De geloofsbeleving in de psalmen (Deel 4: Het geloof spreekt tegen je gevoel in)

Thema: Het geloof spreekt tegen je gevoel in
Tekst: [punt 1:]  Psalm 42: 5
[punt 2:]  Psalm 42: 11
[punt 3:]  Psalm 43: 5
Tekstgedeelte(n): Psalm 42: 1-5
Psalm 42: 6-11
Psalm 43
Door: Ds. H. Drost (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Houten)
Gehouden te: Haren (1999)
Opmerking RJCV: De delen uit de prekenserie over De geloofsbeleving in de psalmen kunnen afzonderlijk gelezen worden. De prekenserie bestaat uit:
1: Ps_03v09 - David verwacht alles van de HERE
2: Ps_30v12 - De HERE wil dat in Davids huis zijn lof blijft klinken
3: Ps_34v09 - David nodigt uit Gods goedheid te proeven
4: Ps_42v05 - Het geloof spreekt tegen je gevoel in
5: Ps_51v16 - David bidt of hij de HERE weer mag eren
6: Ps_52v10 - David is zeker in God voor altijd
7: Ps_142v04 - Davids enig houvast was de HERE die zijn weg kent
Extra: Inleiding op de prekenserie: De geloofsbeleving in de psalmen.

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Votum en zegen
  2. (Ochtenddienst: Ps. 42: 1-2)
    (Ochtenddienst: Wet)
    (Ochtenddienst: Ps. 51: 3)
    (Middagdienst: Ps. 63: 1)
  3. Gebed 1
  4. Lezen: Psalm 42: 1-5
    Tekst: Psalm 42: 5
    Preek (punt 1)
    Ps. 42: 1-3
  5. Lezen: Psalm 42: 6-11
    Tekst: Psalm 42: 11
    Preek (punt 2)
    Ps. 42: 4-7
  6. Lezen: Psalm 43
    Tekst: Psalm 43: 5
    Preek (punt3)
  7. Ps. 43: 1-5
  8. (Middagdienst: Geloofsbelijdenis: Gez. 4)
  9. Gebed 2
  10. Collecte
  11. Ps. 63: 2
  12. Zegen

Gebed 1

Heilige Vader,

Uw wet is hard, Uw wet is scherp, Uw wet doet zeer. Want U haalt onze zonden naar boven. "U stelt al onze ongerechtigheden voor U, onze heimelijke zonden in het licht van uw aanschijn" (Psalm 90).
Het liefst willen wij onze zonden vergeten, begraven - er niet meer aan denken. Maar U laat Uw wet spreken. In dat volmaakte licht staan wij als schuldige en schamele zondaars voor U. We belijden U onze schuld en ons falen. En wij bidden U om vergeving. Wij bidden U om vergeving door Jezus, door Zijn bloed, door Zijn genade.

En nu we dat doen, mogen we ook weten waarom U onze zonden tevoorschijn haalt. U bent de Vader van Christus die onze zonden weg wil doen. Uw liefde zoekt ons in Christus. Uw goedheid trekt ons via Zijn kruis. Wij danken U voor die genade.

En wij vragen U of U ook tot ons wilt komen om ons te veranderen. Ja, Vader, als een hert verlangt naar water, dorsten wij naar U. Ons leven is droog en dor. Alleen wat weerbarstig onkruid groeit er. Kom toch tot ons met uw milde regen. Geef uw Heilige Geest die leven geeft in de dorheid. Spreek uw Woord tot ons dat vruchten doet groeien in ons bestaan.

Als er geen geloof is, open dan het hart en leg het geloof er in vandaag. Als er weinig geloof is, versterk dan wat klein is. Als er geloof is in ons leven, voedt het dan met Uw liefde en toekomst.

Om Jezus' wil.

Amen.


Of:

Gebed 1

Here,

Als een hert verlangt naar water, dorsten wij naar U. Wij bevinden ons midden in de dood, U bent het leven. Wij zijn dor, U geeft leven. Wij ervaren ons leven vaak als een akker, waar geen water op valt. Het is droog en dor. Alleen wat weerbarstig onkruid groeit er.

Kom toch tot ons met uw milde regen. Geef uw Heilige Geest die leven geeft in de dorheid. Spreek uw Woord tot ons dat vruchten doet groeien in ons bestaan.

Als er geen geloof is, open dan het hart en leg het geloof er in vandaag. Als er weinig geloof is, versterk dan wat klein is. Als er geloof is in ons leven, voedt het dan met uw liefde en toekomst.

Zelf zei U: "Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden." Maak die woorden aan ons waar.

Om Jezus' wil.

Amen.


Geliefde gemeente in Christus,

Groeit u in uw geloof? In deze tijd dat er nogal eens over geloofsgroei gesproken wordt kan ik me voorstellen dat u de vraag terugkaatst: "Groeien in het geloof? Wat is dat precies?"

Vaak denken we aan sterke gevoelens als het gaat over groei van het geloof. Je groeit pas in je geloof als je enthousiaster wordt, als je blijer bent, als je steeds meer vreugde uitstraalt…
Het is waar dat het geloof gevoel meebrengt. In de omgang met de HERE komen er emoties aan te pas. Wanneer de Dordtse Leerregels (Hoofdstuk I, artikel 12) als vruchten van het geloof de "droefheid naar Gods wil over de zonde" en "honger en dorst naar gerechtigheid" noemt, zijn dat emotioneel geladen begrippen. Het geloof brengt zijn emotie met zich mee. Geloofsgroei betekent dan ook groei van gevoel.

Maar: het is gevaarlijk om geloofsgroei alleen als een kwestie van gevoel te zien. Want je loopt dan het gevaar dat je gaat drijven op je emoties. Gevoelens zijn een slecht kompas. Dat ervaar je met name als je in een nare situatie terechtkomt. Als je echt in de problemen komt, brengt dat allerlei nare gevoelens met zich mee. Dan kunnen emoties als wanhoop, boosheid of bitterheid de boventoon gaan voeren. Ben je daarmee het geloof kwijt?

Dat hoeft niet, want geloof is meer en weet meer dan wat je voelt of ervaart. Het geloof start bij wat God heeft beloofd. Van daaruit spreekt het geloof soms tegen de ervaring in en grijpt boven je gevoelens uit. Groeien in het geloof is - schreef iemand - dat "de gelovige leert uit zijn geloof te leven in plaats van uit zijn gevoel".1 Dat betekent dat je steeds meer leert te leven uit God en Zijn Woord. Dat is wat we in Psalm 42 en 43 in het refrein horen gebeuren. Daar spreekt het geloof tegen het gevoel in: " Wat buigt gij u neder, o mijn ziel en wat zijt gij onrustig in mij?"

Het thema voor de preek is:

Het geloof spreekt tegen je gevoel in

door:

  1. terug te zien op het verleden (Psalm 42: 5)
  2. op te zien vanuit het heden (Psalm 42: 11)
  3. uit te zien naar de toekomst (Psalm 43: 5 - deze tekst heeft kleur vanuit het verband)

 

Het geloof spreekt tegen je gevoel in, door

1. terug te zien op het verleden (Psalm 42: 5)

[ Lezen: Psalm 42: 1-5 ]
[ Tekst: Psalm 42: 5 ]

In het hoge noorden van Israël - daarboven in de bergen in het land van de Jordaan en van de Hermonbergen - staat een leviet. Hij is uit het geslacht van de Korachieten.

Hun taak was dus de bewaking en de zang in Gods huis te Jeruzalem. Dat was hun leven!

Maar: wat doet deze leviet dan hier in de bergen, zo ver van Jeruzalem als Groningen van Amsterdam ligt? Moet hij niet werken in Gods huis? Ja, hij hoort in de tempel. Dat is in deze psalm nu juist zijn probleem. Hij verlangt ook naar die tempel. Hij verlangt er ontzettend naar. Vanuit het Hermongebergte kijkt hij met vol verlangen in de richting van Jeruzalem - daar waar Gods huis ligt.

Zoals die hinde die daar in de bergen een paar hellingen hoger staat. Die hinde is in de hitte van dat oosterse land op zoek naar water. We zongen vroeger dat 't hijgend hert aan de jacht was ontkomen, maar dat staat niet in de bijbel. Er staat alleen dat ze smacht naar water. Ze staat met de kop hoog in de wind om te ruiken waar water is. Zo - als die hinde daarboven hem - zo dorst hij ook - van verlangen naar God en zijn huis. "Ja, ik dorst naar God, die leeft - God, die gunst en liefde geeft. Wanneer zal ik met de zijnen- voor Gods aangezicht verschijnen?". Zijn probleem is dat hij ver van God is, waar zijn vreugde en zijn werk lag. Een balling in de vreemde...

Er is voor hem op dit moment ver van God niets meer dat hem blij kan maken behalve de herinnering - de herinnering hoe het geweest is… en dan doet hij daar hoog in de bergen zijn ogen even dicht en hoort hij weer de muziek. Dan denkt hij aan vroeger hoe de mensen uit het hele land kwamen naar Gods huis. Dan voelt hij weer de vreugde als hij met het koor zingend voor hen uitging naar Gods huis, als de trompetten schalden en de citers speelden en hij tussen zijn broeders stond te zingen - "uw altaren, o mijn Here en mijn God". Even doet hij de ogen dicht en denkt in zijn smart "hoe ik vroeger blij van hart, voor de stoet uit naar Gods woning opging tot mijn God en koning"

Bij die herinnering kan hij zich wat beter voelen en in vers 6 tegen zichzelf zeggen, dat hij niet alleen maar op deze ellendige situatie moet letten. "Wat buigt gij u neder, o mijn ziel en wat zijt gij onrustig in mij?"

U kunt u waarschijnlijk wel voorstellen wat die uitdrukking betekent: je ziel buigt zich neer. Je bent 'down'. Kent u nog het liedje 'Sammy, waarom loop je zo gebogen?' Als je zo loopt laat je zien hoe je je voelt. Je wordt naar beneden gedrukt in en door de situatie waar je in zit.

Maar het geloof gaat daar tegen in. Het geloof leeft niet alleen bij het heden. Er is ook de herinnering aan Gods werk, aan Gods huis. Er is meer te zeggen dan wat je hier en nu beleeft.
Dat zien we gebeuren in de tekst: "wat buigt gij u neder, o mijn ziel, en: wat zijt gij onrustig in mij?". Als iemand zo gaat praten, gaat het de goede kant op. Dan laat je je niet meer mee sleuren door je gevoelens.

Wel raast het in je. Je ziel is onrustig. Modern gezegd: 'ik voel me gestresst: het woelt van binnen'. Maar als je er enige afstand van kunt nemen gaat het de goede kant op. Je gaat spreken tegen jezelf: "wat buigt gij u neder, o mijn ziel, en: wat zijt gij onrustig in mij?" (vers 5). Er is meer dan het heden: er is ook de herinnering aan Gods werk…

Geloven is gedenken - terugdenken aan wat God heeft gedaan, terugzien op het verleden. Je denkt aan Zijn verlossende daden. Wat heeft Hij wel niet gedaan om Zijn volk uit Egypte te redden? Zou Hij dan voor niets Zijn Zoon voor mij aan het kruis hebben laten hangen? Dat kan toch niet? Denk - gemeente - aan wat Paulus schreef:"Hoe zal Hij die zelfs Zijn eigen Zoon voor ons overgeven heeft ons met Hem niet alle dingen schenken?" (Romeinen 8: 32). Zou Hij -die zoveel voor me overhad- nu loslaten?!
Geloven is gedenken en: geloof wordt gevoed door gedenken. Daarom is de prediking zo belangrijk: we houden Gods werk in gedachten. Daarom kan over Zijn daden uit het verleden niet genoeg aan onze jongens en meisjes verteld worden: ze leren dan God kennen in deze wereld, waar Hij doodgezwegen wordt...

Hoeveel tijd neemt u om Gods daden te gedenken? Hoe bent u met de prediking bezig? Geeft u uw kinderen mee wat God in Christus ook voor hen gedaan heeft?

Pas als je Gods daden kent, gemeente, als je weet wat God allemaal deed en doet, kun je de taal van het geloof spreken: "Hoop op God…"

Dat was het eerste deel van de preek.
[ Zingen: Ps. 42: 1-3 ]


De samenvatting is: Het geloof spreekt tegen je gevoel in, door terug te zien op het verleden, en door

2. op te zien vanuit het heden (Psalm 42: 11)

Door de herinnering leefde het geloof op. In het tweede deel van de psalm zegt de dichter dat hij in zijn verdriet God gaat gedenken. Dat brengt zelfs tot een lied in de nacht. Maar als de spot van omstanders gaat klinken, breekt het af…

[ Lezen: Psalm 42: 6-11 ]
[ Tekst: Psalm 42: 11 ]

"Waar is jouw God - zeggen de heidenen om hem heen - waar is Hij nou?" (vers 10). Ze lijken het grootste gelijk van de wereld te hebben: wat heb je nou aan zo'n geloof... aan zo'n God, die niet helpt? Met z'n geloof verliest hij zijn gezicht. "Waar is God?" (vers 11). Die vraag raakt hem opnieuw heel diep: Is God hem vergeten? Laat God hem vallen? De God van het verleden - is Hij er wel in het heden?

Dat doet me denken aan iets wat ik las over het jaar 1624. Het gebeurde in Oostenrijk. Er voeren schepen op de Donau: ze waren vol geladen met lutherse predikanten met hun gezinnen. Nu de Rooms-katholieke kerk weer macht kreeg in hun land moeten ze een goed heenkomen zoeken. Ze moesten vluchten… maar het meest pijn deed toch wel de spot.

Van de oever van de Donau af riepen de mensen spottend: 'Waar is nu uw vaste burcht?' Vaak had men luthersen horen zingen: 'een vaste burcht is onze God'. En nu, waar is Hij nu - hun vaste burcht?

Je wordt ziek. Je krijgt problemen. Het zit je tegen. Daar sta je met je geloof. 'Geloof je nog in Hem?' - vraagt iemand - ' zie je het nu nog niet dat je toch niks hebt aan dat geloof?'
Je schaamt je. Je voelt je ongelukkig. Ook in Psalm 42 klinkt de klacht naar de hemel, dat God vergeet: "waarom vergeet Gij mij?" Tegelijk verandert dat de zaak. Want bidden is dat je naar God gaat, dat je opziet vanuit het heden. En Dat doet je wat. Bidden verandert je. Dat zien we ook in de psalm. In datzelfde vers 9 van de klacht tot God gaat hij tegelijk God de "rots" noemen, ja "mijn rots": Hem op wie je kunt bouwen.

Dat is nu echt het geloof! Als je belachelijk wordt gemaakt met je geloof, voelt het net aan alsof God er niet is en niks doet. Ja, maar het geloof heeft meer te zeggen dan je voelt, want het heeft meer gezien en gehoord. Het geloof stond bij het kruis van Golgota.
Daar was Christus, verlaten - van God en mensen. Daar was alles tegen Hem. En de spot klonk: 'Hij vertrouwde toch op God: laat die Hem dan redden' (Matteüs 27: 43). Maar er gebeurde niks. Het donker sloeg over Hem heen. En Hij schreeuwde het uit: "Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?" - en het geloof zegt ontroerd: "om mij, Here, opdat ik niet zo alleen hoef te zijn als u nu bent". Het geloof stond bij het kruis!

Nu komt dat geloof en spreekt je toe "Wat buig je je toch neer mijn ziel en wat ben je toch onrustig in mij...?" Het geloof komt ons troosten met Christus' bange schreeuw en zegt: 'ik weet het zeker: je word niet verlaten: ik heb het zelf uit Zijn mond gehoord!'

Dat verandert de situatie. Daar gaat andere taal klinken: "Hoop op God… mijn verlosser en mijn God". De dichter spreekt zichzelf toe. Hij zegt letterlijk dat de Here de "redding is van mijn aangezicht". Dat betekent zoveel als: Hij zal mij redden en dan zal ik de mensen weer in de ogen kunnen zien. God zal me weer met een opgeheven hoofd de wereld in doen kijken.

Gemeente, waar geeft u het meest acht op? Wat mensen zeggen over uw God of wat uw God Zelf zegt? Als je luistert naar alles wat mensen zeggen, raak je op de duur je geloof kwijt. Maar als je trouw je bijbel pakt, hoor je Gods stem die tot u, tot jou zegt: 'luister niet naar hen - wat er ook gebeurt in je leven - Ik zal je niet begeven, Ik zal u geenszins verlaten - en de schrijver van de Hebreeënbrief laat erop volgen - daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Here is mij een helper, ik zal niet vrezen, wat zou een mens mij doen?' (Hebreeën 13: 5-6) - en je kijkt de spotters weer recht in de ogen…

Dat was het tweede deel van de preek.
[ Zingen: Ps. 42: 4-7 ]

De samenvatting is: Het geloof spreekt tegen je gevoel in, door terug te zien op het verleden, op te zien vanuit het heden en

3. uit te zien naar de toekomst (Psalm 43: 5)

In het geloof is het vallen en opstaan. In het geloof is het vinden en zoeken. In het geloof heb je de ene keer alles en dan weer niks. Na de worsteling overwinning - ja, en dan begint het weer opnieuw… we zijn er nog niet. Dat wordt duidelijk in de eenheid die Psalm 42 en 43 met elkaar vormen. Daar komt onze tekst driemaal voor.
Ook in het laatste deel.

[ Lezen: Psalm 43 ]
[ Tekst: Psalm 43: 5 ]

Het geloof moet ieder keer actief worden. Het geloof moet iedere keer God aanhalen. En met God komt er verlossing. God zal niet ver weg blijven, maar ingrijpen. Het geloof is zo sterk dat de dichter alvast zegt, dat hij op Gods werk zal reageren: "ik zal Hem nog loven".
Niet hier in de bergen, maar straks in Jeruzalem. 'God zal het voor mij maken. Dan ga ik weer voorop - in een dichte drom - naar God huis. Dan zijn al die mensen weer bij elkaar in Gods stad, dan schallen de trompetten, mijn collega's zingen… en dan gaan we door de voorhoven naar het altaar om Hem te danken en te loven.' De lof is de erkenning van Gods werk. Die redding zal ik dan genieten, ja, "dan mag mijn ziel uw heil ervaren en dankbaar ruisen alle snaren voor U die al mijn vreugde zijt en eindloos mij verblijdt."

Dat is echt geloofstaal. Het geloof ziet God… in het verleden. Het grijpt naar God… in het heden. En daarmee komt er uitzicht naar de toekomst. Hij zal ingrijpen. Hij zal redden. Christus bleef immers niet aan het kruis! Hij stond op. En met Hem gaat er een nieuwe wereld open - ook voor ons die in Hem geloven. De Levende zegt ook tegen ons: "Uw hart worde niet ontroerd; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis mijns Vaders zijn vele woningen - anders zou Ik het u gezegd hebben - want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben" (Johannes 14)

Tot die tijd blijft de strijd om de ervaring van Gods nabijheid. Dat is de worsteling van Psalm 42-43. Maar in die strijd blijft het verlangen hopen. We zijn nog niet thuis. We gaan wel naar Huis. "Heer, een hert in dorre streken smacht niet sterker naar het genot van de koele waterbeken dan mijn ziel naar u, o God."

Gemeente, kent u dat hopend verlangen? Het is de vraag: kent u God Zelf? Ziet u uit naar de grote verlossing?
Of: hebt u de moed al opgegeven? Kijkt u niet echt meer uit naar de grote verlossing? Bent u Hem Zelf dus al wat kwijtgeraakt?

Wie God kent, weet dat er nog heel wat te gebeuren staat. Wie gelooft, is op weg: vol verlangen, in hoop. En pas bij Hem Thuis zullen we Psalm 42-43 niet meer hoeven te zingen. Daar heeft de hinde water gevonden - voor altijd - in de rivier van God "helder als kristal, ontspringend uit de troon van God en van het Lam" - zegt Openbaring 22: 1. Daar is alleen maar Gods nabijheid:

"dan mag mijn ziel uw heil ervaren
en dankbaar ruisen alle snaren
voor U die al mijn vreugde zijt
en eindloos mij verblijdt"
De toekomst wenkt…

Amen.


Gebed 2

Geef ons geloof als onze ziel zich neerbuigt

* Wij bidden U voor hen die zich buigen onder het verleden. U weet hoe er schuld in ons leven geborgen kan liggen. U weet hoe der herinnering ons terneer kan drukken. U weet hoe onze zonde ons kan slaan. Reinig ons door Christus' bloed. Geef herstel door Zijn kracht en Geest. Geef genezing van de herinneringen.
Wij bidden U dat ook voor hen die vreselijke dingen met zich mee moetend ragen. Hoeveel mensen zijn ook de afgelopen tijd niet voor het leven gewond. Zij dragen verschrikkingen met zich mee. Zegen hulpverlening. Doe Christus zien in Zijn vergevende kracht aan onze verscheurde wereld.

* Wij komen U bidden voor hen die moeite hebben met het heden. U weet hoe het leven te zwaar kan lijken.

Sterk ons als onze ziel zich neerbuigt, als we depressief zijn, als we kil zijn, als alles koud is, als alles steeds weer versombert - geef ons Uw warme liefde. Genees hen die zo depressief zijn, dat er geen licht meer lijkt te zijn.
Wees bij ons als onze ziel onrustig is, gespannen is. Leer ons de dingen van ons leven aan U over te geven. Geef ons kalmte in ons gevoel, rust in ons hart, behoed onze gedachten in Jezus Christus.

* Wij bidden U voor hen die opzien tegen de toekomst. U weet hoe dat ons om allerlei redenen benauwen kan. Leer ons te zien dat U onze toekomst bent. Wat de toekomst brengen moge, ons geleidt Uw hand.
Ja, laat Uw gouden dageraad ons zien. Toon ons de ster van Uw nieuwe dag. Doe ons verlangen naar die toekomst die bezig is te komen volgens Uw plan. Dat te weten, geeft rust. Dat te geloven, geeft moed.

Wij danken U, dat U ons zo bemoedigt met Uw Woord. Geef ons een fijne dag. Breng ons allen -voor zover we kunnen- weer samen in uw huis. Wilt U ook mensen van buiten de kerk -die horen over uw kerk- het hart grijpen, opdat ze komen en Uw liefde met ons leren vieren.

Dat bidden wij u in Jezus' naam.

Amen.


1 Blaauwendraad, p. 77
2 Praamsma II, p. 283

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar