Jezus maakt je schoon

Thema: Jezus maakt je schoon
Tekst: Lucas 5: 12-16
Tekstgedeelte(n): Numeri 5: 1-4
Jesaja 53
Lucas 5: 12-16
Door: Ds. G. Meijer (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Assen-Zuid)
Gehouden te: Barendrecht op 18 januari 1998
Pernis - Albrandswaard op 25 januari 1998
Krimpen a/d IJssel op 15 februari 1998
Rotterdam - Hillegersberg / Schiebroek op 15 februari 1998

Aanwijzingen voor de Liturgie

Ps. 16: 1, 4-5
(Morgendienst: Wet)
(Morgendienst: lied: eigen keuze)
Gebed
Lezen: Numeri 5: 1-4
Gez. 17: 1-2
Lezen: Jesaja 53
Gez. 17: 3
Tekst: Lucas 5: 12-16
Preek
Ps. 51: 4-5
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
Gebed
Collecte
Gez. 17: 4-5


Ik ben ziek.
Ik zie er niet uit.
Ik heb hèt, de Ziekte.
De vreselijke ziekte.
Maladie, melaatsheid.
Ik heb het, de Plaag, met een hoofdletter.

Nee, ik zie er niet uit.
M'n hele lichaam één en al uitslag.
Witte vlekken en schimmelende plekken.
Vieze zweren, overal.
Stinkende wonden.

Van top tot teen aangetast.
Men mijdt mij.
Men mijdt mij als de Pest.
Geen wonder.
Ik heb de Plaag.
Ik ben afzichtelijk, afstotelijk.
Ik ben melaats.

Wat moet ik doen?
Er is niets aan te doen.
Voor mij is er geen dokter.
De geneeskunde staat machteloos.

Waar kan ik heen?
Ik ben buitengesloten.
Verbannen. Uitgestoten.
Ik hoor er niet bij.
Ik mag de stad niet in.
Afzondering moet, dat staat in de Wet.
Dat zegt Mozes in het vierde boek.
Dat zei Jahweh tegen Mozes.

Gebiedt de Israëlieten, dat zij wegzenden alle melaatsen, allen die onrein zijn.
Als de onreinen buiten zijn, wordt de legerplaats niet verontreinigd.
Dan blijft de plaats waar Ik in jullie midden woon rein.

Ja, waar God is, daar moet alles schoon zijn.
Dat spreekt voor zich.
Waar de HERE is, moet alles zuiver zijn.
En rein.

Ik ben ónrein.
Ik ben als Mirjam.
Zoals daarover geschreven staat in Mozes' vierde boek.
Mirjam heeft eens vraagtekens geplaatst bij de unieke positie van haar broer Mozes.
Toen is de toorn van Jahweh ontbrand.
Hij heeft met Aäron en Mirjam gesproken.
En toen Hij weggegaan is, zie, Mirjam was melaats als sneeuw.
Sneeuwwit was ze.
Maar dan niet alsof ze net gewassen was.
Niet sneeuwwit na reiniging, zoals David daarover zingt in Psalm 51:

Was mij geheel en uit de nacht herrezen
zal ik dan sneeuwwit voor uw ogen staan.

Mirjam was sneeuwwit.
Niet als gereinigde, maar als een ónreine.
Een vrouw, vol melaatsheid.
Zij werd toen buitengesloten.
Dat was de tucht van de HERE.
Tijdelijk was ze buiten de gemeenschap van Gods volk.
Zij was als een doodgeborene, een levende dode.
Gods toorn rustte op haar.

Gods toorn rust ook op mij.
Ik ben door Hem vervloekt.
Een levende dode.
Ik ben buitengesloten.
Tijdelijk buiten de gemeenschap van Gods volk.
Ik moet afstand bewaren.
En ook als mensen mij naderen moet ik degene zijn die de afstand bewaart.
Dan moet ik roepen: "Onrein, onrein!"

Wat ik nodig heb, is niet alleen genezing.
Nee, ik wil er weer bíj horen.
Ik heb reiniging nodig.
Dat gaat verder dan genezing.
Gods slaande hand moet weg.
Ik wil het van de daken kunnen uitroepen: "Rein, rein!"

Nu wordt er hier in de omgeving de laatste tijd veel gesproken over ene Jezus.
Jezus uit Nazaret.
De Leermeester die mensen versteld doet staan van zijn leer.
De Heelmeester bij wie de geneeskunde verbleekt.
Er wordt over Hem gesproken als over de Heiland.
Ja, ik denk dat Híj mij zal kunnen genezen.
Ik weet het wel zeker: Híj zal mij kunnen reinigen, als Hij het maar wil.
En dan, als Jezus mij schoonmaakt, dan zal ik weer welkom zijn!

***

Wij zijn ziek.
We zien er niet uit.
Nee, echt niet.
Als mens zonder Christus zie je er niet uit.
Misschien lijken we nog heel wat, maar laten we eerlijk zijn: we zijn van top tot teen aangetast.
Wij kunnen het camoufleren door een mooi uiterlijk.
Goed verzorgd.
Je hebt God lief boven alles en je naaste als jezelf.

Tjonge, híj is nog eens iemand die God liefheeft!
Zíj kijkt nog eens naar haar medemens om!

Maar hoe zit het dieper?

Gelukkig zijn de donkere uithoeken van ons hart voor zuster X en broeder Y niet te ontdekken, al komt er soms misschien wel iets van naar buiten.
Gelukkig voor ons komen onze verborgen zonden niet aan het licht.
We zouden er niet uitzien.
Onzuivere ideeën, onreine plannen.
Onzuivere motieven, onreine daden.
Onzuivere verlangens, onreine gedachten.
Al die keren dat je die ander wel weet-ik-wat kon doen.
Al die keren dat je ogen plezier beleefden aan zaken die in deze zondige wereld schering en inslag zijn, maar die in een ontzondigde wereld niet zouden bestaan.

God kijkt naar binnen.
Hij kent die puinhoop in je hart.
Hij vertoornt zich verschrikkelijk zowel over de zonde die ons is aangeboren als over de zonde die wij doen (Zondag 4 Heidelbergse Catechismus).
Wij zijn om onze zonden door God vervloekt.
Levende doden.

Wat moeten we doen?
Waar kunnen we heen?
HERE, waar dan heen?

***

Jezus is vertrouwd met zieken.
Hij is een dertiger.
Hij is zijn werk begonnen.
De mens die deze losgeslagen wereld binnenkwam.
De wereld die total-loss ligt.
Compleet uit z'n voegen.
Verwoest door de zonde.
Jezus is begonnen aan zijn herstelwerk.
Hij is de Christus, de Gezalfde. De Heilige Geest is op Hem.
En zijn werkterrein ligt allereerst in het noorden van het land: in Galilea.
Rond het meer Gennesaret en in de steden daar in de buurt.

Tijdens zijn verblijf in een van die steden komt Hij in het blikveld van de melaatse man.
En in plaats dat die man grotere afstand bewaart en roept: "Onrein, onrein", gaat hij juist naar Hem toe en maakt een diepe en eerbiedige buiging.
Hij knielt op de grond neer, voor Jezus.

Mijn Heer, als U het wilt, dan kúnt U mij reinigen.

Het is een belijdenis.
Het is een gebed.
HERE, ik weet dat U de Heelmeester bent.
Dat U niet alleen kunt genézen, maar dat U kunt reínigen.
Dat U kunt wat alleen God kan: de Plaag en zo de vloek van mij wegnemen.
Ik weet dat U de slaande hand van de HERE God van mij weg kunt nemen.
Dat U ervoor kunt zorgen dat ik er weer bij hoor.

De vervloekte, hij is wel overtuigd van Jezus' Goddelijke macht, maar nog niet van zijn wil.
De verbannene, hij wordt door Jezus niet gestraft omdat hij geen afstand heeft bewaard.
Wat een Goddelijke liefde van Jezus voor deze vervloekte man!
Gods liefde in Jezus Christus.
Jezus zoekt contact met levende doden.
Contact ook met deze melaatse man.
En dat doet Hij heel letterlijk: Hij raakt hem aan.
En dan toont Jezus zijn macht èn zijn wil aan de melaatse man.
Hij verhoort zijn gebed.
Hij waardeert zijn belijdenis.

Ik wíl het. Word rein!

***

Nu was het zo, volgens de wet van Mozes, dat wie een onreine aanraakt, zelf onrein wordt.
Jezus ráákt een onreine aan.
Zo neemt Hij zijn onreinheid op zich.
Zo reinigt Hij de man.
Door diens onreinheid op zích te nemen.
De rollen worden omgekeerd.
Een wonderlijke ruil.

Het is de ruil van Jesaja 53.
De verheven koning werd een dienende knecht.
Hij was een man van smarten, vertrouwd met ziekte.
Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.
Maar toch, Hij heeft onze ziekten op zich genomen, onze smarten gedragen.
Om de overtreding van mijn volk is de plaag op Hem geweest.
Hij was veracht en door mensen verlaten.
Ze hielden Hem op een afstand.
Buiten de poort met Hem!

Buiten de poort heeft Jezus geleden.
Buiten de poort de kruisweg betreden.
Buiten de poort komt Gods toorn op Hem af.
Maakt Hij zijn kind'ren vrij van de straf.

Ja, Jezus Christus draagt het, ziekten en zonden.
En dan draagt Hij het ook wèg.
Hij is Degene die zegt: Ik wil het, word rein!
Hij zegt: Vader, uw wil geschiede.
Hij zegt: Ik wil de beker drinken.
En als die Jezus Christus je onreinheid op zich neemt, dan ís al je onreinheid weg!

Zo verging het de melaatse man.
Op Jezus' aanraking en op zijn woord verliet de melaatsheid hem onmiddellijk.
Het sneeuwwit van de melaatsheid verdwijnt als sneeuw voor de zon.
Voor deze Heelmeester is niemand onbehandelbaar.
Er zijn ook geen behandelschema's nodig.
Je hoeft alleen maar naar Hem toe te gaan en Hem als dè Heiland te erkennen.
Bidden en belijden: Als U het wilt, dan kúnt U mij reinigen.

***

Het bloed van Christus reinigt ons van álle zonden.
Het enige dat nodig is, dat is dat je naar Hem toegaat.
Dat je je hart met alle vuile plekken voor Hem binnenste buiten keert.
Alles eerlijk zegt.
Denk maar aan Psalm 32, de zegen van de schuldbelijdenis.
Zolang ik zweeg, verteerden al mijn krachten.
Maar ik bekende u oprecht mijn zonden,
verborg geen kwaad dat in mij werd gevonden.
En toen ik dit beleed voor uw gezicht,
sprak U mij vrij van schuld in uw gericht.

Alles eerlijk zeggen.
Fouten uit een ver verleden.
Of je houding op dit moment.
Of die onhebbelijke karaktertrek van je die steeds weer de kop opsteekt.

Als je met volle overtuiging tegen de HERE zegt:

Als U het wilt, dan kúnt U mij reinigen,

dan mag het voor je zeker zijn dat God zegt:

Ik wil het, om Christus' wil, word rein.

En dan mogen zuster X en broeder Y die donkere uithoeken van je hart rustig onderzoeken.
Je bent sneeuwwit voor God.
Ontzondigt.
Rein.

En als een rein iemand mag je dan ook leven.
Gerust.
Je hoort er helemaal bij, bij Gods volk.
Je mag in Christus 'geheiligd' heten.
Je mag je door de Heilige Geest geheiligd weten.
Je mag horen bij de heilige God.

***

Jezus is bang voor verkeerde reclame.
Voor sensatiezucht.
Dat men Hem alleen maar zou zien als een bijzondere Heelmeester, één of andere tovenaar, maar meer niet.
Dat men Hem zou zien als iemand die zich niet houdt aan Mozes' wetten.
Dat men Hem niet als dè Heelmeester, dè Heiland gaat zien.
De man die mensen reínigt en hen er weer bij haalt.
Daarom zegt Hij tegen de man dat hij eerst maar eens naar de priester moet gaan.
Zo moest dat volgens de wet van Mozes.
De priester ging erover of iemand die tijdelijk buitengesloten was weer de legerplaats of de stad binnen mocht.
Alleen de priester mocht vaststellen of iemand inderdaad rein geworden was.
Als die de reiniging van de melaatse zal hebben vastgesteld, dan is dat een getuigenis voor velen.
Door middel van priesterlijke controle zal worden vastgesteld dat Jezus het is die de Plaag uit Israël wegneemt.
Dat Jezus meer is dan Mozes.
Een meer volmaakte Middelaar tussen God en mensen dan Mozes.
Dat Jezus het is die de vloek van God op zich neemt.
Jezus uit Nazaret is dé Messias.
Hij is Jezus, de Christus die de omgang tussen God en mensen herstelt.
Na de priesterlijke controle zal iedereen daar getuige van kunnen zijn.
Getuige dat die man die melaats wás, op wie de vloek was, dat hij er weer helemaal bij hoort.
Na die priesterlijke controle kan hij roepen: "Rein, rein", iedereen tot een getuigenis.

***

Maar toch, verkeerde reclame, sensatiezucht, het is in een zondige wereld met zondige mensen niet te voorkomen.
Het gerucht over Hem ging steeds verder rond.
Men kwam om die bijzondere Leermeester te horen.
Men kwam om zich door die bijzondere Heelmeester te laten genezen.
Eigenlijk was dat samenstromen van de scharen dus vooral een miskenning van wie Jezus werkelijk is.
Het is niet Jezus' grootste doel om populair te zijn bij de mensen.
Hij is niet gekomen om alleen maar mooie woorden te spreken en wonderdaden te doen.
Hij is gekomen om mensen weer bij God te brengen.
Om in woord en daad het koninkrijk der hemelen naar mensen toe te brengen.
Christus' komst diende hogere doelen.
Hij wilde dat men om die hógere doelen Hem zou zoeken en zou volgen.

Jezus trekt zich terug.
Zoekt de eenzaamheid op.
En in die eenzaamheid zoekt Hij het contact met zijn Vader.
Zijn Vader die Hem gezonden heeft.

Straks zal Jezus nog bij een andere gelegenheid laten zien dat Hij hogere doelen dient.
Als er straks een verlamde naar Hem toegebracht wordt, dan zal Hij eerst zeggen:
Mens, uw zonden zijn u vergeven.
En pas daarna: Sta op en wandel.
Reiniging is een groter goed dan genezing.
Jezus is gekomen om méér te brengen dan genezing van ziekte.
Hij is gekomen om gebroken leven te helen in de meest ware zin van het woord.
Om van levende doden 'eeuwig levenden' te maken.

Christus leert ons dat genade meer waarde heeft dan genezing.
Duidelijk zou precies datzelfde later ook aan Paulus worden voorgehouden.
Paulus, aan wie naar eigen woorden een 'doorn in het vlees' gegeven is.
Wat dat precies ook betekent, Paulus zou er graag van verlost willen worden.
Meer dan eens heeft hij de HERE om verlichting gebeden.
En eens heeft de HERE tegen Paulus gezegd:
Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid.
En daarom
, zegt Paulus dan, daarom wil ik, ter wille van Christus, graag zwak zijn.
Want juist als ik zwak ben, sta ik sterk.

Gods genade is genoeg.
Reiniging door Jezus Christus, Gods liefde in Jezus Christus, het is het hoogste goed dat God je kan geven.
Zijn trouw is beter dan het leven.
Zijn trouw reikt verder dan het leven.

***

Na de genezing van de melaatse man is het gerucht over Jezus steeds verder rondgegaan.
Steeds verder en nog verder.
Nog altijd.
Hé, ken je Hem, Jezus?
Wie is dat dan, die Jezus uit Nazaret?
Alleen maar een boeiende man, een inspirerende persoonlijkheid?
Wie is Jezus voor mij?
Zomaar een heiland, of dè Heiland, míjn Heiland?
De man die niet alleen geneest, maar die reinigt?
Die je er weer bij betrekt?

Voor die vragen stelt Jezus ons.
Vragen om bij jezelf na te gaan.
Is Hij ècht Degene door wie ik aangeraakt wil worden?
Gereinigd worden van ál mijn onzuiverheden?
Kèn ik die onzuiverheden?
Wil ik als kind van God weer helemaal bij Hem horen?
En geloof ik dat die Heiland heel mijn leven kan helen?
Verwacht ik dát wonder, verwacht ik wonderen van Hem?

HERE, als U wilt, kunt U mij reinigen.
Dat is een belijdenis.
Het is een gebed.
Laten wij dat gebed bidden:

Voltrek de reiniging en raak mij aan
met bloed en hysop, dan ben ik genezen.
Was mij geheel, en uit de nacht herrezen
zal ik dan sneeuwwit voor uw ogen staan.

En met die woorden zeggen we dan samen dat dít evangelie waar en zeker is.
Zo zeggen we samen amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar