Feest op Sabbat - Over een genezing op Sabbat

Thema:

Jezus Christus is Heer en Geneesheer

Tekst: Johannes 5: 14
Tekstgedeelte(n): Johannes 5: 1-18
Door: Ds. Roelof Sietsma (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Grootegast)
Gehouden te: Grootegast op 19 januari 2003 en te Damwoude (Fr.) op 26 januari 2003

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 84: 1, 3
Wet
Ps. 51: 4-5
Gebed
Lezen: Johannes 5: 1-18
Ps. 100: 1, 4
Tekst: Johannes 5: 14
Preek
Gezongen Amen
Lied 87: 1-5
Gebed
Collecte
Ps. 139: 8, 11

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,
Broeders en zusters, jongens en meisjes,

De zondag is de dag voor de Here. Het is de eerste dag van de week, en we houden die dag vrij om aan Hem te denken en naar Hem te luisteren. Hij geeft ons dan nieuwe moed en kracht en hoop, door zijn Woord. En we vieren deze rustdag op zondag, de eerste dag van de week, omdat onze Here Jezus op zondag is opgestaan! Want vroeger was de rustdag op zaterdag: sabbatdag, dat is de zaterdag. Maar sinds zijn opstanding vieren we dit op zondag: de dag van zijn opstanding. Dat is onze rustdag.
Als nu iemand op zondag zegt: Oh, wat kan mij dat nu schelen, ik ga gewoon aan mijn werk! De tuin omspitten, klompen aan, of laarzen, of het dak op: de goot schoonmaken, of wat voor werk ook maar. Dan nog even naar de snackbar, patat halen, tussendoor misschien nog even naar de kerk, en 's avonds een duik in het zwembad, en dan lekker achter de televisie hangen Sport kijken. Ben je dan goed bezig? Nou, het antwoord is: nee. Op zo'n manier vier je geen zondag, zo houd je ook geen rustdag, zo put je ook geen nieuwe kracht uit Gods Woord. Zo is het niet goed.
Maar betekent dit dan, dat je op deze dingen een soort algemeen verbod kunt afkondigen? Kun je bijvoorbeeld zeggen: Het is altijd zonde en verkeerd als je op zondag klompen of laarzen aanhebt, of televisie zit te kijken?
Nee. Zo ligt het ook niet. Als het regent, mag je gerust op laarzen naar de kerk gaan. En als u een kerkdienst moet missen, en er komt één op de televisie, dan mag u die op zondag ook meebeleven via de televisie. Het hangt er dus vanaf waarom en hoe je bepaalde dingen doet. Doe je het voor jezelf, uit gemakzucht, uit onverschilligheid of egoïsme, of doe je het uit trouw en liefde, voor je naaste of voor de Here? Als je op zondag bijvoorbeeld geroepen werd om mensen te redden, laten we zeggen bij een overstroming in Noord-Groningen, en hals-over-kop vertrek je, met een groep vrijwilligers, en de hele dag in touw, en 's avonds krijg je eindelijk gelegenheid iets te eten, maar het komt wel uit een snackbar, op zondag, dan mag je het toch eten. Dan heeft iemand gewerkt om jou te helpen mensenlevens te redden! Dat mag! Zonder twijfel, en dan mag je God er ook hartelijk om danken. Zoveel verschil maakt het uit met welk motief en in welke omstandigheden je dingen doet.
Nu was het in ons hoofdstuk, Johannes 5, eigenlijk helemaal niet aan de orde, de vraag over wat mag op de sabbat. Net zo goed als wij vandaag ook niet het 4e gebod als tekst hebben. Maar toch leidt de tekst ons naar dat onderwerp.
En het is een enorm actueel onderwerp: wat mag nu eigenlijk op zondag? Er circuleert in de gemeente een videoband over de synode (die kunt ook U als vereniging of ook persoonlijk aanvragen en bekijken) en op die band staat de kwestie centraal: sabbat of zondag.
In de politiek komt het naar voren: hoe kijken christenen nu tegen de zondag aan? Hoe ga je om met de koopzondagen, en werken op zondag. Op catechisatie is het actueel: kinderen vragen altijd waarom je niet zou mogen sporten, of zwemmen op zondag en zo zijn er nog meer vragen over de zondag.

Maar, hier in deze geschiedenis gaat het in de eerste plaats gaat om de genezing en verlossing van de zieke man. Jezus treedt op om iemand te redden! Na 38 jaar ziekte! Daarbij stuit Jezus dan op barrières van de kant van de Joden, die opgeworpen worden via de voorschriften over de sabbat. Het wordt een aangrijpingspunt, de sabbat, waardoor hun ongeloof zichtbaar en geuit wordt. Terwijl Jezus levens redt, komen zij met kritiek op het moment dat Jezus daarvoor uitkiest. En dat is niet alleen maar 'geen oog hebben voor de goede verhoudingen'. Het is veel ernstiger: het is een ernstige bedreiging van de toegang tot de zaligheid, zowel voor henzelf, alsook voor anderen.

Gemeente, we mogen de tekst zo samenvatten:

Thema:

Jezus Christus is Heer en Geneesheer

  1. Hij geneest de zieke (gij zijt gezond geworden)
  2. Hij is Heer, ook over de sabbat (Hij deed deze dingen op sabbat)
  3. Hij waarschuwt dat ongeloof fataal is! (opdat u niet iets ergers overkome)

1. Hij geneest de zieke

Dit genezingswonder dat gedaan wordt door de Here Jezus, vindt plaats in Bethesda, een plaats net even buiten de stadsmuren, bij de Schaapspoort, ten noorden van Jeruzalem. Het mooie is dat men Bethesda teruggevonden heeft tijdens opgravingen. We weten dus precies hoe het eruit heeft gezien. Tijdens één van de joodse feesten was Jezus daar, en het bad, waarvan sprake is in vers 2, was een groot zwembad, kun je zeggen, met twee baden, vlak tegen elkaar aan: een dubbelbad kun je zeggen. Beide baden zijn ongeveer 50 meter breed, en de ene is ongeveer 50, en de andere 60 meter lang. Qua omvang vergelijkbaar met twee wedstrijdzwembaden dus. Prachtige natuurbaden, waar het bronwater door geleid werd. Aan de vier kanten liepen overdekte paden, om de mensen te beschermen tegen de felle zon. Een soort pergola's, zuilengangen genoemd. De vijfde zuilengang liep tussen de twee baden door. Dat allemaal hebben ze zo weergevonden. Onder die pergola's lagen zieken, verlamden en mensen met beperkingen te wachten op de beweging van het water. Op het wonder.
Daar ligt ook de man die al 38 jaar ziek is. Een 'hopeloos geval', zouden we zeggen, want de man heeft geen schijn van kans om ooit in het water te komen. Hij is niet snel genoeg en hij heeft geen hulp. En hij weet het. Hij is misschien wel de recordhouder in het wachten te Bethesda: de mens die er het langste is.
En Jezus weet het ook. En Hij vraagt de man alleen: "Wil je gezond worden?" En de man legt geduldig uit dat dat er voor hem niet meer in zit. Hij vertelt de hoofdzaken van zijn verhaal, vers 7. En dan geneest en redt Jezus die man, zonder hem ook maar iets verder te vragen of te zeggen.
Een bijzondere genezing, omdat er geen sprake is van bekering of een geloofsbelijdenis. Straks zal blijken dat dit Jezus niet ontgaan is, maar dat de Here dit bewaart tot een later moment, we komen dat namelijk tegen in vers 14, onze tekst. Dan pas brengt de Here de zonde van deze man ter sprake.
De Here geneest dus deze ernstig en langdurig zieke man, en betoont Zich daarmee de Zoon van God te zijn. Niemand kon dit. Menselijk gesproken was hier geen genezing meer mogelijk. Alleen God kon hier iets doen, en door het te doen toont Jezus dat Hij de Zoon van God is, en dus aan God gelijk.

2. Hij is Heer, ook over de sabbat

Alleen komt die belijdenis niet over de lippen van de genezen man. Moet je nagaan: 38 jaar is hij al ziek, en dan wordt hij opeens genezen, terwijl er geen enkel perspectief was! Niets had er op gewezen dat er genezing in aantocht was, dat het sowieso mogelijk was! En dan komt dit wonder, zo plotseling, en wat is de reactie van de man? Niets! Helemaal geen woord. Zelfs een 'dankjewel' kan er niet af! Het is nog afgezien van de vraag 'wie Christus is' ook een gebrek aan dankbaarheid en opvoeding. Zo ga je niet om met iemand die je heeft welgedaan. Het staat in vers 9: de man gehoorzaamt op een wel erg kille manier. Hij pakt z'n bedje op, een eenvoudig soort lichte stretcher, naar alle waarschijnlijkheid, zet z'n rug er onder, en loopt heen, precies zoals Jezus geboden had, maar zonder een greintje erkenning.
Hij weet niet eens wie Jezus is, hoe Hij heet, en hoe het kan dat Hij hem zo ineens heeft genezen.
En dan komen er al gauw Joden op hem af. Want het is sabbat, rustdag, en dan rondlopen met nog wel een bed op je rug, dat staat gelijk aan werken. Vergelijkbaar met een rustig dorp, waar algemeen de zondagsrust wordt gehandhaafd, en dan een betonmolen aanzetten, of je huis gaan verbouwen met veel lawaai en getimmer. Dat valt direct op in zo'n omgeving, en daarom kwamen er direct Joden op hem af: "hé, wat doe je? Weet je wel dat het sabbat is?
Of ben je de tel kwijt of zo?" Maar de man schuift het van zich af op zijn Geneesheer: "Dat kan ik niet helpen: de man die mij genezen heeft, die heeft gezegd dat ik dit moest doen!" Ook in dit woord klinkt geen respect of bewondering voor zijn Redder. Wat er uit klinkt is: afschuiven. Zoals Adam de schuld bij Eva legde - de vrouw die u aan mijn zijde gesteld hebt, die heeft mij gegeven, en toen heb ik gegeten - zo legt deze man de schuld bij zijn Geneesheer, en dan vragen de Joden: maar wie was dat dan? En hij weet het niet. Hij kan de vraag niet beantwoorden. En Jezus was allang in de mensenmenigte verdwenen.
Maar, omdat de Here nog niet klaar is, nog niet uitgesproken met hem, zoekt Hij hem Zelf op, vers 14. Hij zoekt hem, en vindt hem in de tempel.
Waarom was hij in de tempel? Het staat er niet bij, maar het is mogelijk dat de Joden hem opgedragen hebben om in de tempel vergeving te gaan zoeken voor zijn zonde van sabbatsschending. "Als jij denkt dat dat allemaal maar kan op de sabbat, dan mag je eerst wel eens een schuldoffer gaan brengen voor de Here!"
In plaats van feest te vieren en Christus' Naam te belijden en groot te maken, is hij verstrikt geraakt in de farizeese regels, die regels van mensen zijn. Want, gemeente, je bed optillen als je genezen bent door de Heiland, is natuurlijk géén overtreding van het vierde gebod. Dat is geen ontheiliging van de sabbat, de rustdag, het is juist een fantastische viering van de rustdag. Sabbat, rust! Vrij van werk en slavernij! En deze man: bevrijd van de slavernij van zijn ziekte! Feest. Weg met dat bed. En feest op sabbat!
Maar de Joden belemmeren door hun regels het juiste zicht op de grootheid van God, op het Feest dat Jezus nog eens extra bereidt voor deze man!
En hoewel de oorzaak daarvan ligt bij de Joden, de uitvinders van de regels, de Farizeeën en Schriftgeleerden, toch is ieder persoonlijk verantwoordelijk, toen en nu. En daarom spreekt de Christus tot de man: "je bent gezond geworden, zondig niet meer..." Maar wat was dan de zonde van deze man?
We moeten niet denken dat de man ziek was geweest vanwege een speciale zonde. De tekst geeft daar geen aanleiding toe, en ook uit andere geschiedenissen weten we dat het zo niet ligt. In Johannes 9: 3 zegt Jezus het in een vergelijkbare situatie duidelijk: "dit komt niet door zonde van hem of van zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem zichtbaar worden."
En zo ligt het ook hier. Hij was niet ziek vanwege een speciale zonde. God wil de man redden.
Maar waarom zegt Jezus dan: "Zondig niet meer"?
Er is maar één reden die wij kunnen zien waarom Jezus dit zegt, en dat is juist het gebrek aan geloof van de man! Geen belijdenis komt over zijn lippen. Geen dank aan God. In plaats van een lofzang, weet hij Jezus alleen maar te gebruiken om eventuele schuld op hem af te schuiven, en dát is zijn zonde. God wil ook de eer die Hem toekomt, en Hij wil de dank voor de verlossing die Hij de mensen geeft. Hij wil daarom geprezen worden! Doen wij dat? Doet u dat in uw leven?
Met woord en daad God prijzen en danken om de verlossing die Hij u schenkt?
En omdat de man dat niet doet, wordt hij door Jezus indringend vermaand, gewaarschuwd: "zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkome". Zo ernstig ligt de zaak.

3. Hij waarschuwt dat ongeloof fataal is!

Jezus waarschuwt dat ongeloof fataal is! Wel naar de tempel gaan om wellicht een offer te brengen omdat je een regel van mensen hebt overtreden, dat is niet alleen overbodig, maar het belemmert je ook in wat je wel moet doen: God loven en prijzen! Want hij gaf God de eer niet, en beleed zijn Zaligmaker niet. Dat kwam er niet van. En die weg is een doodlopende weg. Met alle offers en alle gehoorzaamheid aan mensen zal hij zo uiteindelijk niet in Gods Koninkrijk aankomen! Maar dat is een ernstige zaak. Moet je indenken. Was hij nog wel genezen door Jezus, en dan zou hij nog verloren gaan voor zijn Rijk, door deze eigenwijsheid!
De man ziet niet dat Jezus, zijn Redder, ook heer over de sabbat is. Hoe kún je nu zondigen tegen God, als de Zoon van God je zegt dat je je bed mag optillen en lopen? De Zoon van God is ook Zelf God, en dus ook heer over de sabbat. Hij is meer dan de rustdag.
Maar wat doet de man? Heeft hij het nog niet begrepen? Het maakt ons niet gerust, wat Johannes vertelt. De man gaat heen, maar hij gaat naar de Joden, en zegt: "Ik weet het al, wie mij genezen heeft. Het is Jezus, weet u wel, die uit Nazareth!" Helaas gaat hij nog niet heen God lovende en prijzende om wat Christus aan Hem heeft gedaan!
En als de Joden dan direct tot Jezus komen, - nu ze weten dat Hij het is, - en Hem daarom aanvallen, dat Hij dit op de sabbat gedaan heeft, dan antwoordt Jezus: "Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook." En dan worden de Joden nog overtuigder in hun aanval tegen Jezus. En nu is het belangrijk goed te lezen wat er staat. Er staat niet dat de Joden nog feller en vijandiger werden, omdat Hij openlijk zei dat God werkte, misschien ook wel op de sabbat, en Hij dus ook. Nee, het gaat om de woorden: "Mijn Vader". De Joden hebben heel goed begrepen dat Jezus met 'Vader' God bedoelde. En dat, terwijl Jezus het niet zegt! Misschien wás Jozef al overleden, en hebben ze samen overlegd: "Als Hij zegt: 'Vader' dan kan Hij alleen maar 'God' bedoelen, want een aardse vader heeft Hij al niet meer"!
Hoe het ook zij: ze weten het. Hij praat hier over God, en Hij noemt God zijn Vader!"
Wat Hij ook inderdaad is!
En daarom willen ze Jezus des te meer doden.
Hier hebben ze al besloten dat Jezus sterven moet! Wat een haat.
Maar wat een gevaarlijke situatie voor de genezen man, als hij in het zog der Joden meegenomen zal worden. Dan komt hij inderdaad niet bij Christus' Rijk uit!
En hier, in het slot van de geschiedenis, zien we voor ons, hoe reëel en ernstig Jezus' waarschuwing is 'opdat u niet iets ergers overkome'. Als de Joden de goede verhoudingen niet meer zien, en het sabbatsgebod opblazen tot een stelsel van menselijke regels, dan is dat niet alleen een vergissing, die je vergeven kunt. Nee, het vertroebelt zozeer het zicht op de echte Verlosser en verlossing, dat daarmee de verlossing buiten bereik komt!
Voor henzelf, maar ook voor anderen, zoals hier de genezen man. Daarom waarschuwt Jezus zo ernstig: zondig nu niet meer, opdat u niet iets ergers overkome. Stop nu met de mensenregels, en ga God aanbidden in Geest en in waarheid! Zo had Jezus het gezegd tot de vrouw, in hoofdstuk 4: 24. Zulke aanbidders zoekt God.

Gemeente, broeders en zusters, jongens en meisjes, zo nauw steekt het om te zien waarop het aankomt in ons geloofsleven, in ons leven als christenen.
Om te zien dat Jezus Christus onze Redder, onze Zaligmaker is.
Om te erkennen en te belijden dat Hij de Zoon van God is, God Zelf, en de hoogste eer en lof waardig. Dat alleen Hij ons redden kan van onze zondenood, van het kwaad. Van alle ziekte, pijn en ellende. Daar gaat het om. Dat is de kern van ons leven, van ons geloof. Hij alleen! Jezus Christus.
En alles daar omheen, daarbuiten, dat zijn bijzaken, bijkomende zaken. En als bijkomende zaken hoofdzaken worden, dan wordt de situatie heel gevaarlijk.
Dat toont Christus aan de man: "Zondig nu niet meer, opdat je niet iets ergers overkome!"
Dat toont Christus ons, door ons te laten zien hoe het met de Joden afliep: menende God te dienen met de sabbat, wilden ze Gods eigen Zoon doden! Vol haat. Vastbesloten. Zo gevaarlijk is het, als je bijzaken verheft tot hoofdzaken.
Niet door de zaak op zich. Het is niet erg als een Jood niets doet op de sabbat. Niets mis mee. En je kunt je zelfs afvragen, zelfs nog wel in het licht van het Nieuwe Testament: "Had Jezus nu niet iets meer rekening met hen moeten houden?
Als Hij nu wist dat ze zo gewetensvol het gebod van God wilden houden en op de sabbat echt meenden dat je niets mocht doen, had Jezus dan zijn genezing niet op vrijdag kunnen doen? Was dit niet provoceren? Maar het antwoord is nee, broeders en zusters. Jezus provoceren? Jezus kan niet zondigen! Nee, als je de bijzaak tot hoofdzaak maakt, dan beneem je jezelf én anderen het zicht op de verlossing, op de Verlosser! Daar gaat het om. En om dat te voorkomen, en om dat aan de kaak te stellen, past Jezus zich níet aan aan de Joden! Dat was geen zonde van Jezus, integendeel, wie dit ziet, die ziet weer de weg geopend. Dat is redding! Het mogen zien: om gered te worden hoef je geen leer, sterker, mag je geen leer van mensen omhelzen. Geen leer over de politiek, of over zondagsbesteding, of over het één of over het ander. Je mag maar één omhelzen, en dat is: je Verlosser: Jezus Christus! Laten we Hem omhelzen, en laten we tussen Hem en ons geen bijzaken plaatsen, die ons én onze naasten, broeders, zusters en anderen, ernstig in gevaar brengen. Laten we Hem eren, want alleen Hij is het waard. Laten we alleen Hem prijzen en bezingen in ons woord, in ons lied en in onze gedachten.

Laat ons Gods Woord vandaag zingend beamen.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar