De kinderdoop (Deel 1: Leven met Christus doe je door de doop heen)

Thema: De instelling van de doop
Tekst: Matteüs 28: 18-19
Tekstgedeelte(n): Genesis 12: 1-9
Matteüs 28: 16-20
Door: Ds. H.W. van Egmond (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Ten Boer)
Gehouden te: Ten Boer op 16 januari 2000
Opmerking HWvE:

Het is het mooiste wanneer de serie De kinderdoop als een geheel gebruikt / gelezen wordt. Maar daar dwingen de afzonderlijke preken zich niet toe. Thematisch wel:

De kinderdoop - 1 gaat over de instelling van de doop.
De kinderdoop - 2 laat de plaats van God zien als de God van het verbond: met ons en onze kinderen.
De kinderdoop - 3 wil vanuit het Nieuwe Testament zelf laten zien dat de lijn van het Oude Testament doorloopt.
De kinderdoop - 4 zegt ten slotte iets over de doop als bad der wedergeboorte.

Kortom, de delen van deze serie kunnen afzonderlijk worden gelezen. Wanneer de serie als geheel gepreekt gaat worden, dan is de volgorde wellicht van belang.

Extra:

Inleiding op de prekenserie De kinderdoop.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 91: 1, 7 (schoolpsalm)
Wet
Ps. 90: 5, 7
Lezen: Genesis 12: 1-9; Matteüs 28: 16-20
Ps. 24: 1, 3, 5
Tekst: Matteüs 28: 18-19
Preek
Ps. 86: 4-5
Gez. 10: 2, 4
Zegen

Gemeente van onze Here Jezus Christus, broeders en zusters,

De doop is een sacrament dat we vaak genoeg meemaken in de kerk. En daar zijn we dankbaar voor.
Een sacrament dat we vaak genoeg meemaken in de kerk. En daar zijn we dankbaar voor. We weten allemaal wel wat er gebeurt, wanneer er een kind gedoopt wordt. Vader en moeder dragen hun kind hier in de kerk naar voren en de predikant spreekt in één adem de naam van de drie-enige God uit met de naam van het kind.

Waarom die aandacht voor de doop? Er is, broeders en zusters, tegenwoordig veel in discussie over de doop.
Velen zeggen: de kinderdoop is een zaak van minder belang; je kunt best als christenen in één kerk samenleven zonder dat je het eens bent over de kinderdoop. Want de Bijbel is daar niet duidelijk over en daarom mogen we elkaar niet binden aan de belijdenis over de kinderdoop.
Verder hoor je ook een sterke discussie over wat men wel noemt: de geloofsdoop.
Dat is de mening dat de doop het geloof, van de dopeling verzegeld; je gelooft en in de doop komt er onder jouw geloof een dikke streep. Geen doop zonder geloof en geen geloof zonder doop, hoor je daar.
In al die verwarring over de doop zie je mensen de kerk verlaten om zich ergens anders te laten overdopen.
Want de kinderdoop heeft geen waarde: alleen het eigen geloof geeft kracht aan de doop, zegt men.
We staan voor de tekst die bekend staat als de instelling van de doop. Hier geeft Christus zijn discipelen de opdracht om de wereld in te gaan en mensen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Hier vinden we de doopsformule, die wij gebruiken, wanneer één van onze kinderen de heilige doop ontvangt. Jezus geeft hier zijn discipelen de opdracht: gaat heen en preek; doop en leer.
Zo, langs deze weg van preken en dopen, zal Ik mijn kerk over heel de wereld vergaderen. We preken u de tekst onder het thema:

Leven met Christus doe je door de doop heen

  1. Dat geldt voor de volken van de wereld
  2. Dat betekent het begin van een nieuw leven
  3. Dat verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid

1. Dat geldt voor de volken van de wereld

Wanneer we goed naar ons thema kijken "leven met Christus doe je door de doop heen", dan hebben we het over de regel die Christus zijn discipelen heeft meegegeven. Zo wil onze Heiland het hebben:
iedereen die wil luisteren naar zijn woorden, behoort gedoopt te zijn. Maar wanneer Christus het Zelf anders beslist, dan is er ook zaligheid. Wanneer er geen gelegenheid is voor de doop (zoals bijvoorbeeld bij onze kinderen die bij of vlak na de geboorte sterven), dan is er toch leven met Christus voor deze kinderen.
Maar wanneer we deze uitzondering, die in de hand van Christus Zelf ligt, nu laten liggen, dan staan we in onze tekst voor het bevel van Christus om iedereen die als discipelen van Hem wil leven, te dopen.

In Matteüs 28: 16 lezen we dat Jezus met zijn discipelen naar Galilea gaat: naar de berg. Waarschijnlijk is dit de berg van de zaligsprekingen, waar Jezus zijn discipelen al eerder over het koninkrijk der hemelen onderwijs gegeven heeft.
Voordat Jezus straks definitief naar de hemel gaat, geeft Hij zijn discipelen en in hen zijn kerk, opnieuw onderwijs en opdrachten mee. Christus Zelf zal naar de hemel opvaren, maar zijn discipelen zullen hier op aarde als zaakwaarnemers het voor Hem en zijn werk opnemen. Dat kleurt ons leven: we staan onder Christus. Maar dat geeft geen problemen, want onder Christus zijn we veilig tot in eeuwigheid.
Immers, Hij heeft voor ons geleden en de dood overwonnen, en nu wil Hij met haast verder naar de dag van zijn en onze heerlijkheid. In dat doorgaande werk zijn de discipelen - ambtsdragers opgenomen en wordt iedereen die zich als discipel tot Jezus bekeert ook meegenomen.

Wanneer we het begin van het evangelie van Matteüs vergelijken met dit eind, dan zal dat ook duidelijk worden. Matteüs 1: 1, "Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham".
Jezus Christus wordt genoemd de zoon van Abraham! Dat is de inleiding van het evangelie bij Matteüs.
Het gaat in de hoofdstukken die komen om deze unieke nakomeling van Abraham! Abraham is ons wel bekend. Hij is de man die in Genesis 12 door God werd weggeroepen uit zijn vaderland.
De HERE zei tegen Abraham: 'ga uit uw land, uit het huis van uw vader vandaan en ga naar het land dat Ik u wijzen zal. Ik de HERE zal u zegenen en uw naam groot maken en met u zullen alle geslachten van de aardboden gezegend zijn.' Abraham werd geroepen opdat alle volken zullen meedelen in de zegen van de HERE onze God.

God wil mensen redden aan hen vergeving van de zonden en leven tot in eeuwigheid uitdelen. Maar daarvoor volgt God zijn eigen strategie. Hij roept Abraham om door zijn nakomeling, door zijn zaad, volken te roepen. En dat zaad van Abraham is Jezus Christus!
Galaten 3: 16, "Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad. Hij zegt niet: en aan zijn zaden, in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus". Dat is de lijn die God vasthoudt in oud en nieuw verbond.

Over deze Zoon van Abraham heeft Matteüs vertelt in al die 28 hoofdstukken. Zijn woorden, zijn werken en tekenen hebben de liefde en de genade van God laten zien. In zijn lijden en sterven kocht Christus dat leven en die genade voor mensen uit vele volken. En hoofdstuk 28 is nu dat triomfantelijke slot van dit evangelie: Deze Christus, de zoon van Abraham, die is gestorven leeft!
Als de levende zal Hij tot aan de jongste dag de winst van zijn lijden en sterven uitdelen tot aan de einden van de wereld. De roeping van Abraham komt zo tot vervulling!

Aan het eind van het evangelie komt dat punt scherp naar voren wanneer Christus tegen zijn discipelen zegt: gaat heen en maak al de volken tot mijn discipelen. De wereld ligt open.
Met het oog op die roeping krijgen de discipelen als de vertegenwoordigers van de kerk van alle tijden de verzekering van de hoge en machtige positie van Christus: 'Mij is gegeven alle macht'.
Christus bindt het ons, zijn kerk, op het hart: jullie staan voor een grote en geweldige opdracht; maar vergeet het niet: Ik heb een uitvoerende macht waar alles voor aan de kant moet. Hij heeft een volmacht om alles wat Hem in de weg staat op te ruimen; niets kan Hem binden want Hij heeft alles gebonden. Met een wettige macht die Hem gegeven is gaat Hij het werk vervullen waarvoor Abraham geroepen werd in Genesis 12: Christus zal de zegen die Hij won als de zegen van Abraham, uitdelen aan de volken van de wereld.

De kern van vers 19 maakt dit duidelijk: "volken maken tot discipelen van Jezus Christus".
Ga daarom heen; trek de grenzen van Israël over. Sla geen volk over en houdt de strategie van de Koning van hemel en aarde in het oog. Hij wil discipelen vergaderen uit al de volken van de aarde. Zijn volk wil Hij uit al die volken samenbrengen.
En dan, wanneer mensen uit die volken luisteren en vol verwondering horen wat Jezus Christus allemaal heeft gedaan en wat Hij aan genade won: wie dat hoort en blij is om dat evangelie, en die verlangt om nog meer te weten; zo'n gelovige die zich serieus laat onderwijzen en blij is om de schatten die Christus laat uitdelen, en die steeds weer naar de plaats komt waar het evangelie gepreekt wordt, zulke leerlingen zullen gedoopt worden.

2. Dat betekent het begin van een nieuw leven

Let eens op die geschiedenis van Filippus met die kamerling uit Morenland, Handelingen 8: 35. Filippus werd geroepen om die kamerling die vanuit Jeruzalem op weg was naar huis, tegemoet te gaan. Wanneer ze elkaar tegenkomen vraagt de kamerling aan Filippus of hij hem een gedeelte uit Gods Woord wil verklaren. Dan legt Filippus dat grote werk van Christus uit. Dat Hij heeft geleden en is opgestaan! Al de heerlijkheid van Christus wordt uitgestald.

Wanneer de kamerling dit allemaal hoort en gelooft, dan vraagt hij: wat is er op tegen dat ik gedoopt wordt?
En dan ontvangt hij op de belijdenis dat Jezus Christus de Zoon van God is de doop. Wat er ook allemaal gezegd kan worden van deze geschiedenis, in elk geval is duidelijk dat Filippus over de doop heeft gesproken. Christus is gepreekt en de betekenis van de doop. Anders is die vraag van de kamerling niet te verklaren.
Het gaat hier nog niet over de kinderdoop. Daar hopen we later bij stil te staan. Wel komt hier duidelijk uit dat er een nauw verband is tussen Christus-prediking en doopverklaring.
Door de prediking van Gods beloften word je getrokken naar de doop, waar God die beloften onderstreept.
Zo legt Christus hier in onze tekst als de zoon van Abraham een nauw verband met de beloften van Gods verbond en de inhoud van de doop. Maak de volken tot mijn discipelen en doop hen, dat is de opdracht van Christus in Matteüs 28.
De boodschap van de prediking is de Christus, die de zonde heeft betaalt en het leven met God voor ons heeft verzoend. Dat is ook de prediking van de doop.

Want wat is dat dopen? Je gaat onder in het water, en water is over heel de wereld het middel om vuil weg te wassen. En nu tekent die doop het uit: zoals je in dat water ondergaat, zo wordt je van de onreinheid van de zonde gewassen. De boodschap van dit teken wijst door naar de prediking van het evangelie: want zoals dat water vuil wegwast, zo wast het bloed van Christus de zonde weg.
Het formulier van de doop zegt: 'door deze onderdompeling moeten wij er toe komen dat we onze reiniging en ons behoud buiten onszelf zoeken, namelijk in Jezus Christus.'

Die doop tekent het einde van een leven zonder Christus en het begin van een leven met Christus.
Die doop is de grenslijn tussen een leven zonder God en met God; een leven zonder de Bijbel en met de Bijbel; een leven voor jezelf en een leven voor God. Die doop is het teken en zegel dat uw band met de drie-enige God is vastgemaakt.

De discipelen krijgen het bevel te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
De naam maakt duidelijk wie je bent; zo geeft de naam van de drie-enige God aan wie God is en wat Hij voor ons gedaan heeft. Zijn naam is de inhoud van de prediking, die wijst op het werk van de Vader, die om Christus wil met zijn zorg en onderhoud bij ons is; we horen van het werk van de Heilige Geest, die ons wil bewaren bij de genade van Jezus Christus. En dat is precies hetzelfde als wat in de doop in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest wordt onderstreept.

Ja, wie zich laat dopen wordt bij Israël ingelijfd: die zal om Christus wil de zegen van Abraham mee erven; die leeft in het verbond van Abraham met beloften en eis.
Matteüs laat het in zijn evangelie zien: het werk dat God begon met Abraham gaat door in Christus. De doop is daar het teken en zegel van.

Daarom zal elke ongedoopte die de prediking hoort en gelooft roepen om de doop. En wie vraagt om de doop, zoals Filippus, die kiest tegen de machten van de wereld met zijn vele goden.
Gedoopten in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest leven voor deze drie-enige God. Wie gedoopt is, zoekt het doel van zijn leven niet meer in de wereld; en die zeggen ook niet dat je zelf maar moet uitmaken waar je mee bezig bent. Het is voor een gedoopte ondenkbaar dat Christus en het Woord van Vader op een tweede plaats komen te staan.

We leven voor God en niet voor onze carrière; we leven voor Christus en niet voor ons eigen geluk. We verlangen Christus te dienen. Ja, voor Hem geven we alles. Zelfs heel ons leven. Want we zijn de grenslijn gepasseerd tussen dood en leven! Let op uw doop, die geeft die diepe kloof aan tussen geloof en ongeloof; tussen leven met Christus en leven zonder Christus.

Ziet u broeders en zusters dat we als gedoopten publiek getekend zijn als eigendom van Christus?! De genade van God is over ons. In die doop heeft de drie-enige God ons een verklaring van trouw gegeven.
En de discipelen kregen de opdracht om in Christus naam deze trouwverklaring aan gewonnen leerlingen vast te maken. De doop is geen uitvinding van gelovigen, alsof zij in die doop op eigen gezag kunnen laten weten dat ze vertrouwen hebben in God.

Nee - In Christus naam, in opdracht van Christus wordt al dat werk van Christus en de liefde van de Vader en de genade van de Heilige Geest aan ons onderstreept. De doop trekt die streep tussen: het leven dat vreugde heeft in de zonde, en het leven dat vreugde heeft in de gehoorzaamheid aan Jezus.
Er begint een nieuw leven met verdriet over de zonde; vechtend tegen het kwaad komt daar een blijdschap om de trouw van Christus.
Wanneer we dat verstaan, dan is de doop voor ons elke dag opnieuw een punt van rust in de moeiten en de zorgen waarin we leven. Wat er allemaal aan de hand is in ons leven vindt in Christus een antwoord; Christus aan wie wij door de doop zijn verbonden.

3. Dat verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid

De Heiland geeft de opdracht om de wereld in te gaan en om iedereen die luistert en gelooft te dopen. Maar er volgt meer.
Het is met dat dopen niet afgelopen. De doop zet geen punt achter het maken tot volgeling van Christus. Christus is de zoon van Abraham, het zaad waar eeuwen op gewacht is. Het verbond van God met Abraham, is de werklijn van Jezus Christus de Zoon van God, de zoon van Abraham. God heeft aan Abraham zijn genade verzekerd in het teken van het verbond: de besnijdenis van Genesis 17.
In dat verbond gaf God zijn beloften: ik zal u tot een groot volk maken; maar daar gaf God ook de eis: wees gehoorzaam en wandel onberispelijk voor mijn aangezicht. God vraagt ons om zijn beloften te vertrouwen en zijn Woord te gehoorzamen.

Dat geeft Jezus bij deze instelling van de doop ook mee aan deze discipelen, als grondleggers van de nieuw-testamentische kerk. Doop mijn leerlingen en leert hen onderhouden wat ik u bevolen heb.
Dit leren is geen van buiten leren alsof je het uit je hoofd moet kennen. Maar Christus bedoelt hier: laat dit wat je hoort en leert je leven inkleuren. Maak het je eigen.
Christus heeft de discipelen duidelijk gemaakt hoe wij met God op weg zijn naar de vervulling van zijn werk. En wij, de leerlingen in dat onderwijs, wij zullen ons oefenen en trainen om in waar geloof, in leven en sterven bij dat evangelie te blijven. Bidden en schriftlezing; elkaar vasthouden in de gemeenschap der heiligen; elkaar troosten in het verdriet en vermanen bij verharding - dat staat allemaal op het lesprogram. Onder Christus Woord en Geest ga je daarmee verder.

Matteüs laat het in zijn evangelie zien: het werk dat God begon met Abraham en gaat door in Christus tot de volken van de wereld. Gaat heen naar al de volken en maak hen tot mijn discipelen en doop hen!
Die doop geeft het aan, dat we eigendom van Christus zijn met de opdracht om voor Hem te leven.
Het is de roeping in de doop, dat we God en het onderwijs van zijn Woord serieus nemen. De ware gelovige zal dat Woord vasthouden. In moeiten en zorgen in de strijd tegen de zonden en in het worstelen om God te dienen, zeggen we het tegen elkaar: kijk de God van de Schrift is bij ons met zijn beloften.
En Jezus Christus die de weg tot God voor ons heeft geopend zegt het hier: 'onderhoud wat Ik u geleerd heb. Vergeet de Schrift niet, want die getuigt van Mij. Bewaar die beloften en wees getroost met mijn werk. Ik heb het u in de doop allemaal al geleerd en verzekerd.'

Amen.


Gebedspunt

Te denken valt aan het punt van de evangelisatie en de zending. Dat "gaat heen" wijst op de taak op het evangelie aan de wereld te preken en het aan de gelovigen in de doop te verzegelen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar