Jesaja spreekt over een heerlijke toekomst, die God aan zijn volk wil geven

Thema: Jesaja spreekt over een heerlijke toekomst, die God aan zijn volk wil geven
Tekst: Jesaja 44: 3
Tekstgedeelte(n): Jesaja 43: 22 - 44: 8
Door: Ds. Ton de Ruiter (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Enkhuizen)
Gehouden te: Enkhuizen als voorbereiding op Pinksteren 1998

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Gez. 26a: 2
(Morgendienst: Wet

[ De wetslezing inleiden als volgt: "We zongen net dat we de Geest in ons hart ontvangen hebben en dat Hij ons 'herschept'. Dat betekent dat de Heilige Geest Gods wet in ons hart brengt, zó dat wij echt van harte gaan willen wat God wil. Zo willen we nu ook luisteren naar de wet van de Here. Hij wil ons geven dat we van harte gaan instemmen met wat Hij wil en zo ook al meer gaan leven. Dat is Gods geschenk van het nieuwe leven dat Hij ons wil geven, van binnen uit!". ] )

(Morgendienst: Ps. 119:42)
Gebed
Lezen: Jesaja 43: 22 - 44: 8

[ Deze schriftlezing inleiden met de opmerking: Jesaja spreekt tegen het volk van God, dat in ballingschap is in Babel vanwege hun zonden. Ondanks de terechte verwijten die de Here zijn volk kan maken, belooft Hij nieuwe dingen te gaan doen! Als ze maar willen luisteren naar Hem. Zo nodigt de Here zijn volk uit om mee te gaan naar een grote toekomst. ]

Gez. 27: 1, 3-6
Tekst: Jesaja 44: 3
Preek
Ps. 102: 6-8
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis van Nicea)
(Middagdienst: Ps. 51: 5)
Gebed

[ In dit gebed aansluitend bij de preek voorbede doen voor: de christenheid in Nederland en voor onze eigen kerken om meer vervulling met de Heilige Geest. En zo ook voorbede voor ons Nederlandse volk. Dat ons volk via de christenen en via ons meer mogen gaan zien dat de Here leeft, doordat onze levens meer vol worden van Hem. Bidden voor onszelf om dorstig te worden naar meer van de Heer. Dat de stromen van levend water meer uit ons binnenste zullen stromen. ]

Collecte
Gez. 26a: 5
Zegen

In onze tekst staat het woord 'uitgieten'. En het is echt royaal bedoeld. Er staat ook: uitgieten als beken. Dat doet overvloedig aan, royaal. Je mag denken aan zó'n overvloed, dat je het niet op kunt; dat je overhoudt en zelfs teveel hebt. Je handen stromen over!

Stel je voor dat je uren of dagen lang weinig of niets te drinken hebt, op sterven na dood; en dan... zó'n stortregen. Dan barst je hart van vreugde. Dan is er weer hoop, toekomst. Je was dorstig tot en met. Maar nu: heerlijk.

Nou, het water is hier het beeld van de Heilige Geest. Jesaja mag, net als andere profeten, aankondigen: Er komt een tijd dat de Geest van God komt om het leven echt te beheersen. De Geest, uitgegoten op zwakke, machteloze mensen.
God zelf gaat de mogelijkheid geven van een opleving. Door zijn Geest.
Nee, de Israëlieten uit de dagen van Jesaja zullen, mogen het zelf niet mee maken. "Uw nakroost, nakomelingen - die zullen het meemaken", zegt Jesaja.
Jesaja kondigt Pinksteren aan en de tijd daarna, ook onze tijd.

Dat willen we nader bekijken.

Jesaja spreekt over een heerlijke toekomst, die God aan zijn volk wil geven

  1. De situatie waarin Jesaja spreekt
  2. Het wonder waarover Jesaja spreekt
  3. De bedoeling waarmee Jesaja spreekt

1. De situatie waarin Jesaja spreekt

Ruim 700 jaar voordat Jezus geboren werd, sprak Jesaja. Dus ook al 700 jaar voor Pinksteren. Hoe was het toen met de Israëlieten?
Ze woonden in het land Kanaän. U weet wel, ze waren door de Here uit Egypte gered, door de droge woestijn heen geleid. Hij had hen het land Kanaän gegeven. Een vruchtbaar, rijk, welvarend land. GEPREZEN ZIJ DE HEER!!!

Maar... het prijzen van de Here werd al gauw minder. Steeds weer vergaten zij de Here en gingen zelf achter de goden van het geld en van de seks aan: Astarte en Baäl. Ieder deed wat goed was in eigen oog, zo wordt die tijd getypeerd in het boek Richteren.
Het leven in Israël werd niet beheerst door liefde voor de Here. Hij was voor velen niet echt de belangrijkste. Jawel, ze zeiden wel dat ze voor de Here wilden leven. Maar doen? Nee.

Toen kwamen de koningen. David en Salomo. Goede vrome leiders in Israël. De mensen leerden leven met de Here.
Maar... aan het eind van Salomo's regering ging het al weer fout.
Er kwam zelfs een scheuring binnen Gods gezin: tien stammen tegenover twee. Vaak onderling oorlog. Ellende in de kerk van die dagen: verdeeldheid, strijd.
En het volk volgde weer eigen genot en hebzucht, in plaats van de Here.

Werd Israël bezield door de relatie met God? Waren God en zijn volk één? Nou nee. Wat triest. Het had zo mooi kunnen worden.
- Deed de Here er dan niets aan?
Jawel. Iedere keer liet de Here merken dat Hij er was. Hij redde hen vaak uit de macht van vijanden. Vaak op bijzondere manieren. Maar het hielp niet.
Via de profeten maakt de Here het volk dan ook verwijten over hun ongeloof, hun ondankbaarheid, hun domme en dwaze gedrag.
Lees ook de geschiedenis van de koningen. Lees de profeten.
En weet je wat zo erg was: de afgoden kregen het te zeggen in de kerk! Oftewel satan. Het is immers òf God òf satan.

Hoe triest. Het leven van Gods volk werd niet door Gods Geest maar door boze geesten beheerst. Geestelijk kwam het al meer in de greep van satan.
Waarschijnlijk brachten allerlei zorgen en menselijke gedachten en angsten hen tot ontrouw en ongehoorzaamheid. Maar daarmee bedroefden ze de Here en doofden de beginnende werking van de Heilige Geest uit. Want de Heilige Geest kan en wil mensen zijn gaven niet verder geven als die mensen Hem niet vertrouwen en niet naar Hem luisteren. Dan staan ze Hem alleen maar in de weg. God en de Heilige Geest konden daarom niets meer met Israël.

Jesaja moet nu ook zeggen, dat Gods geduld op is. God is het gewoon zat. Na al die eeuwen trekken en inspannen om het volk toch vast te houden, zegt de Here: "Jullie zullen nu echt gaan beleven dat je zonder Mij verloren gaat".
Het hele volk zal gevangen genomen worden en in ballingschap gaan naar verre landen: Assyrië en naar Babel.
Satan mag van God door middel van heidenen Israël helemaal in de houtgreep te nemen. Israël wordt een stelletje slaven, gevangenen. In triest.

En het meest trieste was dat vele Israëlieten dachten, dat ze God toch aardig goed dienden. "We offeren en doen onze plichten toch! God kan tevreden over ons zijn".
Maar God laat via Jesaja weten: Als jullie Mij zó offeren en zó naar de kerk gaan, alleen om aan je plichten te voldoen, dan wordt ik daar zo moe van. Dat is Mij een last. Zolang jullie hart niet echt voor Mij is en je niet echt leeft voor Mij en je Mij niet echt liefhebt boven alles - dan kunnen al je offers en erediensten Mij gestolen worden. Ik, de Here, walg daarvan.
Datzelfde zegt de Here Jezus later tegen de Farizeeën en alle joden die wel de Here dienden, maar die niet ècht leefden voor God.
Datzelfde zegt de Here ook tegen u, jou en mij als ons hart niet echt toegewijd is aan Hem. Als ook wij ons meer door van alles en nog wat laten beheersen dan door de Here. Als godsdienst voor ons slechts plicht is. Dat is beneden peil. Dan heeft de Here geen plezier aan ons.

In Jesaja's dagen was het slecht gesteld in Israël. Hoe is het vandaag in Nederland?
Is ons land vandaag ook niet geestelijk in de greep van satan? En maakt u zich daar echt druk om? Veel Israëlieten dachten meer aan eigen welzijn dan aan die geestelijke oorlog.
Hoeveel christenen in Nederland leven er echt voor God? Echt uit liefde voor Hem, Hem toegewijd in al hun dagelijkse beslommeringen?
Is de situatie in de Nederlandse christenheid echt zoveel anders dan in de tijd van Jesaja?
Zijn er vandaag veel christenen die hongeren en dorsten naar God en naar meer van de Heilige Geest? Hoe is dat met jou en u? Met ons als gemeente?

Is honger en dorst naar meer van Jezus kenmerkend voor u? Een verlangen naar meer volheid van de Geest van Jezus?

2. Het wonder waarover Jesaja spreekt

Hoor wat Jesaja verder zegt. Wonderlijk.
Israël heeft dus geen poot om op te staan om nog enig recht te laten gelden bij God. Ze hebben het verbond echt met voeten vertreden en kapot gemaakt. Wel vrome woorden en offers; maar in werkelijkheid gingen ze hun eigen gang.
Maar hoor nu: Jesaja 44: 1-2... [ Lezen: verzen 1-2 ]

Wat klinkt dat wonderlijk lief van God.
God gebruikt zelfs de naam 'Jesurun'. Waarschijnlijk is dat een knuffelnaam. God zegt daarmee: "Israël, je bent toch mijn geliefde, mijn volk".
Ongelooflijk.

Is dit soms spottend, sarcastisch bedoeld? Nee, God meent het serieus. Hoor maar, Hij gaat verder met een belofte, vers 3... [ Lezen: vers 3 ]

Hoor je dat. Israël dat door eigen schuld in de greep van satan komt: in Assur en Babel. Niet eens als asielzoekers, maar als gevangenen.
Zij, volk, mensen van God!! Volkomen onteerd. Ze lijken wel weer in de slavernij van Egypte. Terug bij af. En dat is ook zo.

Maar Jesaja roept hen toe: 'mensen, God wil u toch niet loslaten'.
Vers 3... [ Lezen: vers 3 ]

Wat betekent dat?
Nou, dat God in de toekomst van zijn kant open staat om de relatie toch weer te herstellen; Hij zal er alles aan doen. Hij wil dan al hun zonden vergeven. En dat niet alleen. Nee, Hij zal hen ook zijn Geest geven. Zo overvloedig dat ze de Here God echt van harte kùnnen gaan liefhebben en dienen. Ja, het leven met God kan dan weer een echt samenleven worden.
Gods Geest zal hen gaan bezielen en beheersen. Zij zullen weer echt zijn vrouw, volk kunnen zijn, vol van Hem; vol van liefde voor Hem. Dat belooft een mooie tijd te worden. God zal dan ook weer intensief met hen omgaan, hen kracht geven, bezielen.
Ja, de een na de ander zal zeggen: bij de Here is het zo goed. Hoor de verzen 4-5... [verzen 4-5 lezen]

Na de trieste tijd waarin zij politiek en geestelijk een slap volk waren, na die koude tijd - koud wat betreft de relatie tussen de Here en zijn volk - na die tijd zal het weer warm, voorjaar worden. Overal zullen mensen opgroeien, die echt vertrouwen op God en echt voor Hem leven, van ganser harte. God zal zijn Geest immers gieten op het dorstige.
Ja, zelfs anderen zullen het zien en zeggen: die God van die mensen wil ik ook kennen. Mensen zullen zich met de naam Jacob 'gaan noemen' en anderen de naam Israël 'aannemen'. Zou dat ook niet een beetje op heidenen slaan die tot geloof komen?

En dit gebeurde met Pinksteren. Er kwam nieuw bezield leven. Door Jezus Christus en de Geest van Hem. Lees Handelingen. In alle landen ontstaan in die tijd kerken van de Here Jezus. Waarom? Hoe? Door het getuigenis en het leven van de volgelingen van Jezus die de Geest hebben ontvangen.
Door de Heilige Geest worden eenvoudige mensen die Jezus liefhebben, zoals Petrus en de andere gelovigen, bezield, beheerst. Hun spreken en hun leven krijgt kracht, niet door henzelf maar de Geest geeft er kracht aan. Diep overtuigd zijn ze van de waarheid.

Na de hemelvaart van Jezus, zijn troonsbestijging in de hemel wordt het Pinksteren! Er kwam vreugde, nieuw leven. Echte toewijding aan God.
De Geest van Christus werd uitgegoten in hun hart. En dat was te merken. Ja, Paulus schrijft: we worden leesbare brieven van Jezus, want zijn Geest is in ons.
Onze manier van leven en praten wordt erdoor gekleurd. Het blijkt in alles wat ze doen: "Jezus is onze Heer tot in de details van het leven". Dat is echt WEDERGEBOORTE. En dat leven had krachtig invloed op anderen, door de Heilige Geest. Overal in de wereld ontstonden kerken. Geestelijk voorjaar.

Het christendom kreeg invloed in de wereld.
Dat was niet het gevolg van de prestaties van mensen. Nee, dat was het gevolg van de uitstorting van de Heilige Geest. Hij werkte met kracht via zwakke mensen in de wereld.
En dat beseften de gelovigen: we zijn afhankelijk. Daarom bleven zij dorstig vragen:

"Heer, vervul ons met Uw Geest. Werk met Uw Geest door ons heen. Versier ons al meer met Uw gezindheid, Here Jezus, zodat we als echte hemelburgers lopen en leven tussen al de aardeburgers die verloren dreigen te gaan. Wilt U hen ook via ons bereiken en redden".

En zo overwon het evangelie de wereld al verder. Door de Heilige Geest en door het hongerig en dorstig gebed van de christenen.

Leven wij vandaag ook zo? Zo dorstig biddend? U, jij?
Besef dat we echt afhankelijk zijn van de Geest van Jezus Christus. En zoek er ook naar om steeds weer en meer vol te worden van Hem. Opdat ons leven tot in de details al meer beheerst mag gaan worden door de liefde. Bidt u veel om vervulling met de kracht van de Geest die in u is? Om bruikbaar te mogen zijn voor Hem?
Hij alleen kan ons krachtig maken. Als we dat vergeten, worden we slappe en zwakke christenen, die alleen maar druk zijn met zichzelf.
Broeders en zusters, we hebben de Geest ontvangen bij onze doop. Maar Hij wil ons vervullen, zodat Jezus al meer in ons leeft, zodat we bij onszelf maar ook anderen aan ons merken: ja, die jongen, dat meisje, die man of vrouw is echt van Jezus. Leesbare brieven.

3. De bedoeling waarmee Jesaja spreekt

Wat wilde de Here bereiken met de prediking van Jesaja?
Nou, eigenlijk alleen dat het zwakke, slappe volk Israël dorstig zou worden. Zou gaan verlangen naar meer geestelijke 'power', opdat het volk van God meer met geestelijke kracht in de wereld zou staan. Zodat de gemeente echt levenskrachtig zou worden, door de Geest. Opdat aan elkaar, maar ook aan de wereld om hen heen, al duidelijker zou worden: God is in ons midden. Hij bezielt ons.
Dat verlangen wilde Jezus ook opwekken bij zijn discipelen, toen Hij beloofde: "Jullie zullen gedoopt worden met de Heilige Geest en daardoor kracht ontvangen om overal mijn getuigen te zijn" (hoofdstuk 1: 5, 8).

En de 120 volgelingen waren eendrachtig, biddend, verlangend daarop gericht.
En toen met Pinksteren daalde de Geest van Jezus met kracht op hen neer. Jezus gaf een grote demonstratie waartoe Hij met de Heilige Geest in staat is. Hoe Hij zwakke, machteloze, dorstige mensen kracht kan geven.
Als dat volk maar dorstig wil zijn; open wil zijn naar boven om te ontvangen. Dàn zal Hij hen vullen. Dàn kan Hij zijn daden, handelingen doen, door mensen heen.

Sinds Pinksteren heeft iedere gelovige de Geest van God. Maar Jesaja belooft ook uitstorting, vervulling. Maar God zal dat geven als we dorsten naar die vervulling, daar naar verlangen.
De catechismus zegt het zo:

"God wil zijn genade en Heilige Geest alleen geven aan hen, die van harte en zonder ophouden Hem daar om bidden en daarvoor danken (Zondag 45, Heidelbergse Catechismus)".

Broeders en zusters, dank voor de Heilige Geest, die de ten hemel gevaren, Jezus u gegeven heeft. Maar vraag tegelijk steeds weer om meer volheid van Hem. Bidt met grote verwachting, dat Hij ook u, jou echt bruikbaar kan maken tot heil van anderen.

God zei het al via Jesaja: "Ik zal water gieten op het dorstige".
Bent u dorstig? Ben jij dorstig?
Dat is de meest wezenlijke vraag die we aan elkaar moeten stellen rond Pinksteren.
Kijk alleen maar naar de geestelijke noodsituatie van ons Nederland. Als iets goed zou zijn voor Nederland, dan is het dat christenen vol worden van de Heilige Geest.
De vraag die ik u mee wil geven is: bent u echt een dorstige ziel? Hij alleen kan onze dorst lessen, met stromen van levend water. Opdat ook anderen via ons te drinken krijgen. God wil dat bewerken. Maar Hij wil dat wij eerst dorstig worden naar meer van Hem. Hij wil veel geven... aan dorstigen. Aan mensen die Hem liefhebben en daarom diep verlangen dat Hij geëerd zal worden.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar