Een oude Israëliet heeft de redding van deze wereld gezien

Thema: Een oude Israëliet heeft de redding van deze wereld gezien (Kerst)
Tekst: Lucas 2: 29-32
Tekstgedeelte(n): Jesaja 49: 1-7
Jesaja 52: 7-10
Lucas 2: 21-35
Door: Ds. T.S. Huttenga (studentenpastor gereformeerde kerk vrijgem. classis Groningen)
Gehouden te: Groningen-West op 26 december 1999
Extra: Samenvatting bij de preek en Voor de kinderen

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en groet
Gez. 12: 1-2
Gebed 1
Gez. 12: 3-5
Lezen: Jesaja 49: 1-7; Jesaja 52: 7-10; Lucas 2: 21-35
Gez. 9: 1-2
Tekst: Lucas 2: 29-32
Gez. 30: 4-5
Geloofsbelijdenis: Nicea
Gebed 2
Gez. 30: 6
Gez. 12: 6-8
Zegen

Gebed 1

Almachtige God, trouwe Vader,

Wij eren U om uw geweldige goedheid. U vergeeft ons al onze zonden. En U laat ons in de Here Jezus zien, hoeveel U daarvoor over hebt. Uw enige, uw lieve Zoon stuurde U naar deze slechte wereld. U liet Hem een kind worden, een mens zoals wij, zonder zonde, maar wel iemand, die de gevolgen van de zonde in zijn menselijk lichaam heeft gevoeld.
Toen U uw enige Zoon naar deze aarde zond, hebt U heel goed beseft, dat dat grote gevolgen had, voor Uzelf en voor Hem. U wist, hoe erg uw Zoon hier lijden moest en hoe erg U daar zelf onder lijden zou. En toch heeft dat U er niet van weerhouden om uw eigen Zoon geboren te laten worden als een klein kind in Betlehem, nu zo'n 20 eeuwen geleden.
Trouwe, machtige God, wat bent U goed. Wat bent U barmhartig. U trekt zich ons lot aan. U wilt niet, dat wij verloren gaan. U kunt het niet aanzien, dat wij kapot zouden gaan aan uw toorn.
Wij danken U, dat U ervoor zorgde dat het grote nieuws over Jezus ook ons heeft bereikt. Verreweg de meesten van ons zijn daar al heel lang mee vertrouwd.
Wij zijn U ook dankbaar, dat U ons de overtuiging hebt geschonken, dat er door Jezus echt geluk te verkrijgen is. Door Hem wijst U ons de weg naar het leven. En als wij die overtuiging nog niet hebben, als wij twijfelen: wilt U ons dan helpen. Kom ons te hulp. Laat zien hoe machtig U bent.
Wij danken U, dat wij hier in de kerk U mogen ontmoeten. U bent hier door uw Woord, door uw Geest, door de Geest van uw Zoon. Toon uw kracht. Geef ons goede aandacht, zodat we erbij kunnen zijn met onze gedachten, als wij luisteren en als wij bidden, als wij zingen en als wij U onze gaven geven.
Doe ook alles wat ons hindert weg. Bescherm ons tegen onze verkeerde gevoelens en laat uw Woord steeds meer macht over ons krijgen, ons ook steeds meer vreugde geven, ons steeds meer vormen zoals U ons hebt bedoeld.

Wij bidden U dit in Jezus' naam.

Amen.


Een oude man op het tempelplein. Een kind in de armen. Mensen lopen langs hem heen. Hij ziet ze niet. De ouders van het kind staan erbij. Maar hij ziet alleen dat kind. Of liever: hij ziet zijn God. Die God spreekt hij aan. Het is een gebed, een lied. Een lied voor Hem, die in de hemel woont. Een gebed dat Hij, natuurlijk, hoort. Niemand ziet de God tot wie de oude man spreekt. Maar er is meer dan wat je met je ogen ziet. En gelukkig hebben we niet alleen ogen. We hebben ook oren, verstand, gevoel. En God weet ons op allerlei manieren te vinden. We weten zelf vaak niet eens hoe. Dat is natuurlijk ook een wonder, dat Hij je ervan overtuigt dat Hij bestaat en dat Hij van je houdt. Dat wonder breng je maar zo niet even in kaart.
Dat kind. Het staat ook volledig in onze belangstelling. Kerst bezorgt ons een warm gevoel. Die grote God wordt een klein kind. Gods Zoon, een baby in een kribbe. God is almachtig. Hij regeert de aarde. Hij bestuurt het heelal. En toch komt Hij zo dichtbij. Zo klein, zo afhankelijk, zoals wij allemaal begonnen zijn.
Dat beeld zouden we moeten vasthouden. Ja, eigenlijk zou het altijd Kerst moeten zijn. Vrede en vreugde. Het hele jaar door. Vrede en vreugde, in de kerk en daarbuiten, in Nederland en in de hele wereld.
Jezus, dat betekent dat de Here redt. Hij redt wie het maar geloven wil. Hij redt de wereld, van de dood, de zonde, de duivel. Die redding, die bevrijding, daar kijken wij naar uit.
Geen egoïsme en geen ruzie meer. Geen conflicten, geen oorlogen. Geen ziekte en geen dood.

Maar gelukkig, er is hoop. Die wereld komt. Zeker weten. Want:

Een oude Israëliet heeft de redding van deze wereld gezien

  1. Hij wachtte niet tevergeefs
  2. Hij zag iets geweldigs
  3. Hij loofde zijn God

1. Hij wachtte niet tevergeefs

Redding. Bevrijding. Wij kijken uit. Maar wij niet alleen. En wij zijn ook lang niet de eersten. Dat volk, waarvan wij de Psalmen zingen, keek ook uit. Al eeuwen lang staan mensen met het gezicht naar de toekomst toe, de toekomst van God.
Hoe treffend is dan die oude man. Hij lijkt wel symbool van Israël, het oude volk. Het volk met een belofte. Het volk dat zien zou. Woorden zouden immers tot daden worden.
Die oude man had een godsspraak ontvangen. Op zeker moment klonk er een stem. Het was de stem van God. Dat vond Simeon niet vreemd. Want de Geest van God was op hem. God was op een heel bijzondere manier in zijn leven aanwezig.
God deed hem een belofte. 'Simeon', zo zei Hij, 'jij zult niet sterven, voordat je de Messias hebt gezien.'
En daarmee kwam de komst van de Verlosser opeens heel dichtbij. Heel veel Israëlieten waren gestorven, zónder dat ze de Messias hadden zien komen. Het zou Simeon niet overkomen. 'Jij zult', zo zei de Here, 'Hem met eigen ogen zien.'
Intussen is Simeon oud. En de beloofde Verlosser heeft hij nog steeds niet gezien. Wie denkt nu niet aan zijn voorvader Abraham? 'Jij krijgt een kind. Jij wordt de vader van een heel groot volk', beloofde God hem. En Abram werd hoe langer hoe ouder en er gebeurde niets. Ook hij kon op zeker moment geen kind meer verwekken. Ook Simeon is oud. Zijn leven lijkt bijna voorbij. En je zou denken, dat het voorbijgaat zonder dat Gods woord wordt vervuld.
En toch wacht hij nog steeds. Simeon is rechtvaardig en vroom. Hij kent de normen van God en de waarde daarvan. Israël, ja heel de wereld, wordt pas goed, als de mensen de regels van hun Schepper volgen. Die normen, daar leeft hij zelf dan ook naar. Tegelijk weet Simeon, dat de goede wereld niet door de gehoorzaamheid van Israël wordt bereikt. De geschiedenis van Israël spreekt boekdelen. Het is een geschiedenis vol menselijk falen. Je wordt daar verdrietig van. Maar God heeft beloofd, dat Hij zijn volk vertroosten zal. Het boek van de profeet Jesaja is daar vol van. Er komt een tijd, dat God verschijnt. Dan komt Hij in al zijn glorie. Dan redt Hij Israël. Het Koninkrijk van God begint. Het is de tijd van de Messias.

De vertroosting van Israël. God, die zijn volk troost. De tranen wist Hij af. Dat heeft Hij beloofd. En Simeon wacht daar op. En hij niet alleen. Er zijn er in Jeruzalem nog meer. De oude Anna weet ze straks wel te vinden.
Maar wie op God wacht, wacht niet tevergeefs. God doet altijd wat Hij zegt. Dat kan Hij, want Hij is machtig. Dat wil Hij, want Hij is trouw.

De oude Simeon gaat naar de tempel. De Geest die op hem is heeft hem gezegd, dat hij dat moet doen en dus doet hij dat.
Op het tempelplein ziet hij een ouderpaar met een kind. Een heel bekend beeld. Elke eerste jongen moet worden voorgesteld aan God. Ook moet er na elke geboorte een reinigingsoffer worden gebracht. En dus zijn er in de voorhof regelmatig jonge ouders met hun baby te zien. Maar dit is geen gewone baby. Dit is het kind waarover Jesaja spreekt: "Een kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en de heerschappij rust op zijn schouder. En men noemt Hem wonderbare Raadsman, sterke God, eeuwige Vader, Vredevorst." Simeon weet het heel zeker.
God had bij hem verwachtingen gewekt. 'Simeon, vóór jij sterft zul je de Verlosser zien.' Ja, zo moet het eigenlijk. Nog tijdens je leven Gods bevrijding zien. Anders is je leven niet af. Wat is dat nu voor leven? Geboren worden, verwachtingen wekken, jezelf ontwikkelen, iets opbouwen en dan wordt langzamerhand alles weer afgebroken en er blijft niets van over, ook niet van jezelf. Dat is toch geen leven? Wat God tegen Simeon zei: zo moet het. En nu is Simeon tevreden. Zijn leven is nu compleet. God mag hem nu ontslaan van zijn taak. Dat zal Hij ook vast en zeker wel doen.

Wij moeten allemaal sterven. Wij weten dat. Toch heeft dat iets onbevredigends. Je wordt toch niet geboren om dood te gaan! Natuurlijk, wij zijn zondig. Maar de zonde heeft niet het laatste woord. God is veel sterker dan de zonde. Hij wint het van het kwaad, de duivel, de dood. Wij leven niet alleen in een slechte wereld, maar vooral ook in de wereld van de God die redt. En eigenlijk zouden we daarom nog tijdens dit leven Gods bevrijding moeten zien. Zonder die bevrijding is je leven toch niet af. Hoe kun je er nu ooit vrede mee hebben, dat God je al ontslaat van jouw taak, als zijn werk nog niet af is?
Ja, natuurlijk, de hemel is mooi. Maar de nieuwe aarde, dat is pas je ware.

Moeilijke vragen. Waarom duurt het allemaal zo lang? Dat begrijpt God beter dan wij. Hij kent de ernst van onze zonde beter dan wij. Hij kon ook niet aan iedere Israëliet beloven, wat Hij aan Simeon wel beloven kon. En toch: aan Simeon kon Hij zijn toezegging doen. Toen was het bijna zover. En eenmaal zal het weer bijna zover zijn. Het komt wel. Wacht maar af.

God heeft nog nooit iemand laten staan. Een oude Israëliet heeft de redding van de wereld gezien. Hij wachtte niet tevergeefs. Hij zag iets geweldigs.

2. Hij zag iets geweldigs

De oude Simeon kijkt naar het kind in zijn armen en dan ziet hij Gods heil, Gods redding.
Redding, dat is prachtig. Prachtig, ook als je volk van God bent. Want ook als volk van God kun je behoorlijk in de knel zitten. Kijk nou eens naar Israël. Herodes is de baas. Augustus ontneemt Gods volk zijn laatste zelfstandigheid. De Joden krijgen stuk voor stuk een plaats in de bevolkingsregisters van het Romeinse wereldrijk. Alsof het uitverkoren volk van God niet meer bestaat. Dit is het einde. Gods verbond met zijn volk is mislukt. Israël kon het niet aan. Het was veel te hoog gegrepen.
Maar Simeon ziet Gods redding voor ogen. God bevrijdt Israël. Simeon ziet perspectief in de zaak. Het oude volk van God zal weer in oude luister worden hersteld. De tijden van David en Salomo keren terug. Ja, meer dan dat.
In dit korte lied van Simeon bereikt Lucas een hoogtepunt. Zacharias en Maria hebben over Israël gezongen. God zal naar Israël omzien. Hij keert de machtsverhoudingen om. Hij komt weer op voor zijn vernederd volk. Maar Simeon zingt over de volken. God verricht zijn reddingswerk voor het oog van alle volken. De hele wereld mag het zien, wat God aan Israël doet.
En dan niet alleen om daar met een jaloerse blik naar te kijken. Nee, de wereld krijgt daar ook deel aan. In het donker gaat het licht op. Dat licht gaat op in Israël. Het wijst Israël de weg naar het echte leven en naar het echte geluk.
Maar dat licht is ontzettend sterk. Je kunt het niet opsluiten. Het schijnt overal. En zo wordt aan de volken buiten Israël eindelijk de werkelijkheid onthuld, geopenbaard. Je hoeft op deze aarde niet langer in het duister te tasten. Je hoeft hier niet meer te verongelukken.
En u en jij weet wel, wat er is gebeurd. Over heel de wereld zijn mensen ermee geconfronteerd, met wat God aan Israël heeft gedaan. Ja meer, het licht dat in Israël is gaan schijnen heeft ook ons de werkelijkheid onthuld. Wij zagen opeens de echte weg naar het geluk voor ons. En niet alleen wij. Ook Papoea's op Irian, Brazilianen in Curitiba, Koreanen, Japanners in het Verre Oosten.

De oude Simeon, hij zag iets geweldigs. En wij, wij zien er al de vervulling van.
En toch: hoeveel kinderen van God zijn er al niet gestorven en het Koninkrijk van God is er nog steeds niet.
Oké, maar wat zag die oude Simeon? Hij zag alleen maar dat kind en dat was genoeg. Dat wás ook genoeg. Toen het kindje Jezus er was, toen was eigenlijk alles al beslist. Toen was de Redder er. God was mens geworden en nu kon er niets meer misgaan.
En vandaag is Jezus in de hemel. Daar pleit Hij voor ieder die in Hem gelooft. Als Hij pleit, dan móet de Vader wel vergeven. En vanuit de hemel stuurt Hij de Geest. Die Geest is sterk. Die Geest overwint zonde en ongeloof. Door die Geest gaat in allerlei mensenlevens het licht schijnen. Zo worden die mensen van zoekers tot vinders.
Die oude Israëliet op dat tempelplein in Jeruzalem, hij zag iets geweldigs. En wij, wij zien ook een geweldige toekomst voor ons. Want wij zien Jezus. Nee, niet met onze ogen, maar wel met ons geloof. En dat geloof bedriegt ons niet.

Een oude Israëliet heeft de redding van deze wereld gezien. Hij wachtte niet tevergeefs. Hij zag iets geweldigs en Hij loofde God.

3. Hij loofde zijn God

Mensen lopen langs hem heen. Hij ziet ze niet eens. De ouders van het kind kijken toe. Hij merkt het nauwelijks op. Hij ziet alleen maar dat kind. En hij weet God aanwezig. Hij heeft God nog nooit zo sterk present gevoeld als nu. Simeon en het kind. Simeon en zijn God. Een loflied welt op uit zijn oude keel. Dit is echt. Dit is een echt gesprek tussen een knecht en zijn hemelse Heer.

En dit lied, dit gebed, heeft veel mensen overtuigd. Het overtuigde Teofilus, de Romeinse ambtenaar aan wie Lucas zijn evangelie opdroeg. Teofilus was een Romein. Geen Jood dus. Maar hij was wel geïnteresseerd in de synagoge. Hij voelde, dat je als mens voor wat betreft je geluk bij dat volk Israël moest zijn. Zonder Israël geen leven. Hij werd een sympathisant van dat volk, een godvrezende, een vereerder van God, zoals dat heette. En toch voelde hij zich een buitenstaander. Hij was geen Jood en zou het ook nooit worden. De wet van de God van Israël stond tussen hem en dat volk in. Maar Teofilus heeft het prachtige verhaal van Israëls Messias gehoord. Jezus, de Jood uit Nazaret, is het licht der wereld. Daardoor is voor hem alles anders geworden. Dat volk waar hij zo jaloers op was, hij hoort er nu helemaal bij. Geen verschil meer tussen een echte Jood en hem. Hij hoort netzo goed bij Israëls God als wie van jongsaf aan als Jood is opgegroeid.
En wat voelt Teofilus zich geraakt door dat gebed van Simeon. De God van Israël beperkt zich niet tot Israël. De voorrechten die dat volk bezit zijn nu opeens zomaar voor iedereen. Wat is die God van Israël royaal!

Het lied van Simeon klinkt overtuigend. Het is ook een geschenk van God. God zoekt in de loop van de tijd zijn instrumenten uit om mensen te overreden. Ook Simeon is zo'n instrument. Een knecht van God. Een man die van God als taak krijgt om op de verschijning van de Messias te wachten. En die, als het zover is, dan natuurlijk ook getuige moet zijn. En dat is hij. Maar hij is het wel door God. Let maar op. Op het moment dat Jozef en Maria met hun kind in de tempel zijn, is Simeon daar ook. Maar niet toevallig. Hij moest daar van de Geest naartoe. En dan de herkenning. Hoe weet die Simeon nou, dat dit de Messias is? Ieder ander loopt aan dit ouderpaar en hun kind voorbij, maar Simeon niet. Maar op de oude Simeon rust de Geest van God en daarom ziet hij meer dan een ander. En hij looft God en pas als hij de verbaasde ogen van de ouders ziet, komt hij weer in de werkelijkheid terug.

Simeon is Gods instrument. Ook ten behoeve van ons. Eigenlijk zou het altijd Kerst moeten zijn. Vandaag weten we het wel, dat er in deze wereld een Redder is. Maar dat besef is zomaar weer heel zwak. Wat zie je daar nou van? Maar God opent ogen. Hij geeft deze wereld het geschenk van zijn Zoon. Hij overbrugt de kloof, die Hem van zondige mensen scheidt. Zou Hij dan niet in staat zijn om diezelfde mensen te overtuigen? Natuurlijk kan Hij dat. Wat daarvoor nodig is: Hij zorgt daarvoor. Zijn daar instrumenten voor nodig? Hij maakt ze. Zijn licht is machtiger dan de duisternis van deze wereld.

Het schijnt, binnen de kerk en het kan daarbuiten netzo goed schijnen. Tegen dat licht kan niemand op. En die nieuwe, die bevrijde wereld, die komt. Zeker weten!

Amen.


Gebed 2

Hemelse Vader, barmhartige God,

Wij loven U. Onbegrijpelijk groot is uw liefde. Groot is uw geduld. Wij kunnen daar met ons verstand niet bij. U bent echt heel anders dan wij. Wij kunnen heel vaak niet vergeven. U kunt dat wel.
Wat moet U zich gekwetst voelen, als U naar deze wereld kijkt. U hebt de aarde zo mooi gemaakt, maar wij maken er een puinhoop van. Maar uw liefde is nog veel en veel groter. U bent sterker dan de zonde, de duivel en de dood.
Wij danken U, dat wij Kerstfeest mogen vieren. We danken U voor wat we krijgen aan goede contacten, aan menselijk meeleven, aan goede familie- en vriendschapsbanden, aan liefde.
Maar we zijn vooral heel blij met úw liefde. Die gaat boven alles uit. Hoe donker het soms ook kan zijn, uw licht is zo sterk dat daardoor het duister verdwijnt.
Vader, wilt U ervoor zorgen dat dat licht het donker in ons leven ook metterdaad overwinnen zal. U kent ook de moeite in ons leven, moeite die soms heel sterk is, verdriet vanwege een gemis, een verlies, soms korter, soms langer tijd geleden. Moeite vanwege conflicten, verwijdering. Here, help ons. Toon uw macht en wijs ons en anderen de weg.
Denk ook aan hen, die vastgelopen zijn, aan verslaafden, daklozen, ook aan mensen die lijden onder oorlogsgeweld. Here, er is zoveel verdriet in deze samenleving, in deze wereld. Wilt U helpen en steun de mensen die hulp geven. Geef, dat ze vol kunnen houden.
Denk ook aan hen, die U niet kennen. U bent machtig en uw Woord heeft grote kracht. Laat dat Woord nog heel veel mensen mogen bereiken, ook in onze eigen omgeving en geef ons vrijmoedigheid. Help ons om te zijn wie we zijn, kinderen van U, kinderen van het licht.
Geef ons goede en fijne dagen. Geef ons vooral, dat ons geloof in U en in uw Zoon wordt versterkt. Dat het ons weer opnieuw duidelijk wordt, dat U en uw Zoon er zijn in deze wereld en dat er eenmaal een goede wereld komt, zonder zonde, zonder dood, zonder duivel.
Geef ons ook een goede week, een goede afsluiting van dit jaar. De tijd is van U. En wijzelf en de kerk en Nederland en deze wereld: het is allemaal van U.

Bij U waren en zijn we veilig en we zullen het ook in de toekomst zijn.

[ Afsluiten met: Onze Vader... ]

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar