Maria en Marta (Deel 3: Jezus is arm geworden, om ons rijk te maken)

Thema: Jezus is arm geworden, om ons rijk te maken
Tekst: Johannes 12: 1-8
Tekstgedeelte(n):

Deuteronomium 15: 7-11
Johannes 12: 1-11

Door: Ds. M. Tel (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Bunschoten-Oost)
Gehouden te:

Bunschoten-Oost op 17 maart 2002

Benodigd: Een klein parfumflesje van 0.75 ml
Opmerking RJCV: De delen van de prekenserie Maria en Marta kunnen afzonderlijk van elkaar gelezen worden. De preken passen vooral in de lijdenstijd, en de tijd vlak daarvoor. De prekenserie bestaat uit:
1: Luc10v38 - Wees eerst een Maria, en dan pas een Marta
2: Joh11v21 - Jezus is de opstanding en het leven
3: Joh12v01 - Jezus is arm geworden, om ons rijk te maken
Extra:

Inleiding op de prekenserie Maria en Marta.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 49: 1-2
Ps. 49: 4, 6
Collecte
Gez. 17: 3-5
Lezen:Deuteronomium 15: 7-11; Johannes 12: 1-11
Tekst: Johannes 12: 1-8
Ps. 88: 2-3
Preek
Ps. 116: 1-3
Lied 189: 3-4
Zegen

Gemeente van onze Here Jezus Christus.

Een pond nardus. Hoeveel is dat eigenlijk. Een pond in de bijbel, is niet hetzelfde als het bij ons is. Een pond is 327,5 gram. Maar ja, dan weet je nog niet zoveel. Om een idee te krijgen hoeveel het is, ben ik eens in de kast van mijn vrouw gedoken, gekeken hoeveel er in zo'n klein flesje parfum zit. (flesje mee op de preekstoel) Ongeveer 7 gram. Dat betekent, als je net zoveel parfum wilt hebben als Maria, dat je bijna 50 van deze flesjes moet hebben. Echt heel veel dus. En dan begin je ook een beetje te begrijpen hoe duur het is. Dat weten de vaders onder ons wel. Als ze voor moederdag of een verjaardag van moeders eens zo'n flesje kopen. Er zit bijna niks in, en in je beurs daarna ook niet meer. Nou is er ook nog verschil in parfum. Want daar moet je hier een beetje aan denken. Olie staat er. Een soort parfum. Om op te frissen. Dit was wel het duurste van het duurste. Het moest helemaal uit India en nog verder komen. Nardus krijg je van een wortel van een plant die in ieder geval op de Himalaya groeit. Dit was echt alleen spul voor hele rijke mensen. Echt luxe. En Maria gooit er zomaar 50 flesjes van leeg. Maria is dus heel rijk. Maar de armen dan, vraagt Judas. Hoe zit het daar mee. Daar gaat het over in deze preek. Arm en rijk.

Jezus is arm geworden, om ons rijk te maken

  1. Jezus en Lazarus
  2. Jezus en Maria
  3. Jezus en Judas
  4. Jezus en de armen

1. Jezus en Lazarus

Wat is rijk eigenlijk. Als je heel erg rijk bent, maar je bent gestorven. Wat heb je dan aan je rijkdom. Dat is dan betrekkelijk. Zo zit hier aan tafel Lazarus, uit een rijke familie dus. Maar hij was wel gestorven. Het is in hoofdstuk 11 allemaal net verteld. En Lazarus wordt in deze geschiedenis sterk naar voren gehaald. Twee keer wordt hij genoemd. Jezus kwam in het dorp van Lazarus. Als u de Statenvertaling er op naleest, kunt u zien dat er staat: Die gestorven was. Maar Jezus heeft hem uit de doden opgewekt. En Lazarus ligt ook aan, aan de tafel. Met dat twee keer noemen legt Johannes een stevige band met het vorige hoofdstuk. En van de maaltijd krijg je haast de indruk dat het een eremaal is. Jezus komt opnieuw in het dorp van Lazarus. En er wordt een maaltijd aangericht. Ter ere van Jezus die dorpsgenoot Lazarus heeft opgewekt. Alles wordt uit de kast gehaald. Marta, natuurlijk Marta, bedient. Als er iemand is die weet hoe zo'n maaltijd gerund moet worden, is zij het. En Lazarus ligt ook aan. Hij ligt aan. Dat spreekt boekdelen. Hij kan eten. Doden eten niet. Die hebben geen voedsel nodig. Maar hij kan in levende lijve het feest mee vieren. Dat spreekt maar één taal: Hij is dood geweest, maar hij leeft. Kijk maar eens hoe Jezus later zijn volgelingen overtuigt dat Hij echt leeft, echt een lichaam heeft: 'Geef me eens een stuk vis.' Een meisje wat uit de dood is opgewekt - 'Geef haar nu maar eerst te eten', zegt Jezus. Dat is het grote bewijs dat de dood is overwonnen. Het lichaam, inclusief de spijsvertering functioneert weer. Er ligt een dode aan die eet. En dus leeft hij. Wat is rijk, wat is arm? Als je dood geweest bent, maar je wordt opgewekt. Dan ben je echt rijk, dan is een gegoede familie niet belangrijk meer. Dan vier je alleen maar het leven.

Tegen die achtergrond zien we Jezus. Lazarus is niet de hoofdpersoon. Al die anderen ook niet. In de bijbel is Jezus altijd weer de hoofdpersoon. Let nu zo eens op Jezus. Tegen de achtergrond van de levende Lazarus. Tegen de achtergrond van een levende die eet, zit Jezus ook te eten. Ja, Hij leeft. Maar het wordt donker om Hem heen. Voor en na deze geschiedenis wordt het duidelijk. De leiders van het volk hebben een prijs op zijn hoofd gezet. Als iemand weet waar Hij is, moet Hij worden aangegeven. Als het ware zijn de biljetten met zijn hoofd erop overal neergehangen. 'Gezocht, Jezus van Nazaret.' En de mensen praten met elkaar, zal Hij wel komen dit feest. Zal Hij erbij zijn. En ja hoor. Hij neemt zelfs ruim de tijd. Zes dagen voor het feest, de zondag voor het Pascha is Hij al vlak bij Jeruzalem: Betanië. Het is nog maar 2,5 km. tot Jeruzalem. Ruim op tijd voor het feest begeeft Hij zich in het hol van de leeuw. Het net gaat zich om Hem sluiten. Dat is de aanloop tot deze geschiedenis. Lazarus, rijker dan ooit, Hij heeft het leven teruggekregen. Een dode die eet. Naast de Levende. Hij eet ook. Maar hoe vaak nog. Het lijkt haast op zijn galgenmaal. Lazarus is levend, rijk. Jezus gaat op weg naar de dood. Hij wordt arm.

Wie heeft het in de gaten aan deze feesttafel. Weinigen, lijkt het. Alleen Maria. Het tweede punt.

2. Jezus en Maria

Ze komt binnen met die onvoorstelbare hoeveelheid Nardusmirre. Inderdaad een rijke vrouw. De prijs waar Judas het op taxeert liegt er niet om. Voor 300 schellingen zou je het wel kunnen verkopen. Weet u nog, die gelijkenis van die arbeiders in de wijngaard. Een volle dag werken is een schelling waard. Driehonderd daglonen van een arbeider. Dat is meer dan een jaarloon. € 2000,- zullen we maar zeggen. Of Maria rijk was.

Ze veroorzaakt met die mirre dan ook heel wat opschudding. Om Jezus zo uitgebreid te zalven. Van top tot teen. Ja, want hier staat dat ze de voeten zalft. Maar in Matteüs en Marcus lees je dat ze het hoofd van Christus zalft. Zo'n gigantische hoeveelheid zou natuurlijk ook veel te veel zijn, alleen voor de voeten. Zelfs nu stroomt er zoveel over zijn voeten, dat ze het moet afdeppen met haar haren. Zodat de Here er geen last van heeft, als Hij weer op pad moet. Moet je je voorstellen wat er gebeurt. Een vrouw die haar haren losmaakt. En daarmee de voeten van een man droogdept. Zo'n rijke, voorname vrouw. Het geeft heel wat rumoer. Wat heeft ze toch voor met deze daad? Wat doet ze?

Maria is weloverwogen. Ze weet wat ze doet. Maria, wie was het ook alweer? We kennen het verhaal van Martha en Maria. Maria is de luisterende, Maria bleef zitten, terwijl Martha hard aan het werk ging. Ze moest wel luisteren, want over een poos zou Jezus er niet meer zijn. 'Maria, jij hebt het goede deel gekozen', zei Jezus toen. Dienen, zoals Marta, kan altijd nog wel. Maar luisteren, dat is afgelopen, binnenkort. Maria had geluisterd. En ze had het begrepen. Jezus werd begraven. Ze moest afscheid nemen. En daarvoor heeft ze een flinke hoeveelheid zalf opzij gelegd. Speciaal voor Hem. Bij Lazarus had ze het niet eens gebruikt. Daar moest je op de vierde dag al bang zijn voor de lijklucht. Nee, dit is voor Jezus. En nu de situatie zo dreigend wordt, begrijpt ze: Nu duurt het niet lang meer. En ze stelt het niet langer uit. Ze wil niet wachten tot na zijn dood. Niet meer de laatste eer geven. Dat zou Hij niet meer merken. Maar de één na laatste eer. Voor zijn sterven. Laten merken dat ze Hem liefheeft. Dat ze alles voor Hem overheeft. Dat ze weet, waar Hij naar toe gaat. Dat ze Hem wil verzorgen, helemaal. Hoeveel spaargeld gaat hier wel niet mee heen. Eigenlijk geeft ze zichzelf weg. Meer dan de nardus. Hier is ze zelf. Met al haar rijkdom. Heel opvallend dat bij Johannes die voeten zo'n nadruk krijgen. Ik lees er een verwijzing in naar het volgende hoofdstuk. Als de discipelen te beroerd zijn om elkaar de voeten te wassen. En als Jezus zelf gaat dienen. Maar Maria hier, dient. Met al haar rijkdom, met haar haren, met zichzelf.

De voeten worden gezalfd. Mag ik nog wat zeggen over die voeten. In Jesaja staat die prachtige tekst: Hoe lieflijk zijn de voeten van hen, die een machtige boodschap brengen. Hoe heerlijk zijn de voeten van de boodschapper van hem die komt vertellen dat er herstel komt. Die voeten koester je. Mag ik het zo zeggen: Maria eert hier Jezus als haar grote profeet. Ze heeft de voeten lief van Hem die een goede boodschap brengt. Luister naar deze profeet, als Hij het woord neemt.

En Hij neemt het woord. "Laat haar haar gang gaan. Zij heeft dit bewaard voor mijn begrafenis." Ook nu weer, volg ik de Statenvertaling. Bij ons staat (vertaling NBG-'51): Laat ze het bewaren voor de dag van mijn begrafenis. Moeilijk uit te leggen, als ze juist net alles vergoten heeft. Maar de Statenvertaling zegt: "Zij heeft dit bewaard voor de dag van mijn begrafenis." De Profeet neemt het woord. Luister naar Hem. Verzorg zijn voeten! Wat is zijn boodschap? 'Ik zal begraven worden. Ik zal in het graf eindigen. Zijn boodschap is: als je veel van iemand houdt, geef je het mooiste wat je hebt, dat is heel gewoon. Zo zegt een liedje van Elly en Rikkert. Maria geeft het mooiste wat ze kan bedenken. Maar Ik geef iets nog mooiers. Het mooiste wat Ik heb, mijn eigen leven.' Wat zijn wij rijk, broeders en zusters. Iemand die zijn leven voor ons gaf. Die ons het leven gaf. Wil je nog meer rijkdom? En zo arm werd de Heiland voor U en voor mij. Opnieuw die tegenstelling. Een heerlijke lucht waait er door het huis. Van de duurste mirre. Maar het is begrafenislucht. Doodslucht verspreidt zich.

3. Jezus en Judas

Die walm wordt nog eens extra verspreid als Judas zijn mond open doet. Judas, de Rekenmeester van de club. De penningmeester die alles weet van geld en beheer. Hij maakt een rake opmerking. Een jaarloon! Daar hadden we toch veel meer mee kunnen doen. Had het niet aan de armen gegeven kunnen worden. Een rake opmerking. Vooral vlak voor het Pascha. Als Judas over een paar dagen verdwijnt onder het paasmaal denken de anderen dat hij armen wat gaat geven. Dat hoorde klaarblijkelijk bij een feest, dat je de armen extra bedacht. Wat zouden ze met een jaarloon niet kunnen doen. Is dit geen verkwisting? Dit snijdt hout. In de andere evangeliën lezen we dat hij ook instemming krijgt. Dan gaat het niet alleen over Judas, maar meer aanzittenden mompelden dat dit toch niet kan.

Maar intussen zien we hier de tweede die de begrafenis van Jezus voorbereidt. Maria, maar Judas net zo goed. Hij kan er niet meer tegen, dat het zo gaat. Hij had meer geld, meer roem, meer eer verwacht. Deze Jezus kan beter begraven worden. De discipelen doorzien het achteraf allemaal. Ze komen er later achter dat hij een dief van hun eigen portemonnee was. En ze begrijpen later dat dit de eerste stappen op weg zijn naar het verraad. Op weg naar de begrafenis. Ja, Judas is bezig met de begrafenis. Hij begint te begrijpen dat het afgelopen is. En probeert er nog zoveel mogelijk profijt van te trekken. Kunnen we het niet aan de armen geven? Wie is hier arm. Jezus natuurlijk opnieuw. Verraad tot in de boezem van zijn vriendenkring. En de anderen die het helemaal niet doorzien. Die Maria's daad maar niet kunnen plaatsen. Die Jezus niet willen volgen. Jezus is hier arm. Maar er is nog eentje. Judas. Die er niet aan wil dat hier een profeet is. Een Profeet die het heerlijke leven laat zien. Alleen Hij moet er wel de dood voor in. Blind is Judas voor het echte rijke leven. Hij loopt stuk op het geld. Hij kent alleen maar de waarde van harde goederen. Hoe arm ben je dan? Hoe arm zijn wij, in onze maatschappij, geregeerd door geld en goed? Wij weten zo goed de waarde van onze beleggingsportefeuille. Maar kennen wij de waarde van deze Profeet?

Ja, de Profeet. Tot op het laatst blijft Hij dat. Hij neemt het woord. Hij verkondigt zijn eigen begrafenis, zijn eigen armoede, die ons rijk maakt. Maar daar laat Hij het niet bij. Heel wonderlijk, Hij gaat nog serieus in op de woorden van Judas ook. Hij doorziet de onzin toch zeker wel. Hij weet toch wie Judas werkelijk is. Al in hoofdstuk 6 gaf Hij aan dat er een verrader in hun gelederen was. Hij kent Judas - kent zijn diefachtige praktijken. Hij weet hoe loos deze woorden over de armen zijn. maar toch gaat Hij er serieus op in. 'Mij hebben jullie niet altijd bij je, maar de armen wel.' Jullie. Het staat er in meervoud. Hij spreekt nu ieder aan. Niet alleen Judas, maar die hele groep daar. En over hun hoofden heen, ons ook. Hij profeteert. Eerst over zichzelf. Hij haalt zichzelf naar voren. 'Ik verdien alle eer. Denken jullie daarom? Weten jullie wel hoe rijk jullie zijn. Hoe arm Ik moet worden? Ik ben de profeet die alle lof verdient. Ik ben de Priester die mezelf ga offeren. Ik ben de Koning, en jullie moeten voor Mij op de knieën, op dit moment. Ik ga nu voor - zelfs voor de armen.' Broeders en zusters, hoort U dat? Jezus centraal in uw leven. Echt centraal, als de enige die het voor het zeggen heeft. Zo vaak zijn wij discipelen, die de boodschap wel kennen, maar ach, er is zoveel in het leven. Hoe vaak zijn we Judas, bij wie geld boven alles gaat? 'Ik centraal. Ik ben arm geworden om jullie rijk te maken. En Ik verdien dus alle eer. Geef die eer, roep Ik u op.'

4. Jezus en de armen

En de armen dan? Kan Jezus die nu zomaar aan de kant schuiven. Zijn die niet belangrijk meer. 'Natuurlijk wel', zegt Jezus. 'Op dit moment niet. Nu ga Ik voor… Maar Ik zal er niet altijd zijn. De armen blijven bij jullie.' Hij haalt het prachtig aan uit Deuteronomium 15. Die ernstige waarschuwing om klaar te staan voor de ander. De armen zullen er altijd zijn. En zij verdienen al jullie aandacht. Maar nu niet.

Twee slotlessen halen we daar uit.
De eerste les: De armen blijven dus. Dit is geen zinnetje om maar even af te doen. Ach, armen zullen er altijd wel zijn, daar hoef ik niet wakker van te liggen. Nee, zo gauw Jezus er niet meer is, komen zij weer aan bod. En nu nog sterker dan eerst. Want wij hebben leren zien wat arm en rijk was. Arm was Christus. En rijk ben ik. God gaf het mooiste wat Hij had, zijn eigen Zoon. Hoe ik ook denk, een mooier geschenk ken ik niet. Zijn eigen Zoon, zodat ik kan leven. Als Lazarus. Nog meer zelfs. Leven met God. Wat ben ik onnoemelijk rijk. En de verhoudingen in mijn leven komen er anders uit te zien. Niet of alles wel betaalbaar is, is de grote vraag. Maar waar mijn echte schat ligt. Wie die schat in Christus gevonden heeft, die kan veel, heel veel uitdelen. Een hele zware taak. Want hoe ver je ook kijkt in deze wereld. Overal zijn armen.
Dat is de eerste slotles. Je bent rijk. Dus je kunt geven.

De tweede les: Waarom geef je? Wat is je motivatie? Er zijn veel mensen die geven. Er worden mooie dingen gedaan. Wat is je reden? Ongelovigen en gelovigen geven, maar tussen dat geven is verschil. Gelovigen zetten Christus voorop. Hij is de eerste. En om de liefde die ik van Hem heb leren kennen, daarom ga ik geven. Ik krijg liefde, en daarom geef ik liefde. Geef niet om eigen gevoel tevreden te stemmen. Om de mensen naar je op te laten kijken. Om schuldgevoel af te kopen. Omdat het zulke zielige mensen zijn. Geef met een hart dat gevuld is met liefde.

De armen hebben we altijd bij ons. Daar leerden we zomaar twee lessen uit. Geven blijft. En het gaat om geven om Christus. Maar dat is niet de hoofdles van vandaag. De hoofdles is: Kom onder de indruk van Christus. Val aan zijn voeten. Zo arm werd de Heiland voor u en voor mij.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar