Simson (Deel 2: God laat ons soms gaan en genadig maar pijnlijk vastlopen in onze halfslachtigheid!)

Thema:

God laat ons soms gaan en genadig maar pijnlijk vastlopen in onze halfslachtigheid!

Tekst: Richteren 14
Tekstgedeelte(n):

Matteüs 7: 24-27
Richteren 14

Door: Ds. Ton de Ruiter (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Enkhuizen)
Gehouden te: Enkhuizen op 26 augustus 2001
Opmerking TdR:

De preken uit de serie Simson zijn bedoeld om in volgorde gelezen te worden. Deel 4 is gemaakt naar aanleiding van het verschrikkelijke gebeuren in de VS - deze kan ook los van de andere drie gelezen worden. Of eventueel eerst Deel 4 en daarna de andere drie in volgorde.
1: Simson 1 - God geeft nieuwe kansen. Ook aan ons. Wees echt een (Sim)zonnetje!
2: Simson 2 - God laat ons soms gaan en -genadig maar pijnlijk- vastlopen in onze halfslachtigheid!
3: Simson 3 - Een 'beresterke slappeling' - typerend voor een zwakke gemeente van de sterke God
4: Simson 4 - Wat zeggen de puinhopen in New York en Washington de wereld en ons vandaag?

Extra:

Inleiding op de prekenserie Simson.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 1
(Morgendienst: Wet)
(Morgendienst: Ps. 101: 1-3)
Gebed
Lezen: Matteüs 7: 24-27 [ zeg daarna: "met het bouwen van ons huis bedoelt Jezus ons levenshuis; daar bouwt iedereen aan; en iedereen zal in de storm terechtkomen; het blijft staan als je doet wat je hoort van Mij, zegt Jezus hier duidelijk; en anders stort je leven in." ]
Lied 429: 1, 3
Preek ("waarin dan stukje voor stukje Richteren 14 (de tekst) gelezen wordt; we volgen het verhaal stukje voor stukje")
Ps. 139: 1, 4, 11
(Morgendienst: Gebed met de woorden van Gez. 4)
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis: Gez. 4)
(Middagdienst: Gebed)
Collecte
Ps. 84: 3, 5-6
Zegen

In Richteren 13 kunt u lezen over de geboorte van Simson. De Here had via een engel aan de vader en moeder weten dat hun zoontje een verlosser voor Israël zou worden. Gods kinderen waren in Kanaän in feite weer slaven, van de Filistijnen. Waarom? Omdat ze hun kracht niet bij God zochten en niet naar Hem luisterden.
Ja, dit kind, uit een kinderloos echtpaar geboren, was echt een geschenk van God. De Here deed een wonder - net als bij Abraham en Sara. Hij wilde iets nieuws gaan beginnen in die hopeloze situatie.
Dat bleek wel uit de instructies die de engel gaf. Zie Richteren 13: 4-5... [ Lezen: Richteren 13: 4-5 ]

Dit kind zou dus voor zijn leven een knecht van God zijn en de Geest van God ontvangen. Net als wij allemaal sinds Pinksteren. Voor z'n hele leven. Simson kreeg een bijzondere taak.
Het kind wordt geboren en ze noemen hem Simson, dat is 'krachtige zon'. Omdat God beloofd had dat Hij via dit kind wonderen zou gaan werken in Israël - bevrijding zou gaan geven.

Bij het opgroeien begint de Heilige Geest hem al aan te sporen. Hoe staat er niet bij. Wellicht gaf de Geest van God hem al vroeg moed, kracht en inzicht. Als jongen zal hij al bijzonder moedig geweest; een man met durf. "Voor de Filistijnen niet bang"! Waarschijnlijk zeiden leeftijdgenoten vaak: "zo hé, díe durft; díe is sterk".
Is Simson daardoor wellicht hoogmoedig gaan worden en begon hij te vertrouwen op eigen kunnen en vergat Hij, dat de Hére Hem opvallend sterk maakte? Simson lijkt niet echt voor de Here te leven, zoals later de jonge Samuël wel doet in diezelfde goddeloze tijd.
Simson groeit op in het grensgebied met de Filistijnen; en zolang de Israëlieten maar onderdanig blijven dan kunnen ze zich aardig vrij bewegen. Zo leven Joden en Filistijnen wat door elkaar heen. Zo komen in elkaars dorpen voor handel. En de kinderen spelen weleens met elkaar. Het lijkt er op dat ook Simson, net als heel Israël, het grote verschil wat vergeet tussen Israël (Gods volk) en de heidenen. Ook Simson gaat blijkbaar vriendschappelijk met de Filistijnen om en wil misschien zijn roeping het liefst vergeten. Hij had er zelf ook niet om gevraagd, toch?
Natuurlijk hebben zijn ouders verteld wat God door de engel gezegd had. En hij liet zijn haar ook wel groeien en dronk geen wijn en sterke drank. Hij wilde die bijzonder gaven wel. Maar verder…?
Simson leefde net als de rest van Israël. Dat ze een apart volk waren, en dat de Here hun kracht was - dat, ach, was dat nou zo belangrijk? Andere dingen, zoals eten en drinken en plezier - dat vonden ze eerlijk gezegd belangrijker dan de Here.

Zo zie je Simson rondlopen, ook in de dorpen van de Filistijnen. Hij kijkt rond alsof hij een gewone jongen is; Simson lijkt geen echte gelovige.
En dan komt het: Richteren 14: 1-3 [ Lezen: Richteren 14: 1-3 ]

Simson raakt gewoon verliefd (vlinders in z'n buik, hij is gewoon gek op dat meisje; haar gezicht komt steeds weer in zijn gedachten en dromen).
Even over verliefdheid: hoe kom je daar eigenlijk aan? Waarom word je verliefd op die ene en niet op die ander? Tja, vroeger vroeg men zich dat ook al af en zei men: dat doen de goden. En de Grieken en Romeinen bedacht goden als Cupido, Eros of Venus. Die schieten pijltjes door harten van mensen waardoor we verliefd worden op die ene en niet op die andere.
Wij geloven niet in die liefdesgoden, maar de waarheid is wel dat God onze verliefdheden bewerkt. Dat doe je niet zelf.
Het kan ons zomaar overkomen. Plotseling zelfs. Dat is mooi. Een heel mooi stukje schepping!
Maar... let op!
God kan ons er ook weleens mee beproeven en ons een verliefdheid laten meemaken die niet goed is, maar waardoor Hij ons wil leren te kiezen voor trouw aan Hem en aan onze eigen vrouw of man.
Je moet dus altijd vragen: geef ik toe aan dat verliefdheidsgevoel dat ineens in je is of moet ik dit wegdoen? En dat kan natuurlijk. We zijn geen dieren, maar mensen. Niemand is gedwongen zijn gevoelens te volgen. (Ik hoop dat u in de gaten hebt dat in films mensen zich vaak gedragen als dieren op dit punt: ze doen maar. Ontrouw is heel normaal als je ineens wat gek wordt op een ander, alsof je geen verstand gekregen hebt. Helaas, onze ontwikkelde maatschappij begint echt beestachtige / dierlijke trekken te vertonen).
Mensen behoren altijd te vragen: is deze relatie met die jongen / man of met dat meisje / die vrouw naar Gods wil? Als God wel eens vlinders in je buik laat fladderen, betekent dat immers niet dat dat gevoel je een goede weg wijst.

Kijk, Simson merkte ook dat hij verliefd werd op dat Filistijnse meisje. Zij geloofde niet in de Here. Zij had Dagon of een andere god of erkende misschien helemaal geen god. Maar de Here had duidelijk tegen zijn volk (dus ook tegen Simson) gezegd: trouw niet met zulken!
Simson wordt nu beproefd. God wil hem leren kiezen voor Hem. Een training in geloof, mag je zeggen - best wel lastig maar niet té moeilijk.
Jongens en meisjes, zo kan het ook met jullie gebeuren - dat je verliefd wordt en dat je op grond van de Bijbel weet: ik mag hier niet aan toegeven. Ik weet dat er meerderen zijn die dat meegemaakt hebben, en nee gezegd hebben, omdat het meisje of die jongen niet in de Here geloofde. Zij zagen dat als oefeningen in hun geloof, in het leren kiezen voor de Here. En achteraf waren ze blij dat ze zo gekozen hadden voor de Here. Je zult er nooit slechter van worden; wel sterker. Zo bouw je je levenshuis op een Rots, zegt Jezus; door te doen wat je hoort van God.

Helaas, Simson blijkt niet echt op de Here gericht. Hij moet kiezen: ga ik nu doen wat de Here duidelijk verbiedt? Toegeven aan mijn verlangens of... En helaas, hij kiest niet voor het doen wat de Here wil.
Was hij misschien wat verwend door zijn ouders? Had hij geen zelfbeheersing geleerd? Of was hij, net als bijna heel Israël, gewoon weggezakt bij de Here vandaan?
Zijn ouders protesteren en waarschuwen hem. Maar Simson blijft koppig en wil zijn zin hebben. Simson wist zelf ook wel, maar hoorde het ook duidelijk van zijn ouders, dat hij daarmee tegen Gods wil in ging. Maar deze aanstaande dienaar van God laat God gewoon praten!
Terwijl de Geest van God hem al bijzondere gaven gaf - kracht, moed, zegen. Maar blijkbaar kun je, zelfs als Gods Geest je veel geeft, nog afvallig bezig zijn en zelfs voor zonde kiezen.

Ziet u nu het gevaar? Gods plan van verlossing loopt gevaar te mislukken door het ongeloof van Simson. Want Simson leeft met al Gods gaven in feite voor zichzelf.
Kijk: de toekomstige leider van Israël gaat zich verbroederen met de Filistijnen. Hij gedraagt zich niet als man van God, maar als een halfslachtige Israëliet die van twee walletjes wil eten en niet radicaal wil kiezen.

Dat is altijd een gevaar voor gelovigen, dat we wel in God geloven, maar feitelijk onze eigen gang gaan en dus niet echt gelovig zijn. Dat maakt christenen en kerken vaak slap en bespottelijk: door niet echt radicaal te leven met God.
De redding, de zon voor Israël, Simson, dreigt al vroeg ten onder te gaan door halfslachtig geloof en ontrouw. Net zoals het hele volk dreigt ten onder te gaan.

Maar dan staat er iets bij. Dat wat wonderlijke vers 4: "..." [ Lezen: Richteren 14: 4 ]
Het is net alsof de verteller ons wil laten weten: God zag en wist het al, dat het met Simson niet goed ging en dat hij een ontrouwe dienstknecht aan het worden was.
En nu wilde God hem een les leren door hem te laten voelen wat er gaat gebeuren als je je eigen weg gaat. (Even tussen haakjes: in de vertaling moet 'hij' niet met een kleine letter, maar met een hoofdletter: dat Hij (= God) een voorwendsel zocht tegen de Filistijnen. God is het onderwerp van de hele zin). Het zou onlogisch zijn als Simson iets tegen de Filistijnen zou zoeken en dat dan doet door met een Filistijns meisje te gaan trouwen). Nee, God zelf laat Simson die verkeerd ontwikkelt z'n gang gaan en zo zoekt God een aanleiding waardoor de Filistijnen klappen zullen krijgen. God zegt eigenlijk, zo laat de verteller weten: "Simson, wil jij zo graag vriendschap sluiten met de Filistijnen? Doe dat dan maar. Maar Ik, God, zal er voor zorgen dat het op een mislukking uitloopt en dat jij je via dit huwelijk zelfs gehaat zult maken bij de Filistijnen. En hopelijk zul je je les leren en nooit meer vriendschap met hen willen sluiten, maar als een echte Israëliet, als een kind van God zult gaan leven".
God beschikte dus gewoon die verliefdheid (pijltje) en liet toe dat Simson dom en koppig doorging op zijn eigenwijze weg. Zo kan God ook wel met ons doen: "Wil jij, mijn kind, persé ongehoorzaam zijn? Doe dan maar. Nee, Ik, je hemelse Vader, zou liever een andere weg met je gaan, maar als jij door schade en schande wijs wilt worden... toe dan maar. Je zult er spijt van krijgen. Ik hoop dat je er echt iets van leert".
Wie denkt nu niet aan de vader van de verloren zoon in die gelijkenis van Jezus - u weet wel.
Die zoon wilde ook zo graag bij zijn vader weg. "Geef mij alvast mijn erfenis". En hij vertrok de wereld in. Dacht je dat die vader het leuk vond? Natuurlijk niet. Maar, zo zegt Jezus, laat God mensen die hun hart niet echt aan Hem willen geven ook vaak gaan op hun eigen gekozen wegen. Opdat ze dan door schade en schande tot inzicht zullen komen.
Zo hier: "Simson, als je dan zo eigenwijs bent en tegen beter weten in wilt handelen - ga dan maar 'naar de Filistijnen' (letterlijk en ook geestelijk)".

Met verdriet in het hart en tranen in de ogen laat God zijn kind gaan. Simson vraagt er zelf om dat er ellende over hem gaat komen. Helaas, het had zo anders gekund.
Ja toch, broeders en zusters, jongens en meisjes, Simson had toch een veel mooiere en sterkere richter kunnen worden in Israël, als hij zich echt door de Here had laten regeren? Nu gaf de Geest van God hem vaak wel hulp en kracht, maar om Simson, ondanks zijn zonden, toch nog iets voor Israël te laten doen. En het gevaar was dat Simson helemaal geen richter zou worden. Simson speelt immers met zijn functie, met de gaven die God hem geeft; en zo speelt hij met zijn leven. God zou hem geen onrecht doen als Hij hem nu had laten doodgaan.
Geroepen worden door God en dan doen als Simson? Dat is spelen met je leven.

Overigens is dat met ons ook zo. Gedoopt zijn, kind van God zijn dankzij het bloed van de Here Jezus - de Pinkstergeest in je hart hebben; en dán spelen met zonden en niet heilig leven? Dat is ook vandaag gevaarlijk. Jawel, God is heel vaak genadig. Hij laat ons vaak niet ineens sterven als wij expres of bewust zonden doen. Maar Hij zou er geen onrecht mee doen. Trouwens hoeveel kinderen van God raken niet zo vast aan hun zonden dat ze er slechts met grote moeite van los komen? Hoeveel christenen moeten terugkijkend op hun leven niet zeggen: "had ik maar..." …net als Simson. Dat is triest en eerlijk gezegd onnodig. Maar Simson en wij, we kiezen er soms voor met open ogen. Zo dwaas en sterk is de zonde die in ons hart zit. Die kun je alleen aan als je de Here goed vasthoudt.

Bewust, opzettelijk, tegen beter weten in zondigen is zó erg dat God ons er om zou kunnen doden. Dat leert de Bijbel duidelijk.
Misschien flitste dat ook door Simsons hoofd toen kort daarna ineens plotseling een brullende leeuw op hem afsprong om hem te verscheuren. Ja, hij was toen weer op weg naar dat meisje: "o God, maakt u nu een eind aan mijn leven? Straft U mij nu vanwege mijn ontrouw?"
Ik denk dat God het gebeuren met die leeuw zeker zo bedoeld heeft. Zal Simson toen op dat moment niet geroepen hebben: "O Here, help me"? Maar nadat Gods Geest Hem geholpen heeft, schuift Simson ook deze waarschuwing weer weg en denkt: ach, ik heb me aardig gered.
Zo lezen we in verzen 5-7... [ Lezen: Richteren 14: 5-7 ] (waarschijnlijk had Simson even een andere weg genomen dan zijn ouders).

Waarom zei Simson toen niet tegen zijn ouders: "pa, ma, ik ben gewaarschuwd door de Here - met een brullende leeuw; maar de Here wilde me nog genadig zijn en redde me. Nu besef ik mijn zonde en wil ik me bekeren. Laten we terug gaan; ik wil niet meer met dat Filistijnse meisje trouwen. O God vergeef me".
Waarom reageert hij niet zo? Wat jammer. Een gemiste kans!
Simson gaat verder op de weg die tegen Gods wil is. En God dwingt zijn knecht niet, maar laat hem begaan.
Laten we lezen hoe het verder gaat: 14: 8-9... [ Lezen: Richteren 14: 8-9 ]

Simson zal gedacht hebben: Wat een geluk; nu zit er nog honing in het verdroogde karkas ook. Lekker hoor.
Of... heeft hij aangevoeld: hier op deze plek redde God mij en nu geeft Hij me ook nog eens deze lekkere honing. Wat is God goed voor mij. En wat dom om bij Hem vandaan te lopen.
Hoe dan ook - Simson gaat verder en wil niet echt aan God denken.
De Nazireeër met zijn lange haren - denkt weinig of niet aan God. Terwijl Gods genade en goedheid zo tastbaar zijn.
Ja, mensen kunnen God voorbij lopen, terwijl Hij vlakbij en zelfs mét hen bezig is. En dan zelfs zeggen ze: we zien niets van God! Maar de oorzaak is dan heel vaak: onwil, eigenwijsheid en hang naar zonde. Dan word je al blinder.
Van achter de leeuw en van achter de honing kijkt God Simson aan en roept: kom toch terug, Simson, mijn kind. Maar Simson ziet het niet. Of wil hij het niet zien?
Helaas, hij maakt er dan een oppervlakkig spel van. Een raadsel, waarbij de naam van Israëls God niet genoemd wordt. Zijn huwelijksfeest is zonder God. Dat 'flikt' dit kind van God. Maar God laat het dan uitlopen op een teleurstelling.

Hoor maar: 14: 10-18... [ Lezen: Richteren 14: 10-18 ]
Dat is wat - op je huwelijk door je eigen vrouw en feestgenoten "belazerd" worden. Een mooier woord kon ik er niet voor vinden. Wat Simson toen gevoeld moet hebben, is niet te beschrijven. Wat een gezelschap, zeg! Mooie vrienden; die eerst op jouw kosten zeven dagen volop feestvieren en dan jou gewoon hebzuchtig bedriegen.
En m'n vrouw? Heerlijk zo'n filistijnse in je bed en in je armen; ze is gewoon een verraadster. Simson voelt zich geweldig gepakt, diep vernederd, beledigd door z'n eigen vrouw - in de steek gelaten - verraden.
Het feest loopt uit op een groot fiasco; een flop; een zware teleurstelling.

Dringt het nu door tot Simson: dat wie God verlaat smart op smart, ellende te vrezen heeft? Zo heeft Mozes al vaak gezegd tegen Israël.

Simson is woedend. En zonder nadenken laat hij zich door de Geest van de Here leiden naar Askelon. Daar slaat hij in zijn woede 30 Filistijnen dood. Gods Geest zorgt ervoor dat Simson, die eerst vriendschap wilde sluiten met de Filistijnen, nu die Filistijnen toch begint te bestrijden.
De onwillige, ontrouwe Simson vecht nu met de Filistijnen. Verzen 19-20: "..." [ Lezen: Richteren 14: 19-20 ]

En Simson is nu genezen, heeft zijn les geleerd.... - zo lijkt het.
Hij wil dit huwelijk niet meer en gaat terug naar het huis van zijn ouders. "Ik had er niet aan moeten beginnen. Die vrouw wil ik niet meer, die verraadster".
De vader van de bruid begrijpt ook dat Simson zo denkt en geeft zijn dochter als vrouw aan een van de 30 mannen die Simson gezelschap hadden gehouden tijdens de bruiloft. Dan is zij dan toch getrouwd. En misschien... ja misschien hebben ze met elkaar wel gelachen om die rare Simson. Simson heeft op gevoelige wijze zijn les geleerd.

God ging in feite heel genadig met deze onwillige Simson om. De Here bracht hem tot bezinning, opdat hij alsnog als een echte Nazireeër verder zou werken.
Laten wij uit deze geschiedenis leren dat we ons al vroeg en helemaal aan de leiding van de Here toe vertrouwen. Opdat we God positief kunnen dienen en Hij ons niet eerst nog weer tot bekering moet brengen. Leef als bekeerde en wees dagelijks gericht op het luisteren naar Hem en op het doen van wat Hij zegt. Dan, dán alleen, zo lazen we ook in Matteüs 7, bouwen we ons levenshuis op de Rots en zal het niet aan het wankelen gebracht worden - zoals bij Simson wel gebeurde, helaas.
Broeders en zusters, jongens en meisjes, laten we allen de Here echt volgen in alles.
Laten we hierop nu met z'n allen hardop zeggen: Ja,

'Amen'.

Laten we nu als kleine mensen samen eerbiedig bidden door te zingen: Ps. 139: 1, 4, 11. [ Zingen: Ps. 139: 1, 4, 11 ]

We zagen hoe God liefdevol en genadig met de onwillige Simson bezig was - God riep hem: Simson bekeer je nu toch echt tot Mij; het is dezelfde oproep die tot heel Israël kwam. Maar helaas - hoewel God met Simson én met het hele volk Israël iets moois wilde bewerken en hen veel ellende wilde besparen, lieten Simson en zijn volk zich leiden door eigen zondig begeren. Door eigenwijsheid en niet door God. Daarom ging het nog verder mis met Simson. Helaas. (Dat willen we volgende keer verder bekijken.)
Laten wij nu met elkaar tegen de Here zeggen dat we echt Hém willen volgen en zo ons huis willen bouwen op de Rots door…
… [ in de morgendienst ] dit nu samen in ons gebed ook tegen Hem te zeggen… [ door te bidden met de woorden van Gez. 4 ].
… [ in de middagdienst ] met elkaar belijdenis te doen van ons geloof [ door het zingen van Gez. 4 ].

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar