De HERE wendt ons lot

Thema: De HERE wendt ons lot
Tekst: Psalm 126
Tekstgedeelte(n): Jeremia 30: 18 - 31: 14
Psalm 126
Door: Ds. G. Meijer (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Assen-Zuid)
Gehouden te: Barendrecht op 27 december 1998
Rotterdam-Zuid op 3 januari 1999
Tiel op 17 januari 1999
Middelharnis op 11 april 1999

Aanwijzingen voor de Liturgie

Ps. 126: 1
(Morgendienst: Wet)
(Morgendienst: lied: eigen keuze)
Gebed
Lezen: Jeremia 30: 18 - 31: 14
Ps. 125: 1-4
Tekst: Psalm 126
Preek
Ps. 102: 7, 9-10
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
Gebed
Collecte
Ps. 126: 2-3

Gemeente van Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,

Als het feest afgelopen is, dan komen de minder plezierige kanten naar boven.
Om niet te zeggen de ónplezierige kanten.
De rekening na het sfeervolle dineetje.
De afwas na de gezellige kerstvisite.
De bierblikjes na koninginnedag in Amsterdam.
De kater na de te gezellige avond in Rotterdam.
Het is niet altijd feest.

Na de terugkeer uit ballingschap is het ook voor de Israëlieten geen feest gebleven.
Maar de mooie herinnering aan de terugkeer is wel dragende grond voor een mooie verwachting.
Want de bedevaartszangers kennen hun God.
Psalm 126 laat zien wie de HERE is en wat we van Hem mogen verwachten.
Het thema van de preek is:

De HERE wendt ons lot

Psalm 126 geeft aan dat die wending is:

  1. een feit uit het verleden (vers 1-3)
  2. een vraag in het heden (vers 4)
  3. de verwachting voor de toekomst (vers 5-6)


1. een feit uit het verleden (vers 1-3)

Hoor! De reizigers zingen.
Ze houden de moed erin.
Ze zijn onderweg naar Jeruzalem.
Daar wordt straks weer feest gevierd.
Pascha, Pinksterfeest, Loofhuttenfeest.
Want het is al weer bijna zover.
Bedevaart: Op naar Jeruzalem.
En zingen natuurlijk.
Het bekende reisrepertoire.
Het ene na het andere lied over Sion, over Jeruzalem.

De reizigers zingen het levenslied.
Ze zingen van een lach en een traan.
De reizigers zingen een vaderlands lied.
Over hun vaderlandse geschiedenis.

Toen de HERE het lot van onze voorvaderen wendde, toen zij uit ballingschap weer terug mochten naar eigen huis en haard, nou, kun je je voorstellen, toen was het net alsof wij droomden.

De zangers vereenzelvigen zich zo sterk met hun eigen voorouders, dat zij als het ware zèlf de teruggekeerden zijn.
Het was alsof wíj droomden, zeggen ze.
En ook in vers 3: Wíj waren blij.
De reden van die grote blijdschap was de wending van het lot van voorouders.
Een wending waar de HERE voor had gezorgd.
Die vrijheid, weer gaan en staan waar je wilt, weer naar Jeruzalem kunnen gaan, door de bekende straten en straatjes, weer de tempel van de HERE kunnen bezoeken, tjonge jonge, onvoorstelbaar!
Wat een feest.
Te mooi om waar te zijn.
Gelachen dat we hebben!
Nou, nou, nou, niet te zuinig.
Achteraf lijkt het wel een droom!
Een sprookje.

Want, hoe gaat dat als je iets gigantisch moois overkomt.
Is dit wel echt??
Als je een altijd al gewild cadeau krijgt,
eindelijk je scooter,
je computer of je rijbewijs,
als je een prachtige baan hebt gekregen,
net verkering hebt,
je trouwdag of als je eerste kindje wordt geboren,
als een groot onderling probleem (op het werk of in de familie) tot een goede oplossing is gekomen,
als de berichten over je gezondheid veel positiever zijn dan waar je bang voor was,
of bedenkt u zelf eens iets heel moois dat je kan overkomen...

...Je bent even van de wereld.
Je leeft op bergtoppen.
Wennen aan die nieuwe situatie.
Voor wie het meegemaakt hebben, moet dit vergelijkbaar zijn met de bevrijding in mei '45.
Op de avond van de 5e mei heeft koningin Wilhelmina deze gedenkwaardige woorden gesproken:
Landgenoten. Gij zijt verlost. Drink de beker der vreugde ten volle, maar vergeet het lijden dat daarin vermengd is niet.
Wat een uitgelatenheid toen.
Monden gevuld met lachen en juichende stemmen.
Dansende mensen op straat en overal bevrijdingsfeesten.
En nog elk jaar wordt die bevrijding uitbundig gevierd.

Zo'n uitgelaten sfeer moet er geweest zijn toen de Babylonische ballingschap voorbij was.
Na al die jaren weer terug!
Weer alleen onder eigen mensen!
Weer naar de tempel kunnen gaan!
Monden gevuld met lachen en juichende stemmen.
De HERE heeft ervoor gezorgd.
Dat heeft Hij bij monde van Jeremia al wel laten weten, Jeremia 30 en 31.
Jeremia kondigde al lofliederen en vreugdedansen aan.
Tamboerijnen en vrolijke reidans.
Maar ja, dat het zó'n feest zou worden...

Dat het de HERE is die vrijheid geeft, dat is duidelijk voor Gods volk.
En niet alleen voor Góds volk.
Zelfs andere volken kunnen er niet omheen.
Die God van Israël, die doet grote dingen.
Die is nog eens een God voor zijn volk.

Tot die conclusie komen de volken die niet Gods volk zijn.
Eerst hadden ze Israël uitgelachen.
Waar is nou jullie God?
Toe maar, zing nog maar eens over hem…(zie Psalm 137)
Zing maar mooie liederen.

Maar nu lacht Israël het laatst.

Lachen, het kan op veel manieren.
Lachen om wat belachelijk is.
Hoogmoedig of laatdunkend lachen.
Lachen om dom vermaak of om een mop op niveau.
Lachen als een boer met kiespijn, zenuwachtig lachen.
Maar er is ook een lach van verbazing, van verwondering, van geloof en van levenslust.
Als God die lach om onze mond ziet, dan glimlacht Hij.
Dan heeft zijn blijde boodschap, zijn evangelie je hart geraakt.
En vanuit je hart vertaalt die blijdschap zich in de lach van geloof.
Die lach is de lach van de grote blijdschap, die de bode van God eens aan de herders liet horen.

Uw HERE is Degene die grote dingen doet.
Daden die je niet voor mogelijk houdt.
`Droomdaden'.
Is het werkelijk waar???
Dingen die je doen lachen.
Geen schaterlach, of korte glimlach.
Maar een uitgelaten lach.
Gejuich dat vanuit je hart opkomt en zich een weg naar buiten baant.
Dat is de HERE.
Zo heeft Hij zich in het verleden bewezen.
Vrijheid voor zijn volk Israël.
Vrijheid uit Babel.
Hij wendde het lot van zijn volk in het verleden.
Dat was lachen!
Dat was juichen!
Dat was dansen!
Maar waar is de feestvreugde van toen gebleven?

De HERE wendt ons lot.
Dat is een feit uit het verleden.
Die wending van het lot is ook een vraag in het heden.

2. een vraag in het heden (vers 4)

Hoor de reizigers eens zingen over het heden.
Dat klinkt ineens heel anders.
Was het net nog Wij waren blij, nu klinkt het: HERE, wend ons lot.
HERE, geef toch verandering.
Waar zijn nu de reidansen?
Hangen de tamboerijnen aan de wilgen?
Is dit de kater na het uitbundige feest?
Is dit de koude douche?

In de psalm wordt de ellende niet verwoord.
Geen antwoord op de vraag waarom de HERE het lot van de zangers zou moeten wenden.
Blijkbaar is het, na die eerdere wending, die bevrijding uit de ballingschap, geen feest gebleven.
Want zo gaat het hier op aarde.
Het leven is niet alleen maar feest.
Dat kan hier nog niet.
We hebben altijd te maken met een tijd ná het feest.
De rekening na het diner.
De afwas na de maaltijd.
Weer terug met beide benen op de grond.
We ontmoeten de gebrokenheid.
De keiharde realiteit.
De droom is voorbij.
Die realiteit zien de bedevaartgangers onder ogen.
Terug in eigen land betekende nog niet terug in het Paradijs.

Wend ons lot, zoals beken in het Zuiderland.
Dat Zuiderland, dat is nou niet bepaald mooi land.
Het is de overgang tussen het land dat vloeit van melk en honing en de dorre en droge Negev-woestijn.
Rotsachtig en droog is het daar.
Daar wil dus niet zoveel groeien.
Behalve als er in het regenseizoen voldoende regen valt.
Droge rivierbeddingen lopen dan binnen de kortste tijd vol.
En het landschap verandert.
Je ziet het als het ware veranderen.
Een snel proces is het.
Van het ene op het andere moment een radicale verandering.

HERE, geef ons zó'n radicale verandering.
Dat wij als het ware weer terug zijn in het Paradijs.
HERE, wend ons lot ten goede.
HERE, kan het niet anders?
Dat is de bede, de vraag in het heden.

HERE, wend ons lot.
Het lot van uw volk, het lot van uw kind.
Het is een vraag om te leren.
Leren vragen om verandering.
Leren inzien dat het leven zijn mooiste kanten heeft verloren.
Dat het allemaal nog zoveel mooier kan zijn.

Ik weet haast wel zeker dat velen onder u dat wel beseffen.
Daar kom ik zodadelijk nog wel op terug.
Er zijn natuurlijk ook wel anderen die niet op zo'n manier naar het leven kijken.
Die het leven wel prima vinden.
Het gaat wel goed.
Oké, het kan altijd beter, maar toch, redelijk tevreden.
HERE, wend mijn lot??
Een ver-van-m'n-bed-vraag misschien voor sommigen.

Als je onbekommerd kunt leven, dan wil ik de laatste zijn die daar verandering in zal brengen.
Wie onbekommerd kan leven, laat die dat dan vooral ook doen.
Dat is het ook wat de Prediker wil zeggen.
Toe maar, geniet maar van je leven, maar wel: met de Heer van je leven.

Maar niet iedereen lukt dat: onbekommerd leven.
De meesten van ons weten heus wel dat het leven niet alleen maar lachen is.
De droevige werkelijkheid, het tragische van het leven, het is niet te ontkennen.
En dan klinkt dat gebed ineens heel herkenbaar.
HERE, U kent mijn lot.
HERE, wend mijn lot.
U weet dat ik mijn lot zwaar vind.
Niet fijn vind.
Ik zie het liever anders.
Welk huis kent geen kruis?
Soms weten wij het binnen onze gemeente van elkaar.
Vaak ook niet.
Als proef op de som zou ieder eens bij zichzelf kunnen nagaan wat de dingen zijn waar je zèlf mee zit, waar je over nadenkt, en waarvan je weet dat anderen het niet of niet goed weten.
En dan daarbij beseffen dat anderen óók zulke dingen zullen hebben.

Samen mogen wij, als gemeente van Christus, de HERE kennen.
De HERE die de Lotswender bij uitstek is.
Hij maakt alles anders.
Dat is zijn woord.
De Bijbel is het grote boek van verandering.
Wending van het lot van de aarde en de mens.

Adam, op aarde is nu vijandschap gekomen.
Maar Ik zorg voor de wending!
De slang wordt eens verslagen.

Abraham, Ik wend je lot.
Ga op reis, want Ik heb veranderingsplannen.

Mozes, zeg tegen Farao dat hij mijn volk moet laten gaan.
Want Ik wend hun lot.

Koning Kores, laat mijn volk gaan.
Laat de ballingen van Sion terugkeren en de tempel in Jeruzalem herbouwen.
Want Ik wend hun lot.
Ik zal hen laten lachen en juichen.

Maar ondanks dat wij dit allemaal weten, kan het een vraag in het heden blijven.
Een vraag die we dan ook eerlijk aan Hem horen te stellen.
HERE, wanneer wordt het voor mij anders?
HERE, wendt toch mijn lot.
Die vraag aan Hem stellen, want dan geef je daarmee aan dat Híj Degene is die dat ook inderdaad kan.
Zo doen die bedevaartgangers dat ook. Tegen de HERE zeggen ze: Wend ons lot!
Hij heeft zich als Lotswender bewezen in het verleden.
Hij zal dat doen, ook in de toekomst.

De HERE wendt ons lot.
Naast feit uit het verleden en vraag in het heden is het ook de verwachting voor de toekomst.

3. de verwachting voor de toekomst (vers 5-6)

Hoor die bedevaartgangers eens zingen tegen het heden in.
Ze zien een zaaier voor zich.
Huilend zaait hij.
Juichend maait hij.

Zaaien is onzeker werk.
Zeker als dan ook nog eens in het Zuiderland gebeurt.
Die gedachte zou hier kunnen opkomen, omdat het zojuist in dit lied ging over het Zuiderland.
Zal de oogst lukken?
Zal het weer een beetje meewerken?
Of zal het land dor en droog blijven?
Zal de zon te fel schijnen?
Zaaien doe je onder tranen.
De kost gaat voor de baat.
In onze oren klinkt dat misschien wat al te dramatisch.
Maar zo wordt wel heel duidelijk de erkenning weergegeven van menselijke onmacht.
De zaaier geeft het zaad uit handen.
Hij vertrouwt het toe aan de aarde.
Hij vertrouwt de groei toe aan de Enige die groei kan geven.
Bij het zaaien sta je bij de grens van menselijk kunnen.

Maar bij die grens gaat het erom of je volhoudt.
Ook al zul je eerst onder tranen je zaaiwerk doen.
Houd vol!
Want God wendt het lot.
De zaaier zal lachend maaien,
zijn oogst met een brede glimlach binnenhalen.
Opgelucht zijn schoven in veiligheid brengen.
De HERE heeft onzekerheid weggenomen.
Hij heeft, toen ik stond bij de grens van mijn macht en onmacht, zíjn macht laten zien.

Met tranen zaaien, onder tranen je werk doen, dat is geen waarborg voor een oogst van gejuich.
Ellende ondervindt iedereen.
Want iedereen is kind van Adam.
Maar niet iedereen is kind van God door Christus.
Niet iedereen kent en erkent God als Heer.
De bedevaartgangers wel.
Ze zingen dit lied richting de HERE.
Dáárom kunnen ze eindigen met zekerheid en met gejuich.
Ze kennen de HERE en weten dat Hij trouw is en blijft.
Hij heeft het al vele keren o zo duidelijk bewezen.

Ja, God is Degene die het lot wendt van iedereen die Hem HERE noemt.
De HERE wendt het lot van iedereen die Hem in Jezus Christus heeft leren kennen.
Jezus Christus, dè Wending van ons lot.
Het keerpunt is het Kerstkind.
In Hem keert God ons zijn vriendelijk gezicht toe.
Het keerpunt is Goede Vrijdag: aan Gods recht is voldaan.
Het keerpunt is Pasen: de dood is overwonnen.
Wie dat inziet, die gaat lachen.
Dàn worden tranen omgewend in een glimlach.
Dan kun je nu al lachen door je tranen heen.
Want dan weet je dat je het laatst zult lachen.

Broeders en zusters, u mag gejuich zien als de omlijsting van uw christelijke leven.
God ís gekomen om te bevrijden.
Dat is geen droom geweest.
En God zál komen om te bevrijden.
Om diegenen die het geloof in Christus niet voor een droomwereld houden het laatst te laten lachen.
Een hard gelach voor wie Jezus Christus niet willen kennen…

Zij worden dan uit de droom geholpen.
We hebben in ons dagelijkse leven altijd te maken met de tijd ná het feest.
Weer terug met beide benen op de grond.
De keiharde realiteit.
De droom is voorbij.
Maar dan zegt de HERE: Jullie leven in de omgekeerde wereld!
Los van Mij gaat alles op de kop.
Dat is het rijk van satan, dè omkeerder.
Wat goed is, keert hij om.

De satan wil Gods plannen buigen.
En wil mensen in een omgekeerde wereld laten leven.
Dan wordt het een chaos.
Weg is alle orde.

En dát is nu onze realiteit, onze wereld.
Onze tranen zetten ons met beide benen op de grond.
Tranen geven aan dat het niet altijd feest kan zijn.
Maar dan zegt God: Bij Mij is het nu net wèl altijd feest.
Dat is Míjn orde.
Ik wend jullie lot.
Ik geef mijn eniggeboren Zoon.
En met Hem lopen jullie mijn wereld weer tegemoet.
Mijn rijk van vrede en recht.
Mijn rijk zonder dood en traan.

Daar kunnen we nu alleen nog maar van dromen.
Maar dan weten we toch: af en toe liet Hij zien hoe mooi Hij het lot voor zijn volk kon laten zijn.
Af en toe liet Hij hen lachen van diepe blijheid.
En alles wordt weer mooi.

Zo zijn wij in Gods geschiedenis met deze aarde en met de mensen, van achteren en van voren door gelach en gejuich omsingeld!
Net als die bedevaartgangers, die tegelijk `bedevaartzangers' zijn.
Het was gejuich vroeger, het wordt gejuich later.
De HERE maakt alles anders.
Dat is zijn woord.
De Bijbel is het grote boek van verandering.
De steppe, de woestijn zal bloeien.
Een koe en een berin, een baby en een adder, ze zullen zonder problemen bij elkaar zijn en elkaar het volle levenslicht in de ogen gunnen.
Eindeloos zal de vrede zijn op de troon van David
Zie Ik maak alle dingen nieuw!
De HERE wendt ons lot.
Wat een God!
Wij lachen het laatst.
Wij zullen dus lachen als de besten!
Dat wordt lachen.
Dat wordt juichen.
Daar kunnen we nu alleen nog maar van dromen.
Daar kunnen we nu al in gelóven!
Vast en zeker.
Die droomwereld blijkt eens echt te zijn.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar