Stilte…

Thema:

Stilte…

Tekst: Psalm 131: 2
Tekstgedeelte(n):

Psalm 131

Door: Ds. J.W. Roosenbrand (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Groningen-Oost)
Gehouden te: Groningen-Oost op 30 september 2001; Leek op 7 oktober 2001
Extra: Preekbegeleider

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 115: 1-2, 6-8
(Ochtenddienst: Wet)
(Ochtenddienst: Lied 457)
Gebed
Lezen: Psalm 131
Lied 15: 3-4
Tekst: Psalm 131: 2
Preek
Ps. 62: 1-4
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
(Middagdienst: Lied 457)
Gebed
Collecte
Ps. 131
Zegen

Broeders en zusters, jongens en meisjes,

Stilte.
Weldadige stilte. Stilte, het kan ook beklemmend zijn. Op welke manieren komt de stilte in de bijbel aan de orde? Daar wil ik met u een soort van verkenning, een bijbelstudie over houden. We komen heel wat teksten tegen, de belangrijkste zijn voor u opgeschreven op de preeksamenvatting.
U zult vanzelf wel merken dat de bijbel op heel verschillende manieren die stilte aan de orde stelt. Zo veelvormig als het gaat in het leven, in het gewone leven.
Ik ben ervan overtuigd dat u allemaal in de preek of liever in de bijbelteksten die we nagaan dingen tegenkomt die u herkent. Ja, denken we dan, zo is, zo werkt het. Of: hé, zo heb ik het nog nooit bekeken, daar wil ik toch eens vaker bij stil staan.
We komen in de bijbel angstige stilte tegen. De stilte van God.
O God, houd U niet stil, zwijg niet en blijf niet werkeloos, o God. (Psalm 83: 1). Dat is vreselijk, en reken erop dat we allemaal met die periodes te maken hebben of krijgen, dat God niet antwoordt, dat je roept, dat je schreeuwt, dat het voor je zelf geen tijd van stilte en overgave is, maar van angst, angstige stilte, God die zich op een afstand lijkt te houden, of echt houdt. Je kunt dan diep verlangen naar een teken van leven, maar er gebeurt niks.
Dat is een tijd dat je zelf niet stil kunt worden, zoals Job dat meemaakte, Job die kapot geslagen werd, alles viel hem uit handen, en zijn vrienden wisten niks te zeggen, dagen zitten ze stil bij hem. Tot het Job te veel wordt en dan roept hij uit: Job 3: 26: "Ik heb geen vrede, geen stilte, ook heb ik geen rust, maar de onrust verheft zich."
Als die stilte van God en die onrust van jezelf te groot wordt, dan heb je vrienden nodig, tegen wie je je uit mag spreken en die luisteren en die hopelijk niet als de vrienden van Job het allemaal zo goed weten en met goedkope waarheden komen.
De stilte komt in dit verband ook aan de orde als de stilte van het graf. In Ps. 115 zongen we dat, we lezen in die psalm:

  1. Niet de doden zullen de Here loven, niemand van wie in de stilte zijn neergedaald,
  2. maar wij, wij zullen de Here prijzen van nu aan tot in eeuwigheid. Halleluja.

Dit is de stilte van de dood, dan is het doodstil. Wanneer? Als mensen hun mond niet meer open kunnen doen om iets moois over God te zeggen. God heeft mensen een plek op aarde gegeven om hier op aarde de lof op God te laten horen!
Maar soms is het zo rumoerig in ons leven, soms slaan de golven zo over ons heen, we kunnen alleen nog maar schreeuwen in de hoop dat lawaai te overstemmen:
Maar dan lezen we in de bijbel in het Oude Testament en Nieuwe Testament,
God maakt de golven stil. Psalm 107: 25-29

  1. Hij sprak en deed een stormwind opsteken, die haar golven omhoog hief;
  2. zij rezen ten hemel, zonken neer in de waterdiepten, hun ziel verging van ellende;
  3. zij tuimelden en wankelden als een beschonkene, al hun wijsheid werd verslonden.
  4. Toen riepen zij tot de Here in hun benauwdheid, en Hij voerde hen uit hun angsten;
  5. Hij maakte de storm tot een zacht suizen, zodat de golven stil werden.

En hoe heerlijk is de stilte toen Jezus boven de golven uit sprak (Matteüs 8: 26-27):

  1. En Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee, en het werd volkomen stil.
  2. En de mensen verwonderden zich en zeiden: Wat voor iemand is deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn?

In die stilte komt de stille verwondering over de grote macht van Jezus Christus in ons leven.
Hebt u ook opgemerkt dat de Here Jezus zijn leerlingen eigenlijk verwijt dat ze in die storm zo onrustig werden? Hij verbaast zich erover dat mensen die Hem zo lang kennen al nog steeds niet doorhebben dat Hij echt sterker en machtiger is dan de grootste storm. Kleingelovigen, zegt Hij, waarom vertrouw je Mij niet? Waarom zoek je je rust niet bij MIJ?
Dat doet me denken aan de woorden van Jesaja, ten tijde van figuurlijk een grote storm, een politiek zeer onrustige tijd, waarin oorlogen en geruchten van oorlogen de mensen meer dan bezig hielden.
Israël zocht het in een bondgenootschap met Egypte in een poging zich veilig te stellen, en de Heer en zijn profeten lieten ze praten: ze dachten, dat is een andere wereld, daar hebben die profeten geen verstand van, nu moeten we realistisch zijn. En onrustig bleven ze bezig met hun diplomatie en dat ze een God hadden die hemel en aarde onder controle had, dat benutten ze eenvoudig niet. En de profeet zegt dan:
zo zegt de HERE Here, de Heilige Israëls: Door bekering en rust zoudt gij verlost worden, in stilheid en vertrouwen zou uw sterkte zijn; maar gij hebt niet gewild. (Jesaja 30: 15)
Daar moeten we even langer bij stil staan. Juist omdat wij waarschijnlijk in vergelijkbare situaties precies hetzelfde zouden doen als Israël toen deed. Ja toch, we hebben er alle begrip voor dat je in een tijd van crisis in paniek raakt en dat je dan niet meteen door je geloof in God en Christus aan zijn rechterhand rust vindt.
Nu zal niemand ons verwijten dat wij in een crisis in paniek raken, maar hoe ga je daar verder mee om? Waar zoek je dan je rust? Ken je dan, juist in de praktijk van je leven, de oefening van het geloof? Dat je misschien jezelf juist dan prest om toch een tijd van stilte te houden en je paniek wilt proberen te bedwingen met de oefening van je geloof.
Iets dergelijk is aan de orde in Psalm 131, een psalm die rust en vrede uitstraalt maar dat is wel een rust en een stilte die verworven is. Dat is niet de stilte van een relaxte reis naar een vakantiebestemming waar al je zorgen automatisch van je af vallen, maar het is een rust die deze gelovige bevochten heeft, bevochten op zijn eigen onrust.
Deze psalm is heel aansprekend tegen de achtergrond van onze eigen tijd, waarin we steeds meer willen, steeds hoger, steeds harder, steeds nieuwe uitdagingen, steeds een nieuwe kick, steeds een hogere omzet, steeds een verdere vakantie, steeds meer koopzondagen, steeds een nieuwe opleiding, hoger, harder, meer, meer, meer. En een mens vindt geen rust meer.

  1. Here, mijn hart is niet hovaardig, mijn ogen zijn niet trots; ik wandel niet in grootse dingen, noch in dingen die te wonderbaar voor mij zijn.
  2. Immers heb ik mijn ziel tot rust en stilte gebracht als een gespeend kind bij zijn moeder; als een gespeend kind is mijn ziel in mij.
  3. Israël hope op de Here van nu aan en voor immer.

Deze psalm zegt: Nee, stop, ik doe een stap achteruit, ik vertil me eraan. Ik doe niet meer mee. Ik wil niet meer te hoog grijpen. Laat mij mooi op mijn kleine plekje, ik heb genoeg.
Die rust en die stilte kwam niet vanzelf, die kwam door een keus, door een stap te zetten, terug te zetten. Door toe te geven dat je zo vaak door trots, door hoogmoed, door je zelf te overschatten en te veel op je tenen te lopen, dat je daardoor het contact met God verliest.
Zo heeft hij zijn ziel tot rust gebracht als een gespeend kind bij zijn moeder.
Een gespeend kind, ik heb eigenlijk heel lang niet geweten wat dat was. Ik dacht altijd: een kind dat lekker aan de borst gedronken heeft en nu laveloos bij zijn moeder op de buik ligt te slapen.
Dat is nu juist precies níet de bedoeling.
Een kind spenen is juist: het kind aan de borst ontwennen. In het oosten gebeurt dat op een leeftijd van een jaar of 2, soms zelfs 3 jaar. Een gespeend kind, dat is dus een peutertje, dat lekker bij zijn moeder op schoot zit, of tegen haar aanligt, Niet omdat hij zich vol heeft gedronken, maar omdat het veilig is bij zijn moeder.
Als je dat nou geestelijk neemt, dan is de toepassing dat je rust mag vinden ook al kun je niet meer elk moment van de dag aanleggen aan de borst van je moeder om je behoeften te bevredigen. Je bent ouder geworden, er zijn ook tijden dat mama zegt: nee, nog even wachten, straks, nu niet. En dat je daar vrede mee hebt.
Dat is geestelijke volwassenheid, dat je niet krijsend en huilend en verwend altijd maar drinken wilt als jij honger hebt, maar ook weet te wachten en dan vertrouwt dat het goed is, niet omdat je buikje vol zit, maar omdat je dicht bij God mag zijn. En omdat je je zelf er weer bij bepaald hebt dat dat het belangrijkste is: dat God voor je zorgt, op zijn tijd en op zijn manier.
Ik kom de stilte ook tegen het boek Klaagliederen, waarin geklaagd wordt, en er mag geklaagd worden, en er moet geklaagd worden, en God wil geklaagd worden. Maar in hoofdstuk 3 kom ik dan ook heel diepe tonen tegen van iemand die getroffen is door de hand van God en die dat verwerken wil, die daar de tijd voor neemt,

  1. goed is het, in stilheid te wachten op het heil des Heren;
  2. goed is het voor de man, dat hij een juk in zijn jeugd draagt.
  3. Hij zitte eenzaam en zwijge stil, als Hij het hem heeft opgelegd.
  4. Hij drukke zijn mond in het stof, misschien is er hoop.
  5. Hij biede de wang aan wie hem slaat, hij worde verzadigd van smaad.
  6. Want niet voor eeuwig verstoot de Here.
  7. Want als Hij bedroefd heeft, ontfermt Hij Zich naar de grootheid van zijn gunstbewijzen.
  8. Immers niet van harte verdrukt en bedroeft Hij de mensenkinderen.

Stel je voor dat deze man die zoveel te verwerken kreeg, dat hij erover heen gepraat had, dat hij niet de tijd had genomen om het te verwerken in de aanwezigheid van God, dan had hij nooit dat diepe inzicht verworven waar wij nog steeds onze winst mee doen kunnen als wij getroffen worden en als de Here ons tegen komt:
Nee, niet voor eeuwig verstoot de Here.
Want als Hij bedroefd heeft, ontfermt Hij Zich naar de grootheid van zijn gunstbewijzen.
Immers niet van harte verdrukt en bedroeft Hij de mensenkinderen.
Dat zijn inzichten die de Here je alleen in de stilte eigen maakt.
Die stilte kan ook nog een andere vorm aannemen. Dan gaat het er ook hard tegen aan, dan spreek je je zelf krachtig toe, neen, sterker, dan komt God persoonlijk je tegen, dan gebeurt er wat er met Job gebeurde, die terecht zijn nood klaagde, die niet door zijn vrienden getroost werd, die zijn toevlucht zocht bij God, die in discussie ging met God, die klaagde bij God en zelfs zo ver ging dat God ging aanklagen en beschuldigen.
Totdat hij ontdekt tegen wie hij het eigenlijk heeft. Job 40

  1. En de Here antwoordde Job:
  2. Wil de bediller (bemoeial) twisten met de Almachtige? De aanklager van God antwoorde daarop!
  3. Toen antwoordde Job de Here:
  4. Zie, ik ben te gering, hoe zal ik U antwoord geven? Ik leg de hand op mijn mond.
  5. Eenmaal heb ik gesproken, maar ik doe het niet weer; ja tweemaal, maar ik ga er niet mee voort.

De hand op de mond. Wie zijn wij? We zijn maar kleine mensen, we hebben vaak een grote mond, totdat we ontdekken dat we met God te maken hebben. Dat we het niet over ons vriendje hebben, of over een meneer uit de straat, maar dat we het hebben over de Schepper, de Heilige God. Die niet alles uitlegt aan ons, die zijn eigen hoge gang gaat. En die je daarin mag vertrouwen!
Nog dieper gaat dat in Romeinen 3: 19-20, na de aanloop die Paulus daar genomen heeft met zijn aanklacht tegen zowel heidenen als Joden, tegen mensen buiten en binnen de kerk, die allemaal hun zegje weten te doen over God en desnoods tegen God in, mensen die zo graag zo'n grote mond opzetten over zichzelf en over wat wij allemaal wel niet kunnen en hoe goed zij het allemaal wel niet gedaan hebben, en hoe slecht een ander wel niet is, en dat ze die anderen eens wat meer…
En dan komt God aan het woord, en dan gaat de wet spreken, en die wet gaat ons aanklagen en dan worden de rollen omgedraaid, dan staan wij allemaal in het beklaagdenbankje:

  1. Nu weten wij, dat de wet, bij al wat zij zegt, tot hen spreekt, die onder de wet zijn, opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God,
  2. daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen.
  3. Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen,
  4. en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid.
  5. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods,
  6. en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.

Kennen we die stilte? Kent u die stilte? Dat je met de mond vol tanden staat voor God? Dat je eindelijk je praatjes afleert, en je smoesjes opgeeft en je toevlucht zoekt bij Jezus Christus?
Ik hoop dat u allemaal die stilte kent, die stilte van aan een eind gekomen zijn met jezelf, met jouw daden, met jouw prestaties en met hoe goed jij het wel niet gedaan hebt. Beter dat u die stilte nú kent dan dat u straks voor de hemelse rechter staat en rekent u er echt maar op dat u dan werkelijk niets meer hebt in te brengen, dan hebt u echt geen poot meer om op te staan, als u niet steunt op Jezus Christus alleen.
Ten slotte nog die bekende woorden van Jezus zelf: Matteüs 6: 6 over de noodzaak van een binnenkamer, een plek waar je persoonlijk met God omgaat, Hem zoekt, Hem aanroept, Hem smeekt, desnoods met Hem vecht:
Wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
Hebt u zo'n binnenkamer? Ja, het kan handig zijn als dat gewoon een kamertje is, een slaapkamer waar niet iedereen zomaar binnen loopt, waar de telefoon niet elk moment kan gaan, waar je je mobieltje niet bij hebt, waar de tv niet aan staat, waar je geen cd hebt opstaan…
Een kamer is handig, maar het kan ook in de natuur zijn. Het maakt niet uit waar het gebeurt, als het maar gebeurt. Als wat gebeurt?
Dat we niet alleen bidden in de kerk, dat we niet alleen christen zijn als er mensen bij zijn, maar dat we momenten kennen van alleen zijn met God en dan laten merken dat je echt je naar Hem uitstrekt. Dat je bij Hem wilt zijn, dat je Hem smeekt om de plannen van zijn koninkrijk eindelijk uit te voeren.
Maak daar tijd voor. Lieve broeders en zusters.
Neem de tijd om bij God te zijn. Tijd hebben we natuurlijk allemaal niet, tijd moeten we allemaal maken. Maak die tijd.
Een moment voor je gaat slapen. Of als je wakker ligt en alles gaat door je hoofd, zoek God.
Het kan in de auto, als je in de file staat, als je een lange saaie reis maakt, als je naar school fietst.
Maar hoe dan ook, en wanneer dan ook: zoek God en praat met God en luister naar God.
Echt belangrijk juist om daardoor heel je leven met God om te gaan. Want het zit 'm niet alleen in die stille momenten. Tijd voor God, dat is al je tijd, dat is tijdens je werk, dat is als je thuis aan stofzuigen bent, of aan het klussen, dat is op school, dat is tijdens het sporten.
Het leven, het volle leven. Het leven waarin gepraat wordt, waarin gelachen wordt, waar je alle aandacht bij je werk moet hebben, waarin we huilen en werken en genieten en rouwen. Het gewone volle leven.
In dat leven mogen we met God leven. Wil God met ons leven.
We kennen niet meer het ideaal van het klooster om ons terug te trekken uit het drukke volle leven.
Maar we moeten dan wel die binnenkamer kennen. Even rust, even een time-out, even niemand aan het woord.
Ik stel voor dat we nu we het hebben over de stilte, dat we nu als amen op de preek zelf met elkaar een paar minuten stil zijn, en in die stilte ons de vraag stellen: wat wilde de Here mij duidelijk maken?
Wilde Hij me helpen om me stil te maken van al mijn rusteloze zorgen?
Wil Hij me stimuleren om mijn drukte en bezigheden terug te schroeven?
Wilde Hij me aanspreken op mijn protest en opstandigheid?
Wilde Hij me afhelpen van mijn grote mond en eigendunk?
Wilde Hij me…

Laten we stil zijn voor God.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar