Nehemia (Deel 4: Echte gemeenschap is eerlijk delen)

Thema: Echte gemeenschap is eerlijk delen (Voorbereiding viering Heilig Avondmaal)
Tekst: Nehemia 5
Tekstgedeelte(n): Leviticus 25: 35-43
Nehemia 5
Door: Ds. J. Haveman (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Hattem-Noord)
Gehouden te: Roodeschool op 3 september 2000 / e.a.p.
Opmerking RJCV:

De prekenserie Nehemia bestaat uit:
1: Neh01 - Nehemia leert je dat bidden fundamenteel is
2: Neh02v20 - Nehemia laat zien dat God werkt door mensenhanden
3: Neh04 - Laat je niet ontmoedigen door tegenstand maar wapen je er tegen!
4: Neh05 - Echte gemeenschap is eerlijk delen (Voorbereiding viering Heilig Avondmaal)
5: Neh08v11b - Wees blij om wat God geeft (Nabetrachting)

Deel 4 is bedoeld als voorbereiding op de avondmaalsviering (te lezen een week voorafgaand aan de avondmaalsviering).

Extra: Inleiding op de prekenserie: Nehemia.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 24: 1-2
(Morgendienst: wet)
Ps. 24: 3, 5
Gebed
Lezen: Leviticus 25: 35-43
Tekst: Nehemia 5
Ps. 62: 4-5
Preek
Ps. 133
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
Gebed (Dankgebed)
Collecte
Ps. 106: 1-2
Zegen


Gemeente van Christus,

Piet en Ella zijn op zoek. Op zoek naar de ideale kerk. Ze zijn lid van een gereformeerde kerk. Maar ze hebben het in hun gemeente niet zo naar de zin. Het klikt niet met bepaalde gemeenteleden, en daarom gaan ze ook maar niet met hen om. En ze vinden dat sommige gemeenteleden veel te veel aandacht krijgen en anderen helemaal niet. En daarom zijn Piet en Ella aan het 'shoppen'. Weet u wat dat is? Net als je bij een supermarkt ook de aantrekkelijkste winkel opzoekt door ze met elkaar te vergelijken, zo doe je dat bij de kerk ook. Piet en Ella gaan eens een keer naar die kerk. Oh, hier doen ze leuke dingen voor de kinderen. Ze kijken eens een keer in die andere kerk. Hier gaan de mensen tenminste plezierig met elkaar om. Een volgende zondag gaan ze naar die gemeente. Zo, die preek spreekt tenminste aan! Piet en Ella zijn op zoek naar de ideale gemeente. En zij zijn niet de enige. 'Shoppen' komt tegenwoordig veel voor. Waar vroeger mensen nog wel eens predikanten achterna liepen, zie je nu steeds meer dat ook over kerkmuren heen wordt gekeken.
Wat denkt u: zullen Piet en Ella de ideale gemeente vinden? Persoonlijk denk ik dat hun zoektocht uiteindelijk op een teleurstelling uitloopt. Want: de ideale gemeente bestaat niet! Het gras lijkt aan de overkant altijd groener, maar als je er op een gegeven moment middenin zit, zie je dat niet meer. Maar merk je wel, dat ook dit gras zo z'n nadelen kent. Iedere kerkgemeenschap bestaat uit zondige mensen. En waar zondige mensen bij elkaar zijn en samen dingen gaan doen, daar gaan ook dingen mis.
Tegelijk hebben Piet en Ella gelijk, als ze zich in hun gemeente onplezierig voelen. Want dat klopt ook niet: dat je met bepaalde gemeenteleden bewust niet wilt omgaan. Of dat je dat wrevelige gevoel hebt, dat de een veel meer aandacht krijgt dan de ander. Als er frustratie is of geldingsdrang. In een echte gemeente, in een echte gemeenschap mogen zulke dingen niet voorkomen. Hoe kun je nou avondmaal, het hoogtepunt van de eenheid, van de gemeenschap vieren, als je in onmin leeft met een broeder of zuster, of als er onrecht is in de kerk?
Maar is het dan een oplossing om zoals Piet en Ella doen op zoek te gaan naar de ideale kerk? Ik denk dat ze beter er alles aan kunnen doen om aan zo'n ideale kerk te werken. Laat ze hun steentje bijdragen om een echt christelijke gemeente mee te helpen opbouwen! Want dat de ideale gemeente niet bestaat, betekent nog niet dat je er als gemeenteleden niet naar zou moeten streven. En een christelijke gemeente kan het in ieder geval niet maken om de zonde in haar midden te tolereren. Je helpt de kerk, de gemeenschap om zeep, als je zonde niet meer zonde noemt of als je fouten en gebreken niet meer aan de kaak stelt en maar gewoon toedekt of vergoelijkt. Dat kun je ook leren van Nehemia.

We willen dat doen onder het thema:

Echte gemeenschap is eerlijk delen

  1. Bedreiging van die gemeenschap
  2. Herstel van die gemeenschap
  3. Voorbeeld voor die gemeenschap


Echte gemeenschap is eerlijk delen

1. De bedreiging van de gemeenschap

"He jongens en meisjes, ik, Nathan ben Nehemia, wil jullie verder vertellen over het dagboek van m'n vader. Weet je nog dat de mensen van Jeruzalem hard bezig waren met de bouw van de muren rond de stad? Onze vijanden wilden dat tegenhouden, maar het is ze gelukkig niet gelukt. De muren worden steeds mooier en sterker en hoger! Mijn vader was dag en nacht druk bezig om de bouw te organiseren en de mensen aan te moedigen. Maar nu gebeurde er weer wat vervelends. Nu begonnen mensen van ons volk op elkaar te mopperen. Moeders begonnen te schreeuwen dat ze eten wilden voor hun kinderen. En anderen riepen dat ze al hun spullen hadden moeten verkopen om nog maar een beetje eten te kunnen kopen. En weer anderen huilden dat ze hun kinderen als slaaf of slavin aan andere mensen hadden moeten geven omdat ze zelf niet meer voor hen konden zorgen. Ze zeiden: wij horen toch allemaal bij elkaar, we zijn toch samen een gemeente? En onze kinderen kunnen net zo goed werken als die van hen. En zo werd er ruzie gemaakt door de mensen van mijn volk. Heb jij wel eens ruzie meegemaakt? Dat is niet leuk, hè? En toen mijn vader het allemaal hoorde, werd hij heel erg boos."

Als je nou ergens een ideale gemeente zou verwachten, broeders en zusters, dan toch wel in Jeruzalem in de dagen van Nehemia. Stel je voor: de mensen die nog niet zo lang geleden hun vrijheid hadden teruggekregen, die weer in hun eigen land mochten wonen, die de huizen en weilanden en akkers van hun familie terug hadden gekregen, mochten nu samen bezig zijn met de herbouw van de stadmuren. En dat alles onder de bezielende leiding van Nehemia. Maar wat zie je? Er is grote onenigheid en onvrede. Maar wat dacht u dan van die gemeente die altijd als ideaal wordt afgeschilderd: die eerste christelijke gemeente van Jeruzalem. Ook daar ontstaat gemor onder elkaar (Handelingen 6). En kijk naar de gemeente van Korinte; daar kwamen ook behoorlijke misstanden voor, tot aan het avondmaal toe. Ieder nam er zijn eigen deel, zodat de een hongerig en de ander dronken was (1 Korintiërs 11). Mooie gemeenschap! Ja, helaas moet je steeds weer constateren, dat er in de kerk veel mis gaat. En de duivel vindt dat natuurlijk prachtig. En niet-kerkleden schamperen: 'moet je toch weer eens zien hoe die christenen met elkaar omgaan'. Satan is geraffineerd bezig: als hij niet met vijanden van buitenaf het werk kan stilleggen, dan probeert hij intern wel verdeeldheid te zaaien.
Als je alleen op mensen let in de kerk, en op hoe die soms met elkaar omgaan, dan kun je gauw teleurgesteld raken. Laat het ons bewaren om hoog van de toren blazen. Laat het ons verwonderen dat Gods liefde, genade en geduld zo groot zijn, dat Hij nog steeds met ons wil omgaan, als kinderen wil aannemen en aan zijn tafel nodigt. Laat het ons aansporen om samen te werken aan een echt christelijke gemeenschap!

Wat was er aan de hand in de gemeente van Nehemia? Er was iets heel moois: de kerkleden hadden alles over voor de gemeenteopbouw. Al hun tijd en geld besteden ze daaraan. Dat is mooi om te zien, zoveel liefde voor het werk van de Here. Maar er was ook iets lelijks: bepaalde gemeenteleden maakten misbruik van de armoede van anderen. Ze lieten hen niet delen in hun rijkdom, maar buiten hen uit.
Je zou kunnen zeggen: de armen werden het slachtoffer van de murenbouw. Alle aandacht en energie was daarop gericht. En er werd niet meer gewerkt op het land. Terwijl de grote gezinnen toch te eten moeten hebben. Zo waren wantoestanden ontstaan: om toch maar aan eten te kunnen komen, hadden gezinnen hun weilanden, wijngaarden of zelfs huizen verpand aan rijke gemeenteleden. En wat nog verschrikkelijker was: kinderen werden als slaaf of slavin uitbesteed. En onder het motto 'zaken zijn zaken' hadden de rijkelui dit allemaal maar geaccepteerd. Zij vonden het blijkbaar prima om de armen geld te geven in ruil voor hun akkertje of kinderen. De gemeenschap is hier ver te zoeken.
En wat kun je dat ook maar zo hebben: onderling wantrouwen, verschillende behandeling, geklaag en gemopper. Armen tegen rijken, geleerde mensen tegen mensen die niet zoveel geleerd hebben, vernieuwers tegen hen die alles graag zo willen houden als het is. Als je daar niet goed mee omgaat, zet het de gemeenschap op het spel.

Er is maar een goede oplossing: maak er werk van. Laat het niet onderhuids doorvreten, krop het niet op, laat het er niet bij zitten. Maar vat de koe bij de horens. Net als de vrouwen bij Nehemia luidkeels aandacht komen vragen voor het onrecht dat hen en hun gezinnen is aangedaan. En dat is niet leuk, ruzie of onenigheid. Maar het is duizendmaal beter dat je er over praat, dat je aangeeft waar je mee zit, dan dat je iets opkropt of toedekt en laat doorsmeulen. Als iets bekend is kan er tenminste aan gewerkt worden.

Echte gemeenschap is eerlijk delen.

2. Het herstel van de gemeenschap

"Toen mijn vader had onderzocht of het waar was wat de arme mensen vertelden, riep hij iedereen bij elkaar in een grote vergadering. Hij vertelde eerst wat hij had meegemaakt toen we nog in Susan woonden. Toen was het namelijk de gewoonte, dat als iemand van ons volk aan iemand anders werd verkocht om slaaf te zijn, dat we geld bij elkaar verzamelden om hem of haar weer los te kopen. Mijn vader zei: "En nu zijn we allemaal vrij in ons eigen land, en nu worden we slaven van elkaar?" Je kon zien dat de mensen goed luisterden en zich schaamden, want niemand durfde iets te zeggen. "Laten we vandaag nog alles aan elkaar teruggeven", stelde m'n vader voor. Dat wilden de mensen wel. Ze wilden het zelfs wel zweren. En weet je, toen trok mijn vader z'n blouse uit de riem. De blouse zit bij ons altijd een beetje dubbel, zodat je er van allerlei dingen in kunt bewaren, geld bijvoorbeeld of belangrijke papiertjes. M'n vader schudde z'n blouse uit zodat alle geldstukjes op de grond vielen en zei: "Zo zal God doen bij iedereen die niet doet wat hij belooft heeft: God zal hem uitschudden uit z'n huis en z'n bezit." En weet je, toen was het heel mooi, want de hele gemeente zei: 'amen'. Dat betekent: 'zo is het'. En iedereen deed ook wat hij had gezegd. Zo kwam het gelukkig toch weer goed."

Nadat Nehemia had gehoord wat de arme mensen vertelden, was z'n eerste reactie dat hij ontzettend kwaad werd. Maar als je kwaad bent kun je niet goed nadenken en ook geen goede beslissingen nemen. En daarom telde Nehemia eerst tot tien, voordat hij wat zei of deed. Hij onderzoekt of het klopt waar de armen de rijken van beschuldigen. En geleerd door Gods Woord en geleid door zijn Geest weet hij wat hij doen moet. Hij roept de gemeente bij elkaar om de openlijke zonde ook openlijk aan de kaak te stellen. Om gerechtigheid te doen.
Bij de schriftlezing hebben we een gedeelte van Leviticus 25 gelezen. Blijkbaar zijn de gemeenteleden die passage vergeten. Want wat de rijke broeders en zusters doen is volledig in tegenspraak met wat de Here daar gebiedt. Je mag geen rente vragen als je geld uitleent. En geen winst als je voedsel uitdeelt. Echte gemeenschap is niet dat je voordeel trekt van het gemis van je broeder of zuster. Maar echte gemeenschap is, dat je omziet naar elkaar, dat onrecht wordt bestreden, dat er onderlinge liefde is. Hoe kun je nou de barmhartigheid voor jezelf aanvaarden, als je zelf onbarmhartig bent? Hou kun je nou toezien dat een ander gebrek heeft, terwijl jezelf in overvloed leeft? Dat je wat je zelf gekregen hebt, niet deelt met een ander? Zoals zo mooi in 2 Korintiërs 8 staat: "…uit het oogpunt van billijkheid kome uw overvloed voor het ogenblik het gebrek van de ander ten goede, opdat hun overvloed wederkerig uw gebrek ten goede zou komen en er zo gelijkheid zij…" En Paulus herinnert dan aan het verzamelen van het manna: 'die veel verzameld had, had niet over. En die weinig verzameld had, niet tekort'.

Nehemia spreekt de rijke gemeenteleden aan op hun zondig gedrag. "Wat gij doet is niet goed. Zult gij niet wandelen in de vrees voor onze God om de hoon van de heidenen, onze vijanden te ontgaan?" Zonde wordt ook echt zonde genoemd. Nehemia verkondigt het zuivere woord van God. En hij bedient ook de tucht: uitgeschud wordt die niet doet wat hij beloofd heeft. Daaraan herken je de echte gemeenschap: het kwaad wordt daar niet toegedekt of getolereerd. Maar openlijk aan de kaak gesteld en iets aan gedaan. De echte gemeenschap moet weer worden hersteld. Daar moet aan worden gewerkt.
En wat is het dan prachtig om te zien dat het volk ook luistert naar het Woord van God. Dat het bereid is om dat wat de gemeenschap bedreigt daadwerkelijk weg te doen. Om de zonde op te heffen. Alleen zo wordt de echte gemeenschap hersteld. Alleen zo kun je samen het feest van gemeenschap met God en mensen aan de avondmaalstafel vieren!

Op een klein detail wil ik nog wijzen, en dat is op het feit dat de hele gemeente 'amen' zegt als Nehemia zijn preek heeft beëindigd. Ze beamen met hun 'amen' wat Nehemia heeft gezegd. Amen - dat is: het is waar en zeker. Amen - dat betekent: ik besef dat het ook voor mij geldt, dat ook ik me er aan moet houden! En daarom zou het mooi zijn als niet alleen de predikant, maar heel de gemeente 'amen' zegt op de verkondiging van het Woord.

Echte gemeenschap is eerlijk delen.

3. Het voorbeeld voor die gemeenschap

Ik weet niet hoe het u verging, maar ik vond Nehemia 5: 14-19 eerst maar een raar gedeelte. Past dat wel bij de rest van het hoofdstuk? En klinkt het niet een beetje arrogant wat Nehemia hier over zichzelf zegt? Het lijkt erop alsof hij zichzelf op de borst slaat, alsof 'ie wil laten zien hoe geweldig hij is. En vooral ook dat laatste vers: "Gedenk mij, mijn God, ten goede al wat ik aan dit volk gedaan heb" - wil hij z'n plekje in de hemel verdienen, of zo?
Toch moet je dit gedeelte positief lezen. Nehemia wil aan de gemeente het goede voorbeeld geven. En dat is belangrijk, dat leiders, dat voorgangers, dat ouders niet tegen hun eigen woorden in handelen, maar wat ze wel en niet doen in overeenstemming brengen met hun woorden. Als zij dat al niet doen, hoe kun je dat dan wel van de gemeente verwachten?
Uit vers 10 blijkt dat ook Nehemia, blijkbaar in zijn onwetendheid of onnadenkendheid, geld had geleend aan arme broeders en zusters. Toen hij de rijken toesprak, sprak hij dus ook zichzelf toe!" Ook ik, mijn broers en mijn knechten hebben hun geld en koren te leen gegeven..." Maar in zijn toespraak geeft hij nu gelijk een goede voorzet: "…wij willen deze schuld kwijtschelden." Hij geeft eerst het goede voorbeeld en roept vervolgens de gemeente op om het te volgen.
In dat kader moet je ook vers 14-19 lezen. Het onderstreept als het ware de toespraak die Nehemia gehouden heeft. Hij wil alle verdenking of verdachtmaking aan zijn eigen adres bij voorbaat ontzenuwen en tegengaan. En daarin gaat hij heel ver.
Want als stadhouder van Juda heeft hij recht op een behoorlijk salaris van de staat. In de tekst wordt dat 'het brood van een landvoogd' genoemd. In tegenstelling tot zijn voorgangers heeft hij het volk geen zware lasten opgelegd. En werkte hij ook zelf mee aan de bouw van de muur. En onderhield hij de mensen die bij hem te gast waren en betaalde hen uit eigen zak.
Als landvoogd had Nehemia zo zijn voorrechten. Maar hij maakt daarvan geen gebruik. En hij maakt er ook geen misbruik van. En laten we wel wezen - als het om geld gaat is dat wel heel verleidelijk: om misbruik te maken van je bevoegdheid. Om meer te declareren dan waar je recht op hebt. Om in de baas z'n tijd voor jezelf bezig te zijn. Maar Nehemia is dat allemaal voor: hij heeft geen last van tegenstrijdige belangen.
Wat is zijn motivatie daarvoor? Waarom doet hij dat niet? In vers 15 staat: "Ik heb het niet gedaan uit vrees voor God." Je zou kunnen zeggen: omdat hij vond dat het niet past bij een kind van God. God kent je hart. Allereerst op je hart wordt je beoordeeld. Als je in je hart ontzag hebt voor God, dan is dat een goed uitgangspunt.
De tweede reden lees je in vers 18: "…omdat de dienst zwaar op dit volk drukte." Nehemia heeft oog voor de noden van het volk. En hij wil niet zelf in weelde en welvaart leven terwijl zijn volk in armoede verkeert. En hij wil het zeker niet ten koste van de armen.
En de laatste reden is dat hij de zegen van de Here over z'n leven vraagt. Dat is de betekenis van vers 19. Want hij weet dat de Here trouw en gehoorzaamheid aan zijn Woord zegent. Denk maar aan Psalm 128: "Welzalig ieder die de Here vreest, die in zijn wegen wandelt. Want gij zult eten de opbrengst van uw handen. Welzalig gij, het zal u welgaan."

Volgende week mogen we - als de Here het wil - samen het Avondmaal vieren. Laten we dat doen als een echte christelijke gemeente, als echte gemeenschap. Laten we delen in elkaars vreugde en verdriet. Maar ook in het goede dat we van onze God krijgen. En als er iets is wat die gemeenschap bedreigd, werk er dan aan om dat uit de weg te ruimen. Doe dat vandaag nog. Want er mag geen onrecht, geen onenigheid of onderlinge wrevel zijn tussen gemeenteleden. Laten we volgende week met een dankbaar hart het feest van onze bevrijding vieren.

En nu mag u 'amen' zeggen.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar