Paulus stelt het evangelie voor. En hoe! (Deel 1)

Thema: Paulus stelt het evangelie voor. En hoe!
Tekst: Romeinen 1: 1-4
Tekstgedeelte(n): Romeinen 1: 1-7
Door: Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel)
Gehouden te: Krimpen aan den IJssel op 26 mei 2002
Benodigd: Brief (zie inleidende paragraaf voor de inhoud)
Opmerking RJCV: De prekenserie Paulus stelt het evangelie voor. En hoe! is als tweeluik gehouden en is ook bedoeld om als zodanig gelezen te worden. De prekenserie bestaat uit:
1: Rom01v01
2: Rom01v05

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Gez. 36: 1-3
Wet
Ps. 119: 65
Lezen: Romeinen 1: 1-7
Ps. 40: 4
Tekst: Romeinen 1: 1-4
Preek
Gez. 30: 1-2
Ps. 134
Zegen

[ Brief open maken en voorlezen: ]
"Piet Pieterse, klassenvertegenwoordiger van 3 havo op de [ lees hier: naam scholengemeenschap ], daartoe gekozen en benoemd om de belangen van onze klas te vertegenwoordigen. Geachte rector, ik schrijf u om het volgende..."

Gemeente van de Here Jezus, broeders en zusters, jong en oud,

Vind je dit ook niet raar? Zo begin je toch geen brief. Eerst je zelf uitgebreid voorstellen en je dan pas richten tot de geadresseerde. Zo hoort het toch niet. In een brief begin je met de aanhef. "Geachte rector." En dan vertel je waarom je schrijft. En dan aan het eind sluit je af met: "Met vriendelijke groeten, Piet Pieterse."
Zo doen wij het inderdaad, maar Paulus niet. Paulus doet het net als Piet Pieterse. In de tijd waarin Paulus leefde, begon je een brief altijd met je eigen naam, en dan de naam van de geadresseerde en dan een groet. Zo doet hij het bijvoorbeeld in de brieven aan de Tessalonicenzen. Paulus, aan de gemeente van de Tessalonicenzen: genade zij u en vrede. Nou is dat wel heel kort voor Paulus. Meestal zet hij iets achter zijn naam, dienstknecht van Jezus Christus of iets dergelijks Wat enorm opvalt is dat Paulus het hier wel heel uitgebreid doet. Veel uitgebreider dan in zijn andere brieven. En toch is het niet raar, zeker al je beseft dat Paulus nog nooit bij de mensen daar in Rome was geweest. Hij had dat wel graag al eerder gewild, maar het was er nooit van gekomen. En daarom stelt hij zich dit keer nogal uitgebreid voor.
En dan niet alleen zichzelf. Want hij stelt ook zijn boodschap voor, het evangelie. En ook dat doet hij heel uitgebreid. Kijk maar, vers 1 ... [ Lezen: Romeinen 1: 1 ]. En dan noemt hij eigenlijk 6 dingen:

In deze preek zal ik het hebben over de eerste 3. [ De rest komt volgende week. ]

Het thema is:

Paulus stelt het evangelie voor. En hoe!

We kijken naar 3 dingen.

  1. De oorsprong van het evangelie
  2. De betrouwbaarheid van het evangelie
  3. De inhoud van het evangelie

1. De oorsprong van het evangelie

Twee korte Nederlandse woordjes geven die oorsprong aan, aan het eind van vers 1: van God. In het Grieks is het maar een woordje: theou. Het is een kort woordje, maar wel het allerbelangrijkste van heel de brief aan de Romeinen. Sterker, God is het belangrijkste woordje van heel de bijbel. Voor veel mensen in Nederland is het niet meer dan een stopwoordje. Jammer is dat, en ook heel erg. Maar voor Paulus is God het meest kostbare woordje dat Hij kent. Want wie of wat is God voor Paulus? Om daar een beeld van te krijgen, moet je naar zijn toespraken en zijn brieven en dan kijken wat hij over Hem zegt, hoe hij Hem benoemt. Ik heb dat eens op een rijtje gezet. Dan kom je erachter dat voor Paulus God de allerhoogste is, Hij die de wereld maakte, die alle leven wekt, de Heer van hemel en aarde die niet in tempels woont met handen gemaakt, die overheden aanstelt, de bevrijder van Israël, Hij die doden opwekt, die het verborgene oordeelt, die wasdom geeft, die zijn liefde bewijst, die ons door Christus met zich verzoent, die zich ontfermt, die rechtvaardigt, die heiligt en verheerlijkt, die niet liegt, die vóór ons, is die zijn Heilige Geest geeft, die de nederigen troost, de nabije. Hij is voor Paulus de God van de joden en van de heidenen, God van volharding en vertroosting, God van de hoop, God niet van wanorde maar van vrede, de levende God, Vader der heerlijkheid, Vader van de Here Jezus Christus, die alles in allen werkt, Vader van allen die is boven allen en door allen en in allen, onze Vader, Abba. Dat alles en nog veel meer klinkt er voor Paulus door in dat ene woordje: God. Teveel om te zeggen, teveel om te bevatten. God. Het is een adembenemend woord. Is het dat voor jou ook? Probeer dat voor je zelf maar eens op een rijtje te zetten. Wordt daar maar eens stil voor. Wie is God voor mij? Waaraan denk ik als ik dat woordje hoor: God? Voor Paulus is God alles. En nu zegt Paulus: het evangelie dat ik verkondig, is het evangelie van God. Het komt bij Hem vandaan.
En dan bedoelt hij daarmee: niet bij mij dus. Paulus zegt: Hij heeft mij juist gestuurd, Hij heeft mij geroepen, Hij heeft me daarvoor apart gezet. Als apostel. Dat woord betekent: gezondene, afgezant, ambassadeur. Paulus komt niet voor zichzelf. Hij wil de gemeente in Rome niet lastig vallen met zijn eigen verhaal. Hij zou het niet eens durven. Hij mag het ook niet. En hij komt ook niet met het verhaal van andere mensen. Ook de wereld van Paulus was al vol van mythen, sagen en sprookjes, filosofieën en tradities. De enige nog mooier en interessanter dan de andere. Maar Paulus is geen entertainer, hij is ook geen propagandist van een ideologie, zelfs niet van een nieuwe religie. Hij is apostel, hij is verkondiger van een on-menselijke boodschap. Daarmee bedoel ik: een boodschap die niet in de hersencellen van een mens ontstaan is, maar buiten de mens, buiten deze wereld zelfs, in de raad, de gedachten van de eeuwige God, de allerhoogste, de schepper.
Daarom is het ook een vreemde boodschap, vreemd omdat God voor de mens door zijn zonde een vreemde geworden is. Vreemd, omdat het de mens terugroept van zij egoïstische leventje naar een leven dat hij van huis uit niet kent en waar hij het liefst hard voor weg rent, het eeuwige leven met God. Het nieuws dat Paulus brengt, is niet naar de mens. Het is confronterend en pijnlijk. En daarom is het zo belangrijk dat Paulus weet en dat de anderen weten dat hij gezonden is.
Als je op pad gestuurd wordt met een vreemde boodschap, is het belangrijk dat je beschermd wordt, dat je gedekt wordt, door een grotere macht dan jezelf. Vergelijk het maar met de deurwaarder. Wat een hondenbaan lijkt me dat, want wat je brengt is altijd slecht nieuws. De enige reden waarom zo'n man het volhoudt, is dat hij weet dat hij gestuurd is door een ander die groter en machtiger is dan hij, namelijk de rechter. Wie een deurwaarder voor zijn kanis slaat, is nog niet jarig. Paulus weet zich ook gedekt, door de Almachtige. En ook al is hij wel regelmatig in elkaar geslagen, hij durfde toch iedere keer weer met het evangelie op pad te gaan.
Nou is Paulus geen deurwaarder, want het nieuws dat hij brengt is niet alleen geen slecht nieuws, het is juist goed nieuws, evangelie. Het is misschien wel vreemd en pijnlijk nieuws, want het is niet naar de mens. Maar het is absoluut goed nieuws, want het wil het goede voor de mens. Vergelijk het maar met een bittere pil, of een spuitje. Niet leuk, maar wel nodig. Je kunt er wel voor wegrennen, naar dat heeft geen zin. Dan word je niet beter. Zo is het ook met het goede nieuws van God. Je kunt er wel voor weg rennen, maar dan ben je dom bezig want je hebt dat nieuws nodig. Je hebt God nodig, je bent voor alles van hem afhankelijk. Paulus zegt ergens anders: in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij. Een mens komt pas echt thuis bij God. Dat heeft ook Paulus ervaren. Hij kende de God van Israël maar slecht, omdat Hij zijn Zoon niet wilde erkennen - Hem zelfs vervolgde. Maar toen Hij God in Jezus Christus leerde kennen, toen was hij verkocht. Vanaf toen werd God en zijn genade in Jezus alles voor hem. En daarom durft hij met dit vreemde nieuws niet alleen op pad, maar wil hij het ook. Met heel zijn hart, want het is het evangelie... van God.
Praten over God, over Jezus. Het blijft vreemd. Want het is confronterend. Je praat over gehoorzaamheid en over doodgaan, van de oude mens. Over berouw en bekering. Gelukkig maar dat Hij je stuurt. Hij waakt over je en geeft je de woorden om te spreken. Maar dat kan alleen maar als je hem zelf hebt leren kennen. En je kunt juichen over de vrijheid, de genade, nieuw eeuwig leven. Dan durf je het niet alleen, dan wil je het ook. Want het is niet zomaar nieuws, het is het goede nieuws, het allerbeste nieuws, want het is het evangelie... van God.

2. De betrouwbaarheid van het evangelie

Heb jij dat ook? Dat je wil weten waar die jam, die vouwwagen en dat houten tuinbankje vandaan komen? Ik wil meestal weten waar iets gemaakt is. Het zegt vaak iets over de kwaliteit. Alles wat uit Duitsland komt boezemt mij vertrouwen in. Want Duits staat voor gründlich, degelijk, betrouwbaar. Maar als erop staat: Made in Madagaskar, krijg ik al mijn twijfels. Er is zoveel te koop, er zijn zoveel aanbieders. Je zoekt naar iets wat je vertrouwen geeft. Als je je twijfels hebt, ga je op zoek naar informatie. Op een etiket, in een folder, eventueel op het internet. Dat is met dingen en producten al zo.
En dus ook met nieuws. Ook dan is het belangrijk dat je achtergronden kunt leren kennen. Om na te gaan hoe betrouwbaar het is. Zeker als dat nieuws als goed nieuws wordt gepresenteerd. Daar houdt Paulus dan ook rekening mee. Want het nieuws dat hij brengt, is geen nieuwigheid, geen noviteit. Van het evangelie van God dat hij verkondigt, zegt Paulus in vers 2: dat God het tevoren door zijn profeten beloofd had in de heilige Schriften. Hij zegt als het ware, kijk, het nieuws dat ik breng heeft een tastbare, onderzoekbare attestatie bij zich. Jongens en meisjes, weten jullie wat dat is, een 'attestatie'? Dat is een schriftelijke verklaring die je van ons meekrijgt als je verhuist. Die heb je nodig wanneer je je bij de kerk in de nieuwe woonplaats aanmeldt. Daar staan alle belangrijke gegevens op: je naam en je geboortedatum, en de datum van je doop en je belijdenis en je huwelijk en daar staat ook bij dat je voor zover wij kunnen nagaan er niets verkeerds op jou aan te merken is. En als er wel iets is aan te merken is, dan wordt dat ook kort gemeld. Omdat de kerkenraad zelf zo'n attestatie schrijft, is het voor de kerk in je nieuwe woonplaats een betrouwbaar document over wie je bent en of je als christen leeft. Nou voor Paulus is de bijbel de attestatie van het goede nieuws dat hij brengt.
Dit [ en hef de bijbel omhoog ] - is betrouwbaar nieuws. Je kunt het zelf nalezen, want het evangelie is niet van vandaag of gisteren. Er is al heel lang sprake van. Ook vroeger al zijn mensen er door God op uitgestuurd, profeten, die waren er toen ook al vol van, want het gaf hun hoop en perspectief. En dat is allemaal opgeschreven en vastgelegd. In de heilige schriften.
Dat zal indruk gemaakt hebben op de kleine gemeente van heidenen daar in Rome, want de heilige schriften, dat zijn de heilige boeken van de grote Joodse synagoge bij hen om de hoek. De synagoge in Rome was een eerbiedwaardige gemeenschap, waar de mensen respect voor hadden. Vergeleken met hen was de gemeente van christenen maar klein. En ze werden niet voor vol aangezien. Dat ook zij zich wilden beroepen op diezelfde heilige schriften, werd ze niet in dank afgenomen. Wat meent dat kleine clubje christenen wel wie ze zijn? Paulus zegt hier tegen hen, zoals hij dat verderop in deze brief veel uitgebreider zegt: Gods goede nieuws dat ik breng, is al heel oud en tastbaar vastgelegd in dat boek waar ook jullie het van moeten hebben en waar je je ook terecht op mag beroepen: de heilige schriften.
Het goede nieuws is al heel oud. Maar het is geen oud nieuws. Dat iedereen al kent of dat intussen geen waarde meer heeft. Nee, het is oud omdat het al heel lang beloofd werd. Zo staat het er ook in vers 2. De profeten in het oude testament hebben dat nieuws vroeger als belofte gebracht. Ze spraken altijd in de toekomende tijd: Mozes zei in Deuteronomium 18: namens de Here: Ik zal een profeet laten opstaan, net als jij, en ik zal mijn woorden in zijn mond leggen. En Jesaja zei: Er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï, een scheut uit zijn wortel zal vrucht dragen. En ergens anders zegt hij: Zie, een maagd zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuël geven. Als belofte is het evangelie al heel oud. Maar het is niet bij beloftes gebleven. Ze zijn uitgekomen. Die profeet waar Mozes over sprak is gekomen, en die maagd waar Jesaja het over had heeft inderdaad een Zoon gebaard. En Hij heeft zijn naam, Immanuel, waar gemaakt want Hij was inderdaad God met ons. En daarom is het goede nieuws dat Paulus brengt, ook echt nieuw nieuws. En zo presenteert Paulus het dan ook iedere keer, net als de andere apostelen. Mensen, het is zover. Wat God beloofd heeft in de Schriften, is uitgekomen. Al die honderden beloften, ze zijn vervuld in Jezus Christus. Hij over wie vroeger geprofeteerd en gedroomd werd, Hij is gekomen. Ik ken hem, ik heb hem ontmoet in levenden lijve; Hij heeft mijn leven op zijn kop gezet; ik ben een ander mens geworden; Hij heeft mij geroepen en apart gezet, en mij naar jullie toegestuurd. Doordat Paulus dat als apostel kan zeggen, krijgt het evangelie eigenlijk een dubbele attestatie. Dat van de beloften op het papier van de heilige schriften en dat van de verklaring van ooggetuigen zoals hij, die de beloften hebben zien uitkomen en stuk voor stuk een nieuw leven mochten beginnen. Wie twijfelt nu nog over de betrouwbaarheid van dat evangelie?

3. De inhoud van het evangelie

In vers 3 en 4 noemt Paulus dan degene over wie het goede nieuws gaat. De inhoud van het evangelie. Het is het evangelie aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Here. Dat is een hele mond vol. Maar de kern daarvan is: een persoon. Het goede nieuws dat Paulus brengt, is geen theoretisch verhaal maar een persoonlijk getuigenis over een persoon: Gods eigen Zoon, Jezus Christus. Vooral in de brief aan de Korintiërs hamert Paulus daarop als hij zegt: Ik ben, toen ik tot u kwam, broeders, niet met schittering van woorden of wijsheid u het getuigenis van God komen brengen. Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en die gekruisigd.
Hij is de inhoud van dat goede nieuws dat bij God vandaan komt, met de betrouwbare attestatie van het Oude Testament. En over deze persoon zegt Paulus in vers 3 en 4 iets heel belangrijks. Het is het grote wonder, het grote geheim van Jezus Christus. En Paulus zegt het op zo'n beknopte en mooi uitgebalanceerde manier dat je de indruk krijgt dat het om een bestaande belijdenisformule gaat.
Paulus plaatst twee uitdrukkingen naast elkaar: aan de ene kant gesproten uit het geslacht van David naar het vlees (letterlijk staat er: uit Davids zaad) en - aan de andere kant - naar de geest der heiligheid verklaard Gods Zoon te zijn in kracht. Gesproten uit het geslacht van David naar het vlees slaat op zijn mens-zijn. Jezus is een verre afstammeling van koning David. Maar, ook al is Hij 'van koninklijke bloede', wat er door zijn aderen stroomt, is toch gewoon mensenbloed. Zijn naam staat de kaartenbakken van de burgerlijke stand van Israël. Kijk maar in de geslachtsregisters in Matteüs 1 en Lucas 3. Jezus, zoon van David, is been van ons gebeente, vlees van ons vlees. En tegelijk, wonder boven wonder, is Hij ook Gods Zoon. Dat is Hij niet geworden, door geboorte, maar dat was Hij al van eeuwigheid. Afkomstig van de troon van God, maar na een tijd van vernedering op aarde ook weer bestemd voor diezelfde troon. Daarom zegt Paulus dat Hij verklaard is Gods Zoon te zijn in kracht. Verklaard is een ongelukkige vertaling. Beter is aangesteld, benoemd. Niet om Gods Zoon te zijn, want dat was Hij al, maar om Gods Zoon te zijn in kracht, namelijk met macht en heerlijkheid. Daarop ligt alle nadruk hier. Zo begrijpen we ook wat er in Psalm 2 staat: Jij bent mijn zoon, vanaf heden ben ik je vader. Vraag mij wat je wilt; ik geef je heel de aarde in handen, ik stel alle volken onder je beheer. Je kunt hen verbrijzelen als met een ijzeren vuist, je kunt ze stukslaan als aardewerk. Die macht en heerlijkheid die was een tijdlang niet te zien, als Davids Zoon naar het vlees, maar - zoals Paulus zegt in vers 4 - die heerlijkheid werd duidelijk naar de geest der heiligheid door de opstanding uit de doden. Dat wil zeggen: als beloning voor het dragen van zijn vernedering werd Gods Zoon door de Geest der heiligheid, de Heilige Geest, met kracht en macht bekleed. Theologisch, noemen we dat de 'verhoging' van Gods Zoon. Die verhoging vond plaats in fases en begon met de opstanding, gevolgd door de hemelvaart, en de uitstorting van de Heilige Geest. Wonderlijk. De mens van vlees en bloed, de achter-achter-achter-achter-achter-achter-kleinzoon van David, was tegelijk bestemd om God Zoon te zijn in macht en heerlijkheid.
Hij is de inhoud van het evangelie van God, dat Paulus verkondigt. Aan het eind van vers 4 noemt hij zijn naam, als een belijdenis: Jezus Christus. Jezus, dat wil zeggen God redt. Christus, dat wil zeggen gezalfde, Messias. De verlosser die beloofd was. En daar voegt Paulus nog aan toe: Here. Vooral dat laatste, is in de mond van deze man één grote belijdenis. Here. Dat betekent: Ik ben van hem, zijn eigendom. In vers 1 zegt Paulus: ik ben zijn dienstknecht. Dat is wat! Als deze man dat zegt. Deze Farizeeër, Saulus van Tarsis, die het eerst op Jezus gemunt had en op al zijn volgelingen. Die het bloed van de verpletterde Stefanus maar niet van zijn handen afkreeg. Totdat de Geest hem reinigde met het enige dat echt schoonmaakt, het bloed van Gods Zoon. Saulus werd Paulus. Dat betekent klein, nederig. Paulus weet wat genade is en wat het met je doet. Van vervolger van Jezus Christus werd hij zijn dienstknecht en zijn apostel. Dat was zijn geluk, daarin lag zijn eer, zijn levensdoel.
Het is goed om daar eens over na te denken. En jezelf af te vragen: hoe praat ik met andere mensen over Jezus Christus? Misschien moet je je eerst nog iets anders afvragen: praat ik überhaupt wel ooit over Hem? Maar stel dat je dat doet, vraag je dan eens af: hoe praat ik dan over Hem? Als mijn mascotte? Als het sluitstuk van al mijn logische of theologische redeneringen? Als degene die mijn entreebewijs voor de hemel betaalde? Als degene door wie ik behoor bij het betere deel van de natie? Vind ik mijzelf door deze Jezus beter dan de ander? Of ben ik net als Paulus klein geworden. Is Hij niet alleen de verlosser, maar ook mijn verlosser? Is Hij mijn Heer? Wil ik hem dienen, met vallen en opstaan, maar wel met heel mijn hart? Pas als je die laatste vraag met ja kunt beantwoorden, heeft evangeliseren zin en wil God het zegenen.
Paulus heeft het evangelie voorgesteld. En hoe! Het heeft een adembenemende oorsprong: God. Het is door en door betrouwbaar: beloofd door de profeten en beleefd door de apostelen. En het heeft een persoonlijke inhoud: Gods Zoon, Jezus Christus, onze Here.
Aldus Paulus. En nu jij.

Amen.

Gebed

Onze Vader in de hemel,

U bent de oorsprong van alle dingen. Uit niets hebt u geschapen wat er is. Al het goede komt van U. En dat geldt bovenal van Uw kostbaar evangelie, de blijde boodschap die door profeten en apostelen verkondigd is. Want in dat evangelie hebt U uzelf geopenbaard, steeds duidelijker en tenslotte zelfs overduidelijk in Uw Zoon, Jezus Christus. Here God we danken U daarvoor, want ook al is het soms pijnlijk en moeilijk voor ons, die confrontatie met Uw waarheid, we hebben het o zo nodig, want U bent volstrekt eerlijk en rechtvaardig en weet wat wij nodig hebben. Geef dat wij in dat heldere doordringende licht van uw evangelie willen gaan staan en ons door u laten nakijken, zodat onze zonden en gebreken duidelijk worden en u er wat aan kunt doen. Geef dat we daar niet bang voor zijn. Ook niet om het aan andere mensen voor te houden. Maar geef dat de liefde voor U en de naaste ons dringt om dat wel te doen. Want we hebben van U een betrouwbaar Woord gekregen dat zich bewezen heeft in de geschiedenis en in het leven van zo ontelbaar velen, niet in het minst ook in het leven van uw dienaar en apostel Paulus. Help ons om dichtbij te leven, vlak achter de Here Jezus aan te gaan, voortdurend in gesprek te zijn met U, dat we onze zorgen en moeiten met U delen, Uw Woord onderzoeken om U beter te leren kennen en U prijzen om U grote daden in de geschiedenis en in ons eigen leven. Want alleen zo krijgen we een goed beeld van U en van Uw Zoon, die de inhoud is van Uw goede nieuws voor ons. Geef dat we kunnen en willen getuigen aan onze naaste. Van U als persoon, met wie we een band mogen hebben en die volmaakt voor ons zorgt, ons hoop geeft op de toekomst, liefde voor de naaste en zin geeft aan ons leven. Help ons om zo Uw evangelie door te geven. En wilt U ons getuigenis dan zegenen, zoals U ook dat van Paulus zo rijk gezegend heeft.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar