Jezus is met ontferming bewogen over een wereld in nood

Thema:

Oproep tot bewogenheid

Tekst: Matteüs 9: 35-38
Tekstgedeelte(n):

Matteüs 9: 27-38
Matteüs 10: 1-16

Door: Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel)
Gehouden te:

Krimpen aan den IJssel op 13 januari 2002

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 138: 1, 3
Wet
Ps. 51: 1, 6
Lezen: Matteüs 9: 27-38
Lied 294: 1-4
Lezen: Matteüs 10: 1-16
Lied 294: 5-8
Tekst: Matteüs 9: 35-38
Preek
Gez. 27: 1-2, 6, 9
Lied 75: 12-14
Zegen

Gemeente van onze Here Jezus Christus,
 
Er was eens predikant die net bevestigd was voor het evangelisatiewerk in een verpauperde wijk van een grote stad ergens in Amerika. Op een morgen stond hij bij het raam van de hal van de kerk en keek uit over de straat waar hij drugsdealers en junks bij elkaar zagen staan en blowende en drinkende jongeren zag rondhangen. De tranen rolden hem over de wangen. De koster kreeg het op een gegeven moment in de gaten en probeerde hem te troosten met de woorden: "Ach dominee, trek het u niet aan, over een half jaar bent u daar wel aan gewend." Waarop de predikant zegt: "Ja, dat weet ik. Daarom huil ik juist."
Bewogenheid is ons niet aangeboren. Ook christenen niet. En bewogenheid is ook geen blijvende karaktereigenschap. 's Morgens pluk je de krant van de deurmat en snelt de koppen: Man schiet eigen ouders neer. Kind van drie overreden door vrachtwagen. 'Afschuwelijk', mompel je en je zucht een keer. Maar je bordje met muesli aan het ontbijt is er niet minder lekker om. Onze bewogenheid duurt vaak kort en gaat niet diep. Wij zijn afgestompt. Tegelijk is het ook waar. We kunnen de ellende van de wereld niet op onze nek nemen. Nee, wij niet. Maar Jezus wel. Voor echte bewogenheid, moet je bij Jezus zijn. Daarover gaat deze preek.

Het thema is:

Jezus is met ontferming bewogen over een wereld in nood

  1. Hij laat zelf bewogenheid zien (35-36)
  2. Hij vraagt ook om bewogenheid (37-38)

Jezus is met ontferming bewogen over een wereld in nood.

1. Hij laat zelf bewogenheid zien (35-36)

In vers 35 horen we de echo van wat Matteüs in hoofdstuk 4: 23 ook al schreef. En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het volk. Er is een klein verschil. Toen geheel Galilea, nu alle steden en dorpen. Blijkbaar heeft Jezus zijn tournee uitgebreid naar het zuiden, naar heel Israël. Misschien is dat ook wel voor een deel zijn antwoord geweest op die gemene beschuldiging van de kant van de Farizeeën, in vers 34, net voor onze tekst: "Die Jezus, die heeft vast een verbond met de duivel gesloten, anders zou Hij vast geen boze geesten kunnen uitdrijven." Om deze vuile godslastering had de Here Jezus deze huichelaars met één bliksemflits uit de hemel kunnen verpulveren, maar dat doet Hij niet. Hij laat zich niet van zijn stuk brengen. Hij zet er juist een paar tandjes bij. Bij zijn grote heilstournee, waarmee Hij bezig was. Ook nu weer beantwoordt Jezus haat met liefde.
Alle steden en dorpen ging Hij langs, staat er. Alle steden is al heel wat, geen één slaat Hij over. Maar Hij bezoekt daarnaast ook nog ieder dorp. Israël lijkt niet zo'n groot land, maar op zo'n heilstournee kom je er wel achter waar je aan begonnen bent. Jezus komt trouwens niet alleen langs, Hij komt ook echt binnen. Hij ziet onmiddellijk wat er aan nood is en schiet te hulp. Hij helpt met woord en daad.
Allereerst met het Woord. Want vrijmoedig stapt hij iedere plaatselijke synagoge binnen en begint daar oude en nieuwe schatten uit te delen. Jezus 'leerde' staat er. Als geen ander was Hij thuis in het oude en bekende: de wet en in de profeten. Maar Hij onderwees daarover zo dat het fonkelnieuw werd. Weet je nog hoe dat in de synagoge in Nazaret ging? Je leest het in Lucas 4. Jezus ging op een geven moment naar voren en las voor uit de boekrol van Jesaja: 'De Geest van de Here is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar van de Heer.' En daarna zei Hij: wat jullie net gehoord hebben, is op dit moment in vervulling gegaan. Want die 'Mij' in de tekst, dat ben Ik. Als Jezus in de synagogen onderwees uit de Schriften en over de oude schat van de Messiaanse belofte sprak, dan kon Hij ook meteen de nieuwe schat uitdelen, want de vervulling van die belofte zagen de mensen met hun eigen ogen voor zich staan. In levende lijve stond Hij daar: Jezus van Nazaret, de Messias van Israël. En in die nieuwe schat die Hij uitdeelde, verkondigde Jezus het evangelie van het koninkrijk. 'Mensen, er is goed nieuws voor allen die snakken naar verlossing, want Ik ben aangekomen. Vanaf nu is er totale verlossing, van de hele mens.'
Want Jezus liet het niet bij woorden. Hij bleef niet hangen in het beloven van vergeving van zonde en schuld. Jezus verkondigde niet alleen de loslating van gevangenen en dat blinden weer zouden kunnen zien. Nee, Hij voegde de daad bij het Woord. Als Jezus preekte, dan gebeurde er ook wat. Hij vergaf zondaars echt hun zonden, Hij liet verlamden weer lopen, blinden weer zien, Hij liet doven weer horen en doofstommen weer praten. Iedere ziekte en ieder gebrek genas Hij, staat er. Voor Jezus is er niets dat ongeneeslijk is. Dat bewees Hij ter plekke. In wat Hij zei en deed brak het koninkrijk van de hemel door. Nog niet helemaal en definitief. Maar wel zover dat de heerlijkheid van God en van het nieuwe ongeschonden leven zichtbaar werd, tastbaar en hoorbaar. De Geest van de Here die op Jezus rustte, strooide vruchten uit van vergeving en genezing.
Weet je dat dit het evangelie is, broeders en zusters, jongens en meisjes? Vind jij het soms best moeilijk om aan iemand uit te leggen wat het geloof eigenlijk inhoudt? Is het christelijk geloof voor jou vaak ingewikkeld, net als die mummie in die mop? Kijk dan naar Jezus, kijk naar wie Hij is, naar wat Hij doet, luister naar wat Hij zegt. Want dat is het evangelie: Jezus Christus. In eigen persoon. Het evangelie is geen moeilijk verhaal. Nee, het is Jezus. De boodschap van de kerk is geen lastig filosofisch systeem, geen traditie, geen kluwen van gewoonten en regeltjes. Nee, het is Jezus. Christen-zijn en kerk-zijn, ja, ook gereformeerd zijn, is geen moeilijk gedoe, geen geheimzinnige hobby voor wereldvreemde mensen. Nee, het gaat om Jezus: leven met Hem, sterven met Hem. In zijn koninkrijk dat er al is: in jouw hart als Hij je koning is; én dat nog komt, definitief straks op de jongste dag.
Als Jezus in actie kwam voor zondaars in nood, deed Hij dat met heel zijn hart. Met volle overgave. En met een diep gevoel. Met ontferming. Zo lezen we het in vers 36: 'Toen Jezus het land doortrok en in de steden en de dorpen de mensen op hem af zag stromen: doven, blinden, verlamden, melaatsen, bezetenen, werd Hij met ontferming bewogen.' Jezus zal daar menigmaal gestaan hebben met tranen in zijn ogen en een brok in zijn keel. En met een bewogenheid die wij onmogelijk kunnen peilen. De bewogenheid van de echte, de goede Herder. Want zo keek Jezus naar zijn volksgenoten. Als schapen in nood. Het is een beeld waar wij ons in het moderne verstedelijkte Nederland misschien niet zoveel bij voor kunnen stellen, maar dat in het Israël van toen soms echt te zien was. Een kudde afgepeigerd en uitgeputte schapen, doelloos rondlopend, zoekend naar gras en water, uiteengeslagen door de aanvallen van wilde dieren. Zonder herder. Zo keek de Here Jezus naar de mensen in Israël die op Hem afkwamen, gekweld door demonen, opgejaagd door eigen afgoden, toegetakeld door ziekten en gebreken en verdwaald door geestelijke en fysieke blindheid. Zonder herder, althans geen echte. Ja, er waren wel mensen die zich zo noemden. De Farizeeën en Schriftgeleerden. Maar dat waren in de ogen van de Here Jezus zelf blinden, hypocrieten die God alleen eerden met de lippen en het volk opzadelden met geboden van mensen. Daarmee stonden ze in een lange rij van valse herders waarover de Here zich al vaak kwaad had gemaakt bij monde van zijn profeten. Koningen en stadsbestuurders die heel goed voor zichzelf zorgden maar Gods geboden aan hun laars lapten en het volk te kort deden. Het beeld van de schapen zonder herders is daarom al een heel oud beeld, omdat het een al lang bestaande, schrijnende werkelijkheid beschrijft. Het beeld van de ronddwalende schapen spreekt daarom ook niet alleen van Jezus' ontferming en medelijden, maar ook van zijn heilige verontwaardiging over leiders die het gruwelijk hebben laten afweten. Gelukkig heeft deze ingehouden woede Jezus niet gehinderd in zijn hulpbetoon. Wij mensen kunnen zo geblokkeerd raken door woede dat we in onszelf opgesloten raken. Maar Jezus niet. Zijn bewogenheid wint het van zijn woede en daarom komt Hij in actie en geneest de een na de ander, met de gedrevenheid, het geduld en het gevoel van de echte Herder.
Wat heeft ook onze wereld echte herders nodig, herders die het spoor volgen van de grote Goede Herder. Betrouwbare leiding is vaak ver te zoeken. In de maatschappij en in de kerk. Nederland heeft zich losgerukt van de vaste morele ankers uit de joods-christelijke traditie en dobbert rustig verder op een woelige zee van schijnzekerheid. Doof voor waarschuwingen vanuit de eigen bevolking en van landen om ons heen. En in de grote kerken worden hele volksstammen gevoed met een geloof dat geen zeker weten en vast vertrouwen meer is, nee, hooguit een vragend zoeken naar wat waar is, maar tegelijk ook niet echt gebeurd. Schapen worden uiteengejaagd. En Jezus ziet het en is met ontferming bewogen. En Hij wil hulp bieden.
Ook hier. Want ook als je lid bent van een gereformeerde kerk, waar we in alle zwakheid leiding willen geven in het spoor van de goede Herder aan, en waar de stem van de Herder hopelijk helder klinkt, ook hier kun je toch nog wel als schaap last hebben van uitputtingsverschijnselen en kun je in de kudde nog wel klem komen te zitten. Voel jij je misschien zo'n afgemat schaap? Voel je je opgejaagd door onze prestatiemaatschappij? Ben je het vechten tegen die ziekte of die afwijking moe? Word je moedeloos van je eigen zonden of de zonden van je broeders en zusters? Is het leven voor jou één grote uitputtingsslag? Schreeuw het dan uit in de kudde, laat het horen. Maar kijk vooral tijdens je bidden in de ogen van de goede Herder, die je rust wil geven en de vrede die alle verstand te boven gaat. Ook jou. Laat je op zijn schouders nemen en meenemen naar de stal van zijn genade, zijn koninkrijk waar Hij wil beginnen je te genezen. Jezus is met ontferming bewogen, ook over jou. Kom naar Hem.

Jezus is met ontferming bewogen over een wereld in nood.

2. Hij vraagt ook om bewogenheid (37-38)

Jezus is niet alleen op zijn heilstournee door het land Israël. Hij heeft leerlingen bij zich. Ze hebben hem vergezeld en gezien wat er gebeurde. En ze hebben zich verbaasd net als alle andere mensen over de krachten van het hemels koninkrijk waarover Jezus beschikte. Maar nu is de tijd gekomen dat zij niet langer verbaasde toeschouwers mogen blijven. Daar mag het in het leven van een christen trouwens nooit bij blijven. Wie Jezus in liefde aan het werk ziet, moet op een gegeven moment ook zelf in actie komen. En daarom krijgen de leerlingen van Jezus van Hem te horen: "Vooruit, ga nu zelf aan de slag." Dat gebeurt dan ook in hoofdstuk 10 als de 12 apostelen door Jezus worden uitgezonden.
Maar in onze tekst gaat daar eerst nog wat aan vooraf. Zelf aan de slag gaan, dat ging niet zomaar. Want wat moest er gebeuren? Jezus zegt: "De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. Vraag dus de Heer van de oogst of Hij arbeiders stuurt om zijn oogst binnen te halen." Er moest dus eerst worden gebeden met het oog op de oogst. Welke oogst? Die vraag heeft veel uitleggers beziggehouden. Wat bedoelt Jezus hier met de oogst? Velen houden het erop dat Hij daarmee de grote aantallen mensen bedoelt die klaar zijn om binnengehaald te worden voor het koninkrijk en dat de leerlingen dus moesten bidden om veel zendelingen om de klus te klaren. Maar die uitleg roept toch allerlei vragen op. Het evangelie prediken wordt namelijk nergens in de bijbel vergeleken met oogsten, wel met zaaien. Oogsten, dat doet de Heer zelf of zijn engelen op de jongste dag. En past het beeld van oogsten wel bij de vele waarschuwingen die Jezus zijn leerlingen vóór hun uitzending meegeeft? Met name de waarschuwing dat Hij hen 'als schapen tussen de wolven' stuurt? Nee, het gaat hier niet om het bidden om meer predikers voor het evangelisatiewerk, maar om de toebereiding van arbeiders, om te beginnen de inmiddels door Jezus geselecteerde arbeiders, de leerlingen zelf.
De leerlingen moeten bidden dat God werkers erop uitstuurt, Gods oogst in, zo staat er. En met die oogst wordt dan dus ook wat anders bedoeld - namelijk de vruchten op de akker van de Geest, die God heeft laten rijpen in deze tijd van de doorbraak van zijn rijk in Jezus Zijn Zoon. Die vruchten, die moeten worden uitgedeeld. Het zijn de weldaden van het aangename jaar van de Heer; het uitdrijven van demonen, het genezen van alle ziekten en kwalen en het prediken van het koninkrijk van de hemel. Met andere woorden: datgene waar Jezus zelf tijdens zijn tournee mee bezig was geweest. Bij dat werk wilde de Here Jezus nu hulp en daarbij wilde Hij nu de leerlingen inschakelen, ook voor later, als Hij er zelf niet meer lichamelijk bij zou zijn. Er was namelijk zoveel uit te delen. Gods genadige goedheid is zo overvloedig. Die oogst was op dat moment te groot voor Jezus alleen. Ook Hij had zijn menselijke beperkingen. Hij kon niet overal tegelijk zijn. En daarom moesten er naast Hem nog andere werkers komen om de gaven van de Geest uit te delen. Op die manier zou dan ook duidelijk worden hoe groot de opbrengst van Gods genade-oogst was. En voor dat omvangrijke oogstwerk moest dus worden gebeden tot God, de Heer van de oogst, om kracht en om bijzondere macht. De leerlingen moesten bekwaam worden gemaakt, worden toegerust. En dat gebeurde dan ook want we lezen in Matteüs 10: 1 dat ze die benodigde macht van de Here Jezus kregen.
Wat betekent dit nu voor ons? Wat vraagt de Here Jezus van jou en mij? Wat zou het anders zijn dan bewogenheid? Bewogenheid om ronddwalende schapen in de wereld en in je eigen omgeving. Want we moeten de verzen 37 en 38 niet losmaken van 35 en 36. Jezus' oproep aan de leerlingen tot gebed om kracht van God, komt net zo goed voort uit zijn ontferming als het genezingswerk dat Hij deed. Jezus zegt tegen hen: "Ben je bewogen net als ik, en wil je aan de slag net als, en zie je hoe goed God is? Bid dan tot God. Want alleen Hij laat werkers binnen in zijn schatkamer met gaven van de Geest. Alleen Hij kan ze door zijn Geest daar ook naar binnen drijven. En alleen Hij geeft de krachten om die gaven ook uit te kunnen delen. De leerlingen worden allereerst tot voorbede opgeroepen: zij moeten het belang van Israëls verlossing en van Gods ontferming tot hun eigen gebedsbelang maken.
En dat is dan ook het eerste wat God van ons vraagt. Bewogenheid begint allereerst met bidden. Bidden, en misschien wel als eerste om bewogenheid, dat wil zeggen nieuwe blijvende bewogenheid, want die hebben we niet in onze broekzak zitten. Hoe loop jij bijvoorbeeld door het winkelcentrum op zaterdagmiddag? Hol je alleen achter je eigen dingen aan of sta je ook nog wel eens stil en kijk je nog wel eens om je heen naar al die honderden van wie er zovelen opgejaagd worden of zichzelf opjagen naar de diepe afgrond waar God niet is? Bid om de bewogenheid van Jezus.
En bid dan ook om kracht en om toerusting. Voor anderen. Voor de werkers in de oogst. Professoren en studenten aan de Theologische Universiteit, predikanten, ouderlingen en diakenen, catecheten, evangelisten en pastoraal werkers, voor ieder die zich laat bewegen door de bewogenheid van Jezus. Dan gaat het dus allereerst om kwaliteit. Want alleen God maakt mensen geschikt om de genadegaven van de Geest te plukken en met zegen uit te delen. We zitten in de kerk niet te wachten op bijziende doe-het-zelvers en eigenwijze hobbyisten. Wat we nodig hebben zijn nederige mannen en vrouwen die - onderwezen door de Geest - met waar geloof binnendringen in de vele gaven en schatten van Christus en die willen leren uitdelen.
En natuurlijk: wie bidt om kracht voor anderen, mag zichzelf niet overslaan. Want God roept ieder van ons om in zijn eigen situatie en met zijn eigen mogelijkheden aan anderen uit te delen van de schatten van het koninkrijk. Na Pinksteren mogen we daar als hele gemeente in delen. Want je weet toch nog wel wat de apostel Petrus heeft gezegd: "U bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk, gekozen om de heilsdaden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis geroepen heeft naar zijn wonderbaar licht." Jij en ik, we mogen ieder op onze eigen plek en op eigen manier het evangelie van het koninkrijk verkondigen. Net als Jezus. Voor Jezus. Met bewogenheid.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar