Gods heilsbeloften worden vervuld in de vlucht naar Egypte

Thema: Gods heilsbeloften worden vervuld in de vlucht naar Egypte (Periode na Kerst)
Tekst: Matteüs 2: 13-15
Tekstgedeelte(n): Hosea 11: 1-6
Matteüs 2: 13-15
Door: Ds. J.B.K de Vries (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Vollenhove)
Gehouden te: Middelburg op 27 december 1987
Nijega-Opeinde op 3 januari 1988
Westeremden op 3 januari 1988
Groningen-West op 3 januari 1988
Vollenhove-Kadoelen op 1 januari 1989
IJsselmuiden op 30 december 1990
Marknesse op 13 januari 1991
Urk op 2 januari 1994
Lelystad op 16 januari 1994

Aanwijzingen voor de Liturgie

Lezen: Hosea 11: 1-6
Tekst: Matt. 2: 13-15

Zingen:
Ps. 80: 1
Ps. 80: 10 of 79: 5
Ps. 22: 5, 9-10
Gez. 13: 2
Gez. 14: 4

Kerst levert veel stof voor romantische verhalen. Een kind, geboren in een eenvoudig gezin, na de geboorte in een voerbak voor de dieren gelegd, gewikkeld in doeken. Herders, die in de nacht engelen op bezoek krijgen en dat kind gaan zoeken.
Ook komen er wijzen uit het oosten. Bezoekers van ver bewijzen het kind Jezus goddelijke hulde. Ze geven kostbare geschenken: goud, wierook en mirre. Hoge bezoekers. De romantische sfeer, die mensen graag willen voelen, kan ook nog aangehaakt worden aan dat bezoek van de wijzen.
Maar daarna houdt de romantiek toch wel op. Want dan is daar de vlucht naar Egypte en ook nog de moord op de jongetjes van Betlehem. Het romantische kan niet zo lang volgehouden worden. Na het hoogtepunt van Kerst is de vlucht naar Egypte een afgang.
Het is zo'n grote tegenstelling: Het ene moment eer en dure kado's van de wijzen. Het volgende moment snel wat spullen pakken en midden in de nacht er vandoor. Moest dat nu zo? Kon het niet anders in het leven van Jezus? Past dat nu bij de pas geboren Messias, de Zoon van God?
Laten we luisteren naar wat de Here ons te zeggen heeft, onder het thema:

Gods heilsbeloften worden vervuld in de vlucht naar Egypte

  1. Jezus verkeert in levensgevaar
  2. Jezus moet vluchten
  3. Jezus' taak gaat door

1. Jezus verkeert in levensgevaar

Jezus werd geboren in Betlehem, een onbelangrijk gehucht in die tijd. In de nacht van zijn geboorte kwamen er herders op bezoek. Ze hadden van een engel de boodschap gekregen, dat Christus, de Here in Betlehem geboren was.
Die boodschap werd onderstreept door een uitvoering van een groot koor van engelen; ze zongen: Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen des welbehagens. Zo werd heel duidelijk gemaakt hoe belangrijk deze geboorte was. We lezen verder in de Bijbel niet over mensen, die een uitvoering van een engelenkoor meemaken. Dit is iets unieks.
We weten dit via de evangelist Lucas. Mattheüs maakt daar geen melding van. Hij vertelt over de komst van de magiërs. Ook dat is een merkwaardige zaak. Heidenen komen naar Jeruzalem om de koning der Joden te zoeken, die volgens hun pas geboren is. Maar in Jeruzalem weet niemand van zo'n gebeurtenis.
De schrik slaat koning Herodes echter om het hart. Hij ziet al een opstand in het verschiet. Om de zaken in de hand te houden organiseert hij een vergadering van opperpriesters en schriftgeleerden. Die vergadering moet een antwoord geven op de vraag: Waar zal de Messias geboren worden?
Daarvoor moet men het Woord van de Here onderzoeken. Via deze indirecte weg wil de Here de aandacht van het verbondsvolk trekken naar de geboorte van Jezus in het gezin van Maria en Jozef. De door Herodes uitgeschreven vergadering komt met een antwoord en het is het goede antwoord: Betlehem moet de geboorteplaats van de Messias zijn.
Het verbondsvolk komt echter niet in beweging door de mededelingen van de magiërs. Maar de magiërs zelf gaan op weg,
nadat ze het antwoord van Herodes hebben gehoord. Ze worden geleid door de ster en ze komen in Betlehem en ontmoeten het kind Jezus en zijn moeder Maria.
Hoewel er niets bijzonders is aan moeder en kind, werpen ze zich in aanbidding voor Jezus neer. Ze bieden ook hun kostbaarheden aan: Goud, wierook en mirre. Na het gewone bezoek van de herders, kwam er dit hoge bezoek van de magiërs. De herders waren mensen, die op de onderste trede van de maatschappelijke ladder stonden; deze magiërs zijn duidelijk mensen, die het ver geschopt hebben in het leven; ze kunnen het zich permitteren goud te geven.
Zo lijkt er vooruitgang te zijn voor Jezus, die bestemd is voor een grootse taak. Na de belangstelling van eenvoudigen, attenties van vermogende, invloedrijke figuren. Maar die attenties zijn van korte duur.
De Magiërs vertrekken na een waarschuwing van God in een droom. Herodes krijgt van hen niet de informatie, waarop hij rekende. Na hun vertrek krijgt Jozef van een engel ook een waarschuwing, eveneens in een droom: Herodes wil het kind laten opsporen en doden. Jezus verkeert dus in levensgevaar.
Hij is nog een baby. Een baby, die eerbewijzen heeft ontvangen van herders en magiërs. God is aan het werk geweest om bekendheid te geven aan de geboorte van dit kind. Hij vestigt er de aandacht op, dat Zijn beloften via dit kind vervuld worden. De geestelijke leiders van het verbondsvolk kunnen er via de magiërs op bedacht zijn, dat God in Betlehem iets bijzonders aan het doen is.
Maar er gaat geen commissie van onderzoek uit Jeruzalem op weg naar Betlehem. Overpriesters en wetgeleerden komen niet in actie na die merkwaardige vraag van de magiërs over de koning der Joden, die geboren is. Men negeert de aanwijzingen, die God gegeven heeft aan Zijn verbondsvolk.
Maar Jozef krijgt wel te horen, dat iemand anders grote belangstelling heeft opgevat voor Betlehem en Jezus: Herodes heeft interesse voor Jezus. Maar het is een angstaanjagende interesse: Hij wil Hem opsporen om Hem te doden. De man, bij wie de macht berust, wil zijn macht gebruiken om te doden.
De geestelijke leiders van Israël zijn blijkbaar niet in beweging te brengen. Maar de satan is niet in slaap gesukkeld: Hij houdt alles goed in de gaten. Hij ziet via Herodes een kans om Gods heilsplannen te dwarsbomen. Als Herodes het kind Jezus ombrengt, heeft satan een harde slag toegebracht aan Gods werk.
De Here had vroeger Israël uit Egypte geroepen. Ze mochten Palestina in bezit nemen als een vrij volk en zo een zegen worden voor alle volken. Daar zinspeelt de profeet Hosea op met die woorden: Toen Israël een kind was, heb Ik het liefgehad, en uit Egypte heb Ik mijn zoon geroepen.
Maar het leek wel of die bevrijding uit Egypte zinloos was geweest. Ze offerden aan de Baäls en brachten reukoffers aan de gesneden beelden. Tenslotte liep dat uit op de ballingschap naar Assyrië en Babel. De verbondsvloek trof het ontrouwe verbondsvolk.
Maar de Here vernietigde dat afvallige volk niet; Hij zorgde er zelfs voor, dat ze naar Palestina terug konden keren. De Here liet zijn verlossingsplan niet vallen.
Nu is Jezus dan geboren. Er kwam aandacht van herders en magiërs. Maar prompt daaroverheen maakt Herodes moordplannen. Weer lijkt Gods heilsplan zinloos: Zijn Zoon moet er zo snel mogelijk vandoor.
In die tijd bestudeerde Israël heel ijverig de wetten en men probeerde ze nauwgezet naar de letter uit te voeren. Ze hoopten op de komst van de Messias. Dan zouden ze vrij worden van het romeinse imperialisme. Daarbij zou de Messias de leiding hebben.
De Here heeft de magiërs gebruikt om de aandacht te vestigen op de geboorte van de Messias in Betlehem. Maar naar hun idee is het onmogelijk, dat de Messias een dorpskind is. Ze verwachten geweldige tekenen bij de geboorte van de Messias. Want alleen een indrukwekkende figuur heeft kansen om zijn taak als Messias te verrichten.
Tegenover deze lijdelijkheid van de kant van de geestelijke leiding, staat de activiteit van de satan. Die is erg actief via Herodes. Van de kant van Israël is geen hulp te verwachten, nu zelfs nieuwsgierigheid of belangstelling er niet blijken te zijn. Het staat er met Gods verlossingsplan dus niet best voor. Er wordt praktisch geen steun voor gevonden in de samenleving; maar wel hevig verzet, dat uit zou kunnen lopen op de dood van Jezus.
Het lijkt niets te worden met Gods heilsplan.
Wat dat betreft ligt de zaak van Gods Koninkrijk in de huidige samenleving niet veel anders. De kerk is een aflopende zaak, zo menen velen. De onkerkelijkheid groeit. De secularisatie is een enorme bedreiging voor de kerk.
De satan gebruikt lang niet altijd lichamelijk geweld in zijn verzet tegen God. Hij heeft allerlei methodes, waarbij geweld er maar één is van de vele. Christus heeft te maken gehad met geweld, dat via Herodes tegen Hem gebruikt moet worden. Maar ook op veel subtieler manieren is Hij tegengewerkt.
De kerk in ons land heeft nu met dat subtielere verzet te maken. Je wordt beschouwd als een achterlijke groep mensen, als je nog probeert te leven naar ideeën uit een voorbij tijdperk, als je de Bijbel serieus wilt nemen.
In je persoonlijk leven kun je dat ook ervaren. Je doet belijdenis van je geloof. Als het goed is, doe je dat niet maar van de catechisatie af te zijn. Je doet het om duidelijk te maken, dat je de besliste keus hebt gedaan voor de Here en voor Zijn Zoon.
Dat moet een hoogtepunt in je leven zijn: Die keus voor je God en Vader; de dag, waarop je dat in de kerk mag uitspreken en je voor het eerst aan het Avondmaal mag aangaan. Dat moet gevolgd worden door een leven, dat overeenstemt met die geweldige keus. Maar hoe gemakkelijk zakt dat enthousiasme niet weg. Het leven is druk; je aandacht wordt gevraagd voor zo ontzettende veel dingen.
Wat komt er terecht van de hooggespannen plannen, toen je je jawoord aan de Here gaf? Er komt zoveel op je af, dat je aandacht opeist en dat je een heel andere richting in wil sturen. Satan is op allerlei manieren bezig Gods Rijk eronder te krijgen. Hij probeert dat ook in je persoonlijk leven.
Daar moet je op letten. Want al gebruikt satan in onze samenleving haast geen lichamelijk geweld, de inzet van zijn strijd is wel je leven. Hij trekt aan je om je jouw leven in zijn macht te krijgen. Hij is uit op je dood, op je eeuwige dood. Wees gewaarschuwd.

2. Jezus vlucht naar Egypte

In een droom krijgt Jozef een engel te zien. In de Kerstgeschiedenis komen vaker engelen voor. Als Zacharias in de tempel is, komt er een engel bij hem en kondigt de geboorte aan van Johannes, de voorloper van de Messias. Zo kondigt diezelfde engel, Gabriël, aan Maria de geboorte van Jezus aan.
In de Kerstnacht komt er een engel bij de herders om het geboortebericht van Jezus door te geven. Vervolgens verschijnt er zelfs een heel koor van engelen aan de herders.
Na zulk engelen-optreden steekt de droom van Jozef daar maar schril bij af. Geen indrukwekkende aantallen boden uit de hemel; Jozef slaapt en als hij wakker wordt, is de situatie niet veel anders dan voor hij ging slapen. De magiërs zijn weg en hij zit met een angst aanjagende mededeling: Herodes is erop uit Jezus te doden. Je moet vluchten met Maria en Jezus.
Jozef staat er alleen voor. Geen magiërs bij de hand en van het verbondsvolk heeft hij niets te verwachten. In Jeruzalem doen ze niets met het bericht, dat de koning der joden geboren is. Jozef staat midden in de nacht op en hij moet het maar regelen. Hij kan op niemand een beroep doen om hulp.
Dat Jozef het zelf maar op moet knappen, is niet vanzelfsprekend; het ligt niet voor de hand. God kon in de Kerstnacht een afdeling engelen sturen om te zingen, maar Hij kan ze net zo goed als bewakers van Jezus sturen, zodat Herodes of wie dan ook niets kan beginnen tegen Jezus.
Hij kan een engel naar Herodes sturen om hem meteen te doden, zodat er niets van zijn moordplan terecht kwam. Hij kan ook Herodes in de war brengen, zodat hij geen enkele aandacht meer besteed aan de magiërs en hun boodschap. Hij kan Herodes ook een dodelijke ziekte bezorgen, zodat hij wel wat anders aan zijn hoofd heeft dan de geboorte van een baby in Betlehem.
God heeft alle mogelijke middelen ter beschikking om te voorkomen, dat Jezus met zijn vader en moeder moet vluchten. Hij kan het zomaar regelen, dat Jezus rustig in Betlehem kan blijven. Maar God doet dat niet; er komt geen afdeling engelen ter bewaking in Betlehem. Herodes kan rustig doorgaan zijn plannen uit te werken.
God treedt niet op met daadwerkelijke hulp voor Zijn Zoon. Alleen maar de mededeling van levensgevaar en de opdracht: Vlucht. Dat bevel wordt door Jozef en Maria uitgevoerd. Zij zijn de verzorgers van Gods Zoon.
Zij nemen in dit verhaal geen opvallende plaats in. Er zijn van hun kant geen opmerkelijke initiatieven en geen indrukwekkend optreden. Het draait hier om Jezus. En Jozef en Maria doen wat nodig is voor het kind Jezus. Dat is hun positie; een ondergeschikte plaats.
Van Gods kant ook geen opvallend optreden, hoewel Hij daarvoor alle macht ter beschikking heeft. God gebruikt Zijn macht niet voor daadwerkelijke hulp. Het enige is een mededeling over het gevaar en de aanwijzing hoe ze aan dat gevaar kunnen ontsnappen: Op de vlucht slaan.
Voor ons besef een slap optreden van God. Het stelt niets voor. Hoe blijkt nu, dat Jezus echt de Messias, de Zoon van God is? Eerst engelen, die optreden en nu is dat opeens afgelopen. Juist nu een beetje extra hulp zo goed op z'n plaats zou zijn.
Het gaat allemaal zo abrupt: Even tevoren nog aanbidding van de magiërs en aanbieding van kostbare cadeaus. Het leek er even op, dat het Jezus meezit, dat het de goede kant uit gaat. Een stukje erkenning van zijn betekenis; een stap op de weg naar de erkenning, die de Messias toch moet ontvangen.
De Bijbel vertelt niet, hoe Jozef en Maria daaronder waren. Wat zij voelden en hoopten. Maar het moet toch wel hard aangekomen zijn, dat ze eigenlijk maar korte ogenblikken later midden in de nacht moeten opstaan om het leven van Jezus te redden.
Leek het even op een beetje roem, een beetje bekendheid, een paar uur later zijn ze gedegradeerd tot de status van vluchteling. Jezus als kind in je gezin geeft geen status-verhoging, maar status-verlaging: Ze worden rechtelozen, ontheemden.
Soms grijpt God indrukwekkend en wonderlijk in: Het donker van de Kerstnacht werd verlicht door hemels licht. Maar geen hemels licht in de nacht van de vlucht. Ze moeten er vandoor, heimelijk en zo snel mogelijk: Jozef en Maria met Jezus. Ongetwijfeld hebben ze alleen maar het allernodigste mee kunnen nemen.
God heeft zoveel mogelijkheden en Hij laat ze liggen op een kritiek moment.
Wordt dat niet vaak zo ervaren in het leven? Een mens kan zware tegenslagen te verwerken krijgen in het leven. En dan zou een beetje steun zoveel kunnen betekenen. Steun van God. Maar vaak wordt die steun niet ervaren; lijkt het alsof God je links laat liggen. Alsof Hij machteloos is, je aan laat modderen.
Dan kun je gaan twijfelen aan je geloof, aan de liefde van God. Je kunt zover komen, dat je die liefde totaal niet meer ziet. Het kan zover komen, dat je breekt met die God, omdat Hij op moeilijke momenten je laat zitten.
Doe dat echter niet. God laat je niet zitten, ook al ervaar je op een bepaald moment Zijn hulp, Zijn liefde niet. Al voel je je er helemaal alleen voor staan. In werkelijkheid sta je niet alleen; je Vader in de hemel staat echt naast je. Want er is meer, zoals er ook in het leven van Jezus meer was:

3. Jezus' taak gaat door in de vlucht

Jezus wordt door Jozef en Maria naar Egypte gebracht. Over de reis naar Egypte wordt in de Bijbel niets verteld. We weten niet hoe ze de reis maakten, lopend of met ander vervoer, in gezelschap of helemaal alleen, hoe lang ze er over deden, hoe ze de grens over konden komen.
Natuurlijk deed het kind Jezus onderweg geen wonderen, zoals het laten buigen van een palm; een verhaal, dat in apocriefe geschriften voorkomt. Daar wordt de vlucht geromantiseerd. Maar het was niet romantisch; het was een harde werkelijkheid.
De komst van de magiërs betekende niet het begin van roem en bekendheid en rijkdom voor Jezus. Maar ongetwijfeld zijn de dure geschenken bij de vlucht goed van pas gekomen. Vluchtelingen hebben toch al weinig rechten en zijn afhankelijk van de goedgunstigheid van anderen.
Maar in dit geval hadden Jozef en Maria dan toch wel wat middelen om de eerste tijd door te komen. In Egypte woonde in die tijd een groot aantal Joden. Het ligt wel voor de hand, dat ze hun volksgenoten hebben opgezocht, toen ze in Egypte aankwamen. Het ligt ook wel voor de hand, dat Jozef daar werk gezocht heeft en gekregen.
Maar hoe de persoonlijke omstandigheden van dit gezin zijn geweest, wordt in de Bijbel niet uit de doeken gedaan. Daar gaat het niet om. Het gaat om Jezus, die mee moest op de vlucht, omdat Hij anders het leven erbij zou inschieten.
Hij vervalt tot de status van vluchteling. Deze Jezus presenteerde zich later als een man, die door God was gezonden. Hij presenteerde zich uiteindelijk als nog meer: Als de lang beloofde Messias. Zo zijn de leerlingen van Jezus de wereld ingetrokken: Jezus is de Messias.
Op die boodschap kwamen reacties, ook van Joodse kant. Daar kwamen vragen op, ook de vraag naar de betekenis van die vlucht naar Egypte: Als Jezus de Messias is, hoe was het dan mogelijk, dat Hij naar Egypte moest vluchten met zijn ouders? Hij moest het land van het verbondsvolk verlaten. Hij moest leven buiten de grenzen van het beloofde land. Wat heeft dit nog te maken met de Messias-pretentie van Jezus?
En van joodse kant verwacht men dan als antwoord, dat het verblijf in Egypte een tijdelijke, onbelangrijke zaak was. Maar verrassend genoeg, zegt het evangelie, dat in die vlucht naar Egypte het woord van Hosea vervuld is.
Die vlucht naar Egypte betekent niet een periode van uitstel voor Gods verlossingsplan. Die vlucht hoort ook bij dat plan van God! Dat plan wordt niet pas verder uitgevoerd bij de terugkeer in Israël van Jozef en Maria met Jezus. Egypte past ook in de uitvoering!
Hosea heeft op Gods liefde gewezen. God had zijn volk zo lief, dat Hij het bevrijdde uit Egypte. Die bevrijding uit Egypte hoorde bij Gods verlossingsplan voor de wereld. Israël moest een zegen worden voor alle volken op de aarde. Daarvoor kreeg dat volk een eigen land, dat hun door God gegeven werd.
Maar dat verlossingsplan van de Here met Israël leek op niets uit te lopen. Daar klaagt Hosea ook over: Hoe meer de Here voor hen deed, des te sterker werd de verering van de Baäls. Israël was dwars tegen de draad in. Het ging niet meer en daarom kwam de ballingschap naar Assyrië en Babel.
Hosea kon echter al aangeven, dat dat niet het einde van Israël zou betekenen. De Here zou doorgaan met zijn verlossingsplan, waarin Israël zo'n grote plaats had. En inderdaad kon Israël uit de ballingschap terugkeren naar het beloofde land.
Gods werk ging door, tot de volheid van de tijd gekomen was. Israël werd uit Egypte gehaald om zijn plaats in Gods verlossingswerk te kunnen innemen. Waar blijft dan de vervulling? Natuurlijk niet in die vlucht naar Egypte, zo denken de Joden.
En dan zegt Mattheüs: Juist die vernederende vlucht naar Egypte hoort bij de vervulling. Naar Egypte vluchten is verlossingswerk! Precies het omgekeerde van wat mensen zouden denken. Mensen zouden denken: Jezus in Egypte. Dat betekent: Gods verlossingswerk kan weer van voren af aan beginnen.
Maar zo ligt het niet: Gods Zoon is mens geworden. De volheid van de tijd is aangebroken en nu gaat het verder, ook via Egypte. Egypte betekent geen terugslag, het betekent: Gods plan wordt doorgezet. Want Gods plan is: De Messias moet door vernedering en lijden verlossing brengen.
Na de aanbidding van de wijzen is de vlucht naar Egypte een vernedering. Een vernedering, die helemaal in Gods plannen past; een vernedering, die kenmerkend is voor het werk van Gods Zoon. Het past helemaal in zijn opdracht: Lijden en tenslotte ook sterven.

Kerst is geen romantische zaak. Het vervolg van Kerst is wel heel duidelijk het omgekeerde.
De weg van het kind Jezus in deze wereld is niet de weg van groeiende macht, groeiende aanhang, groeiende populariteit. Het is de weg van het offer, dat Hem in de dood brengt.
De bevrijding uit Egypte werd door Israël herdacht als het grote bewijs van Gods liefde en Gods macht. Maar Mattheüs wijst er op, dat bij Egypte voortaan aan iets anders gedacht moet worden; iets groters dan de uittocht: Jezus, die door vernedering en lijden heen de verlossing bracht.
Jezus, die naar Egypte moet uitwijken om het er levend af te brengen; om zich klaar te maken voor het kruis. Hij is het grootste bewijs van Gods liefde.
Daarom hoeven mensen nooit te wanhopen aan Gods liefde. Het kan gebeuren, dat je die liefde niet meer voelt, dat je jezelf alleen voelt staan. Maar je moet je niet laten leiden door die gevoelens; gevoelens kunnen je gemakkelijk op een dwaalspoor brengen. Je moet je laten leiden door de harde feiten.
En die harde feiten zijn: Gods stuurde Zijn Zoon naar deze wereld om opgejaagd en vernederd te worden. Herodes wilde Hem opsporen om Hem te doden. Maar dat liet God niet toe. Hij liet Zijn Zoon ontsnappen naar Egypte, want voor de verlossing van de wereld was Zijn dood door Herodes niet voldoende. Hij moest sterven aan het kruis: Dat had de wereld nodig. En direct al wordt het duidelijk, dat Jezus voor een worsteling op leven en dood staat. Daarbij betekent Zijn dood tenslotte jouw leven.
Dat is het bewijs van Gods liefde. Laat je nooit in de war brengen door je gevoelens en ervaringen. Ga af op het harde feit van het lijden van Jezus. Dat bewijst overtuigend Gods liefde voor je.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar