De geloofsbeleving in de psalmen (Deel 2: De HERE wil dat in Davids huis zijn lof blijft klinken)

Thema: De HERE wil dat in Davids huis zijn lof blijft klinken
Tekst: Psalm 30: 12-13
Tekstgedeelte(n): 2 Samuël 2: 1-4a
2 Samuël 5: 1-12
Psalm 30
Door: Ds. H. Drost (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Houten)
Gehouden te: Haren (1999)
Opmerking RJCV: De delen uit de prekenserie over De geloofsbeleving in de psalmen kunnen afzonderlijk gelezen worden. De prekenserie bestaat uit:
1: Ps_03v09 - David verwacht alles van de HERE
2: Ps_30v12 - De HERE wil dat in Davids huis zijn lof blijft klinken
3: Ps_34v09 - David nodigt uit Gods goedheid te proeven
4: Ps_42v06 - Het geloof spreekt tegen je gevoel in
5: Ps_51v16 - David bidt of hij de HERE weer mag eren
6: Ps_52v10 - David is zeker in God voor altijd
7: Ps_142v04 - Davids enig houvast was de HERE die zijn weg kent
Extra: Inleiding op de prekenserie: De geloofsbeleving in de psalmen.

Aanwijzingen voor de Liturgie

1. Votum en zegen
2. Ps. 18: 14-15 (Hij heeft het altijd voor mij opgenomen…)
   (Ochtenddienst: Wet)
   (Ochtenddienst: Ps. 19: 5)
3. Gebed (Onze Vader)
4. Lezen: 2 Samuël 2: 1-4a; 2 Samuël 5: 1-12; Psalm 30

In de prekenserie De geloofsbeleving in de psalmen gaat het om psalmen die via het opschrift horen bij een gebeurtenis in Davids leven. Maar als we kijken wat erboven psalm 30 staat, komen we in de problemen. Wat staat erboven? Er staat: "Een psalm. Een lied voor de tempelwijding." Hoe zit dat?

  • Dat komt, omdat men deze psalm later heeft gebruikt bij een groot feest. Dat was toen de tempel weer in gebruik werd genomen, nadat heidenen erin waren geweest. Ze zongen toen deze psalm.
  • Dat is natuurlijk prima, maar daarvoor was de psalm niet gemaakt. David had die psalm gemaakt, toen hij als koning in een paleis kwam te wonen. In die tijd had hij geleerd dat hij niet zonder de HERE kon. Toen maakte hij deze psalm. U kunt het opschrift met de Statenvertaling dan ook zo lezen: "een lied ter inwijding van het huis."

5. Ps. 30: 1-2
6. Tekst: Psalm 30: 12-13
7. Preek met tussenpsalm na eerste punt: Ps. 30: 3-5
8. Ps. 30: 6-7
    (Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
    (Middagdienst: Ps. 85: 3-4)
9. Gebed (zie onder)
10. Collecte
11. Ps. 63: 2
12. Zegen


Geliefde gemeente van Christus,

"Er was een tijd -vertelde iemand eens- dat ik geen contact had met God. Ik bad steeds, maar er kwam geen antwoord. Ik was alleen op de wereld. Ik miste Gods nabijheid erg. Maar opeens - was Hij er weer! Here, bent U er weer? - zei ik. Ja - sprak Hij - Ik zal je niet begeven en Ik zal je niet verlaten" (uit: Depressiviteit, p. 48).

Wat vindt u hier van? Kan dat? Herkent u dit in de beleving van het geloof?

Het geloof is een relatie met God. En in een relatie kan het contact een tijdlang weg zijn. Denkt u maar aan een huwelijk. In die relatie kun je een tijdlang goed contact, maar soms ook een tijd nauwelijks contact hebben. De ene keer sta je veel meer open voor elkaar, de andere keer lijkt iemand zich veel meer af te sluiten.

Dat gebeurt ook in het verbond met de HERE. In een belijdenisgeschrift van de Gereformeerde Kerk -de Dordtse Leerregels- wordt dat onder woorden gebracht: "…wanneer zij die God vrezen, zijn vriendelijk aangezicht zien, is dat hun zoeter dan het leven, maar wanneer God zijn aangezicht verbergt, is dat hun bitterder dan de dood" (hoofdstuk V, artikel 13). God kan Zijn gezicht voor je verbergen. Er is geen contact meer. Je bent alleen. Verschrikkelijk.

Waarom doet de HERE dat? De belijdenis wijst er op dat de HERE zijn gezicht voor je kan verbergen om je te laten merken dat je niet goed leeft. Wanneer je bij voorbeeld leeft met diep in je hart de gedachte dat je het zelf wel redt, dan kan God je Zijn aanwezigheid doen missen, opdat je Hem weer zoekt. Hiermee zitten we midden in Psalm 30.

Ik vat de preek erover zo voor u samen:

De HERE wil dat in Davids huis zijn lof blijft klinken

Daarom is Hij

  1. even afwezig
  2. weer aanwezig


1. even afwezig

Nadat David als jongen thuis bij vader gezalfd was tot koning over Gods volk, brak er een moeilijke tijd in zijn leven aan. Denkt u dat eens in: van God te horen dat je koning zult worden, maar... in plaats koning werd David vluchteling. Niet op een paleisbed sliep hij, maar in een grot. Zou hij ooit wel koning worden?

Deze tijd was een tijd waarin David moest leren om het alleen van God te verwachten. Hij moest leren van God afhankelijk te zijn. De HERE leerde hem dat. En Hij maakte het David niet altijd gemakkelijk. Maar David heeft de proef doorstaan. Hij bleef het van de HERE verwachten.

Wie het van God verwacht, komt niet beschaamd uit. David heeft het gemerkt.

Dan breekt er een heel andere tijd in zijn leven aan. Nu is de vluchteling koning. Na de spectaculaire inname van de burcht Jebus wordt Jeruzalem zijn hoofdstad. En het gaat de koning in alle opzichten goed. Wat hij als vluchteling miste, krijgt hij nu in overvloed. Veilig zit hij op de versterkte burcht. Weelde krijgt hij in zijn paleis dat met behulp van buitenlandse architecten wordt neergezet. En... dan gaat het fout. Welke benen kunnen weelde dragen?

In Psalm 30 laat hij achteraf zien wat er aan de hand was: hij dacht dat hij het gemaakt had. In vers 7 staat: "in mijn onbezorgdheid had ik gedacht: ik zal nimmer wankelen...". En als je dat denkt, heb je de HERE niet meer echt nodig. Dan denk je dat je het verder op eigen kracht redt. Zo vervreemdde de koning in zijn hart van God.

Maar TOEN... greep God in. David werd ziek. Het was kort, maar hevig. Voor zijn gevoel stond hij met een been al in het graf. Zijn hele bestaan wankelde... Dat deed hem weer aan God denken. En toen wist hij dat deze erge ziekte een afkeuring van de HERE was. Het was een teken van Gods toorn, omdat David dacht zonder God te kunnen. De HERE liet merken dat er iets verkeerd zat.
Dat kan ook gebeuren in een relatie met je man, vrouw of vriend. Als je elkaar goed kent, voel je elkaar ook aan. In een goede relatie voel je ook gauw aan als er iets mis zit. Je vrouw is stil vandaag. Of je vriend ontloopt je. Er zit iets fout.
Zo heeft David zijn ziekte beleefd als een teken van Gods afwezigheid. De HERE was er niet meer. God hielp hem niet meer, omdat hij dacht het zonder Hem te kunnen. David brengt dat heel duidelijk onder woorden in verzen 7-8. Laten we die verzen uit Psalm 30 samen lezen

[ Lezen: Psalm 30: 7-8 (= later inzicht) ]

Een andere vertaling zegt mooi: "Gij verborg uw gelaat, en ik was van streek". De HERE was er niet meer in zijn leven.

En zo (!) komt David terecht in de situatie die hij in onze tekst beschrijft. Op zijn bed klonk zijn "rouwklacht" op. Hij droeg een "rouwkleed".

Dat was Gods les. Hij was even afwezig om te laten voelen wat een mens is zonder Hem: niks. Dat mee te maken is erg. Niet voor niets zegt het belijdenisgeschrift van onze kerk dat het bitterder is dan de dood om de HERE te missen, om te merken dat Hij zijn gezicht voor je verbergt.

Merkt u dat ook? Leeft u zo dichtbij Hem, dat u Hem ook wel eens mist? Hoe is uw geloof? Is het echt een relatie? Kent u God van dichtbij? Mist U Hem ook? Hem te missen is het ergste wat de echte kinderen van God kan overkomen. Want hoe wordt het leven dan? Dat wordt: de hel.

God geeft les. Hij kan dat doen via tegenslag of ziekte. Soms zet de HERE je stil of legt je neer. Je denkt er dan weer eens aan hoe je je leven leidde zonder God, omdat je alles vanzelfsprekend vond. Dat je gezond bent, vind je normaal. Dat je elke dag je werk hebt, is gewoon. En zo kun je de bijbel lezen, bidden en naar de kerk gaan, maar toch diep in je hart leven alsof je zonder God kunt. Dat laat Hij je dan voelen. Opdat je beseft dat je geen moment zonder Hem kunt.

Wanneer u die les krijgt van uw HERE - ga terug. Belijdt uw verkeerde houding. Ga naar de Here Jezus. Hij wil U vergeven. Door Hem mogen we komen bij de Vader. Dan wordt alles weer goed. Dicht bij het hart van Vader.

Hij liet ons even pijn voelen, Hij was even afwezig, opdat we altijd met Hem zouden leven in het verbond van zijn genade.
"Maakt korte tijd zijn toorn u bang
zijn liefde duurt uw leven lang"

[ Zingen: Ps. 30: 3-5 ]

Het thema van de preek is: De HERE wil dat in Davids huis zijn lof blijft klinken.

Daarom is Hij 1. even afwezig

2. weer aanwezig

Na de moeilijke tijd als vluchteling kreeg David een heerlijke tijd als koning. In die periode is Psalm 30 door hem gedicht. Hij maakte deze psalm voor de inwijding van zijn nieuwe paleis. Hij wil in dat huis zingen voor God.
In zijn ziekte had hij dat weer geleerd. Op die vreselijke avond had hij tot de HERE geroepen. Hij smeekte om genezing. Maar: waarom zou hij beter moeten worden? Om weer de flinke koning te zijn? Nee, om voor de HERE te leven. Daar gaat het hem nu om. Kijkt u maar in vers 9 en volgende.

[ Lezen: Psalm 30: 9-11 (= laat mij leven - voor U) ]

En dàn… grijpt God in. Als hij 's avonds in verdriet en tranen heeft gebeden - doodziek - doet hij 's morgens zijn ogen open en… is beter! Het is een wonder! Zo plotseling. David ziet daarin hoe de HERE weer terug is! De HERE heeft het gedaan. Dat is de jubel van onze tekst.

Waarom deed de Here dat? Waarom maakte hij hem weer beter? Gods bedoeling is dat Davids leven een loven zou zijn. Dat staat in het vervolg van vers 13. De Here deed het "Opdat mijn ziel U zou psalmzingen en nimmer verstommen". Er staat eigenlijk: 'opdat de eer voor U zal zingen'. De oude berijming gaf dat aardig precies aan: Gij hebt mij… weer / Met vreugd omgord; opdat mijn eer / Niet zwijg'. Zo klimt Uw lof naar boven.

Wat is die eer dan? David bedoelt met die "eer" alles wat God hem eer mee had gegeven: dat hij koning was geworden, dat hij de berg Sion mocht veroveren, dat hij een prachtig paleis kon bouwen. Alles wat hij kreeg misbruikte hij eerst tot eigen eer. Maar nu zegt hij, dat hij met alles wat hij kreeg, God groot wil maken. Het is van God en: hij wil het gebruiken voor God. Met deze psalm in zijn hart is David toen gaan wonen in zijn mooie paleis. En in dat paleis klonken regelmatig psalmen voor God. En dat was nu precies Gods bedoeling.

Dat is Gods bedoeling met deze psalm voor ons. Hij wil juist ons in de welvaart laten zien hoe alles van Hem komt en hoe wij van Hem afhankelijk zijn, opdat we Hem niet in ons hart vaarwel zeggen, maar Hem blijven grootmaken. En als we God de eer geven voor alles wat we hebben en zijn, zien we Zijn vriendelijk aangezicht glanzen over ons leven. En dat - zeggen de Dordtse leerregels - is zoeter dan het leven.

Want: wat is het leven zonder God? Dat is de hel op aarde. Maar wat is het leven met Hem? Dat is zoeter dan dit leven: dat is de hemel op aarde.

U weet nu waarom God deze psalm aan ons geeft. Het gaat er om dat we met alles leven voor Hem. Wat doet u deze week? Kom doe als David. In de laatste zin van de psalm is heel de psalm en de bedoeling er van samengevat:

En waar genade beseft wordt, klinkt een lied: 'Mijn God, U zal ik altijd loven'.

Dat is het lied van Davids huis. Het is de stijl van Christus, Davids Zoon. Dat is echt leven in het verbond - dichtbij Hem, voor Hem en straks bij Hem.

Amen.


Gebed

1. Belijdenis: als we de wind in de zeilen hebben, als alles goed gaat, komt er in ons hart het giftig onkruid op van het ons onafhankelijk voelen van U = gebed wordt minder, kerkgang sleur of slordig en we hebben U niet meer echt nodig = gevaar dat we helemaal op eigen kracht gaan leven

2. Voorbede ziekte: leer ons in alles dat het gaat om Uw eer. U maakte David ziek, opdat hij Uw eer weer zou erkennen. U maakte hem beter, opdat hij Uw eer zou zingen. Helpt allen die ziek zijn U de eer te geven door gelovige onderwerping en aanvaarding. En als u op aarde niet beter maakt, geef dan het geloof dat U ook die weg met ons gaat opdat we U zullen loven - voor Uw troon in uw hemel.
Geef ons de vaste zekerheid van Uw verbond dat ver uitstijgt boven de perken van ons kwetsbare en broze leven. En maak ons daar blij in… leer ons er blij mee te zijn.

3. Voorbede gemeente: geef ook in de gemeente bekering = echt leven met U in het verbond van uw genade = leven met Christus. U weet hoe snel wij ons onafhankelijk voelen en hoe snel we al Uw liefde vergeten = ook in week van voorbereiding een middel om echt te leven in het verbond met uw genade = help ons dat we onszelf onderzoeken

4. Voorbede: geef dat we onszelf onder de tucht van Uw Woord plaatsen. Geef dat de kerkenraad ieder onder de tucht van uw liefde zal plaatsen die zich niet wil bekeren tot U, opdat Uw liefde mag rusten op deze Uw gemeente… en wij samen gemeente zijn - niet tot oneer, maar tot eer van Uw heilige naam.

5. Gebed: leer ons te leven van genade, opdat we -met alles wat we hebben en zijn- U de eer geven.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar