Behouden uit genade alleen (Deel 2)

Thema: Behouden uit genade alleen
Tekst: Romeinen 9: 30-11: 10
Tekstgedeelte(n): Handelingen 9: 1-22
Romeinen 9: 30-11: 10
Door: Ds. J. Hagg (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwolle-Zuid)
Gehouden te: Zwolle-Zuid op 22 januari 1995
Opmerking RJCV: Kan in principe afzonderlijk van de andere delen gelezen worden.
De prekenserie bestaat uit: Rom09 (deel 1), Rom10-11 (deel 2), Rom11b (deel 3).

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Ps. 122: 1, 3
  2. Gebed
  3. Lezen: Handelingen 9: 1-22 [ Gered uit de modderpoel, Hij heeft mij doen herleven, nu breng ik de blijde boodschap in de synagoge ]
  4. Ps. 40: 1, 4
  5. Lezen: Romeinen 9: 30 - 11: 10
  6. Gez. 27: 3-5
  7. Preek
  8. Ps. 25: 2, 4, 7, 10
  9. Gebed
  10. Geloofsbelijdenis
  11. Gez. 36: 1 (melodie 26a)
  12. Gez. 36: 2-3 (melodie 26a)

Wat werd ons duidelijk uit hoofdstuk 9? Paulus' hart bloedt om Israël, het volk waar hij uit stamt. Dat allereerst. En ìs het ook niet vreselijk voor Paulus te moeten merken dat zovelen in dezelfde fout blijven steken die hem eerst ook kenmerkte: niet pro-Christus, maar anti-Christus. Als één de gemeenten van de Here vervolgd heeft dan hij, Paulus wel. Juist de vervòlger koos de Here uit als verspreider van zijn evangelie van 'behoud uit genade alleen'. Wat een genade! Ananias huiverde, maar ging: 'Saul, mijn broeder, Jezus heeft mij gezonden....' En zo was het ook. De hemelse Heer van de Kerk heeft Ananias duidelijk gemaakt: 'Ga, want déze is Mij een uitverkoren werktuig om mijn naam te brengen voor heidenen en koningen én de kinderen Israëls; Ik zal hem tonen hoeveel hij lijden moet ter wille van mijn naam' (Handelingen 9: 10-19). En Paulus hééft geleden omwille van Jezus Christus. En zeker ook vanwege het ongeloof van velen van zijn volksgenoten. Tot aan het einde van zijn leven is dat zo gebleven. Als hij als gevangene in hetzelfde Rome terecht komt waar hij eerder deze uitvoerige brief aan schreef roept hij de voormannen van de joodse gemeenschap bijeen. Van de vroege morgen tot de late avond probeert hij hen te overtuigen dat Jezus is de Christus, vanuit de wet van Mozes en de profeten. Resultaat: sòmmigen gaven gehoor aan hetgeen hij zei, maar de anderen bleven ongelovig. Nog een laatste ernstige waarschuwing geeft hij ze mee: 'Terecht heeft de Heilige Geest door de profeet Jesaja tot uw vaderen gesproken (6: 9-10) 'Met het gehoor zult u horen, maar u zult het geenszins verstaan en ziende zult u zien, maar het geenszins opmerken, want het hart van dit volk is vet geworden, en hun oren hardhorend geworden en hun ogen hebben zij toegesloten, opdat zij niet zien met hun ogen en met hun oren niet horen en met hun hart niet verstaan en zij zich bekeren en Ik hen zou genezen' (Handelingen 28: 17-30). Paulus' voortdurende hartzeer om ongeloof van volksgenoten waarvan hij in Romeinen 9: 2 heel openhartig spreekt, heeft hem nooit meer verlaten.

'God kiest Zich een volk...' was het thema van de vorige week.
En we hebben toen willen onderstrepen de menselijke verantwoordelijkheid: de mens is geroepen om antwoord te geven op hoe God, zijn Maker met hem bezig is. God is bezig, als soeverein Koning om Zich een volk te scheppen. Geen mens kan, mag daarachter terugvragen. Hij ontfermt Zich over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil. Paulus illustreert dat vanuit de geschiedenis van Israël en komt in de aktualiteit van zijn eigen leven als prediker en dat van mensen uit jodendom en heidendom die op Gods oproep reageren. Hoe vol goddelijk geheim is dit alles: Gods besturing én menselijke verantwoordelijkheid ontmoeten elkaar, maar voor menselijk verstand is het niet te doorgronden. God bekeert je én jij bekeert je - jij verhardt je én God verhardt je. Laat het ons tot aanbidding brengen, tot verootmoediging. Hoe groots is het plan van het Koninkrijk van God, waar wij -wat een genade- deel van mogen uitmaken! En waar ook Israël deel van mag blijven uitmaken. Israël wordt niet onderstebovengekeerd, zoals Sodom en Gomorra (9: 29). Het blijft behouden in 'een rest', 'een zaad': er is toekomst voor Israël, het volk met de grote voorrechten (9: 4-5) ook nàdat uit dit volk de Messias voort is gekomen. En het werk dat Paulus en de zijnen in hún tijd mochten aanvangen, het aanspreken van hen die Christus nog niet aanvaardden, mag door ons christenen in déze tijd onverminderd voortgaan. Vanuit dezelfde wet-en-profeten. En zeker ook ondersteund vanuit de erfenis die God ons in Paulus' brieven schenkt. En vandaag mag het centrale thema uit de Romeinenbrief onze aandacht hebben:

Hoe wordt een mens gerechtvaardigd?
Om het wat grijpbaarder te maken moet je je maar voorstellen: we zitten op school bij de Heilige Geest en die heeft leraar Paulus in dienst om ons les te geven in het vak 'rechtvaardigingsleer'. Je hebt wel eens van die vakken die je kunt kiezen of laten vallen. Bij het vak 'rechtvaardigingsleer' hebben heel wat mensen de neiging om dat maar te laten vallen. Op de klank af al. R-e-c-h-t-v-a-a-r-d-i-g-i-n-g-s-l-e-e-r. Dat klinkt moeilijk, het kon wel eens saai wezen ook. En je denkt al bij voorbaat: 'wat heb je er eigenlijk aan in je dagelijks leven?' Kijk, dààr moeten we nu net wezen! Het is een verplicht vak, juist omdat ons hele leven ermee gemoeid is. Wie hier vorderingen maakt en Gods bedoeling wil snappen, zal juist leren inzien hoe hij in het leven moet staan.

De centrale vraag is: 'Hoe kan een mens behouden worden?'
De meeste joodse leerlingen weten daar snel een antwoord op: concentreer je op Gods wet en streef ernaar die helemaal te houden! (een antwoord dat gereformeerde katechisanten trouwens ook zomaar kunnen geven: 'Wanneer mag je in de hemel komen? Als je je houdt aan de tien geboden'). Paulus weet er alles van. In dat denkpatroon zat hij vroeger ook. Hij heeft behoord bij het Israël dat levenslang de wetsgerechtigheid najaagde. Tot God het hem afleerde: 'Paulus, het heeft geen zin, je redt het toch niet. Je haalt het niet'. Leraar Paulus wil het nu zijn leerlingen ook afleren:'je kunt jezelf niet redden d.m.v. je eigen prestaties. Dat is een verkeerd uitgangspunt. Wat gebeurt er? Je rent en rent, je hijgt, je hapt naar adem, je kunt niet meer scherp onderscheiden, want je bent helemaal gefixeerd op jouw topprestatie en voor je het weet lig je daar, gestruikeld, failliet. Over en uit...' Hoeveel Israëlieten zijn er al niet geweest die (10: 2) vol ijver voor God waren maar het juiste inzicht misten en dus met al hun ijver totaal verkeerd uitkwamen: neem Paulus zelf. Hij weet er alles van. Hij is ook failliet geweest. Hij is ook gestruikeld over het struikelblok Christus. Christus, met zijn totaal andere Levensvisie, zat hem danig in de weg. Jezus Christus, die op Zichzelf wees als De Enige Weg tot Behoud. 'Wie in Mij gelooft heeft eeuwig leven!' (Johannes 11: 26). Dat is: wie op Mij zijn vertrouwen stelt, wie van Mij genade verwacht, zal niet teleurgesteld worden. Zo getuigt Paulus, die dat zelf is gaan doen, er ook van: wie op die 'struikelrots' Christus zijn geloof bouwt zal niet beschaamd uitkomen. (9: 33, 10: 11). Achteraf is Paulus maar wat blij dat hij tegen 'die Rots' aanliep die hem in het woestijnzand deed bijten. Zo kreeg hij -wat een genade- de kans om na zijn faillissement weer opnieuw te beginnen. En nu goed! Nu bouwen uitgerekend op déze Rots! Hoeksteen, Funderingssteen voor zijn nieuwe leven. En wat bidt hij voor hen die nog eigenwijs op de doodlopende weg aan het rennen zijn volgens de 'Methode De Wet'.
De vraag 'zijn er twee wegen die ten Leven leiden, die a.h.w. parallel lopen?', wordt hier heel duidelijk met 'nee!' beantwoord. Alleen de Weg die heet 'Christus-volbracht-het-voor-de-zijnen' komt bij het Leven uit.

Leraar Paulus gaat nu nadere uitleg geven bij deze hoofdlijn.
Er kan een misverstand ontstaan bij de leerlingen. Iemand kan z'n vinger opsteken en zeggen: 'Dus in de Oud-Testamentische-periode kon een mens behouden worden door wetsgetrouw gedrag, maar sinds Christus' komst niet meer?' Die leerling heeft dan niet goed opgelet toen hoofdstuk 4: 3-8 aan de orde was. Ook Abraham werd behouden doordat hij geloofde. God bewees hem genade door een verbond met hem te sluiten. Dàt was z'n behoud. Niet zijn eigen perfekte gedrag - dat was zo perfekt niet.
'Maar Mozes dan?' sputtert iemand tegen 'die zegt toch dat de mens door wetsvolbrenging zal leven?' (Leviticus 18: 5, bijvoorbeeld)
'Zeker', zegt leraar Paulus 'dat zegt Mozes, maar hij zegt méér! En uit dat méér kun je beter begrijpen hoe je met die wet moet omgaan, wat God ermee voor heeft.' Paulus zegt het allemaal wat ingewikkeld wanneer hij vervolgens Mozes' afscheidswoorden uit Deuteronomium 30 vrij weergeeft. Maar het is duidelijk dat hij verder gaat op datzelfde spoor dat hij al in grote lijnen trok: niet de eigenzinnige weg van de tirannieke prestatie-drift, wel de weg van gekregen genade in het evangelie van de Christus die het onmogelijke voor ons volbracht. We hebben niet een verre, wrede God die ons opzweept tot geloofs-topprestaties. Mensen hoefden geen opening in de hemel te forceren om Christus te doen komen. Mensen hoefden de gevangenispoorten van het dodenrijk niet kapot te beuken om Christus eruit te bevrijden. Zo is God niet. Juist niet. God doet het voor ons. En Hij komt zo nabij. Zo nabij als het bijbeltje in je hand. Zo spreekt Hij zijn beloftewoord: 'Geloof Mij op mijn Woord: Ik wil jou genade bewijzen!' Sterker nog:

'Nabij u is het Woord: in uw mond en in uw hart'. Dat wil niet anders zeggen dan: het beloftewoord van God, dat ik u predik, het woord dat er genade is, behoud is voor wie gelooft in Jezus, ligt voor het grijpen. Het is niet ver en onbereikbaar. Het ligt voor het grijpen. God heeft het zelf op uw tong gelegd! Spreek het maar uit: 'Jezus is Heer!'. God heeft het in uw hart gelegd: neem het ter harte, laat het u toeëigenen, omhels het: 'God heeft Jezus uit de doden opgewekt - voor mij....', zing het uit:'Jezus, leven van mijn leven; Jezus, dood van mijn dood!'
'Nabij u is het Woord' dat mag worden: 'Nabij mij is Christus, mijn redder'. Hem belijd ik, want van Hem is mijn hart vol.' Mensen kunnen elkaar soms de put inpraten en elkaar bang maken dat God ver weg is, dat God zich in stilzwijgen hult. Maar Paulus, in navolging van Mozes en David (Psalm 139!) spreken uit eigen ervaring: wat is God in werkelijkheid verblijdend nabij!
'Kom tot geloof!' roept Paulus de hele wereld toe, toen en nu, jood en niet-jood. Kom tot Christus Jezus. Laat Hem bezit nemen van je hart en van je tong!' Roep Hem aan en je zult worden gered (vers13)

Let op: allen worden zonder onderscheid geroepen: Jood en Griek (12)
U moet weten: de hele toenmaals bekende wereld was gestempeld door de griekse cultuur, 'vergriekst' zeg maar. Behalve de wetsgetrouwe joden. Die verzetten zich ertegen. 'Jood en Griek', wil dus zoveel zeggen als 'jood en niet-jood'. Toen God Abraham afzonderde uit de volken zei Hij er meteen bij met welk doel: 'in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden'. Die tijd is nu aangebroken, nu God zijn Messias der volken geboren heeft doen worden. En nu verliest de 'apartheid' van het 'apartgestelde' volk zijn hoofdbetekenis. Het heil kan uitgaan: eerst naar de jood, dan na de griek. Voorrang blijft er - maar niet zo dat God voor de joden die tot geloof komen rijker zou zijn dan voor de niet-joden die tot geloof komen: behoud is er voor een ieder evenzeer!

Hoe is het met het gepredikte Woord onder Israël gegaan?
Heeft het ze wel bereikt? Dat is toch wel een eerste voorwaarde! Jazeker heeft het ze bereikt! Al woonden ze nog zo ver in de diaspora, de verstrooiing, Paulus en de zijnen weten ze in Christus naam te vinden met het Goede Nieuws. (vers 18) Gehoord dus: ja. Maar (vers 19) heeft Israël het ook begrepen? Dat is wat anders. Een boodschap kan te moeilijk zijn....Laten we eerlijk zijn: deze boodschap was eerder te eenvoudig om geaksepteerd te worden dan te moeilijk. Neem een stad als Korinte. Daar was door deze zelfde boodschap een gemeente ontstaan van bepaald geen intellektuele elite. Integendeel: eenvoudige mensen (1 Korintiërs 1: 26). Zij gingen de joden voor. Mozes en Jesaja hebben er al voor gewaarschuwd. Mensen die naar God helemaal niet vroegen mochten Hem toch leren kennen, en zij die zich God-zoekers-bij-uitnemendheid achten, een licht, een voorbeeld voor de volken, dolen in het donker: 'de zijnen hebben Hem niet aangenomen' schrijft Johannes (1: 1-13) 'maar allen die Hem aangenomen hebben mogen zich van Hem met recht 'kinderen van God' noemen. Niet vanwege hun menselijke komaf, maar omdat God daar Zelf voor zorgde'. Wat kan het onverwachts gaan: iemand van wie je het niet verwacht zegt God vaarwel, een ander verwelkomt Hem nu juist in zijn leven en iedereen zegt 'had je dat nou van hem verwacht?' Iemand verlaat de kerk, de kudde van de Goede Herder - hij denkt zichzelf wel te kunnen redden. Vaak, heel vaak het evangelie gehoord, zou je zeggen. Ja, gehoord misschien, maar niet gehoorzaamd, er niet werkelijk gehoor aan gegeven, niet ter harte genomen. Dat kan. Ook vandaag de dag. Zoals de dingen geschiedden onder de Israëlieten zijn ze ons ten waarschuwend voorbeeld geschied (zegt Paulus in 1 Korintiërs 10: 1-6). Jezus heeft er veel verdriet van gehad. 'Jeruzalem dat ik bemin, wij treden nu uw poorten in' zal Hij vaak genoeg gezongen hebben. Maar we horen Hem ook zeggen:'Jeruzalem, Jeruzalem, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels verzamelt, maar u hebt niet gewild!' Zoveel voorrechten in de Oud-Testamentische-periode ontvangen, zoveel extra ontvangen gedurende Jezus' leven en werken. En dan toch: 'Nee!' bij zovelen. God strekt zijn handen liefdevol uit, maar hoeveel deuren gaan er niet dicht voor Jezus. Wie evangelisatiewerk doet, in welke vorm dan ook, zal het bekend voorkomen. Er is niets nieuws onder de zon. En toch ermee doorgaan. Zoals ook Paulus zich niet laat deprimeren en ermee doorgaat!

Leraar Paulus vervolgt zijn onderwijs op ernstige, maar positieve toon!
'Denk vooral niet dat God zijn volk verstoten heeft!' onderstreept hij. Wij zouden dat in Gods plaats zeker hebben gedaan. Een mens houdt dat niet vol: de hele dag je handen uitstrekken naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk (Jesaja 65: 1-2). Wij zijn mensen van 'graag of helemaal niet'. God houdt het de ganse dag vol. En wat meer is: God heeft zijn volk niet verstoten dat Hij tevoren gekend heeft! (11: 2) Denk aan de preek van vorige week: de keten van het heil - ook voor Israël. Tevoren gekend...tevoren bestemd...geroepen...gerechtvaardigd...verheerlijkt! God maakt zijn werk af. (Romeinen 8: 29-30). Bewijzen? Hier is het eerste: 'Neem nu mij!' zegt Paulus 'volbloed Israëliet, uit Benjamin'. En heeft hij van Godswege inderdaad niet alle geslachten van de aardbodem tot grote zegen mogen zijn: exact dat waartoe de Here Israël had bestemd: tot een zegen van de wereld. En Hij voert het uit ook. Op zijn geheel eigen wijze. Bewijs twee: Elia. Hij dacht zelf wel dat hij de enig-overgeblevene was, maar God helpt hem die boze droom uit! Nog zevenduizend getrouwen heeft de Here in Israël doen overblijven. Let op de formulering! Niet maar '7000 zijn overgebleven', nee: '7000 heeft de Hére doen overblijven'. Daar heb je het weer: zìjn werk! Ook bij meester Paulus is het 'herhaling is de moeder der wetenschap'. Daar heb je het weer (11: 6): allemaal genàde is het, géén eigen verdienste, die doodlopende weg, weet u nog. En -de cirkel is rond- daar heb je ook weer dat woord uit 9: 30 'Najagen'. Najagen van eigengerechtigheid leidt tot niets. Ja tot verharding, verstening, je wordt een verstokte eigenwijze: ònheil is het deel van veel Israëlieten. Paulus wil maar zeggen: verhardt u niet, maar laat u leiden. Laat u leiden dat andere tegemoet: Heil verkrijgen uit Gods handen - gratis voor allen die klaar willen staan met open handen om het te ontvangen: pure genade.

We vatten samen
Op de school van de Heilige Geest mochten we les ontvangen van Schriftgeleerde Paulus. Rechtvaardigingsleer. Een verplicht vak: broodnodig op de Weg ten Leven. Want een mens, eigenzinnig als hij is, slaat maar zo een doodlopende weg in. De enige begaanbare weg is: behouden worden doordat je gelooft dat God je door zijn Zoon Jezus Christus genade wil bewijzen. En vanuit die genade dan ook een leven uit dankbaarheid willen leven. Hierin mag de trouwe christenheid, bestaande uit vertegenwoordigers van de kinderen van Israël én vertegenwoordigers van de volkeren der aarde, het verharde deel van Israël ten voorbeeld zijn. Zo is Gods weg.
Laten wij die aanbidden en er amen op zeggen, met de woorden van Ps. 25: 2, 4, 7, 10.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar