Van danken word je beter (Dankdag)

Thema: Van danken word je beter
Tekst: Lucas 17: 11-19
Tekstgedeelte(n): Leviticus 13: 1-11
Leviticus 14: 1-20
Door: Ds. Th.J. Havinga (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zuidlaren)
Gehouden te:

Loppersum op dankdag 1 november 2000
Westeremden op dankdag 1 november 2000

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 67
Gebed voor zegen over de dienst
Lezen: Leviticus 13: 1-11
Ps. 51: 3
Lezen: Leviticus 14: 1-20
Ps. 51: 4
Tekst: Lucas 17: 11-19
Preek
Gez. 40
Lezen: Romeinen 10: 9-10 (als introductie op de geloofsbelijdenis)
Geloofsbelijdenis: Gez. 4
Gebed en voorbede
Collecte
Lied 350
Zegen

Broeders en zusters, gemeente van onze Here Jezus Christus,

Stel u voor: in de C1000 lopen 3 mensen. Met een karretje. Ze zijn aan het boodschappen doen. De kar is vol. En ze lopen naar de kassa. Nummer één pakt zijn portemonnee. En hij betaalt de boodschappen. Zo hoort het. Heel gewoon. Niks bijzonders aan. Maar nummer twee en drie doen het anders. Ze schuiven hun wagentje met boodschappen zo de kassa voorbij. En ze lopen naar buiten. (Ik ga er even aan voorbij, dat ze wel aan de jas worden getrokken). Ze lopen de winkel uit zonder te betalen. Raar hè? Wie doet dat nou? Je zou je toch schamen voor jezelf. Ik zou het niet eens durven. Wat zullen de mensen er wel van zeggen? Het is niet normaal als je zoiets doet.

Goed, we vieren dankdag. In de kerk. We zijn net als die mensen met hun karretje vol boodschappen. Ja, want ik weet zeker dat er niemand in de kerk is die vandaag niks zou weten om God voor te danken. Ik hoef maar een paar dingen te noemen. U hebt allemaal al gegeten vandaag. Ja toch? U zou kunnen zeggen: ja, natuurlijk. Daar heb ik voor gewerkt. Ik werk als een ezel. Wel meer dan veertig uur in de week. Ik kom wel tot zestig, zeventig uur. Nou, dan heb ik mijn brood wel verdiend. Ja, inderdaad, menselijk gesproken wel. Maar vanuit God gezien? En naar God toe? Wat was het voor brood dat u at? Genadebrood. Elke hap eten die er door uw keel gaat, is door Christus verdiend aan het kruis. Hij is niet alleen gestorven om uw zonden te vergeven. Maar ook voor uw brood. Ook voor dat huis waar u in woont. En voor de kleren die u draagt. En voor de auto waar u in rijdt. Jongens en meisjes, voor je mooie brommer. En voor je prachtige dwarsfluit. En voor je collectie cd's. En voor, ja noem maar op. Vult u het zelf maar in. Dat zegt Hij toch zelf? Wees niet bezorgd, zegt Jezus. Uw Vader in de hemel weet dat u dat alles nodig hebt. Hoort u het: Vader in de hemel. Waarom mag u Hem zo noemen? Omdat Hij voor u, voor heel uw leven, aan het kruis stierf.

Kijk, en daarom bent u naar de kerk gegaan. Dat is, hoop ik, uw diepste reden geweest. En daarom is het zo erg dat er in de wereld vandaag zo weinig met God gerekend wordt. Wie weet vandaag nog wat dankdag is. Dat is iets voor de Bible-belt. Staphorst, Urk, Uithuizermeeden. Dankdag? Toe nou. We zijn toch wel wijzer met elkaar in Nederland? Word je van danken beter? Nee hoor. In het voorbeeld van de C1000: als je zonder betalen de winkel uitgaat, ben je beter uit dan wanneer je dokt. Dat merk je tenminste in je portemonnee. En als je vanavond wat zuinig aan doet in de collecte, dan heb je het door, waar je beter van wordt.

Broeders en zusters, ja en dan Lucas 17. Van danken word je beter. Dat zou ik boven dit verhaal willen zetten. Een Samaritaan en 9 Joden. Een Samaritaan die dankt. Je zou zeggen: een heiden die dankt. En 9 Joden die met de noorderzon zijn vertrokken. Zeg maar: 9 kerkleden, die vergeten te danken. Eigenlijk de omgekeerde wereld, hè? Het is alsof de kerk op dankdag vol zit met mensen die niet naar de kerk gaan.

Weet u waarom Jezus dit verhaal vertelt? Dat heeft alles te maken met die beginwoorden in onze tekst. Je zou er zo overheen lezen. Jezus reist naar Jeruzalem. Lucas is bezig met zijn zogenaamde reisverslag. Begonnen in Lucas 9. Jezus' laatste reis naar Jeruzalem. Dat betekent dat het kruis eraan komt. Zijn dood. Jezus is onderweg om Gods genade te verdienen. Ons genadebrood. Ja, maar op die weg naar Jeruzalem krijgt Jezus te maken met een groeiende haat tegen Hem. Ik hoef alleen maar het woord Farizeeër te noemen. Dan weet u waar ik op doel. Ze moeten Jezus niet. Genadebrood? Ze lusten het niet. Een Meester, die slaaf is? Weg ermee.

Goed, op een gegeven moment komt er een Samaritaan bij Jezus. Hij valt voor Jezus op de knieën. Om hem te bedanken. En dan krijgen we te horen wat er is gebeurd. Een paar week geleden. Lucas gaat even terug in de geschiedenis. Wat is er loos met die Samaritaan? Wel, een paar week terug was Jezus nog in een andere streek. In het grensgebied van Galilea en Samaria. Misschien hebt u een kaart van Israël in uw Bijbel. Zoek hem maar eens op, als u wilt. En vooral de jongelui. De kaart: Israël in de tijd van Jezus. U ziet: bijna bovenaan: Galilea. En daaronder: Samaria. Nu daartussenin (ergens bij Nain of Megiddo) ontmoet Jezus 10 mannen. 9 Joden, 1 Samaritaan. Negen kerkmensen. 1 heiden. Eigenlijk willen ze niks met elkaar te maken hebben. Dat is al een eeuwenoude ruzie. Vanuit de tijd van de koningen. Samaria, zeggen de Joden: dat zijn geen kinderen van God. De Joden, zeggen de Samaritanen: die drijvers, die Jeruzalem zo hoog in het vaandel hebben geschreven.

Maar in Lucas 17 hebben ze elkaar gevonden. Dat groepje van 10. Jood of Samaritaan zijn, da's nu even niet belangrijk. Nee, er is één ding dat hen bindt. Hun ziekte. Ze zijn melaats. En als je lotgenoten vindt, dan vallen grenzen weg. Ja toch? Ouders van kinderen met een handicap vragen niet aan ouders met net zo'n kind: gaan jullie naar onze kerk? Nee, dan hebben ze het eerst over hun kind. Ja, maar er valt nog een grens weg in dat grensgebied. Want Jezus is er. Je hoort het ze zeggen tegen elkaar: mannen, daar moeten we zijn. Want van die Jezus hebben we al zoveel gehoord. Hij maakt zieken beter. Nou daar gaan ze. Tien melaatsen.

Weet u wat voor mensen dat zijn? We hebben het gelezen in het Oude Testament. In één woord: het zijn paria's. Ze zijn voor een tijdje uit de samenleving gezet. Hun dorp uitgestuurd. Uit hun huis weg. Bij hun gezin vandaan. Ja, want het is wel besmettelijk. Vergelijk het maar met mensen, die vroeger vanwege tbc. in een tentje moesten slapen. Ze worden gemeden als de pest. En daarom moeten ze ook roepen: onrein, onrein. Mensen kom niet in de buurt. Weet u wat deze mensen nodig hebben: ze moeten eerst beter worden. Eerder kunnen ze niet terug. En in Leviticus lezen we dat ze verzoening nodig hebben. Er moet voor hen geofferd worden voor ze terugkunnen. Weer opgenomen in de gemeenschap van God met Zijn volk.

Kijk, en nu ontmoeten ze Jezus. De Genezer. Onrein, onrein, roepen ze tot de mensen. Ja, maar tegen Jezus' roepen ze nog meer: Je ziet ze staan van verre afstand: Meester, heb medelijden met ons. Net als Bartimeüs, de blinde. En net als die kananese vrouw die een zieke dochter had. De vrouw van de kruimeltjes voor de honden, Matteüs 15. je hoort hier de roep: Kyrie-eleis.

Ja, en bij Jezus zijn ze aan het goede adres. De zieke moet bij de dokter zijn. En Jezus is de dokter die God heeft gestuurd. Hij geneest het leven. Geestelijk. Maar ook materieel. Uw hele leven, inclusief brood en gezondheid. U moet ervoor bij Jezus zijn. Jezus is gekomen om het verlorene, ook de zieke die zich verloren voelt, te redden. Dat is juist de inzet van zijn reis naar Jeruzalem. Jezus laat Gods medelijden met deze wereld zien. Hij is in eigen persoon Gods medelijden met de wereld. De Meester Zelf redt.

Gemeente, ziet u die 10 mannen daar staan? Hulpvragers bij het goede loket? Nu, Jezus' reactie lijkt een beetje vreemd. Zeker tegen de achtergrond van het gelezen gedeelte. Ga naar de priester. O zeker, de priester. Ze weten het wel. Die heeft in hun ziekte een belangrijke plek. Haast een soort dokter, zoals we lezen in Leviticus. Maar de 10 mannen zijn nog ziek. Ze hebben nog niet zo heel veel bij de priester te zoeken. Pas als ze aan de beterende hand zijn moeten ze weer naar de priester. Een vreemde opdracht dus.

Maar ziet u eens wat ze doen. Alle 10. Ze gaan. Ze gehoorzamen Jezus. Zonder vragen doen ze wat Hij zegt. Kijk, dat is nou geloof. Ja, van alle 10. Ze erkennen dat Jezus DE dokter is. Ze hebben 'Meester' gezegd. Ze doen er ook naar. Ze zijn net als iemand die leert autorijden. Na één les zegt de instructeur. Ga maar examen doen. De leerling vertrouwt de instructeur. Als hij het zegt, komt het wel goed.

En het komt goed. Jezus geneest de 10. Reken maar dat ze elkaar vreemd hebben aangekeken. Moet je eens kijken zeg: weg die witte plekken. Hé, bij jou ook. Wat denkt u. Zullen ze blij zijn geweest? Als je ziek bent en je wordt beter, ben je dan blij? Natuurlijk, wat een vraag. Op naar de priester. Je laten zien. Offeren. En dan... naar huis. Naar je dorp. Naar vrouw en kinderen. Ze lopen een stapje harder. En als ze na een tussenstop bij de priester, weer thuis zijn, zullen ze wel vol verhalen hebben gezeten. Over hun eenzaamheid. Over de club van 10. Over hun wonderbaarlijke genezing. Over die Jezus. Maar het werk wacht weer. En na korte tijd zijn ze weer overgegaan tot de orde van de dag.

Ja, maar er is één die nog niet naar huis is gegaan. Hij is op zoek gegaan. Naar Jezus. Ja, want Jezus was wel klaar met hem. Maar hij is nog niet klaar met Jezus. Ik wil U, o God, mijn dank betalen. U prijzen in mijn levenslied. De ziekte kon wel nederdalen. Maar Gij, mijn God, begaf mij niet. Hoort u de man zingen? God prijzende. En iedereen hoort het. Hij schaamt zich niet. Voor zijn eerste roep schaamde hij zich: onrein, onrein. Zijn ellende. Zijn tweede roep was een schreeuw uit de diepte: Kyrie-eleis. Zijn roep om verlossing. Zijn derde roep is de roep van het ware geloof: Zijn dankbaarheid aan het goede adres. Bij Jezus. Bij God.

Nou, broeders en zusters, dat is dankdag. Ik kan het wel zo zeggen: de Samaritaan houdt dankdag. Nee, hij betaalt zijn dokter Jezus niet. De genezing was gratis en voor niks. Genadebrood. Hij zou de rekening niet eens hebben kunnen betalen. Het offer dat bij de priester voor hem gebracht is, ging boven zijn eigen macht. Maar Hij heeft het ware offer gevonden: Jezus op weg naar Jeruzalem.

Gemeente, dat is dankdag vieren. Jezus danken voor uw brood, dat u uzelf inderdaad niet kunt geven. En voor de kleren, die u zelf niet kunt kopen. En voor uw leven dat uzelf niet in uw hand hebt. God gaf het u. Gratis en voor niks. Betaald op Golgota. De boodschappenkar helemaal vol. Of misschien wel wat leger. Of misschien wel bijna leeg. Maar wat erin lag, of het nu veel was of weinig, God gaf het u. En Jezus verdiende het voor u.

Kijk, en zo komt Jezus vandaag ook met een appèl naar u toe. Want eigenlijk is het heel beschamend, die ontmoeting van Jezus met die ene Samaritaan. Één van de 10, die heiden nog wel, die van het geloof niks snapte, heeft gezongen: ik wil U, o God, mijn dank betalen. Maar het was geen 10-stemmig koor. De anderen zijn allang weer aan het werk. Ze hebben van Jezus geprofiteerd. Maar ze zijn hem weer vergeten. Wat telt is dat ze weer beter zijn. Waar zijn de negen? Jezus is verwonderd. Hoe kan dat nou? Da's toch vreemd. Je loopt toch niet met je volle karretje de kassa voorbij. Je vergeet toch niet om God jouw dank te betalen? En Jezus kijkt over het hoofd van de Samaritaan de mensen aan, die die Samaritaan hoorden zingen. En Jezus kijkt u aan. En Jezus ziet onze samenleving zonder God. Wel rijk, wel genezen in materiële zin, maar zonder geloof. Arme samenleving. En Jezus vraagt aan u. Hoe ziet uw leven eruit? Profiteert u wel van mij, zoals die 9 andere kerkmensen, maar dankt u Mij niet. Is uw leven een offer van dankbaarheid aan God? Niet alleen die ene woensdagavond in het jaar. Als het een avond is die niet past in uw leven van elke dag, dan stelt het echt niks voor. We hebben hier vanavond geen avond om even af te betalen. Zo, nu heb ik mijn tekort aan dank weer even aangevuld. Het is geen jaarlijks ritueel. Nee, dankdag houden, dat duurt 365 dagen per jaar. Uw leven is een dankoffer. Of het is geen dankoffer. De Samaritaan liet zien: mijn leven is een dankoffer. De 9 lieten zien: danken? Waarvoor eigenlijk? hebben we als kerkleden, Joden, geen rechten bij God?

Broeders en zusters, moet u eens horen wat Jezus' conclusie uit dit gebeuren is. Een woord aan het adres van die allochtoon (dat woord staat er eigenlijk in het grieks). Die heidense Samaritaan. Die man die elke zondag in de verkeerde kerk zit. Ga nu maar naar huis, zegt Jezus. Vertel het maar aan je vrouw en kinderen. Je geloof heeft je gered.

En die negen dan? Geloofden die niet? Ze gehoorzaamden Jezus wel, zagen we. En dat heeft met geloof te maken. Maar geloven en gehoorzamen is niet altijd hetzelfde. Je kunt ook gehoorzamen om er zelf beter van te worden. Een vader die zegt: je moet het zadel van je fiets hoger zetten, anders zit je te laag. Dan doe je het om er beter van te worden. Dat is slaafse gehoorzaamheid. Daar kun je je hart buiten laten. Maar de gehoorzaamheid van het geloof is anders. Dan doe je het, want Jezus zegt het. Hij is de Redder. En dan dank je Jezus voor wie Hij is. Nou, en dan zegt Jezus: uw geloof heeft u gered.

Uw geloof? Nee, hoor zal die Samaritaan zeggen: U hebt mij gered. dat geloof ik. Dank u wel, Heer Jezus. Kijk, dat is het ware geloof.

Broeders en zusters, en dankdag vieren zonder geloof heeft geen zin. Dat is verspilling van tijd en geld. De Samaritaan werd er niet beter van. Materieel gezien. Het kostte hem tijd en geld. Maar toch werd hij beter. En hij werd er beter van. Want Hij had Jezus gevonden. Zijn Redder, Zijn dokter. De dokter van boven. God. De andere 9 werden er beter van. Materieel gezien. Ze konden meer tijd aan hun werk besteden. En aan hun gezin. Maar gezond en rijk bleven ze arm. Hun offer in de tempel had hun schuld met God niet verzoend. Er bleef iets tussen God en hen in staan. Hun ondankbaarheid.

Broeders en zusters, dankdag vieren. Laten we dat doen met de vraag: ben ik die ene of hoor ik bij die negen? Loop ik zonder te betalen de C1000 uit of passeer ik de kassa? Dank ik Jezus of bedank ik mezelf en mijn inspanningen? Denk daar niet alleen vanavond over na. Maar zet uw leven en uw brood en uw kleren eens in dat raam. Wilt u uw God uw dank betalen?

Amen.


Punten voor gebed en dankzegging (en ook om te vragen):

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar