God laat weten wat zijn plan / doel met ons is

Thema: God laat weten wat zijn plan / doel met ons is
Tekst: Romeinen 8: 29-30
Tekstgedeelte(n): Matteüs 22: 1-14
Romeinen 8: 29-30
Door: Ds. Ton de Ruiter (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Enkhuizen)
Gehouden te: Enkhuizen in oktober 1998
Benodigd: Autosleutels

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 147: 1, 4
(Morgendienst: Wet)
(Morgendienst: Ps. 147: 7)
Gebed
Lezen: Matteüs 22: 1-14
Ps. 106: 2, 9, 21
Tekst: Romeinen 8: 29-30
Preek
Gez. 36: 1 (als tussenzang)
Gez. 36: 3 (na de preek)
(Middagdienst: geloofsbelijdenis: Gez. 3 of Gez. 4)
Gebed
Collecte
Gez. 26b: 4-5
Zegen


Een poosje geleden stelde een klein meisje van een jaar of tien plotseling een vraag aan mij. Heel simpel maar toch een geweldig diepe levensvraag.
Ze vroeg: "Dominee, waar leven we eigenlijk voor? Waarom heeft God eigenlijk de hele wereld gemaakt, en ons?"
Wat zou u gezegd hebben tegen dat meisje? En jij…?

Wat gaat het eigenlijk om in ons leven en met deze wereld?
Een boeiende en centrale vraag. Waar iedereen bewust of onbewust mee bezig is, zelfs kinderen dus wel.
Hier wil ik uw aandacht bij bepalen aan de hand van Romeinen 8: 28 e.v.

Ik verkondig u:

God laat weten wat zijn plan / doel met ons is

  1. Dat doel / plan is een geweldig feest
  2. Dat doel / plan is er echt voor ons allemaal
  3. Dat doel / plan kleurt je hele leven

1. Dat doel / plan is een geweldig feest

Wat is Gods plan met u, jou, ons?
Waarom, waartoe heeft Hij ons gemaakt. Wat wil Hij met ons bereiken?

Nou daarover zegt onze tekst het een en ander. Met wat moeilijke woorden, maar het staat er wel. Het gaat over 'Gods voornemen'. Dat betekent gewoon: Gods plan. Er wordt gezegd dat God mensen 'tevoren' gekend heeft; en 'tevoren' bestemd tot iets. Hij heeft dus 'tevoren' een bestemming, een einddoel voor hen vastgesteld. God had een plan.

Maar wat was God met die mensen dan van plan? Nou in vers 29 staat: hij heeft ze tevoren bestemd tot 'gelijkvormigheid aan zijn Zoon'. Dat wij op Jezus zullen gaan lijken in ons doen en laten.
Ja maar -zo kan je verder vragen- waarom wil God dat wij gaan lijken op de Here Jezus? Waar is dat goed voor? Dat is weer een eerlijke vraag die gesteld mag worden en ons dwingt naar een antwoord te zoeken.
En kijk, het antwoord staat in het vervolg van vers 29: "Hij heeft ze tevoren bestemd tot… opdat (= het doel) Hij (Gods Zoon) de eerstgeborene onder vele broeders zou worden".

Ik heb dat proberen duidelijk te maken aan dat meisje. Zij dwong mij om er verder over na te denken. Dat was goed.
En nu wil ik het nog eens eenvoudig vertellen. Want het is belangrijk voor alle kleine kinderen en ook voor alle grote mensen.

Jongens en meisjes, let op. Zoals je weet heeft God één Zoon. Dat is de Here Jezus. Die is net als God de Vader 'eeuwig'. Dat wil zeggen: Hij was en is er altijd. Toen de aarde er nog niet was, was God er wel en Gods Zoon en de Heilige Geest ook.

Toen -voordat God de wereld maakte en de mensen er op- had God een plan. Welk plan? Dit: Hij wilde aan zijn ene Zoon broers en zussen geven. Hij wilde een grote familie maken met zijn Zoon de eerste en de belangrijkste. Kijk nog maar een keer in het laatste stukje van vers 29. Daar staat het: "opdat Hij...".
Daarom maakte God de wereld. Daarom maakte God de mensen, ook jou en mij.
Dit is Gods plan met de wereld. Hij wil uit liefde voor zijn Zoon een mooi groot en heerlijk gezin maken, broers en zussen voor zijn ene Zoon. Samen kinderen van God de Vader.
Zoals je weet: na de schepping is de zondeval ertussen gekomen.
Maar ondanks de zondeval en alle zonde die er zijn, houdt God vast aan zijn plan. Zijn plan (= zijn raad) zal werkelijkheid worden! Ook al verzet de duivel zich en al verzetten mensen zich! God blijft aan zijn plan vasthouden. Wat er ook gebeurt. Ook al zijn alle mensen zondig geworden.
Maar dat betekent dat God nu van zondige mensen, zoals jij en ik, broers en zussen van de Here Jezus moet gaan maken. Dat is best een heel werk.

God kon best hele nieuwe mensen gaan maken. Maar nee, God heeft in zijn goedheid en liefde besloten om zondige mensen te redden en hen toch tot zijn kinderen, tot zijn gezin te maken en zo tot broers en zussen van Jezus. Daarom laat Hij het evangelie vertellen overal in de wereld.

Kijk en nu mag ik je nog iets fijns vertellen.
Toen jij gedoopt bent heeft God tegen jou gezegd: "jij mag ook mijn kind zijn en dus ook een broertje of een zusje van de Here Jezus! En ook al ben je nu zondig en al doe je wel eens slechte dingen - Ik wil met de Heilige Geest in jou wonen en jou tot een nieuw mens maken, tot een mens waaraan jij zelf en anderen kunnen merken dat je een broertje of een zusje van de Here Jezus bent". Kijk maar, dat staat met een beetje moeilijke woorden echt in vers 29: "Hij heeft ons bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van zijn Zoon".
Dat betekent gewoon dat God wil dat jij en wij allemaal op de Here Jezus gaan lijken, als echte broers en zussen van Hem - van Hem, onze grootste en oudste en belangrijkste BROER (hoofdletters, want Hij is tegelijk God!).

Dat is Gods plan. Daarom heeft God alles gemaakt. In dit leven werkt God daar naartoe. Als we fijne of moeilijke dingen meemaken, of we nu rijk zijn of arm - daar gaat het God om: dat we allemaal gaan lijken op de Here Jezus. En dat kan. Hoor maar.
God heeft de Here Jezus, die grote Broer van ons, uit de hemel naar de aarde gestuurd. Hij is toen een klein mensje geworden, net als jij en ik. En Hij is later voor ons aan het kruis gegaan om de straf voor onze zonden te dragen. Daarna kwam Hij uit het graf en is Hij naar de hemel gegaan. En sinds Pinksteren komt Hij naar ons toe met de Heilige Geest. En zo wil Hij ook in jou wonen. De Here Jezus wil in jou wonen en werken, om jou tot een echte broer of zus van Hem te maken. Dat beloofde Hij bij jouw doop.

Dat zegt de Here Jezus ook bij het avondmaal, zo heel simpel dat zelfs kinderen van een jaar of 7, 8 het al snappen: zoals je brood en wijn eet en drinkt, zo kom Ik, Jezus, bij jou binnen en in je wonen met de Heilige Geest.
Nou, als jij nu gelooft dat de Here Jezus in je is en dus altijd bij je; en als je steeds vraagt of Hij je wil helpen om op Hem te vertrouwen en naar Hem te luisteren, dan zorgt Hij ervoor dat jij steeds meer op Hem gaat lijken.
En zo groeien we dan door zijn kracht naar de heerlijkheid toe, dat we als echte broers en zussen bij de Here Jezus mogen zijn. Dat is Gods plan. Hij wil ons net zo heerlijk maken als de Here Jezus, ons gelijkvormig maken met Hem.
Kijk nog even naar de tekst: vers 30… [ Lezen: vers 30 ]

Jongens en meisjes, zie je het. We gaan dus naar een geweldig feest. Nee, niet naar jouw en mijn feest maar naar het feest van de Here Jezus. Je bent uitgenodigd. Net als die mensen in die gelijkenis die we daarnet lazen. We lazen dat de Here Jezus vertelde dat het Koninkrijk der hemelen gelijk is aan een koning die 'voor zijn zoon' een bruiloft aanrichtte (Matteüs 22: 2).

De Vader-koning, God, is dus bezig om mensen te nodigen en te roepen voor de bruiloft van zijn Zoon (de Here Jezus).
Nou, jij bent ook uitgenodigd, gedoopt. Jij bent ook bestemd voor dat feest, zo'n geroepene en eens zal de Here zeggen: nu is het tijd, nu moet je komen. En dan moet je ook klaar zijn en gaan.
Laten we er nu eerst van zingen met Gez. 36: 1. [ Zingen: Gez. 36: 1 ]

2. Dat doel / plan is er echt voor ons allemaal

En nu het tweede.
Ja, jij hebt echt om zo te zeggen een persoonlijk aan jou geadresseerde uitnodiging gekregen voor het feest van de Here Jezus: je doop.
Dat zegt Paulus ook tegen de hele gemeente te Rome.
Hij schrijft niet aan een paar bijzondere uitgenodigde gemeenteleden. Nee, hij heeft het tegen hen allemaal. U hebt de Here toch lief. Nou, dan geldt: u bent geroepenen, en die geroepen zijn, zijn ook degenen die God van tevoren gekend heeft. En die Hij van tevoren gekend heeft dat zijn ook dezelfden als degenen die van tevoren bestemd waren om aan Christus gelijkvormig te worden. Het zijn dezelfde mensen als de gerechtvaardigden en de verheerlijkten.
Moet je kijken: het staat er echt in de verleden tijd. Vers 30: dezen hééft Hij geroepen, en Hij hééft ze gerechtvaardigd, Hij hééft die ook verheerlijkt. Wonderlijk.
Dat betekent dat als je een geroepene bent, dat je dan van Paulus mag zeggen: ik bèn nu ook gerechtvaardigd, ja ik bèn al verheerlijkt.

Maar hoe kan dat?
Dat kan omdat je, als je geroepen bent en je komt en je dus gelooft in de Here Jezus, dan hóór je helemaal bij de Here Jezus. En Gods beloften zijn zo vast en zeker dat je mag zeggen: ik hèb eigenlijk alles al wat God mij wil geven. Ik heb eigenlijk de heerlijkheid al. Want als God iets belooft, doet Hij het ook. Hijzelf staat achter zijn beloften!

Nee, u, jij en ik, we zijn nog niet in de hemel. Maar God geeft jou zijn beloften. En met die beloften is het net als met deze autosleutels (in de hand nemen).
Stel je voor dat ik deze autosleutels net van iemand gekregen heb. Echt gekregen met de belofte: "die auto die daar op de parkeerplaats staat, geef ik je. Je moet er alleen zelf naartoe lopen". Dan kan ik nu toch zeggen: ik ben een autobezitter. Kijk maar, ik heb de sleutels gekregen, die zijn van mij. Ik moet alleen naar de parkeerplaats gaan en die sleutels goed vasthouden.

Zo konden die mensen die door de koning uitgenodigd waren om op het bruiloftsfeest van zijn Zoon te komen zeggen: ik ben uitgenodigd, ik heb een feest, ik heb een uitnodiging. En de koning meent het echt. Ik ben een bruiloftsganger.
Maar, o schrik: wat dwaas, als de koning laat weten: nu moet je komen, dan hebben ze het zo druk met van alles en nog wat dat ze niet komen. Dan blijkt dat die genodigden / geroepenen, de koning en zijn zoon niet echt liefhebben.
Nee, ze zijn helemaal niet met verkeerde, slechte of zondige dingen bezig. Nee hoor, heel eerlijk zijn ze druk met hun bedrijf, met hun akker, hun zaken, hun hobby, dagelijkse huishouden. Een derde was net getrouwd. Dat zijn geen zondige dingen. Nee helemaal niet. Maar die op zichzelf goede zaken (geschenken van God) hebben zo'n grote plaats gekregen in het leven van die mensen dat ze de Koning en zijn Zoon met hun feest eigenlijk niet meer belangrijk vinden. Dat blijkt. Ze hebben de koning en zijn zoon niet echt lief.

Hoe staat dat met u en jou? Je bent een geroepene, een gedoopte. Maar hoe belangrijk zijn bij u en jou de goede alledaagse bezigheden? Wie is er belangrijker, je zaak, je werk of de Here? Waar is jouw liefde het meest op gericht? Op je vrouw of man, kinderen of op de Here? Heb je God lief boven alles? Of hou je wel van Hem, maar vind je je computerspelletjes of jouw sport of andere mooie en goede dingen eigenlijk belangrijker?
Heb je wel tijd voor tv-programma's maar geen tijd om echt eens een poosje persoonlijk bij de Here te zijn met bijbellezen en gebed?
Nee, het hoeven geen slechte programma's te zijn. Maar trekt de TV u misschien toch van de Here af? Ook op zich goede zaken kunnen uw aandacht van Gods plan met u afleiden zodat je daar eigenlijk geen aandacht aan besteedt. Je kunt van veel goede dingen blij zijn en genieten. Maar ben je echt gericht op Gods feest, op het feest van zijn zoon?
Bereiden we ons daar op voor door ons er nu al op te richten meer en meer één te zijn met Jezus? Te doen als Hij? Hem te volgen en te dienen?

De vraag is: je kunt druk zijn met veel mooie en goede dingen, maar ben je er klaar voor als de Here op een onverwacht moment zegt: nu moet je komen (door dood of wederkomst). Waar zit dan je hart? Waar ben je in feite op gericht?

Broeders en zusters, er zijn geroepenen, mensen die Gods beloften en Gods heerlijkheid al op hun naam hebben staan - die toch niet leven met Gods plan en zich daar niet op richten. Zulke mensen zijn niet klaar als ze door de Here geroepen worden en zullen vergaan.

Anderen komen wel; ze komen zelfs de feestzaal in. Maar ze hebben niet eens een feestkleed aan, terwijl het bij de ingang te krijgen was. Bij die mensen is het leven ook niet echt gekleurd door Gods plan. Ze waren geroepenen, ja Gods roeping / doop was echt serieus. Maar ze leefden niet echt voor de koning en zijn zoon, maar voor iets of iemand anders.

3. Dat doel / plan kleurt je hele leven

Dat is het derde: die mensen lieten hun leven niet kleuren door het plan van God om hen gelijkvormig te maken aan de Here Jezus.
Gods plan is dat wij allemaal in dit leven leren omgaan met de Here Jezus en dat we dankzij de Geest van Jezus in ons, beginnen te leven als de Here Jezus. Dat ons doen en laten en denken en voelen iets van de familietrekken van Jezus en van God de Vader begint te vertonen. Diezelfde liefde, diezelfde geaardheid.
Maar we zijn zondig. Laten we daar dus in ons gebed op gericht zijn.
Heer, leer ons al minder voor onszelf te leven en al meer voor U, net als Jezus. Help ons, om net als U, Heer Jezus, onze naasten lief te hebben, zelfs onze vijanden.
Nee, uit onszelf kunnen we het niet.
Maar we zijn mensen in wie de Geest van de Here Jezus is en in wie de Geest ook wil werken als we daar om vragen. Wie dat gelooft en doet, merkt dat hij steeds weer een stukje feestkleed aan mag trekken: de liefde en allerlei andere geestelijke gaven. Zo groeien we naar het feest, de heerlijkheid.

En nu nog één wonderlijk iets. Dat is dit.
We gaan naar het bruiloftsfeest van Jezus. Maar weet u wie de bruid is?
Dat bent u en jij en ik. Wij samen met alle gelovigen van alle eeuwen en plaatsen. Nee, niet letterlijk. Maar we zullen echt bij en rond de Here Jezus zijn. Hij als eerstgeborene in ons midden, onder vele broers en zussen.

Daar mogen we naartoe leven, nu al op gericht zijn. Is dat niet een geweldig voorrecht? Een gelovige droomt daarvan als het goed is! Zoals een bruid van haar bruidegom.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar