Jezus laat je niet buitenspel staan

Thema: Jezus laat je niet buitenspel staan
Tekst: Matteüs 8: 1-4
Tekstgedeelte(n):

Matteüs 4: 12-17
Matteüs 4: 23 - 5: 12
Matteüs 8: 1-4

Door: Ds. D.F. Ensing (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Langeslag)
Gehouden te: Aduard op 20 februari 2000
Extra: Samenvatting (in Frans)

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Gez. 39: 1, 4-6
(Morgendienst: Wet)
(Morgendienst: Ps. 111: 1, 5-6)
Gebed
Lezen: Matteüs 4: 12-17; Matteüs 4: 23 - 5: 12
Ps. 146: 1,3,6
Tekst: Matteüs 8: 1-4
Preek
Ps. 116: 1, 2, 4, 8, 10
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
(Middagdienst: zingen)
Gebed
Collecte
Gez. 35: 1-3
Zegen

Jongens en meisjes, broeders en zusters!

Wat doe je als je buitenspel staat? Buitenspel: dat ken jij misschien wel van voetballen. Dan mag je niet. Je gaat al achter de laatste verdediger staan, voordat de bal gespeeld is. Dan kun je zo op de keeper af. Dat mag niet. Dat is oneerlijk.
Buitenspel staan. Dat gevoel kun je ook krijgen, als je altijd alleen bent. Je bent alleen thuis, papa en mama zijn weg, en het is zo donker. Wie is er dan om je te helpen als er wat is? Ja, als je ziek bent, en op bed ligt in het ziekenhuis. Dan kun je niet fijn meedoen thuis. En op het schoolplein, in het speelkwartier: jij mag niet meespelen. Want de meisjes vinden dat jij lelijk haar hebt, of je hebt volgens hen geen mooie kleren aan. Daar sta je dan.
Dat hebben jullie pappa's en mamma's ook wel. Dan praten anderen over hen: moet je horen, wat hij nu weer fout heeft gedaan. Nee, die wil ik niet meer op de koffie. Of ze weten dat ergens een van de kinderen teveel drinkt. Dan zeggen ze misschien ook wel: daar ga ik niet naar toe, want ik kan er niets mee.
Buitenspel staan. Zo kun jij je voelen. En als jij ziet dat een van de andere kinderen altijd maar alleen staat, wat doe jij dan? Wat zou Jezus hebben gedaan?
Nou, daarover gaat het verhaal van de tekst. Jezus geneest een melaatse man. Wat was dat: melaats zijn, hoe voelde dat. Hoe ging Jezus met die man om? Dat zijn een paar vragen, die ik in de loop van de preek wil gaan beantwoorden.

Het thema is:

Jezus laat je niet buitenspel staan

Het gaat in dit verhaal, jongens en meisjes, broeders en zusters, over een melaatse man. Die komt bij de Here Jezus en vraagt, of Hij hem wil reinigen. Melaatsheid, dat was echt een heel ernstige ziekte. Veel mensen zagen dat ook als een straf van God. In de bijbel is dat ook vaak zo. Jullie kennen de geschiedenis van Gehazi wel. De knecht van de profeet Elisa wilde rijk worden. Elisa wilde geen geld aannemen van Naäman? Hij wel. Hij ging achter Naäman aan. En vroeg geld. Toen hij terugkwam bij de profeet, vroeg Elisa ernaar. Voor straf werd Gehazi melaats. Als je melaats was, dan zeiden de mensen: hij heeft De Plaag. Erger kon haast niet. Nee, je kunt niet zeggen dat iedere melaatse nu speciaal een heel erge zonde had gedaan. Dat staat er van deze man ook niet bij. Je zou kunnen zeggen: als je melaats was, dan kon dat een straf van God zijn, maar dat hoefde helemaal niet. Het was een lelijke ziekte.

Je kent misschien wel een jongen of een meisje met eczeem. Ze hebben altijd jeuk. Op de handen, op het hoofd. Op de voeten. Dat is echt erg. Je kunt je zelf helemaal kapot krabben, maar het helpt allemaal niets. Gelukkig kun je voor de meeste vormen van eczeem tegenwoordig wel een goede zalf krijgen. Maar ik ben wel eens op bezoek geweest bij iemand, die zat eronder van top tot teen. Het was echt een lelijk gezicht. En ze schaamde zich er ook vreselijk voor. Maar ze kon er niets aan doen.

Tegenwoordig zie je voor de televisie ook wel reclame voor het Lepra fonds. Dat is een ziekte, die tast de zenuwen aan van handen en voeten. Soms zie je kinderen met nog maar een stompje in plaats van een hand. Nou, ergens daartussenin zit melaatsheid. De man, die bij Jezus kwam zag er ook vreselijk uit, daar moet je op rekenen. Lelijke zweren. Witte of felrode plekken op zijn vel. Geen gevoel meer in de handen of voeten. De melaatse man mocht niet meer in de stad of dorp wonen. Hij moest naar een plek waar wel meer melaatsen woonden. Of hij was ergens, helemaal alleen. Ergens in het veld. Hij moest zich maar zien te redden.

Ik las in een boek een aardig verhaal over een melaatse, hoe die zich moet hebben gevoeld. Ik neem er een paar gedeelten uit over:

Het gebeurde tijdens het oogsten. Ik merkte, dat ik de sikkel niet meer zo stevig vast kon houden als anders. Mijn rechterhand werd helemaal doof. Ik had nog wel de kracht, maar het gevoel ging helemaal weg. Op een middag wilde ik mijn gezicht wassen. Het water werd helemaal rood. Mijn vingers bloedden. Ik had niets gevoeld. Had ik me dan ergens aan gesneden? "Je kleren zitten onder het bloed", zei mijn vrouw zachtjes. Ik keek naar mijn kleren, en jawel. Ik durfde mijn vrouw niet aan te kijken. Ik staarde voor mij uit, naar de teil, naar mijn handen. Dus toch.
"Zal ik de priester waarschuwen?", vroeg mijn vrouw. "Nee", zei ik, "ik ga wel, alleen". Toen keek ik haar aan, haar ogen waren rood van de tranen. Ons dochtertje van drie stond naar ons te kijken. Ik slikte. Ik aaide met mijn goede hand nog even over haar wang. Ze gaf mij een kus.
Nu is dat al jaren geleden. En niemand heeft mij sinds dat moment aangeraakt. Ook de priester niet. Ik kwam bij hem. Hij keek naar mijn hand, ik hield de doek eromheen voor hem open. Hij bedekte zijn mond van de schrik. Hij stak zijn hand naar mij uit en zei: "U bent onrein". Met die uitspraak verloor ik mijn gezin, mijn boerderij, mijn vrienden. Ik mocht niet meer in het dorp komen. Ik mocht nooit meer een eredienst in een synagoge bijwonen. Waar mensen waren, mocht ik niet komen.
Ik ben door God geslagen met deze ernstige ziekte, en dus mag ik niet meer bij hen komen. Toen ik terugkwam in het dorp, stond mijn vrouw me met een paar vrienden op te wachten. Ze hadden een zak kleren met wat eten erbij. Ze zeiden niets. Ik zag in hun ogen wat ze wilden zeggen: angstig medelijden. Maar ze konden er niets aan doen. Als ik een stap naar hen toe zette, zetten zij een paar stappen achteruit. Als God slaat, en buitensluit, wie durft dan nog contact op te nemen?
Sindsdien loop ik met gescheurde kleren in het veld rond. Mijn haar hangt los over mijn schouders, en als ik mensen in de buurt zie, moet ik ze waarschuwen: onrein, onrein.
(Uit: Max Lucado, Net als Jezus).

Zo eenzaam was die man nu, jongens en meisjes! Hij verlangde ernaar, dat iemand met hem sprak, hem aanraakte. Maar het mocht niet. Maar je stond er wel radicaal buiten. Terwijl hij het zielsgraag wilde.
Wij doen dat niet zo meer. Als jij ziek bent, ga je naar de dokter. Eczeem of wat dan ook, meestal is er wel wat aan te doen. Maar zijn er niet genoeg mensen, die wij liever maar niet spreken? Waar wij een straatje voor omlopen? Of op school: je speelt niet met die jongen, want hij doet altijd zo raar. Of jij vindt hem stom, met die gekke bril. En dat meisje heeft een broertje op de MLK-school. Wat moet je daar nou mee? Daar is vast wat mee aan de hand. Maar niet mee spelen.

Die eenzame melaatse man die doet dan iets, dat geen melaatse zou doen. Jezus heeft net de Bergrede afgesloten. Een lange preek over het leven van gelovige mensen. Hij gaat terug naar huis. En daar ergens, in zijn huis, of misschien wel in de synagoge gebeurt het. De mensen praten nog druk na over alles wat de Here Jezus heeft gezegd. Wat een preek! En dan staat daar opeens die melaatse man voor Jezus. Hadden ze wel gehoord, of hij wel onrein had geroepen? Ze wisten het niet eens. Opeens staat die zieke man voor hen. Ze zetten allemaal een paar stappen achteruit! En de Here?
De arme man valt voor Hem op de knieën. Hij heeft van Jezus gehoord. Hij weet, dat Jezus mensen kan genezen. En hij verlangt er zelf ook zo naar. Hij smeekt het de Here: Als u het wilt, kunt u mij reinigen. Nou, je moet wel durven als melaatse. Een outcast, hij stond er echt helemaal buiten. Buitenspel door zijn ziekte. Hij mocht hier helemaal niet zijn. Dat schrijft de wet voor. Maar hij wil zo graag van zijn ziekte af. En hij weet het: alleen God kan hem van die lelijke Plaag verlossen. Dat herkent hij bij Jezus. En daarom zoekt hij het ook bij Jezus. En Jezus stuurt hem niet weg. Nee, Hij zet ook niet eens een paar stappen terug. Nee Hij doet juist het tegenovergestelde. Dat valt best op, jongens en meisjes, broeders en zusters! Waarom stuurde de Here de melaatse niet weg, zoals in de wet stond? Waarom raakt de Here de man zelfs aan?

Nou, om een antwoord te vinden moeten we kijken in Markus 1: 40 en vervolg. Daar vinden wij hetzelfde verhaal. Daar staat waarom de Here hem niet direct wegstuurde: Jezus werd bewogen door barmhartigheid. Dat betekent: Jezus hield in één keer heel veel van deze man. Een hart vol liefde. Deze man moet ook genezen worden. Jezus ziet ook in deze melaatse man God werken. De man is melaats. De Plaag van God. Niet een speciale straf van God voor deze man. Maar natuurlijk wel gevolg van de zonde. De zonde maakt zoveel kapot. Zo ook het leven van deze man. En de Here weet het: in de bijbel staat geschreven: "De Plaag was op Hem". Dat profeteerde Jesaja in Jesaja 53 over de Knecht van de HERE. Jezus is de knecht van God. En Hij gaat betalen voor de zonde, voor de schuld van onze zonde voor God. Jullie weten wel, jongens en meisjes, hoe de zonde in de wereld is gekomen: Adam en Eva. Jullie weten ook, dat God ons toen strafte: voortaan moeten jullie sterven. En bij die straf hoort ook dat je heel ziek kunt worden. Je kunt het aan je hart krijgen, of je kunt kanker krijgen. Deze man werd melaats. Eenzaam, uitgeschakeld. Buitenspel. Nou, dat neemt de Here Jezus nu op zich. Hij legt uit liefde en uit medelijden zijn hand op de man. Hij neemt de ziekte op zich. Hij neemt de melaatsheid over. En de eenzaamheid. Hij zal daarvoor gaan betalen. Jullie weten wel waar. Aan het kruis. En Hij zegt het zo: 'ik wil het, word rein.' Zo hoort de man er weer bij. En de man is in een keer rein. Zijn handen hebben weer een normale kleur. De zweren zijn weg. Hij ziet er weer gaaf uit. Hij heeft weer gevoel in zijn vingers. Hij mag weer terug naar zijn huis, naar de mensen, naar de synagoge!

Maar eerst krijgt de man nog een opdracht: maak dat je naar de priester gaat. Hij moet officieel verklaren dat je rein bent. En je mag niets zeggen voor die tijd. Eerst het offer dat Mozes heeft voorgeschreven. Pas als dat voorbij is, dan terug naar huis.
Waarom mocht hij dat eigenlijk niet verder vertellen? Je zou toch zeggen: die man gaat dit vieren. En hij heeft een verhaal te vertellen, nou, ik zou mijn mond daar niet over hebben gehouden. Vandaag zou ik de krant, de radio en de televisie erbij hebben geroepen. Dit is toch een geweldig wonder?
Nou, weten jullie, er waren in die tijd mensen, die Jezus maar een rare rabbi vonden. En ze zochten vaak naar een manier, om Jezus ook buitenspel te zetten. Als ze hem nou eens op een fout zouden kunnen betrappen. Daar zochten ze dan naar. Maar Jezus had net in de Bergrede gezegd: ik ben niet gekomen om de wet te ontbinden, maar om haar te vervullen. Jezus wil de wet niet afschaffen. Hij houdt zich aan de wetten van Mozes. Hij gaat ze namelijk vervullen. Door zijn offer. Daar vraagt Mozes om. Ook bij de reiniging van een melaatse moesten er offers gebracht worden. Ook die offers vroegen om het grote offer van de Here Jezus. Dat gaat de Here over een paar jaar doen. Maar tot die tijd geldt de wet van Mozes. En dat mogen de mensen best weten. Hun tot een getuigenis. Dat zijn al de mensen hier vlakbij Jezus, en de Schriftgeleerden.
Ik denk niet, dat Jezus bedoelde, dat de man altijd zijn mond zou houden. Maar hij mocht het niet vertellen, voordat hij bij de priester was geweest. Voordat het officieel met God in orde was. De offers zijn te belangrijk. Het moet goed met God zijn.
Ik denk, dat hij het eerst best moeilijk vond. Maar dat hij het uit eerbied voor de Here Jezus toch zo heeft gedaan. Later, heeft hij het wel verteld. Zo blij was hij. Maar dat was na het bezoek aan de priester. Hij was zo enthousiast, dat de Here Jezus nergens in een stad rustig op bezoek kon gaan. De man maakte overal reclame voor Hem. Zo dankbaar en blij was hij wel.
Waarom gingen andere melaatsen niet naar de Here Jezus toe? Ja, dat weet ik niet precies. Ik zou ze het moeten vragen, maar dat kan ik niet. Maar ik denk, dat ze het niet durfden. Want ze waren natuurlijk onrein. Je mocht niet in de stad, niet onder de mensen komen. En de Here, ja, die was zo bijzonder! Die wilde vast niets met hen te maken hebben. Dachten ze. Maar weet je, de Here Jezus ging wel naar hen toe. Dat kun je lezen in Matteüs 10: 8. Hij genas veel zieken. En bij die zieken waren ook melaatse mensen. Hij zocht ze op. Hij wilde ze bevrijden. Daar wilde Hij ook voor betalen. Je zou het zo kunnen zeggen: aan het kruis liet Jezus zich helemaal buitenspel zetten. Wat jij had verdiend, dat betaalde Hij. Zodat jij voor altijd het goed mag hebben. Vooral met God. En daarom ook met de mensen. Al is dat soms nog best heel moeilijk.

De Here Jezus heeft een heleboel melaatsen genezen. Zij mochten weer terugkomen bij de mensen. Rein. Kijk, zo liet de Here het zien: zo wil Ik het hebben op de nieuwe aarde. Als dat Koninkrijk komt, dan is er geen ziekte meer. En ook geen melaatsheid. Niemand staat dan buitenspel. Zo mooi wordt het. En daar ga Ik voor zorgen. Mooi hè!? Dat belooft Hij, jongens en meisjes, ook in het boek Openbaring. Uiteindelijk komen we allemaal samen. In plaats van buitenspel: samenspel. Vlak bij Jezus. En door Jezus. Hij heeft het voor ons allemaal verdiend. Groot en klein, mooi en lelijk, dun en dik. Hij kijkt niet naar je kleren, of hoe je haar zit. Hij kijkt naar je hart. Wil jij Hem dienen?
Dan troost Hij je als je gepest wordt. Je kunt altijd bidden als je graag wilt dat iemand jou komt helpen. En moet je eens opletten, dan is je vader of moeder er ineens, of je grote broer. Hij slaat dan de armen om je heen, net zoals de Here Jezus die melaatse man aanraakte. En je mag het op school altijd aan de meester of juf vragen. Soms kun jij het ook zelf oplossen, door je er niets van aan te trekken.
En als je ziet, dat er op het schoolplein een jongen of een meisje altijd alleen is, ga dan eens naar hem toe, en vraag hem of hij mee speelt. Misschien vindt hij het wel leuk om even een poosje alleen te blijven. Maar meestal zal hij best blij zijn, dat hij ook een keer mee kan doen. Jezus zorgde dat de melaatse man weer mee mocht doen. Zo hoort het in de kerk. Geen eenzaamheid.

En, broeders en zusters, als mensen zich er zelf buitenplaatsen? Dan kun je zeggen: moeten ze niet zo dom doen. Door niet mee te doen met de bijbelstudieclub, of nooit op een gemeentevergadering of zo? Ja, je kunt er ook zelf om vragen. En ze kunnen zich er ook heel bewust buiten plaatsen door zich te onttrekken. Maar moeten wij met een boog om ze heen lopen, als wij ze een keer in het dorp tegen komen? Omdat we met onze houding geen raad weten? Ach, dat zal best moeilijk zijn. Maar laat hen maar merken, dat u / jij nog steeds om hen geeft. Een gebaar, een woord, een handdruk kan al zo veel betekenen.
Want Jezus wil dat niemand buitenspel staat. Hij wil dat er samenspel is. Jezus stak zijn hand uit. En Hij zei: 'ik wil het, wordt rein.' Zo kwam de weg naar God vrij. Omdat Jezus ervoor zou betalen. Als Jezus zijn leven ervoor over had, wat hebt u ervoor over, om die eenzame broeder of zuster weer terug te halen? Misschien weet u zich geen houding te geven tegenover iemand, waar wat mee aan de hand is. Iemand, die in een scheiding ligt, of een gehandicapte in een rolstoel. Iemand, die zich eenzaam in de gemeente voelt, en je merkt dat. Wie dan niets doet, laat ook echt niets merken. Een hand die een kaartje schrijft betekent al veel.
Maar ook, jongens en meisjes, stel nou eens dat je merkt dat andere jongens over die stommerd uit groep 7 staan te roddelen. Nou, protesteer dan maar eens flink. Of als Kees op het schoolplein wordt gepest, ga er dan eens voor staan, en vecht met hem mee. Nee, dat is niet eenvoudig. Maar Kees zal het lang onthouden. Hij zal merken: ik ben toch niet zo eenzaam, als ik dacht. En dan doet hij het vast beter op school. Doet u, doe jij het maar, om Jezus' wil. Want ook de Here Jezus laat niemand buitenspel staan.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar