Volg Jezus en je zult beloond worden

Thema:

De navolging van Jezus

Tekst: Matteüs 19: 27-30
Tekstgedeelte(n):

Matteüs 19: 16-30

Door: Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel)
Gehouden te:

Krimpen aan den IJssel op 24 februari 2002

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 81: 1-2
Wet
Ps. 81: 3-4
Lezen: Matteüs 19: 16-30
Lied 9: 1, 6-7, 10
Tekst: Matteüs 19: 27-30
Preek
Gez. 29: 1-2
Gez. 25
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

De laatsten zullen de eersten zijn en de eersten zullen de laatsten zijn. Die woorden van de Here Jezus, deden mij denken aan dat van die oude dierenfabel over de haas en de schildpad. Kennen jullie dat verhaal, jongens en meisjes? Zal ik het even kort vertellen?
Op een dag stond de haas enorm op te scheppen tegenover de dieren van het bos. "Ik kan echt het snelst rennen van jullie allemaal. Wedden dat niemand van jullie van mij kan winnen? Tussen de dieren stond ook de schildpad. En tot ieders verbazing zei hij opeens: "Ik wil wel tegen je te rennen en ik ga nog winnen ook. Alle dieren schoten in de lach en vooral de haas. Wat? Meen je dat echt? Dat wil ik wel eens zien. Morgenmiddag houden jij en ik een wedstrijd. De vos kreeg de opdracht om een wedstrijdbaan van 1 km. uit te zetten. Op de volgende dag verschenen de haas en de schildpad klokslag 12 uur 's middags bij de start. Alle dieren van het bos waren komen kijken. Op het startschot van de vos, stoof de haas weg. Al gauw verdween ie in een grote stofwolk. En de schildpad tilde zijn schild op en zette stap voor stap voor stap. Volle goede moed. Halverwege dacht de haas bij zichzelf: weet je wat? Ik win dit toch op mijn sloffen, waarom zou ik me uitsloven? Ik neem even een pauze daar onder die boom. De haas ging liggen. En viel in slaap. In een diepe slaap, zo diep en zo vast dat die uren bleef liggen. Opeens schoot ie wakker. En schrok. Want wat zag die daar in de verte bij de finish? De schildpad had hem ingehaald en was nog maar een meter van de finishlijn. Snel zette hij het op een lopen, maar helaas te laat: want de schildpad kwam net voor hem over de finish. Hij had dus toch gewonnen! Tegen alle verwachting in. De haas baalde als een stekker. Hij was altijd de eerste, maar nu niet; nu had ie verloren van het dier dat altijd als laatste binnenkwam, maar nu toch eerste werd.
De Here Jezus leert ons dat het op de grote dag als Hij terugkomt, ook met mensen zo kan gaan. Dan zullen bij het binnengaan van het koninkrijk van de hemel veel mensen die in de kerk en in de wereld altijd de eersten waren en vooraan stonden, achteraan moeten aansluiten, achter mensen van wie ze het helemaal niet verwacht hadden dat die voorrang zouden krijgen. Waarom? Omdat ze net als de haas trots waren en zich beter vonden dan de andere mensen. En dat vindt de Here Jezus heel erg. En daarom waarschuwt Hij ons. We mogen heel blij zijn met alles wat de Here Jezus ons geeft, en als wij van Hem houden en op hem vertrouwen ook als het heel moeilijk wordt, dan beloont Hij ons, dan geeft Hij ons daar heel veel voor terug. Nog veel meer dan je ooit had gedacht. Maar als je daar dan trots op wordt en zegt; Kijk mij eens, ik ben veel meer dan jou, want ik hoor bij Jezus, dan kan Hij het ons allemaal weer afpakken.
Dat moeten de leerlingen van de Here Jezus en wij allemaal leren. Altijd weer opnieuw. En daarover gaat het in de preek.

Het thema is:

Volg Jezus en je zult beloond worden

  1. Mild en overvloedig
  2. Uit genade

Volg Jezus en je zult beloond worden.

1. Mild en overvloedig

Petrus stelt een bijzondere vraag in vers 27. Als je die vraag los van de context leest, lijkt het een heel brutale vraag. Zo van: Jezus, kijk eens, wij zijn U al die tijd gevolgd, wat schuift het nou voor ons? Maar het zal je duidelijk zijn: zo bedoelt Petrus het niet. Hij en de andere leerlingen hadden gezien hoe de rijke jongeman, afdroop nadat Jezus van hem had gevraagd: 'Verkoop je bezit en volg mij in mijn armoede'. En toen ze Jezus hadden horen zeggen dat het voor een kameel makkelijker is door het oog van een naald te kruipen dan voor een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan, toen waren ze wanhopig geworden. Hoe moet dat dan met ons, Jezus? Wij zijn niet zo rijk als die man, maar toch wel gewone middenstanders en we verdienen als vissers soms best een goede boterham. Dus vergeleken bij hem, bij een kameel, zijn wij pony's of hondjes, maar wat schieten we daarmee op? Want zelfs een muis of een spin kan nog niet door het oog van een naald. Hoe moet dat dan?
Jezus' antwoord in vers 26 was zowel bevrijdend als confronterend: Jullie hebben gelijk. Bij mensen is zoiets onmogelijk maar niet bij God: bij Hem kan alles. Een rijk mens zit normaal gesproken veel te vast aan zijn geld om geschikt te zijn voor het hemelrijk, maar God kan ervoor zorgen dat rijken en minder rijken, zoals jullie, Hem en het leven met Hem als oneindig veel waardevoller gaan zien dan alle geld van de wereld.
En dat God daarvoor kon zorgen, daarvan was in het leven van de leerlingen ook al best het een en ander zichtbaar geworden. En daar knoopt Petrus met zijn vraag dan ook eigenlijk bij aan. Want zij hadden de Here Jezus toch geen nee verkocht toen Hij hen opriep om hem te volgen. Zij hadden de visnetten toch maar meteen uit hun handen laten vallen en hun bootjes laten liggen en waren met hem meegegaan. Nee, Petrus vraag was niet brutaal, maar er klonk wel nog steeds onzekerheid in door. Was het wel goed genoeg? En wat konden zij dan verwachten? Zouden zij wel delen in het eeuwig leven? Jezus' antwoord op de vraag van Petrus bevat twee belangrijke lessen.
De eerste is dat niets wat je voor de Here Jezus doet, voor niets is. Jezus laat zijn leerlingen niet in onzekerheid zitten. En daarom is zijn antwoord hartverwarmend. "Ik garandeer jullie (want dat betekent hier "Voorwaar, Ik zeg jullie") dat jullie straks in de 'wedergeboorte' - dat wil zeggen op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waar alles hersteld is - zullen delen in mijn heerlijkheid en koninklijke eer. Want jullie zullen op twaalf tronen zitten en 'richten', dat wil zeggen 'regeren' over de twaalf stammen van Israël." De Here Jezus spreekt hier in oudtestamentische taal en beelden. En in die taal is het duidelijk dat het getal twaalf niet zomaar een getal is, maar ook zo'n getal dat net als het getal 1000 en 7 spreekt van volheid. De Here Jezus had niet voor niets twaalf apostelen uitgekozen. Via hen zou Hij alle twaalf stammen van het volk Israël oproepen om hem te volgen naar het komende hemelrijk. En met de twaalf apostelen als begin zou Hij een nieuwe wereldwijde gemeenschap stichten. Met de twaalf tronen geeft Jezus geen concrete bestuursstructuur aan, maar maakt Hij duidelijk dat de leerlingen zullen delen in zijn koninklijke majesteit, die de hele aarde omvat.
Delen in Jezus macht. Aan zijn koninklijke tafel eten en drinken. Wow! Dat was toch wel iets geweldigs wat de Here Jezus de leerlingen nu vertelde. Zij wisten wel dat het volgen van Jezus met zich mee zou brengen dat zij ook net als Hem zouden moeten lijden. In Matteüs 10: 24 had Jezus gezegd dat een discipel niet boven zijn meester stond. Jezus volgen zou betekenen: delen in zijn lijden. Maar wat ze nog niet eerder gehoord hadden, dat was dat Hem volgen ook betekende: delen in zijn majesteit. Sjonge, jonge. Wat laat Jezus zich hier van zijn milde, goede kant zien. Hoe anders gaat het vaak tussen mensen. In menige oorlog wordt Jan soldaat vaak vergeten, als het aankomt op het verdelen van de buit. En Jan met de pet op de werkvloer snapt er terecht niets van als de directeuren zich mede door zijn kromliggen ieder jaar door opties en aandelen rijker worden dan rijk. Maar zo is het bij Jezus niet. In zijn koninkrijk geldt de regel: wie met mij strijdt, deelt ook in mijn overwinning. Wie mijn kruis draagt, draagt ook mijn kroon.
En dat is niet eens alleen voorbehouden aan de apostelen. Want ik hoor je de vraag al stellen: 'is dit een onderonsje tussen de apostelen en de Here Jezus of heeft dit ook nog iets met ons te maken?' En dat is niet eens zo'n gekke vraag. Want ook al weten we niet hoe de rangorde tussen de apostelen en ons precies zal zijn in het hemelrijk, we belijden met Zondag 12 wel dat we met Christus na dit leven in eeuwigheid met Hem als koningen over alle schepselen zullen regeren. En terecht want zowel in het boek Openbaring als in de brieven van Paulus wordt ons dit beloofd. Wie strijdt en overwint, krijgt niet alleen een kroon, maar mag ook zitten op zijn troon.
Vind je het moeilijk om te geloven dat dit ook voor jou is weggelegd? En durf je daarom alleen nog maar te dromen over dat nog mooiere mobieltje, de komende zomervakantie op Torremolinos of die promotie tot afdelingshoofd? Ben je bereid daarvoor te zweten en alles aan de kant te zetten? Geen wonder dat je het dan maar saai vindt in de kerk. Want hier in de kerk gaat het niet over hebbedingetjes en kortdurende pleziertjes. Dat is maar tin en koper. In vergelijking daarmee gaat het in de kerk over diamant en goud. Heb je ooit wel eens echt nagedacht over deze geweldige belofte die hier klinkt? Laat het tot je doordringen. Jezus zegt het zelf in Openbaring 3: 21: "Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon." Is dat geen adembenemend uitzicht? Dat op de top van de Mount Everest verbleekt erbij. Meeregeren met Jezus over de nieuwe aarde straks, dineren met je Verlosser aan zijn tafel, het glas heffen met de Zoon van David. Jezus laat je een nieuwe, betere droom dromen. En die komt echt uit, als jij Hem volgt.
Als je Hem volgt. Daar komt het dan wel op aan. Jezus maakt het voor de leerlingen en voor ons hier heel concreet, wat dat betekent, zoals Hij dat ook concreet maakte voor de rijke jongeman. Jezus volgen betekent prijsgeven, achterlaten, loslaten: mensen van wie je houdt, bijvoorbeeld je broers of je zussen, je vader of moeder of je kinderen, maar ook je bezit waar je zuinig op bent, zoals akkers. In Lucas 14 zegt Hij zelfs: wie zijn eigen familie niet haat, kan geen leerling van mij zijn. Wat bedoelt Jezus eigenlijk? Moet ik echt afscheid nemen van de mensen. Moet ik het klooster of de woestijn in, moet ik alles verkopen en genoegen nemen met sinaasappelkistjes als bankstel en een 5e hands occasion als vervoermiddel? Of moet ik - meer figuurlijk - mijzelf innerlijk onthechten van mensen en dingen? Moet ik dus afstandelijker worden ten opzichte van mensen en mag ik niet echt genieten van de dingen van dit leven? Nee, daar gaat het niet om. Jezus heeft het over situaties waarin het spannend wordt. Momenten waarin blijkt hoeveel zijn naam voor jou echt waard is. Het zijn situaties waarin je moet kiezen: Kies je voor Jezus en de kerk, of om de lieve vrede wil voor je ouders die de kerk niet zien zitten? Kies je voor iemand die van Jezus houdt, of stap je in een wankel huwelijksbootje met iemand die niet of slecht kan leven met Jezus aan boord als kapitein? Kies je voor eerlijk zakendoen of ga je voor het grote geld en is jouw ja nee en jouw nee ja? Kies je ervoor om net als Jezus op te komen voor het pispaaltje in je klas, of doe je voor de zekerheid maar mee met dat duivelse spelletje pesten? Jezus vraagt ons alles en iedereen los te laten dat tussen Hem en ons in gaat staan en dat ons verhindert om te kiezen voor Hem en zijn koninkrijk.
Maar Jezus zegt er meteen bij dat als je dat doet, dat het dan niet voor niks is. Want Hij zal alles en iedereen die je onderweg in de navolging van Hem moet achterlaten, ruimschoots vergoeden. Honderdvoudig staat er in de grondtekst. Wij mensen zijn vaak krenterig, maar God is het tegendeel. Hij geeft mild en overvloedig, veel meer dan je ooit had durven dromen. En dan niet alleen pas straks, na dit leven, maar ook nu al. Moet je familie of vrienden loslaten? Dat is moeilijk, maar God zal je verlies compenseren, want je krijgt er zijn wereldwijde familie- en vriendenkring voor terug. Bovendien zul je merken dat de geloofsband in Christus dieper gaat dan die van het bloed, omdat die reikt tot in het hart en over de grenzen van de dood. Betekent kiezen voor Jezus in jouw geval het loslaten van bezit? Weet je dan welkom binnen de gemeenschap van de heiligen waar, als het goed is, niemand zit op zijn bezit en het afschermt van zijn broeder of zuster. In de kerk die dichtbij Jezus leeft, heb je het goed. Luister maar: Handelingen 2: 43-44: "En allen, die tot het geloof gekomen en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er, die hun bezittingen verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden." Maar de allergrootste compensatie volgt in het eeuwige leven. Daar heb ik het al over gehad. Met Jezus leven als koning op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. De beloning die de Zoon van de mens je geeft, als je Hem volgt, is zo overvloedig. Daar komt geen einde aan.

Volg Jezus en je zult beloond worden.

2. Uit genade

De tweede belangrijke les die Jezus Petrus en de anderen leert, is een les in genade. Want daar gaat het om in de relatie met God. Je vraagt je misschien af: 'als dat zo is, waarom heeft u het dan over beloond worden. Genade is onverdiend, loon verdien je. Die twee begrippen passen toch niet bij elkaar?'
Je hebt helemaal gelijk. Tenminste: als God ons zou belonen zoals mensen elkaar belonen. Maar daar zit nu juist het verschil. Mensen betalen of belonen elkaar als vergoeding voor ontvangen goederen of diensten of prestaties. Vaak is daar van tevoren over onderhandeld. Dan kun je zeggen: 'Oké, dat wil ik wel doen, maar wat schuift het?' Maar zo werkt het tussen God en mensen niet. God onderhandelt niet met ons. En Hij is ons ook helemaal niets verschuldigd. Hij neemt helemaal zelf het initiatief. Bovendien: alles wat wij loslaten voor Hem, alles wat we voor Hem doen, al onze goede werken, zijn uiteindelijk ook nog eens de vruchten van zijn vernieuwende werk in ons. De Heilige Geest werkt het willen en het werken in ons. En dat de Heilige Geest in ons werkt, is op zichzelf al een van de grootste genadegeschenken. En daarom is ook alles waarmee God reageert op wat wij voor Hem doen, van begin tot eind genade. Ook al noemt Hij dat zelf loon. Als Jezus je dus beloont, dan is dat genadeloon. Geweldig, hè? Dat Hij ons verlost is al pure genade, en dan beloont Hij vervolgens ook nog eens onze goede werken, uit genade. O, wat is God goed voor ons.
Wat is dan nu die les in genade die de Here Jezus de leerlingen hier leert? Nou: precies dit: dat het volgen van Jezus dus genade is en niet iets waar zij zich op kunnen beroepen. Dat bedoelt de Here Jezus ten diepste met die raadselachtige spreuk in vers 30: Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten. En daarom waarschuwt de Here Jezus de leerlingen hier ook, hoezeer Hij hen ook net gegarandeerd heeft dat echte navolging overvloedig beloond wordt. Dat lijkt op het eerste gezicht verwarrend. Je krijgt het idee: wat de Here Jezus hun hier met de ene hand geeft, pakt Hij daarna met de andere hand meteen weer af. Maar toch is dat niet zijn bedoeling. Juist omdat de Here Jezus bezorgd is om hun verlossing en hun het eeuwige leven met alle loon dat erbij hoort wil geven, juist daarom moet Hij hun ook waarschuwen. Hij kende zijn leerlingen als geen ander. Hij kende hun eerzucht en jaloezie. Ook de 12 apostelen kenden de zondige neiging om trots te worden op hun geestelijke prestaties en op hun band met Jezus en zich beter te vinden dan andere mensen. Daar geven de evangeliën lelijke voorbeelden van. Kijk maar naar het eerste vers van het vorige hoofdstuk: … [ lezen: Matteüs 18: 1 ] en kijk maar een hoofdstuk verder op, Matteüs 20: 20-28 waar ook gekibbeld werd over wie naast Jezus mochten zitten in zijn koninkrijk. En daarom moest de Here Jezus hen waarschuwen. Hij zegt als het ware: "Ik beloof jullie toekomstige heerlijkheid. Een kroon en een troon. Maar trek daar alsjeblieft geen verkeerde conclusies uit. Want ik geef jullie daarmee geen speciale rechten boven andere mensen. Probeer mij ook niet te volgen om die heerlijkheid te verdienen, want dat heeft geen enkele zin. Genade is niet te koop en dus ook niet bedoeld om jezelf op te krikken. Dat een mens ingaat in het eeuwige leven en dat jullie mij gevolgd zijn, dat is echt alleen mogelijk bij God.
Als jullie daar toch trots op worden, dan zul je verbaasd staan op de dag van het oordeel. Want dan zul je ontdekken dat het er in het koninkrijk van de hemel heel anders aan toegaat dan onder zondige mensen. En dan kan het gebeuren dat jullie, mijn beste vrienden, die zo dichtbij mij leven en door mij als eersten geroepen zijn, toch nog de laatsten zullen zijn en dat die rijke jongeman jullie toch nog voorgaat."
Om te zien hoe waar het is wat de Here Jezus zegt, hoef je alleen maar aan Judas Iskariot en aan Saulus te denken. Hij die bij de allereersten hoorde, werd later gepasseerd door een vervolger van de gemeente. Jezus heeft het over velen. Het gaat dus niet om allen en ook niet om uitzonderingen. De jongste dag zal er een zijn vol verrassingen. Want God is de enige die in mensenharten kan kijken. En daarom zal Hij ook volmaakt rechtspreken. Reken maar dat velen die nooit de voorpagina's van de kranten of het NOS-journaal of de kolommen van de Reformatie hebben gehaald, ons zullen verbazen. Ligt hierin ook geen geweldige troost? Gelukkig komt er een nieuwe wereld waarin het onrecht van deze wereld zal worden rechtgetrokken. Gelukkig komt er een eeuwigheid waarin de verkeerde inschattingen uit de geschiedenis zullen worden gecorrigeerd. Zij die op aarde vernederd werden, zullen in de hemel verhoogd worden en omgekeerd.
Broeders en zusters, jongens en meisjes, wat is het fantastisch om bij de Here Jezus te mogen horen. Christen te zijn. Gedoopt te zijn in de naam van de drie-ene God. Hem te volgen, belijdenis te doen, deel te mogen nemen aan het Heilig Avondmaal. Wij zijn bijzonder bevoorrecht. Het is ook een weelde om gereformeerd te zijn en ook voor het feit dat je vrijgemaakt-gereformeerd bent, mag je dankbaar zijn. God is meer dan goed voor onze kerken. Laten we dat dan ook vooral uitstralen naar elkaar en naar anderen (ook trouwens als we discussiëren over zaken waar we verschillend over denken). Nederige verwondering en dankbaarheid. Maar ieder gevoel van meer waard te zijn dan de ander is uit de boze, uit de duivel dus. Wat straal jij uit naar je ongelovige buurvrouw, je midden-orthodoxe hervormde neef en je synodaal-gereformeerde tante? Afstandelijke trots of dankbare verwondering? Prijs de goedheid van God en heb alles voor Hem over, alleen dan zul je bij de eersten horen.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar