Lazarus - een teken

Thema: Lazarus - een teken
Tekst: Johannes 11: 1-44
Tekstgedeelte(n): Johannes 11: 1-44
Door: Ds. J. Glas (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Maastricht)
Gehouden te: Maastricht op 10 november 2002; Venlo en Brunssum op 17 november 2002; Eindhoven-Best en Eindhoven op 1 december 2002
Opmerking RJCV: Deze preek kan ook zeer goed in de periode voor Pasen gelezen worden.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Gez. 25
(Ochtenddienst: Wet)
(Ochtenddienst: Ps. 130)
Gebed
Lezen en tekst: Johannes 11: 1-44
Ps. 116: 1-2, 5
Preek
Gez. 21
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
(Middagdienst: Gez. 29: 1 of Gez. 28 (of een ander loflied op de Drie-Enige))
Gebed
Collecte
Lied 215
Zegen

Eerst gaan we het hebben over drie groepen mensen die in het gebeuren een rol spelen.
Daarna gaan we het hebben over wat Jezus zegt en doet in hun richting.
Ten slotte vragen we ons af wat dit gebeuren met ons doet.

[ Toelichting: ] We gaan het eerst hebben over drie groepen mensen.

1. Drie groepen mensen

1a. De bange discipelen (vers 1-16)

Eerst over de bange discipelen. De discipelen zijn stil als ze het bericht horen van Maria en Marta dat hun broer Lazarus ziek is. In dat bericht ligt het onuitgesproken verzoek van de beide zusters: U wilt nu toch wel meteen naar uw vriend komen kijken? Dat wordt niet gezegd. Dat hoeft ook niet bij een vriendschap. Lazarus is ook de vriend van de discipelen. Maar geen van hen zegt: zeg Jezus, zullen we eens een kijkje nemen bij onze gemeenschappelijke vriend?
Pas als Jezus na twee dagen zegt: kom, weg gaan naar de provincie Judea, beginnen ze zich te roeren: hohoho! Het dorp van Lazarus ligt vlak bij Jeruzalem. Nog maar kort geleden probeerden de Joden daar u met stenen dood te gooien. Moet u zo nodig daar naar toe?
Ach, zegt Jezus, Lazarus slaapt, Ik ga hem wakker maken. O, zeggen de discipelen, maar als hij slaapt, laat hem dan maar slapen, dat is goed voor zijn genezing.
Nee, zegt Jezus, hij is gestorven. We gaan. Nou, zegt Thomas wanhopig, dan komen we net als Lazarus plat te liggen, bedolven onder een hoop stenen.
Maar goed dat hun vriend Lazarus hen niet kon horen.

We zien bij de discipelen een doodsangst boven komen die iedereen wel eens overvalt. Dat het zomaar, plotseling afgelopen kan zijn. De dood is een slagboom. Het is voorbij. Er is geen weg terug. Het is over en uit. Die doodsangst zit er diep in bij ons, omdat wij als mens geschapen zijn om te leven. Geen mens is er klaar voor om te sterven.

1b. De kleingelovige Marta en Maria (vers 17-32)

We gaan naar twee anderen die in deze geschiedenis een rol spelen. Maria en Marta.
Marta gaat Jezus tegemoet: ach, als u nu een paar dagen eerder gekomen was, dan zou u hem genezen hebben. Maar met Jezus weet je het maar nooit. De gezusters hadden het bericht teruggekregen over een ziekte die niet dodelijk zou aflopen, over de eer van God als doel van de ziekte en over de glorie van Gods Zoon. Daarom zegt Marta: ook nu weet ik dat God u zal geven, alles wat u van Hem vraagt.
Marta wil nog wel een sprankje hoop hebben. Maar als Jezus zegt dat haar broer zal opstaan, is haar dat toch teveel. Natuurlijk gelooft ze in een opstanding zoals alle gelovige Joden toen. Als de grote dag aanbreekt waarop de gestorven gelovigen deel zullen krijgen aan de komende wereld. De dag waarop alles weer op z'n pootjes terechtkomt.
Als Maria later op dezelfde plek arriveert als waar Marta Jezus heeft ontmoet, zegt Maria precies hetzelfde als Marta: was u nu maar een paar dagen eerder gekomen, dan zou mijn broer nu nog in leven zijn.

Zoals Marta en Maria denken zoveel mensen. Als je de krant (niet Trouw, ND, Reformatorisch Dagblad) opslaat en je leest de rouwadvertenties dan blijkt daaruit: er zal toch wel iets zijn? Iets van leven na het sterven. Het kan toch niet waar zijn dat met de dood alles afgelopen is. De ziel, de geest leeft voort. Voelt zich nog bij ons betrokken. Je kunt wat tegen ze zeggen. Soms krijg je een klopje op je schouder van ze: dat heb je goed gedaan, kind.

1c. Verwijten van sommige Joden (vers 33-37)

We gaan naar de derde en laatste groep mensen die in deze geschiedenis voorkomt. Dat zijn de Joden die in de zevendaagse rouwperiode naar de zusters zijn toegekomen om met haar te rouwen en haar te troosten. Als die zien dat Jezus zich opwindt, zich boos maakt en huilt om de dood van zijn geliefde vriend, klinkt uit de mond van sommigen het verwijt: had Hij die de ogen van de blinde heeft geopend niet kunnen voorkomen dat Lazarus gestorven is?

Ook deze reactie is zo menselijk en herkenbaar. Wij maken ook verwijten in de richting van God wanneer we voor het afscheid van een geliefde worden geplaatst. Waarom moest zij zo vroeg sterven terwijl er nog zoveel kinderen thuis zijn? Waarom moet mij dit overkomen? Ik ben mijn hele leven al door een dal gegaan. Deze lijst van verwijten kan oneindig lang worden gemaakt, omdat ieders persoonlijke situatie weer anders is. En als we elk verwijt apart zouden aanhoren, zouden we er het zwijgen toe doen. Want wat zou het antwoord daarop moeten zijn? Elk verhaal is authentiek.

[ Toelichting: ] We hebben het gehad over drie groepen mensen in wie wij onze eigen gevoelens van angst, kleingeloof en verwijten herkennen. We gaan nu naar de hoofdpersoon in dit gebeuren. Wat zegt Hij in de richting van deze verschillende groepen? Wat zegt Hij wat van betekenis is voor ons?

2. Ik ben de opstanding en het leven

2a. De eerste groep

Jezus Christus zegt: Ik ben de opstanding en het leven. De nadruk op het woordje Ik. Wat betekent dat voor die eerste groep, die angstige discipelen? Die te bang zijn om naar hun zieke vriend Lazarus af te reizen omdat zijn woonplaats zo dicht bij het gevaarlijke Jeruzalem ligt? En wat betekent dit voor onze eigen angst voor de dood? Onze angst voor het sterven?
Let op Jezus' reactie in verzen 9-10. Er gaan twaalf zonuren in een dag. Wie overdag reist, hoeft niet bang te zijn om ergens tegenaan te stoten en te vallen. 's Nachts wel. Jezus gebruikt dit voorbeeld met een verwijzing naar Zichzelf. Hij is het licht der wereld. In zijn nabijheid hoef je niet bang te zijn om te struikelen. Als je dat licht in je hebt, hoef je geen kwaad te vrezen. Van ziekte, geweld, oorlog en dood. Het wordt pas duister in je leven als je dat Licht probeert te doven.

2b. De tweede groep

Wat Jezus in verhullende, beeldsprakige bewoordingen duidelijk maakt aan de discipelen in reactie op hun angst, verklaart Hij nader in reactie op de kleingelovige Marta. Daar hebben wij ook veel aan. Of we nu vast geloven of onze twijfels hebben. Of als we geloven dat er nog wel iets zal zijn na het sterven.
Marta heeft nog een sprankje hoop dat er nog iets zal gebeuren. Als Jezus over de opstanding van haar broer spreekt, denkt ze aan een verre toekomst. Daarop zegt Jezus in vers 25 en 26: Ik ben de opstanding en het leven.
Ik ben de opstanding. Deze woorden worden toegelicht in het vervolg: Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is Hij gestorven. Christus ontkent niet de realiteit van de dood en van het graf. Hij spreekt hier over sterven. Maar Hij zegt dat het leven een permanente gave is die niet door de dood kan worden vernietigd. In feite vindt er een opstanding plaats na het sterven. En dat is net zo zeker als de persoon van Jezus voor Marta's neus staat. Ik ben de opstanding. Marta mag geloven dat Lazarus al is opgestaan, ondanks dat hij gestorven is.
Ik ben het leven. Deze woorden worden toegelicht in het zinnetje daarna: En een ieder die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven. Voor wie gelooft, is het leven zo krachtig dat de dood er in feite geen grip op heeft. Dat is net zo zeker als Jezus voor Marta staat. Ik ben het leven.
Wat Jezus hier tegen Marta zegt is dat het met gestorvenen niet is afgelopen omdat Hij de opstanding is en dat levenden niet kapot kunnen omdat Hij het leven is. Nogmaals: Jezus ontkent niet de kille werkelijkheid van dood en graf, maar Hij zet daar zijn eigen persoon tegenover: Licht, opstanding, leven. De macht over dood en graf wordt door Hem aan zijn persoon vastgekoppeld. Wat mensen dan ook voor voorstelling hebben over dat iets dat na het sterven komt, Christus blijft daarover niet in het vage steken.

2c. De derde groep

Ik ben de opstanding en het leven. Wat betekenen deze woorden richting het verwijt van de rouwende en troostende mensen in de kring rond Marta en Maria? Wat betekenen die woorden richting de verwijten die wij zelf hebben? Waarom God? Waarom ik?
Eerst zetten we de feiten op een rij.
1. Neem de steen weg, zegt Jezus. Marta kan het niet geloven. Ze zegt: het stinkt! Het lichaam van Lazarus was al tot ontbinding overgegaan!
2. Jezus spreek een dankgebed uit in de zekerheid vooraf van de verhoring door zijn Vader. Hij hoeft de Vader niets te vragen om Lazarus te kunnen opwekken.
3. Jezus roept Lazarus naar buiten. Hij zegt niet: Lazarus, sta op uit de dood. Hij roept hem naar buiten. Met de macht van de Schepper die door het woord de hemel en de aarde geschapen heeft. Er zij licht en er was licht. In het woord ligt het leven. Voor Jezus is Lazarus' dood inderdaad als een slaap, zoals Hij eerder al opmerkte richting zijn discipelen. Voor Hem is de opwekking uit de doden niet meer dan een wakker schudden uit de slaap.
4. De gestorvene kwam naar buiten. Dat ging zo [ dat moet je als voorganger even voordoen en ondertussen verder praten: doe een paar stapjes naar achteren en schuif met je armen stijf naar beneden tegen je lichaam aangedrukt voetje voor voetje naar voren ]: de gestorvene kwam naar buiten met de doeken nog om zijn hoofd en om zijn armen en benen. De banden van de dood hadden hem omvangen (Psalm 116). Lazarus was niet in staat om het doek van zijn gezicht en de doeken om zijn lichaam te verwijderen. Daarom zegt Jezus: maak die banden los en laat hem gaan. De ogen van de omstanders weerspreken wat ze met hun neus geroken hadden.
5. Lazarus mocht zich voortaan een bekende Jood noemen (lees Johannes 12: 9). Maar die positie is niet benijdenswaardig (lees Johannes 12: 10-11).
Ik heb de feiten even op een rij gezet, omdat daarin ook de beperking ligt van dit gebeuren. Lazarus is na enige tijd weer gestorven. Moest opnieuw de weg volgen die naar de dood leidt. De weg die we allen moeten gaan en die zoveel vragen en verwijten oproept. We moeten goed onthouden: Lazarus was slechts een teken. Lazarus' opstanding wijst ons dus op iets anders dat nog belangrijker is. Lazarus is een bewijs van de glorie van de Zoon van God. Lazarus is teruggehaald uit de dood tot eer van God. Wie gelooft merkt die glorie op. En het is de bedoeling dat wij nu niet zeggen: waarom gebeurt zoiets niet voor onze ogen? Geef ons ook eens zo'n teken. Het is de bedoeling dat we in dit teken de glorie van Jezus opmerken en ons geloof daardoor versterken. Dat we aan dit teken genoeg hebben om verder te kunnen.

[ Toelichting: ] We hebben de woorden gehoord en de daden gezien van de hoofdpersoon Jezus aan het adres van deze drie groepen mensen. Wat doet dit alles nu met ons?

3. Geloven

Angst en wanhoop, ongeloof en twijfels, beschuldigingen en verwijten zullen steeds opnieuw de kop opsteken. Daarom moet ieder mens aanvaarden dat leven en opstanding samenhangen met de persoon van Jezus Christus die op aarde kwam als mens, maar wel zijn glorie als Verlosser al liet zien.
Het geloof in Hem, het jezelf verliezen en je overgeven, je toevertrouwen aan Hem, schénkt je leven. Het leven met Hem, met God. Het leven dat niet kapot gemaakt kan worden. Door geen enkele macht, hoe boosaardig ook.
Ik kwam een mooie uitspraak tegen: wie sterft, voordat hij sterft, sterft niet, wanneer hij sterft. Dat betekent: wie tijdens zijn leven bereid is om Jezus Christus aan te nemen en je eigen systeem, geloofsopvattingen en leven te verliezen, te sterven dus, die zal als hij komt te overlijden niet sterven, maar leven.
Angsten, kleingeloof en verwijten zullen ons niet meer overheersen als we Gods liefde proeven in dit teken van Lazarus. De liefde waarvan aan het slot van Romeinen 8 wordt gezegd: die liefde is zo sterk, dat geen macht ter wereld in staat is een wig te drijven tussen Gods liefde die van zijn kant naar ons uitgaat. De kracht van zijn liefde is zelfs sterker dan de dood. Als God je eenmaal tot zijn kind heeft gemaakt en jij hebt je aan Hem overgegeven, blijf je zijn kind, door de dood heen.
Socrates en tal van latere filosofen hebben een boodschap: ze leren de mensen hoe ze moeten sterven. Hoe je dat proces het beste kan doorstaan en afmaken. Maar Christus? Christus heeft de dood overwonnen. Dat is het verschil.
Lazarus. De naam is een verkorte, Griekse vorm van het Aramese Eleazar. Die naam betekent: God is een helper. Lazarus was slechts een teken, een bewijs daarvan in een wereld die lijkt geregeerd te worden door zonde, dood en ongeloof.
Geloof het of het geloof het niet, dat - om met Marta te spreken - Jezus is de Christus, de Zoon van God die in de wereld zou komen, gekomen is en terugkomt.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar