Kinderen die vragen...

Thema: Kinderen die vragen...
Tekst: Jozua 4: 20-24
Tekstgedeelte(n): Jozua 3: 1 - 4: 7
Jozua 4: 20-24
Door: Ds. J. Haveman (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Hattem-Noord)
Gehouden te: Roodeschool op 7 juli 2002

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 97: 1, 5
Gebed
Ps. 78: 1-2
Lezen: Jozua 3: 1 - 4: 7
Ps. 114: 1-2
Tekst: Jozua 4: 20-24
Ps. 77: 4, 6
Gebed
Gez. 37
Zegen

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

Mattanja heeft vannacht met z'n vader en moeder in een tent geslapen. Nu denken jullie natuurlijk, jongens en meisjes, dat hij op vakantie is, gezellig aan het kamperen op een camping. Maar dat is niet zo: Mattanja woont altijd in een tent. Gisteren zijn ze hier aangekomen. Ze hadden de hele dag gelopen en 's avonds allemaal hun tentje opgezet op een grote vlakte hier vlakbij de rivier de Jordaan. Ze zijn met heel veel mensen, Mattanja weet niet eens hoeveel. Maar al z'n ooms en tantes en neefjes en nichtjes zijn er ook bij. Heel mooi is het hier bij de Jordaan. Er zijn veel groene weilanden en het koren staat prachtig op het land. Heel wat anders dan Mattanja gewend is: ze komen namelijk uit de woestijn. Z'n hele leven lang heeft Mattanja al door de woestijn gezworven. En daar is het vaak droog en dor, allemaal stenen en zand. Z'n volk leeft al veertig jaar in de woestijn. Veertig jaar! Nooit op een vaste plek. De ene keer hier, de andere keer daar.
Maar er gaat nu iets heel bijzonders gebeuren! De vader en moeder van Mattanja krijgen nu wel een eigen huis, in een eigen dorp, in een eigen land! Dat heeft de Here heel lang geleden al beloofd, en wat de Here beloofd, dat doet Hij ook. Daar, aan de andere kant van de rivier ligt hun nieuwe land! En Mattanja heeft er heel veel zin in om er te gaan wonen, dat kun je begrijpen, want dan hoeft hij niet meer steeds door de woestijn te sjouwen.
En - spannend -: het is bijna zover! Vandaag zullen ze hun nieuwe land binnentrekken. Drie dagen geleden waren een heleboel helpers van Jozua (dat is de leider van het volk) het grote tentenkamp doorgetrokken om iedereen te waarschuwen. Twee verspieders waren al in het geheim over de rivier gezwommen om in de grote stad Jericho rond te kijken. En ze hadden gehoord dat de mensen daar nu al bang waren voor hun volk omdat de Here God hen hielp! En nu moest heel het volk zich klaarmaken om te vertrekken. De helpers hadden gezegd dat ze goed op de ark moesten letten. Weet je wat de ark is? Dat is een heel mooie houten kist die met goud geverfd is. Bovenop de kist staan twee gouden engelen. En in de kist zit de wet die Here gegeven heeft. De ark staat altijd in de tabernakel, de tent die midden tussen het volk staat en waarin de Here God woont. De priesters zeggen wel eens dat de ark de troon van God is. En je moet er ook heel zuinig en voorzichtig mee zijn! Niemand mag de ark aanraken. Alleen de priesters mogen hem dragen aan lange draagstokken. Niemand mag de ark ook zien: als hij gedragen wordt is er steeds een mooi blauw kleed overheen.
Spannend, dat is het wat er allemaal gebeuren gaat. Ja, want er is iets wat Mattanja niet zo goed begrijpt. Hij had altijd gedacht dat de Jordaan maar een heel klein riviertje was, waar je makkelijk doorheen kon lopen naar de overkant. Maar moest je nu eens kijken wat een brede en wild stromende rivier! Z'n vader vertelde dat dat kwam omdat de sneeuw op de berg Hermon was gesmolten en nu via de Jordaan naar de Dode Zee stroomde. Ontzettend wat een gevaarlijke rivier! Hoe zouden ze daar ooit overheen kunnen komen, met al die kleine kinderen en al dat vee?
Mattanja had alle spullen weer ingepakt en zat nu te wachten op wat er ging gebeuren. Plotseling ontstond er luid rumoer. Ja! De priesters waren gaan staan en hadden de ark opgepakt. Afgesproken was dat iedereen ongeveer 1 km bij de ark vandaan moest blijven, zodat alle grote mensen en kinderen goed konden zien wat er ging gebeuren. De priesters droegen de ark nu eerbiedig de heuvel af naar de Jordaan. Maar wat gingen ze doen? Ze konden toch niet zomaar doorlopen het water in? Dat ging fout! Dan zouden ze verdrinken! Dan zou de ark in het water terecht komen en meegesleurd worden! Ademloos keek Mattanja toe. Heel rustig liepen de priesters door en zelfs toen ze bij het water aankwamen stopten ze geen moment. En kijk nou toch wat er toen gebeurde! De priesters konden gewoon doorlopen want het water hield op te stromen. Het was net of er veel verderop in de rivier een dam was gemaakt die al het water tegenhield. En al het water wat er al was stroomde natuurlijk weg naar de Dode Zee. De hele rivierbodem kwam droog te liggen! Wat een wonder! Nu begreep Mattanja het: de Here had er Zelf weer voor gezorgd dat zijn volk met droge voeten het nieuwe land kon binnentrekken. Hij moest denken aan het verhaal dat z'n vader hem verteld had over zijn volk dat door de Schelfzee was gegaan, toen het op de vlucht was voor Farao, de koning van Egypte. Nu was er weer zo'n groot wonder! En terwijl de priesters met de ark van de Here in het midden van de rivier bleven staan, liepen alle mensen met al hun spullen en al hun dieren, de heuvel af, de rivier door en klommen toen weer omhoog de andere oever op. Het ging allemaal heel mooi en vlug. En iedereen kwam veilig aan de overkant. Twaalf mannen hadden elk een grote steen uit de rivier meegenomen om daarvan een herinneringsmonument te maken. En weet je, toen de laatste priester die de ark droeg uit de rivier kwam, begon het water meteen weer te stromen. Mattanja was blij dat de Here hen geholpen had, dat ze nu veilig in het beloofde land waren, en dat ze nu gauw een eigen huis zouden krijgen!


Net zo bijzonder als de uittocht van het volk Israël uit Egypte was geweest, toen het volk in het nauw gedreven aan de oever van de Schelfzee met de hete adem van de boze Farao in de nek voor het gevoel geen kant meer op kon, en Mozes in de kracht van God een weg mocht banen dwars door de zee heen, net zo bijzonder is nu, ruim veertig jaar later, de intocht van het volk Israël in het beloofde land Kanaän. Dwars door het water. Net als de doop: ondergaan, opgaan en ingaan in een nieuw leven! Niet toevallig is het paastijd als het volk het land intrekt. Met nadruk wordt er immers bij gezegd (Jozua 4: 19) dat het de tiende van de eerste maand is, de dag waarop volgens de wet het Paaslam moest worden afgezonderd.

Er is nog een aantal dingen dat in dit verhaal opvalt:
> allereerst de rol die de ark van het verbond speelt. Zie bijvoorbeeld de bijzondere omschrijving van de ark in Jozua 3: 11 "de ark van het verbond van de Here van de hele aarde." Alle nadruk valt erop, dat het maar niet een volk is dat in eigen kracht een land binnentrekt. Nee, het is de God van dat volk, dat het zo bijzonder maakt. De God die zetelt op zijn troon, de God die midden tussen zijn volk woont, de God die de afgelopen 40 jaren in wolk en vuurkolom zijn volk de weg wees, de God die al die tijd zijn volk als een vader verzorgd heeft. Deze God, de levende God zal ook nu barrières overwinnen. God laat zich niet tegenhouden door woeste rivieren of hoge muren. Met Hem kun je alle barrières die wij als mensen vaak zien, slechten. Met God loop je over de bodem van een rivier en spring je over een muur! Voor Hem zijn bergen vlak en zeeën droog! Welnu, deze God krijgt alle eer. En wat denkt u, zou de intocht van Israël in Kanaän de vrees voor het volk niet nog groter hebben gemaakt? Als de verspieders in Jericho zijn, horen ze van Rachab dat de schrik er bij de Kanaänieten goed inzit. Ze zegt: "wij hebben gehoord, dat de Here de wateren van de Schelfzee voor uw ogen heeft doen opdrogen, toen u uit Egypte trok... toen wij dat hoorden, versmolt ons hart en vanwege u bleef bij niemand meer enige moed over, want de Here uw God, is een God in de hemel boven en op de aarde beneden." Wondere taal uit de mond van een heidense vrouw. Maar dit is precies wat God wil: dat alle volken van de aarde zouden weten dat de hand van de Here sterk is, en dat zij de Here uw God al de dagen zouden vrezen!
> en wat ook opvalt is de positie van de leider, van Jozua. Zo vlak na de dood van Mozes moet Jozua als nieuweling nog heel wat aan gezag en reputatie opbouwen. Toch krijgt hij het vertrouwen van het volk (Jozua 1: 16v) "Al wat u ons bevolen hebt zullen wij doen en overal waar u ons heen zult zenden zullen wij gaan; net zoals wij naar Mozes hebben geluisterd, zullen wij naar u luisteren; moge maar de Here uw God met u zijn, zoals Hij met Mozes is geweest."' In het verhaal wat wij gelezen hebben wordt nu twee keer gezegd (Jozua 3: 7 en Jozua 4: 14) dat de Here door deze doortocht door de Jordaan de positie van Jozua sterker zal maken. Hij is de onbetwiste leider van het volk, noodzakelijk voor alles wat nog komen gaat om het land in bezit te nemen.


Ze zeggen wel eens: kinderen die vragen worden overgeslagen... Dat hebben jullie vader of moeder vast ook wel eens tegen jullie gezegd, jongens en meisjes, toen jullie om een koekje of snoepje vroegen: kinderen die vragen, worden overgeslagen...
Maar wat lezen we nou in de bijbel? Dat kinderen juist vragen moeten stellen, dat ze daartoe geprikkeld worden. Zo van: jongens en meisjes, stel maar vragen! Want van vragen wordt je wijs! En kinderen die vragen worden in de bijbel niet overgeslagen!
In Drente zijn nogal wat van die grote opgestapelde stenen - hunebedden. Nou als je bij die grote stenen bent, of er misschien opklimt of onder kruipt, dan moet je eigenlijk ook weten waarom die stenen daar liggen, wie dat gedaan heeft en wat hunebedden zijn - je moet dan het verhaal van de hunebedbouwers horen.
Zoiets heb je ook bij andere monumenten. In Amsterdam staat een monument ter herinnering aan de slavernij, misschien heb je er wel van gehoord of gelezen of ben je er zelfs wel geweest. Nou, als je dat beeld ziet, dan hoort daar ook een verhaal bij. En er zijn nog heel veel mensen, uit Suriname bijvoorbeeld, die je dat verhaal maar al te graag willen vertellen. Want hun voorouders zijn vroeger door Nederlanders als slaven behandeld, of beter gezegd: mishandeld. En ze vinden het belangrijk dat wij dat ook weten. Opdat wij niet vergeten...1

Nou, zo is het met het volk Israël ook. Als het door de rivier de Jordaan is getrokken, nemen twaalf sterke mannen elk een grote steen uit de rivier mee en maken daar een monument van. En wat is daar de bedoeling van? Nou, dat als de kinderen later vragen 'wat betekenen toch die stenen?', dat dan de vaders en moeders een verhaal vertellen. Het verhaal van wat de Here God met en voor zijn volk heeft gedaan. En let dan ook eens op wat er gezegd moet worden: 'Hier trokken wij(!) door de Jordaan. De Here heeft hier de rivier voor jullie(!) doen opdrogen opdat jullie(!) er doorheen konden trekken, net als ooit eens bij de Schelfzee.' Dat is dus geen afstandelijk verhaal, maar een gebeuren waarin de kinderen zelf ook betrokken worden; ze hebben er deel aan: ook jullie zijn toen door de zee getrokken, ook jullie zijn toen door de rivier het beloofde land binnen gekomen, ook in jullie leven wil de Here aanwezig zijn!

Dat moeten kinderen leren. Je kunt je geen opvoeden voorstellen zonder vragen. Kinderen vragen van alles en nog wat. En dat is best wel eens lastig. Ze kunnen vragen stellen waarvan je denkt: hoe komen ze erop? Vragen ook waar je zelf nog nooit over hebt nagedacht of waar je zo 1-2-3 geen antwoord op weet. Vragen ook op een moment dat je er niet echt voor in de stemming bent of wat anders aan je hoofd hebt. En toch is het ontzettend belangrijk dat ze vragen stellen. Want inderdaad: van vragen word je wijs; het is voor hen een manier om de werkelijkheid te ontdekken. En daarom stellen kinderen ook nooit domme vragen - domme vragen bestaan niet! Iedere vraag is het waard er serieus op in te gaan. En laten we dat onze kinderen ook laten merken: dat ze belangrijk voor ons zijn, dat ze er mogen zijn - met al hun vragen!

Vaak stellen kinderen vragen naar aanleiding van iets wat ze zien of meemaken, naar aanleiding van dingen die vragen bij hen oproepen. En dat is ook wat de bijbel wil: dat je kinderen prikkelt tot het stellen van vragen. Omdat dat weer een prachtige kans is een verhaal te vertellen! Een verhaal van wat God met en voor zijn volk gedaan heeft. Over wat God ook met en voor jou en je kinderen gedaan heeft. En hoe belangrijk Hij is in je leven. Dat de Here God ook voor jou de levende God is die midden in je leven staat. Dat je niet zonder Christus en zijn Geest kunt.
Ouderen zijn geroepen stenen op te richten op de weg van kinderen. Niet zo, dat ze er over struikelen, maar wel zo, dat ze er niet omheen kunnen. Waarom wordt er gedoopt? Waarom vieren we avondmaal? Waarom lezen we aan tafel uit de bijbel? Waarom bidden we voordat we gaan slapen? Waarom hebben we belijdenissen? Waarom gaan we twee keer naar de kerk?
Naarmate de kinderen ouder worden, zullen de vragen kritischer worden, afstandelijker ook. We worden ter verantwoording geroepen waarom we de dingen doen die we doen en waarom we geloven wat we geloven. Is dat erg? Nee, juist niet. Wees er blij om! Het is veel zorgelijker als ze geen vragen stellen en alles maar voor zoete koek aannemen. Hun vragen houden je ook alert, to the point en bij de les. Hun vragen kunnen tot nieuwe bezinning brengen, ze houden je fris, bij de tijd en vooral: bij de Schrift!
Als wij onze kinderen niet prikkelen tot het stellen van vragen, als wij hun vragen niet serieus nemen, dan breekt bij ons de schakel die de verbinding vormt tussen het vorige en het volgende geslacht. Wij moeten de boodschap doorgeven. Dat hebben we beloofd ook bij het doopvont: dat we naar vermogen onze kinderen zullen onderwijzen en laten onderwijzen. Dat laten we maar niet over aan de school en de vereniging en de catechisatie. Daar hebben we als ouders nadrukkelijk onze eigen plaats in. In Jozua staat het zo: 'wanneer uw kinderen later hun vaders vragen...'
> Hun vaders - daar zijn natuurlijk de moeders bij inbegrepen. Maar laten de vaders het tegenwoordig niet teveel over aan de moeders? Vaders hebben in de opvoeding, in de geloofsopvoeding ook, hun eigen plaats en taak. En dan moet de krant maar eens even opzij of de televisie uit, want mijn kind wil me iets vragen...
> Hun vaders - en als je nou nooit vader (of moeder) bent geworden dan? Ook dan geldt het voor je, want heel het volk is verantwoordelijk voor de opvoeding van de kinderen van het verbond. Vaders en moeders in Israël kunnen heel veel voor kinderen die niet hun eigen kinderen zijn betekenen!
Maar als we met elkaar niet doorgeven wat we zelf ontvangen hebben, dan zal de komende generatie het verliezen. Die verantwoordelijkheid ligt er op onze schouders.

Laten we daarom stenen oprichten, eigentijdse monumenten om de grote daden van God te vertellen, om te laten zien hoe onmisbaar de Here in ons dagelijks leven is. Laten we bidden om de leiding van de heilige Geest die bij onze kinderen de harten kan openen en ons kan helpen te vertellen, te getuigen, te leven tot Gods eer. En laat de kinderen maar vragen, heel veel vragen. Want kinderen die vragen worden juist niet overgeslagen!

Amen.

Gebed na de preek

Vader in de hemel,

God die wonderen hebt gedaan, U die steeds meeging met uw volk die lange reis door de woestijn, God die ook nu in uw Woord en Geest nog steeds dichtbij ons is,
Wij danken U dat we de bijbel hebben. Voor de verhalen die er in staan. Dat we kunnen lezen en horen hoe goed U bent en hoe goed U zorgt. Dat we ook kunnen ontdekken dat U een plek wilt hebben midden in ons leven van alledag.
Wij danken U dat U ook ons in de doop door de rivier deed gaan, dat we mochten ondergaan, opgaan en ingaan in een nieuw leven. Help ons Vader als nieuwe mensen te leven, in alle gebrekkigheid en kleinheid, maar toch...
Wij danken U dat U herinneringsmonumenten wilt oprichten waardoor U de kinderen wilt prikkelen tot het stellen van vragen en de vaders en moeders stimuleren tot het vertellen van verhalen. Wij danken U dat U oog hebt voor de kinderen, dat U hen nadrukkelijk een plaats geeft binnen uw volk, dat U hen wilt leren en onderwijzen. Wij danken U dat U de grote mensen in de kerk wilt gebruiken om uw verhaal te vertellen, te vertellen ook hoe belangrijk U in hun leven bent. Help daarbij Vader, ook als het ons niet meevalt. Help ons om als moeders en vaders tijd voor de kinderen te maken, tijd ook voor de geloofsopvoeding. Help ons als het niet meevalt, als het ons moeilijk valt. Geef ons veel liefde, wijsheid, geduld en toewijding. Wilt U ons zo als instrumenten van uw Geest gebruiken om het volgende geslacht tot U te leiden. Leer ons daarin ook onze verantwoordelijkheid kennen en dat niet afschuiven op anderen. Help ons stenen op te richten die onze kinderen doen vragen. En opent U dan het hart van de kinderen zodat zij U gaan geloven en belijden.

Amen.


1 Als preeklezer kunt u hier ook refereren aan een monument dicht in de buurt of dat net in het nieuws is geweest.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar