De bergrede (Deel 3: Christus wijst ons de weg van zijn koninkrijk)

Thema: Christus wijst ons de weg van zijn koninkrijk
Tekst: Matteüs 7: 13-14
Tekstgedeelte(n): Matteüs 7
Door: Ds. R.M. Meijer (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Hoogezand)
Gehouden te: Beilen op 15 februari 1998
Roden op 10 maart 1998
Hooghalen op 15 maart 1998
Opmerking RV: De preken uit de prekenserie over de bergrede zijn afzonderlijk van de andere delen te lezen. De serie bestaat uit: Mat05v48 (Deel 1), Mat06v33 (Deel 2), Mat07v13 (Deel 3).

Aanwijzingen voor de Liturgie

1. Ps. 138: 1
2. Ps. 119: 1, 4
3. Lezen: Matteüs 7
4. Ps. 1 (Collecte)
5. Tekst: Matteüs 7: 13-14
6. Gez. 17: 3-5
7. Gez. 18

Gemeente van onze Here Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,
wanneer ik van mijn woonplaats naar Rotterdam wil gaan, dan zijn er heel veel manieren om daar te komen. Ik kan met de auto gaan, of met de trein. Met een busreis, of zelfs op de fiets. En er zijn heel veel plaatsen waar ik langs kan gaan. Ik kan regelrecht gaan, via Zwolle en Amersfoort en Utrecht. Ik kan ook via Arnhem reizen, of zelfs over de Afsluitdijk. Wegen genoeg. Voor het kiezen elke dag. Soms zeggen we het in dat bekende spreekwoord: 'er zijn veel wegen die naar Rome leiden'.
Wanneer we vandaag stil staan bij het derde en laatste hoofdstuk in de Bergrede van de Here Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes, dan komt ook zomaar dat spreekwoord in je gedachten. Er zijn veel vierbaanswegen waar ik over kan gaan om in Rotterdam terecht te komen. Er zijn veel wegen die naar Rome leiden. Wanneer de Here Jezus dit zo zegt, hier in Matteüs 7, over die twee wegen, de brede en de smalle weg, dan komt bij u, bij jou ook misschien zo wel die bekende plaat voor je ogen. U kent hem vast wel. Middenin op de voorgrond, een brede en prachtige poort, een royale weg, met aan het eind het vuur dat je al ziet branden. Vuur van de hel. En rechts aan de zijkant een klein poortje, met daarachter een smal pad door de bergen met veel moeilijkheden, maar met wel een heerlijk eindpunt. Een mooie plaat, maar misschien ook wel een beetje al te simpel voorgesteld. Hoe vaak is de situatie in ons leven niet veel onoverzichtelijker. Hoe vaak komen wij, op onze smalle weg, niet over allerlei kruispunten met duizend-en-één brede wegen. Hoezeer gaat die smalle weg van het behoud niet dwars door deze wereld. En tegelijk, er is maar één weg van het behoud. Met direct daarbij het evangelie: die weg is er dan toch maar. Die ene weg van het behoud.
De Here Jezus heeft veel gezegd, tot nu toe in de Bergrede. We hebben er van gehoord: Matteüs 5: 48: Hij geeft ons de grondwet van zijn koninkrijk. Volmaaktheid, heelheid, zoals Vader volmaakt is. Matteüs 6: 33: Hij leert ons de overgave aan zijn koninkrijk: Zoekt eerst het koninkrijk van God, en alles ontvang je bovendien, als toegift uit handen van Vader. En vandaag staan we stil bij het slot: Matteüs 7. Er is veel gezegd. Veel uitgelegd door de Here Jezus. Aan die uitleg komt nu een einde. Nu blijft in het slot van de Bergrede de oproep over. Gééf je leven dan aan Hem, de enige Heiland die er is. Leef dan nu ook uit Gods hand, elke dag. Ik vat de boodschap van de tekst zo voor u samen:

Christus wijst ons de weg van zijn koninkrijk

We letten op:

  1. De toegang
  2. De route
  3. De bestemming

1. De toegang

Wanneer we de tekst voor deze preek lezen, broeders en zusters, jongens en meisjes, dan vallen er eigenlijk twee beelden in één oproep samen. Aan de ene kant het beeld van twee poorten, aan de andere kant het beeld van de twee wegen. Alsof de Here Jezus het ons extra goed duidelijk wil maken, en het ons goed wil inprenten. Twee beelden, van de poorten, en van de wegen. Op die plaat van zonet worden ze eigenlijk achter elkaar gezet. Je gaat door de poort, en dan kom je op de weg. Andere uitleggers zeggen dat het eigenlijk twee beelden zijn voor één zaak. Ze vallen samen. Misschien kunnen we wel zeggen dat het beeld van die twee poorten wijst op een eenmalige keuze die je voor de Here maakt. Dat er een bepaald moment in je leven is waarop je bewust de keuze maakt om voor de Here te leven, bijvoorbeeld de dag van je openbare geloofsbelijdenis. Terwijl dan het beeld van die twee wegen meer wijst op de dagelijkse bekering. Elke dag trouw de route blijven volgen. In ieder geval: de twee beelden liggen heel dicht bij elkaar, en hun gezamenlijke boodschap is wel duidelijk...
Ja? Is het u echt wel duidelijk wat er bedoeld wordt? Is het u echt wel duidelijk wat de Here Jezus hier zegt, tegen u, tegen jou? Zolang de Heiland aan het woord was, vanaf het begin van Matteüs 5, de zaligsprekingen, tot halverwege hoofdstuk 7, vers 12, kon u, en konden de mensen in Israël, daar bij de berg, min of meer vrijblijvend luisteren. Konden ze kalm die woorden over zich heen laten komen. 'Zalig de armen van geest, zalig zij die treuren'. Nou, en dan knik je vriendelijk instemmend. Ja zeker, dat zal vast wel waar zijn. Zoals mensen soms vriendelijk instemmend kunnen knikken in de kerk. De dominee heeft het weer mooi gezegd vandaag. Maar daarmee kapt de Here Jezus hier radiaal. Je zou misschien tot aan hoofdstuk 7: 12 nog als een soort vriendelijke hoorder kunnen luisteren. Als een toeschouwer, daar bij de berg, hier in de kerk vandaag. Maar bij onze tekst is dat afgelopen. U kunt straks niet met dat commentaar thuis komen, broeders en zusters, zo van: 'De dominee heeft het weer eens mooi gezegd vandaag', of 'Niet mooi'. Nee, er moet nú iets bij u gebeuren. Dat maakt de Heiland duidelijk. Mensen kunnen niet langer toeschouwer blijven. U niet, en jij ook niet, en ik ook niet. 'Ga in', zegt de Heiland. Blijf niet langer als toeschouwer aan de kant staan, maar ga. Of de ene poort, of de andere. Er valt niet te wachten. Gekozen moet er worden, vandaag nog. Of de brede poort, of de smalle, kleine poort. En de oproep van de Heiland zal duidelijk zijn: Ga in door de smalle, de enge poort, tot je eigen behoud...
Maar hoe dan, en wanneer dan? Nou, wanneer u daar iets van wilt begrijpen vandaag, dan moet u even denken aan die geschiedenis van de rijke jongen die bij de Here Jezus kwam. In Matteüs 19 gaat het daar over. Alle geboden van de wet had hij trouw gehouden. Stipt en precies. Er mankeerde niks aan. Om jaloers op te worden. En dan zegt de Here Jezus - Hij kreeg hem lief, staat er zelfs bij - dan zegt Hij: 'Ga heen, verkoop alles, en volg Mij'. En de jongen gaat weg. Bedroefd, want hij was rijk. Makkelijker gaat een kameel door het oog van een naald, dan een rijke binnen komt in Gods koninkrijk.
En wat hier dan het oog van een naald genoemd wordt, dat is een smal poortje naast de hoofdpoort van een stad in Israël. Net zo'n klein en smal poortje als de Here Jezus hier aanduidt in Matteüs 7. Een enge, een smalle poort. Kon een kameel daar ooit doorheen? Nou, heel moeilijk. Maar als het echt moest, kon het wel. Een mens kon er alleen door wanneer hij zijn hoofd boog, zich bukte, en zich klein maakte, en een kameel kon er alleen door wanneer eerst al zijn bagage afgeladen werd, en dan zo ongeveer kruipend, op zijn knieën. En dáár hebben we het. Daar hebben we het waar 't de Heiland hier om gaat. Wil je als mens door die enge poort, door die toegang tot de weg van Gods koninkrijk, dan moet je, net als zo'n kameel, eerst al je bagage afleggen. En dan moet je op je knieën gaan. Dan wordt het stil staan, en afladen, alles wat er op je rug zit. Wil een rijke, die het in dit leven verwacht van zijn rijkdom, door die poort binnen gaan, dan moet hij eerst afladen. Zijn rijkdom, zijn vertrouwen op z'n geld afleggen, want anders kan hij er eenvoudigweg niet doorheen, door die poort. Hij is te breed, te hoog voor dat poortje. Het pàst eenvoudig niet zo met die bagage. Wil een arme, iemand in de bijstand, of op minimum-niveau, die er altijd maar mee schermt en over praat hoe arm en krap hij het wel niet heeft, wil zo iemand door die poort, dan moet hij dat schermen met, en steeds weer praten over zijn geldgebrek, afleggen. Want anders heeft hij teveel bagage bij zich om door dat smalle poortje te kunnen. Wil iemand die van zichzelf trots is, of eigenwijs, die altijd alleen maar overtuigd is van zijn eigen gelijk, of die met zijn lange tenen messcherp op de strepen van zijn eigen eer staat, wil zo iemand door die poort binnen gaan, dan moet hij eerst zijn koffers vol eigen gelijk en eigen eer afleggen. Want met die koffers in je hand en op je rug, kun je er helemaal niet doorheen. In tegendeel, zo trots en fier als je je misschien opstelt, je moet je hoofd buigen. Want anders, jongens en meisjes, wat gebeurt er wanneer je vader of je moeder door het lage deurtje van jouw zelfgemaakte hut naar binnen willen, en ze buigen hun hoofd niet? Dan stoten ze keihard hun hoofd tegen de dorpel boven de deur. Als u, als jij rechtop wilt blijven lopen, door de poort van Gods koninkrijk heen, als u, als jij rechtop wilt blijven lopen, in eigen trots en waardigheid naar de Verlosser, Jezus Christus toe, dan stoot u uw hoofd. Keihard. Dodelijk...
De toegang tot die enige weg van het behoud, dan moeten we alles afleggen, broeders en zusters. Onze trots en onze eer. Onze kennis en ons eigen gelijk. Dan moeten we gaan in de woorden van Hebreeën 12: 'Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde die ons zo licht in de weg staat'. Want met die zonde komt u er niet doorheen. Het pàst eenvoudig niet. Leg het maar af, aan de poort van het leven. U kunt er alleen maar gelukkig van worden. Echt gelukkig, in Jezus Christus alleen.

2. De route

Christus wijst ons de weg van zijn koninkrijk, we zullen nu letten op de route. En dan kom ik weer even terecht bij die plaat van zonet. U kent hem wel, en misschien heeft iemand van u hem wel thuis aan de muur hangen. Prachtig om eens naar te kijken. Maar tegelijk, wat is het leven heerlijk eenvoudig wanneer je die plaat ziet. En dat ís het ook voor wie Christus volgt. Maar maakt die plaat het niet wat àl te eenvoudig?
Hoeveel poorten staan er morgen, of zelfs vandaag al voor u open, broeders en zusters? Achter hoeveel poorten in jouw leven, staan er elke dag figuren die je wenken, jongens en meisjes. 'Kom binnen'. 'Kom toch binnen, het leven is hier immers goed?' 'Kom nou maar'. Nee, ik wil het vandaag niet beter weten dan de Here Jezus. Beslist niet. Hij spreekt van maar één brede poort. Maar hoeveel brede poorten zijn er niet in ons leven? Of misschien beter gezegd, hoeveel vormen en gedaanten heeft die brede poort, die royale weg niet in ons leven, elke dag opnieuw?
Voor de één zal de breedheid van die weg misschien nodig zijn om al zijn bagage mee te kunnen nemen. Die last van de zonde, weet u nog, en van de eigen eer, en het eigen recht. Voor een ander moet die weg wel breed zijn, omdat de drank in zijn leven al zoveel kapot gemaakt heeft, dat een smal spoor door hem steeds opnieuw wankelend gemist zou worden. Bedenk maar eens, jongens, hoe breed je weg moet zijn als je een keer een flinke slok op hebt. Voor weer een ander moet de weg breed zijn omdat hij of zij zo graag onderweg nog eens kijken wil naar een ander. Een ander lichaam, mooi, prachtig geschapen, ter afleiding van je eigen huwelijk. Heerlijk zo'n brede weg waarin je de ruimte krijgt.
Die plaat, broeders en zusters, die maakt het ons makkelijk. Eén keer door dat smalle enge poortje, daar rechtsonder, en het kan niet meer misgaan. Ja, misschien loopt de een wat harder dan de ander, maar je komt er toch wel. Maar hoe vaak komt u, kom jij over weer een kruispunt? Ik denk wel haast elke dag. Elke dag tien of twintig, of duizend keer. Zo vaak zijn er dingen die ons van het smalle pad weg willen trekken. Dat smalle pad loopt midden dor deze wereld van elke dag. En dan koers houden...
Och, wanneer Jezus Christus ons niet vast hield, wanneer wij niet ons kruis op zouden kunnen nemen en het dragen over de smalle weg achter Hem aan, het zou nooit meer wat worden met ons, broeders en zusters. Nooit meer.
En daarmee kom ik op een ander aspect van die route. Want dat die ene weg, met zo veel gezichten in ons leven, zo lekker breed is, dat heeft nog een ander voordeel. Hoe breder de weg, kijk maar eens, jongens en meisjes, hoe jullie over straat gaan, misschien wel, wanneer je naar school fietst, hoe breder de weg, met hoe meer mensen je naast elkaar kunt fietsen of lopen. Màg natuurlijk niet, maar wat gezellig kan het zijn om met drie, vier man, alsof je je nergens aan hoeft te storen, naast elkaar te fietsen. Je voelt je koning op de weg. Nou, een voordeel van die brede weg is ook dat je wel met twee, drie, vier, wel met honderd man naast elkaar kunt lopen. De duivel kijkt zo nauw niet. Alleen, of met tien tegelijk naar die ondergang, het is hem om het even. En bij hem hoef je die ene gevaarlijke vriendschap of verkering niet uit te maken. Dan kom je toch lekker met z'n tweeën tegelijk...?
Maar over het smalle pad van het leven kunnen we maar één voor één gaan, broeders en zusters. Daar kun je niet naast elkaar lopen, jongens en meisjes. Je moet helemaal zèlf, persoonlijk die keuze voor de Here maken. Er is geen tweepersoonstoegang...
Maar er gaat wèl iemand voor je uit. En er komen er ook die achter jou volgen. En net als in een tocht van bergbeklimmers, die elkaar steunen en aanmoedigen, in een lange rij achter elkaar, heb je wel steun aan elkaar. Achter elkaar aan, en wat nog veel belangrijker is, er gaat er Eén voorop.
Wij moeten zovaak door een smal spoor in ons leven. In rouw, in pijn, in strijd. En dat kost wat. Ons kruis op ons nemen, en die smalle weg gaan. Maar er gaat er Eén voorop. Jezus Christus, onze Heiland, die hèt kruis op zich nam. Het kruis van de verzoening, en die zo'n smal pad ging, voor ons uit, elk kruispunt over. Hem mogen wij volgen, van dag tot dag. En als Hij voor ons uit gaat, wanneer wij ons oog, onderweg gericht houden op Hem alleen, dan kan de route moeilijk zijn, maar de eindbestemming is zeker.

3. De bestemming

En daarover nu tot slot nog. De Here Jezus heeft veel verteld. Veel uitgelegd in de Bergrede over zijn koninkrijk. Over zijn gerechtigheid, die meer, overvloediger moet zijn dan die van de Farizeeërs. Gerechtigheid en leven met een hart. De Heiland heeft veel gezegd over de overgave aan Hem, aan zijn verlossing en zijn koninkrijk. En nu aan het slot is er de oproep, om zo ook de weg van het behoud te gáán. Te bouwen op de rots, en niet op het zand. Om als goede boom, ook de goede vruchten van het geloof in ons leven een plaats te geven, te laten groeien.
Hij doet dat, die oproep naar ons leven, hier en nu, zoals we hier in de kerk zitten vandaag, ook met het oog op de tijd die komen gaat. Met het oog op het eindoordeel, en het léven daarna, of de eeuwige dood. Zou de Here Jezus hiermee vandaag dan bedoelen om ons bang te maken? Zo van, ga nou maar die weg, anders loopt het verkeerd met je af, zodat we uit angst dan wel haast gedwongen die smalle weg maar opgaan, al zuchtend en steunend? Nee, de Here Jezus is er niet op uit om ons bang te maken. Maar Hij laat wel zien dat er maar twee eindbestemmingen zijn. Leven of dood. Hemel of hel. En daar zit niets tussen in. Niet de angst, maar de werkelijkheid van de toekomst staat daarin voorop. U, jij hoeft niet af te wachten hoe het straks na dit leven wel of niet misschien worden zal, vol onzekerheid nu. Nee, wie de smalle weg gaat, het kruis op zijn, op haar rug, achter Jezus Christus aan, die mag zeker zijn van zijn eindbestemming. Die mag ook zeker zijn van het leven nú al, vandaag, uit Gods hand...
'Zijn het er maar weinig dan, die de weg van het leven gaan?' Een handjevol uit een stad, een dorp, een kerkelijke gemeente? Ach, broeders en zusters, jongens en meisjes, laten we ons dáárover maar niet te druk maken, over hoeveel het er zijn. Er is de oproep van de Heiland hier in de tekst om de weg te gaan naar de ene eindbestemming. Het leven in en met Hem.
Niet of het er straks veel of weinig zullen zijn is de vraag waar het op aan komt.
Maar zult u, zul jij er bij zijn?

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar