De Here Jezus is Heer van alle stormen en golven in het leven!

Thema: De Here Jezus is Heer van alle stormen en golven in het leven!
Tekst: Marcus 4: 35-41
Tekstgedeelte(n): Matteüs 8: 23-27
Marcus 4: 26-41
Hebreeën 2: 14-18
Door: Ds. Ton de Ruiter (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Enkhuizen)
Gehouden te: Enkhuizen op 26-3-1995

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en Zegengroet
Ps 84: 1, 5
(Ochtenddienst: wet)
(Ochtenddienst: Ps 84: 6)
Gebed
Lezen: Matteüs 8: 23-27; Marcus 4: 26-41; Hebreeën 2: 14-18
Gez 34: 2-3
Tekst: Marcus 4: 35-41
Preek
Gez 34: 1, 4
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
(Middagdienst: Ps. 84: 6)
Gebed
Collecte
Ps 125: 1-2
Zegen

Onze tekst leert ons dat we ons niet moeten verwonderen als ons moeiten overkomen. Kijk - de discipelen volgden de Here Jezus. Zij gingen in het schip. En dan komt er een geweldige storm, zodat de golven over het schip slaan".
Wat leert dit gedeelte ons dus als eerste? Gewoon dit: Jezus volgen wil niet zeggen dat je een rustige levenszee krijgt. Ook als je Jezus volgt kan het stormen.
Laten wij ons dan niet verwonderen als we stormvlagen meemaken in ons leven. De Bijbel leert ons ook dat de Here zelfs moeiten gebruikt om te oefenen, te trainen, in het vertrouwen op Hem. Hij wil ons geloof louteren. Ons het goud van het geloof doen zien en beleven. God is juist dan met ons bezig.

Maar brengen moeiten ons er toe dat wij des te meer ons vertrouwen op Hem richten? Zijn we er des te meer gericht om te leven met de Here? Met Hem en voor Hem? Hoe reageren wij op moeiten in het leven?

Deze geschiedenis leert ons ook dat de Here Jezus let op onze reacties. Vooral op ons geloof, ons vertrouwen op Hem. Kijk maar. Dat is het eerste wat Hij tegen de discipelen zegt: waar is uw geloof?
Zijn volgelingen deden in de moeite van de storm kennelijk weinig met hun geloof. Dat bleek uit hun paniekerig en angstig spreken.

Ik verkondig u:

De Here Jezus is Heer van alle stormen en golven in het leven!

We geven aandacht aan:

  1. De persoon van de Here Jezus
  2. De nood van de discipelen
  3. De vraag van de Here Jezus aan zijn discipelen

1. De persoon van de Here Jezus

Vers 41b: "Wie is toch..."
Het antwoord op die vraag kennen we. We kennen de Here Jezus. Hij is het naar wie men ten tijde van het Oude Testament al uit zag. Om Hem zongen de hemelse legers in Betlehem: Ere zij God in de hemel en vrede op aarde in mensen een welbehagen.
Hij is het die het koninkrijk van God op aarde bracht! Hij zaaide het Woord van het koninkrijk en bracht met zijn boodschap de oude, met zichzelf tevreden wereld in verwarring en tot heftig verzet. Ja, tenslotte hebben ze Hem gedood.
Maar Hij is opgestaan. Want Hij is Gods Zoon.
Ja en wie durft dan te protesteren tegen dit verhaal met de opmerking: dit kan helemaal niet! Zou God die de Schepper van hemel en aarde is de wind en de zee zijn wil niet kunnen opleggen? Zou Hij zijn Zoon die macht niet kunnen geven?
Dat Hij wind en zee het zwijgen oplegt past eigenlijk geheel in het beeld wat de Bijbel van Jezus tekent. Hij is toch gekomen om te tonen, te laten zien dat geen ding voor God onmogelijk is. Dat God zelfs Heer is over de zonde, over de duivel en over de dood, dus ook over de natuurkrachten!
Zou Gods Zoon voor een zeestorm opzij moeten gaan. Hij heeft zelfs de maan, zon en sterren hun plaats en baan gewezen. Hij plant op deze bedorven en weerbarstige aarde zijn rijk door mensen te herscheppen, wedergeboren te doen worden. Zou Hij dan zee en wind niet kunnen beteugelen en tot zwijgen kunnen brengen?
Zo kennen we de Here Jezus!
Kent u Hem zo ook in de stormen van uw leven? Vertrouwen we op Hem? Ook als het een chaos lijkt te worden? Als het een warboel of hopeloos lijkt.
Juist als wij ons zo ontzettend machteloos voelen en het ook vaak zijn, maakt dit geloof ons sterk. Hoor hoe Paulus dat zegt:als ik zwak ben, ben ik machtig. Want dan berg ik mijn leven des te meer bij de Heer. En dan sta je sterk. Dan kan je een afbrekende ziekte in je lijf hebben en toch de rust kennen die alle verstand te boven gaat.
Wij allen kennen het antwoord op de vraag: wie is toch deze? En we verwonderen ons over zijn daden, ook vandaag als Hij rust in ons woelige hart of leven brengt. Iedere keer weer. Hij brengt stormen tot bedaren OF geeft rust en moed in de blijvende stormen.
In dat geloof wil de Here ons versterken met zijn Woord en Geest. Daar mogen en moeten we ook om vragen: Here help ons. Kom ons kleingeloof te hulp. Help ons U te kennen, zoals U echt bent, zodat we U ook volledig vertrouwen, altijd en overal.

2. De nood van de discipelen

Onze Here Jezus is Heer van alle stormen en golven. Wil dat zeggen dat de stormen/moeiten in ons leven dan niet zo ernstig zijn? Wie dat ook maar even denkt moet maar in ziekenhuizen gaan kijken of teleurstellingen en spanningen proberen te peilen waarin ook christenen kunnen leven. Het zijn precies dezelfde zwarigheden als ook ongelovigen kennen.
Kijk ook naar onze tekst. De storm was een echte storm en de golven waren niet alleen nat maar ook zo groot dat de ervaren vissers er bang van werden.
Het was blijkbaar geen kleinigheid. Ze keken de dood in de ogen - de zeilen sloegen kapot door de bulderende windvlagen en de roeiriemen maaiden machteloos in het rond. Hozen helpt ook al niet meer. Het schip staat al voller met water.
Moet iemand dan de schrik niet om het hart slaan? Kunt u het zich indenken hoe het gaat op een schip dat bijna vergaat. Wild wordt er door elkaar geschreeuwd en sidderend van angst probeert men het schip te redden.
We kunnen de reactie van de discipelen zo goed begrijpen; dat zij in grote opwinding en totaal van streek, met de doodsschrik in de ogen, de Here Jezus wakker stoten; want Hij ligt rustig te slapen tegen een kussen. We kunnen het begrijpen dat ze Hem - eigenlijk verwijtend - toeschreeuwen: "Meester trekt u zich er niets van aan dat wij vergaan?" Wij begrijpen het. Hun nood was groot en volkomen echt. Hun leven liep gevaar.

En dan gebeurt het ongehoorde. Hij staat op - bestraft de winden zegt tot de zee: zwijg, wees stil - en dan wordt het volkomen stil...!
Wat een machtige Heer hebben we. Wat vertrouwde Hij op God de Vader. Niets ging toen onze Here Jezus boven de macht.
Maar dan... dan gebeurt er nog iets wonderlijks.
Dat is het derde punt.

3. De vraag van de Here Jezus aan zijn discipelen

Hoor, stilte, na al het oorverdovend lawaai van stormgebulder en watergedruis. Het schip slingert nog wat na maar komt al rustiger in het water te liggen. Stilte... En in die stilte klinkt daar de stem van de Here Jezus.
Mattheüs vertelt dat de Here Jezus eerst spreekt tot de discipelen en dan de storm tot bedaren brengt. Waarschijnlijk heeft de Here Jezus zijn vraag twee keer gesteld, maar de eerste keer was er niet echt aandacht voor of hoorden ze het niet allen. Daarom stelt Jezus zijn vraag voor de 2e keer.
In de stilte die volgt na de zware storm, klinkt de stem van de Here Jezus die verwijtend vraagt: waarom zijn jullie zo bang? Waarom hebt gij geen geloof?

Dat is wonderlijk. Want, zo hebben we de neiging te zeggen: is dit verwijt billijk? Kan je de discipelen hun angst kwalijk nemen? Zou iemand van ons in deze geschiedenis anders gehandeld hebben?
En toch... hoor... de Here Jezus stelt verwonderd zijn vraag. En uit die vraag blijkt dat Hij hun angst ziet als gebrek aan geloof! Daar kunnen we niet omheen. Hoelang ik er ook verder over praat: dit blijft duidelijk in de tekst staan. In Mattheüs lezen we dat Jezus de discipelen aanspreekt met: waarom zijn jullie bevreesd, "kleingelovigen"?
Wat leert de Here Jezus zijn discipelen en ons hiermee? Dit: angst en geloof kunnen eigenlijk niet samengaan. Het geloof sluit angst / vrees uit.
Ook in Hebreeën 2 lazen we dat: Christus heeft ons van de angst bevrijd.

Toch prikt deze geschiedenis ons. Tenminste mij wel. Ook ik wil er eigenlijk niet aan dat angst, vrees, wanhoop in zulke situaties voortkomt uit ongeloof of kleingeloof.
Ik vind angst en paniek vaak zo begrijpelijk! We vinden het zelfs wel eens begrijpelijk als iemand zegt: voor het geloof is nu even geen plaats. Maar de Here Jezus zegt: kleingeloof. Waarom ben je bang?
Wij vinden een echt gelovige reactie op een plotseling gebeuren haast onmogelijk (zoals bij Job). Dat kan toch niet, denken ook christenen wel eens. We zijn toch mensen, zeggen ze dan.
Kijk. De discipelen waren in echte en zware nood, in doodsgevaar. Maar Jezus kijkt hen toch verwijtend aan en zegt: Waar is uw geloof? Kleingelovigen.

Het spijt me, broeders en zusters, jongens en meisjes; maar deze mooie geschiedenis is nu misschien voor u ineens niet zo mooi meer is. We worden ontdekt aan het gebrek waar wij vaak aan lijden. Met al onze sociale vaardigheden waardoor we de nood van anderen vaak goed aan kunnen voelen en mee kunnen voelen - onze tijd is daar best sterk in en ik acht dat zeker winst - maar er is tegelijk een gebrek: gebrek aan geloof, kleingeloof. Bij u / jou / mij, als deze geschiedenis ons een beetje irriteert.
Ook vandaag kom je de neiging tegen die ook bij de discipelen was: de neiging om te oordelen dat God en Jezus hun werk niet goed doen. Hoor de vraag van de discipelen: Heer, trekt u er zich niets van aan dat wij in nood zijn en dreigen te vergaan? Ze dachten dat Jezus niet goed voor hen zorgde; Hij slaapt. Dat herkennen we toch in ons eigen hart. De neiging om bij moeiten te denken dat God zich niets van onze nood aantrekt. Waarom doet Hij dan niets??

Wat ongelovigen wel zeggen klinkt toch ook wel eens in ons hart:
- als God dan bestaat, waarom ...
- als God werkelijk bewogen is met de wereld en haar nood waarom...
- als Hij liefde is, waarom...
- als Hij mijn Vader is, waarom...

Maar in deze geschiedenis werd het de discipelen ingeprent: het mag er dan op lijken voor ons gevoel dat God slaapt en dat Hij ons lot zich niet aantrekt. Het ìs daarom nog niet zo.
Nee - integendeel. Als Vader kijkt Hij naar ons en Hij ziet er naar uit dat wij ook in onze noden Hem vasthouden en ook dan Zijn eer zoeken en Hem aanroepen in vertrouwen. Maar gaat het met ons niet vaak zoals met de discipelen? We laten Jezus wat links liggen en vergeten echt te bidden in de noden.
En als we bidden zijn we vaak zo met onze nood bezig dat we nog wel eens vergeten te vragen: Uw Naam worde geheiligd, ook in deze nood; Uw koninkrijk kome, ook nu; en Uw wil geschiede, ook nu door mij/ons. We zijn vaak zo bezig met onze nood dat we niet meer op Gods eer uit zijn.
Wat was nu eren van God in die storm? Dat zou toch gewoon zijn dat ze Gods Zoon er bij zouden roepen. Hij was toen zelfs bij hen, in de boot.
Maar zij waren zo druk met hun nood dat ze Hem lieten slapen. Ze hadden Hem toch al eerder te hulp kunnen roepen, bij Hem schuilen, voordat de paniek uitbrak. Ze bleven proberen in eigen kracht tot het niet meer ging en toen werden ze hopeloos en toen groeiden er zelfs verwijten in hun hart. En ja, toen gingen ze - uiteindelijk - naar hun Meester.
Toen pas. En Hij vraagt: moet het nu zo? Waarom laat u het zover komen dat u zich hopeloos gaat voelen en dat er verwijten in uw hart gaan komen? Was Ik en ben Ik niet bij u? Waarom kwamen jullie niet eerder?
Broeders en zusters, hoelang duurt het soms niet voordat wij met onze noden echt naar de Here toegaan? Hoevaak blijven wij niet op eigen manieren werken terwijl we niet echt vragen: wat wilt U Here dat ik nu doe? Hoe vaak zoeken we te weinig of te laat echtcontact met de Here?
Zit onze trots dan in de weg? Of willen we onze onmacht nog niet erkennen en denken we het zelf wel te weten en mag God ons helpen op de weg die wij dan in onze moeiten gaan. Willen we Hem de leiding geven en zijn aanwijzingen volgen. Doen wat Hij zegt? Uw Naam, Uw Koninkrijk, Uw wil. Staan die voorop?
Dat is vaak onze nood. Dat we ons niet echt helemaal uitleveren aan Hem. Dan laten we woorden van de Here nog wel eens liggen. We stellen ons leven niet totaal onder zijn leiding. We willen niet in alles knechten, volgelingen van Hem zijn en van zijn gunst leven.
Iedere dag, vanaf 's morgens, echt willen luisteren naar de Here Jezus en aan Hem kracht vragen om echt te doen wat Hij zegt; is dat kenmerk voor u / jou?
De discipelen gingen niet op tijd naar de Here Jezus toe. En ook wij maken die fout zomaar. Ja en dan kunnen ook in onze harten wel eens verwijten groeien naar God. Veel mensen denken in slechte omstandigheden een reden te hebben om minder trouw aan God te zijn. God bemoeit zich niet zo erg met mij, dus ... Hij laat mij maar aan tobben dus ... ben ik ook minder trouw in bidden en andere dingen die de Here vraagt.
Maar Jezus zegt: waar is uw geloof? Kleingelovigen.

In allerlei situaties kijkt de Here Jezus ook ons aan. Situaties waarin er zeker ook redenen zijn om ons hopeloos te voelen of om bang te zijn. De Here kijkt dan ook naar ons met vragende ogen: waar is uw geloof? Vertrouw je Mij? Ook in deze angst, in deze nood? Je kent Mij toch? Bang, angstig zijn, ons zorgen maken in het heden maar ook wel voor de toekomst - het kan allemaal, want het kan echt stormen in ons leven en in onze wereld. Maar de vraag van de Here Jezus blijft: je kent Mij toch? Denk je dat Ik je niet door de storm heen kan brengen? Kleingelovigen.

Heer, geef ons geloof. Geloof - dat is de zekerheid dat God zijn weg gaat en zijn koninkrijk en zijn recht doet komen dwars door alle hopeloze en troosteloze toestanden heen. Ja dat Hij dan ook juist ons en zijn koninkrijk bouwt. Geloof is de zekerheid dat Jezus toch definitief en volledig gelijk krijgt. Dat het kleine mosterdzaadje zal uitgroeien tot een machtige boom. Het is de zekerheid dat niet de duivelse slechtheid in de wereld en welke nood ook het laatste woord heeft. Niets kan Gods rijk tegenhouden. Ook niet in mijn / uw / jouw leven.
Kijk - dat geloof, die zekerheid wil de Here ons leren. Hij wil dat die zekerheid ons leven stempelt en beheerst, zodat wij allen steeds trouw met Hem omgaan en ons ook echt helemaal door zijn worden laten regeren. Dat is weder-geboorte. Groeiend vertrouwen! Laten we dat bidden bij Hem zoeken.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar