Maria en Marta (Deel 1: Wees eerst een Maria, en dan pas een Marta)

Thema: Wees eerst een Maria, en dan pas een Marta
Tekst: Lucas 10: 38-42
Tekstgedeelte(n):

Lucas 8: 1-3
Lucas 9: 43-56
Lucas 10: 38-42

Door: Ds. M. Tel (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Bunschoten-Oost)
Gehouden te: Bunschoten-Oost op 20 januari 2002
Ede-Noord en Ede-Zuid op 27 januari 2002
Huizen op 3 maart 2002
Opmerking RJCV: De delen van de prekenserie Maria en Marta kunnen afzonderlijk van elkaar gelezen worden. De preken passen vooral in de lijdenstijd, en de tijd vlak daarvoor. De prekenserie bestaat uit:
1: Luc10v38 - Wees eerst een Maria, en dan pas een Marta
2: Joh11v21 - Jezus is de opstanding en het leven
3: Joh12v01 - Jezus is arm geworden, om ons rijk te maken
Extra:

Inleiding op de prekenserie Maria en Marta.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 116: 1, 10
Ps. 16: 1-2
Lezen:Lucas 8: 1-3; Lucas 9: 43-56
Collecte
Ps. 16: 3-5
Tekst: Lucas 10: 38-42
Preek
Lied 328
Ps. 121: 3-4
Zegen

Gemeente van onze Here Jezus Christus.

'Oh jongens. Hoe moet ik dat hebben?', denkt Marta. De Here komt langs. Met al zijn discipelen. Hele reis gehad. Wat zullen ze een honger hebben. Snel. Hun voeten wassen. Eten klaar zetten. Wat heb ik allemaal nog in huis? Ja, dat red ik wel. Alles uit de kast halen. Klaar zetten. Oh wat heerlijk, Jezus weer bij ons. Die zal ik het beste van het beste geven. Die verdient een goede maaltijd. Als ik dat er nou ook nog bij pak. Iets te drinken, mensen. Ga lekker zitten. Hoor eens, Jezus begint meteen te spreken. Wat kan Hij prachtig spreken. Nou nog even doorwerken, Even luisteren hoor. Ja, geweldig, zoals Hij het zegt. Maar kom, nou moet er ook eten komen. Waar is Maria eigenlijk, mijn zus. Die kan toch ook wel even helpen. Moet je nou eens kijken. Alleen maar aan het luisteren. Ze is gewoon gaan zitten. Dat kan toch niet. Dat zal Jezus toch ook wel snappen dat dit niet kan. Zo krijgt Hij geen eten. Here, zet U Maria ook eens aan het werk. Ik moet alles helemaal alleen doen. Dat vind U toch niet goed.

Marta, Marta. Ze doet zo geweldig haar best. En ze houdt van de Here Jezus. Ze wil alles voor Hem doen. Maar ze begrijpt het niet helemaal. Jezus is op weg naar Jeruzalem. Daar zal Hij sterven. Dan gaat Hij naar de hemel. Je kunt beter eerst luisteren, Marta. Straks kan het niet meer. Fijn dat je zo goed je best doet. Maar al dat bedienen, kan straks niet meer. Luisteren wel. Doe maar net als Maria.

Thema:

Wees eerst een Maria, en dan pas een Marta

Broeders en zusters, met deze geschiedenis kun je van alles doen. Zo is het kloosterleven er mee verdedigd. Of lijdelijk leven. Stil zitten lezen. En niet in de wereld aan het werk. Altijd maar luisteren, lezen, bidden. Niet zo activistisch. Ga maar met een boekje in een hoekje. In de politiek, daar hoort een christen niet. Laat de wereld, de wereld. Zeg je baan op. Wees een Maria, luisteren, mediteren. Kies niet voor het actieve leven. Maar wees stil. Je kunt veel met dit verhaal doen. En Marta komt er eigenlijk altijd slecht af. Wat een werkezel. Werken, werken en nog eens werken. Een sloofje. Loopt met de stoffer door het hele huis. Dom gansje. Zo wordt ze afgebeeld. In een Kivive stond een fotopuzzel. Een meisje met hoofddoek om, doekje op de bank, schoonmaakmiddel in de zak. En geërgerd kijken naar een ander meisje, dat alleen de bijbel leest. Een sloofje. Een juffrouw met een bezem. 'Marta, Marta, leg je bezem neer', zegt het lied van Elly en Rikkert.

Een sloom typje. Of juist een schoonmaakkenau. Dat is haar beeld. Maar ik ga in deze preek een lans breken voor Marta. Zo slecht is ze niet. En ze is hier helemaal niet aan het schoonmaken. Ze heeft de bezem niet in de hand. Ze dient. Dat klinkt wat negatief. Wie wil er nog dienen, tegenwoordig. Maar bedoeld wordt: ze bedient. Zij zorgt voor het eten. Het is ook nogal niet wat. Komt Jezus langs - die zal toch het beste van het beste krijgen. En Hij neemt zijn volgelingen waarschijnlijk nog mee ook. Hoe gaat dat in het Oosten? Daar kennen we de verhalen van. Het gemeste kalf wordt aangerukt, als er gasten komen. Vers brood gebakken. Het fijnste van het fijnste komt op tafel. Oosterse gastvrijheid is spreekwoordelijk. Ach, eigenlijk kan iedereen die gasten ontvangt dit wel begrijpen: Dan zet je wat voor. Dan ben je hartelijk. Dan ga je niet eerst zitten. Marta wil hier alles doen voor haar Heer. Ze noemt Hem ook Heer, wat een ontzag! En als er staat dienen, betekent dat niet dat ze minderwaardig is. Zíj ontvangt Jezus. In haar huis, staat er in de Statenvertaling bij. Zij is hier de baas. Zij is de manager, die opeens alles moet regelen.

Dienen, doet ze. Er zijn voor de gasten. Er zijn voor Jezus. En daar is helemaal niks mis mee. Moet je maar eens naar het vorige verhaal kijken, de barmhartige Samaritaan. Die wist wat dienen was. Hij stelde zijn leven in de waagschaal met al die rovers daar. Maar hij zorgde. Dienen. We hebben gelezen van de vrouwen in Galilea. Maria Magdalena, Johanna, Susanna en vele anderen. Ze worden met ere genoemd. Zij dienden Hem met wat ze hadden. Doet Marta ook maar iets anders? Dienen, geweldig. Weet u wat voor woord daar gebruikt wordt? Ze doet aan diakonie. Diakenen heten ook dienaren. Dat is toch precies wat in de kerk thuis hoort: klaar staan voor anderen. En al helemaal voor Jezus. Voor Hem heeft ze juist alles over. En helemaal niet dat ze niet geluisterd heeft, hoor. Nee, natuurlijk niet. Intussen luistert ze ook. Weer de Statenvertaling: die zegt dat Maria ook ging zitten en luisteren. Maria ook. Nadat Marta net genoemd is. Marta is dus ook begonnen met luisteren. Maar daar kom je er niet mee. Er moet ook eten op tafel komen.

En weet Jezus dat te waarderen. Nou en of. In Johannes 11 staat dat Hij hield van Maria, haar broer Lazarus, maar ook van Marta. Hij had hun lief. Marta ook, met al haar voortvarendheid. Zij mag ook bij Jezus zijn. Nee, gebruik dit verhaal niet om te zeggen: 'Niet te veel activiteiten, dat hoort niet in de kerk'. Of: 'Geen politiek, dat is voor een christen een plaats waar hij niet thuis hoort'. Zeg niet: 'Zending moet alleen maar Gods woord verkondigen zijn. Geen hulp erbij, want dat leidt af van het Woord'. 'Wees maar een Maria'. Welnee, er moet gediend worden in Gods koninkrijk. We mogen om ons heen kijken. Wie er is voor de ander, is heel goed bezig. Wie zijn leven inzet voor asielzoekers is precies de barmhartige Samaritaan. God gebruikt verschillende mensen in de kerk. Studeerders. Luisteraars, Maria's. Maar doeners, mensen met de handen uit de mouwen net zo goed. De Marta's horen ook in de kerk thuis. Durf gerust een Marta te zijn. Laat je zien.

Maar toch krijgt deze Marta de kous op de kop. Met al haar goede daden, blijkt ze nu toch verkeerd te zitten. Niet omdat dienen op zich slecht is. Niet omdat gastvrijheid een zonde is. Maar het gaat om het moment. Er zijn van die momenten dat je de handen in de mouwen moet laten. Dat je moet gaan zitten. En luisteren. En zo'n moment is het nu. Dat gaat Jezus duidelijk maken, met zijn terechtwijzing aan Marta. Marta weet: ze zijn op reis, ze zijn hongerig. Terwijl ze op reis zijn, staat er. Zij denkt: juist nu moeten ze eten. Maar daarmee laat ze zien, dat ze van de reis van Jezus niet zoveel snapt. Waar gaat Hij naar toe? We hebben het gelezen in Lucas 9. Naar Jeruzalem. Hij gaat naar de hoofdstad. Waarom? Omdat het tijd is. Het geschiedde toen de dagen van zijn opneming in vervulling gingen, dat Hij naar Jeruzalem ging.

De dagen van zijn opneming. Jezus gaat heel bewust naar Jeruzalem, omdat Hij weet: het is tijd. Het is tijd voor de kruisiging. Het is tijd voor mijn dood. Het is tijd dat Ik de zonde van ieder op Mij neem. Het is de tijd van Verlossing. Het is de tijd, dat Ik naar Vader mag, nadat ik eerst door Vader ben verlaten. Deze reis is een afscheidsreis. Nu nog één keer kan iedereen het evangelie horen. Nu moet je luisteren. Juist in Lucas wordt er heel veel werk gemaakt van deze afscheidsreis. Het is een reis van het noorden, Galilea, naar het zuiden, Juda / Jeruzalem. Bij Matteüs en Markus lees je er heel weinig over. Maar Lucas vertelt ons van alles van die reis. Zo dit verhaal van Maria en Marta. Dat vertelt alleen hij. Lucas is dus ontzettend bezig met die dagen van de opneming - dat Jezus weg gaat. En juist deze geschiedenis vermeldt hij, omdat het zo duidelijk maakt: 'Ik zal er niet meer zijn', dat zegt Jezus hier.

Hij maakt het volstrekt helder. Hij zegt geen vriendelijke woorden over de dienst van Marta, over de goede ontvangst. Hij zegt niet, wat doe je je best Marta, maar Maria doet het net wat beter. Nee, Hij is heel duidelijk: Er is maar één ding nodig. Eén ding. De rest niet. Maria doet goed. Niet beter of best. En dus jij doet het ook wel een beetje goed. Nee, Maria zit gewoon goed. En Marta's werk wordt aan de kant geschoven. Maria heeft het goede deel gekozen. Waarom? Nou, Maria heeft iets gekozen wat haar niet kan worden afgenomen. En wat jij doet, Marta, dat kan je wel afgenomen worden. Dat begrijp je alleen maar, als je weet waar de reis naar toe gaat. Naar mijn opneming van deze aarde. Dan kun je niet meer dienen. Dat is voorbij. Dan hoef je geen gebakken visje of een stukje brood of een gemest kalf voor Jezus neer te zetten. Het kan niet eens. Hij is er niet meer. Misschien heeft Marta wel van alles in haar hoofd. Zoals de discipelen ruzie maken, wie wordt nou het belangrijkst in het koninkrijk van Jezus. Ze begrijpen er nog niks van, dat het een hemels koninkrijk wordt. Zo zit Marta misschien al te denken: Als Hij straks Koning is… Hoe zal zijn hofhouding geregeld zijn? Zal ik daar ook een taak in hebben? Hoe kan ik dan dienen? Ze zou er geknipt voor zijn. Alleen, er zijn geen gedekte tafels meer. Er hoeven geen voeten meer gewassen te worden. Er zullen geen lekkernijen meer voorgeschoteld worden. Jezus is er niet meer. Dienen blijft niet. Dat wordt je afgenomen. Maar luisteren wel. Dat zal doorgaan. Wie deze Koning wil blijven volgen, zelfs na zijn opneming, zal allereerst luisteren.

Dat is het deel wat zeker is. Luisteren blijft. En daarom: Marta, wordt eerst als Maria. Leer luisteren. Want daar zul je het in mijn koninkrijk van moeten hebben. Broeders en zusters, dat zegt heel veel over ons natuurlijk. Wij zijn kerk na hemelvaart. Na de opneming. Jezus is er niet meer. Wat zouden we Hem graag willen aanraken. En stel je voor dat Hij bij ons zou komen eten. Wat zouden we een feestmaal klaarmaken. Maar dat is er niet bij. Na de jongste dag wel. Dan wordt het bruiloft. Maar nu niet. We kunnen Hem niks voorzetten. Maar nog altijd kunnen we onze oren te luisteren leggen. Daar zijn we als eerste op aangewezen. Dat vinden we misschien wel vervelend. Alleen maar luisteren. Niets kunnen zien. Niets kunnen zorgen. Maar dat is het eerste. Gods boek open. Opnieuw luisteren naar al die prachtige dingen die Jezus gezegd heeft. Gods woord napluizen. Kunnen we dat nog in onze snelle wereld, die uit is op uiterlijke verzorging, en goed gedekte tafels? Gewoon stil zijn. Intens luisteren wat God te zeggen heeft. Hongerig zijn naar de kennis van Christus. Natuurlijk, we moeten onze zaakjes goed voor elkaar hebben. Het betekent niet, dat we mogen nietsdoen. Zo is deze geschiedenis wel misbruikt. Natuurlijk, we mogen tijd besteden aan verzorging, aan doen, aan zorgen en dienen. Maar het gaat om de prioriteit. Wees gerust een Marta. Ga aan de slag. Het begint met luisteren. Altijd weer. Geloven is niet door doen. Geloven is uit het horen. Eerst Maria willen zijn. Eerst je voegen onder de Here.

Anders gaat het fout. Dat is het laatste gedeelte van de preek. Wees een Marta, daar is niks mis mee, is tot nu toe de boodschap. Alleen, wees allereerst een Maria. Anders groeit die Marta-houding helemaal krom. We kunnen in de kerk veel dienen, veel doen. We kunnen zelfs over de hele wereld bezig zijn. We kunnen geld inzamelen voor een goed doel. We steunen Open Doors. We gaan allemaal naar die avonden. We kunnen omkijken naar onze zieke buurman. Allemaal goed. Het moet allemaal ook. Dit stuk zegt niet: och, als je je bijbeltje maar leest, dan is het goed. Zeker niet. Niet voor niets komt het achter de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Alleen, als je het niet doet vanuit een luisterhouding; als je niet op de knieën gaat voor God, gaat het mis. Dan worden het eigen werken. Dan lijkt het allemaal prachtig. Reken maar dat Marta alles voor elkaar had. Maar het is leeg. We moeten veel in de kerk. Maar als we niet eerst hebben stil gestaan bij het doel van Jezus reis… Hij is gestorven. Voor Mij. Hij heeft zijn leven gegeven, voor mijn zonden. Ik ben een zondig mens. Ik moet me helemaal overgeven aan Jezus. Aan zijn genade. Anders word ik niet gered. Als je geen weet hebt van die bevrijdende kracht van onze Here. Dan kun je veel doen. Dan kunnen mensen tegen je opkijken: 'Altijd ouderling geweest. Zo'n lieve diaken, dienaar. Wat is dat mens actief in de gemeente. Wat heb ik veel steun van haar gehad.' Dan lijkt het alsof je geweldig veel vruchten hebt op het geloof. Maar het komt alleen uit jezelf. Vruchten groeien pas, als je echt verbonden bent met Christus. Maar als die verbinding er niet is, wordt het eigenwaan.

Voor je het weet, groeit het scheef. Dat merk je zo duidelijk bij Marta. Haar geweldige actiebereidheid. En het was zelfs voor Jezus. Maar, het was niet geboren uit het luisteren. En dan loop je er in vast. Moet je maar eens kijken. Wat zit er een jaloezie in. Laat ze mij het werk helemaal alleen opknappen. Dat woordje alleen, spreekt boekdelen. Altijd moet ik het doen. En misschien heeft ze wel gezonde verlangens. Misschien wil ze ook graag luisteren. En als Maria nou maar even mee aanpakte… Dan kon zij ook gaan zitten, ook die woorden van Jezus blijven horen. Maar het is jaloers zijn. En dan die manier waarop ze met Jezus omgaat. Het klinkt bijna als een berisping. 'Zou u daar nou ook niet eens wat van zeggen. Doe eens even wat.' Dat kan er gebeuren. Als het doen zonder luisteren wordt. Je gaat je zelfs boven je meester verheffen.

Dat wijst Jezus dan ook aan. Marta, Marta. Prachtig, dat dubbele Marta. Duidelijke terechtwijzing. Maar tegelijk hoor je de band erin. Ik hou van je. Net als bij Simon, Simon, de satan probeert je te ziften. Saul, Saul, waarom achtervolg je Mij. Duidelijke taal. En tegelijk zo vol liefde. Marta, Marta, het gaat niet goed zo met je. Je bent bezorgd. Je bent druk, zeg maar onrustig. Dat zijn woorden die duidelijk maken dat er iets mis is. Bezorgd. Bekommerd. Weet u wanneer Jezus dat woord ook gebruikt. Als Hij het heeft over de zorg voor eten en drinken. Bezorgdheid als de heidenen. Je kunt er niet meer overheen kijken. Drukte, oproer. Jachtig. Je redt het niet meer. Kennen we het niet in de gemeente? Jagen, jachten, om je zaakjes voor elkaar te krijgen. Dit moet nog en dat. Allemaal werk voor de Heer. Hem met heel je lichaam dienen. Maar intussen denk je: 'Waarom knapt die nou niet wat meer op? En die zit ook altijd maar te lanterfanten. En die kijkt niet eens naar mij om. Waarom moet ik nu altijd helpen. Here, doe er eens wat aan, in de gemeente.' Doen, actie, dienen. Allemaal prachtig. Maar je loopt er in vast. Je wordt jaloers op anderen, of nijdig. Je bent helemaal in beslag genomen.

Dat overkomt ons allemaal, als we ons hart voor de kerk op de goede plaats hebben zitten. Dan wil je, Graag! Prachtig. Maar neem steeds de tijd om te bedenken. Waar ging het ook allemaal weer om. Wees op tijd stil. Wees op tijd een Maria. Bedenk: Jezus is opgenomen. Hij mag bij Vader zijn. Hij heeft het leven verworven. Hij heeft gedaan, wat ik met al mijn goede daden niet kan. Hij heeft het leven verworven. Dat hoef Ik niet meer. Ik mag heel veel doen. Maar Hij is Mij voorgegaan. Ik mag leven van zijn genade. Ik mag vol worden van zijn Geest. Eerst luisteren. Eerst stil zijn. En dan weer dienen, als een Marta.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar