De Man die aan de wereld vrede geeft, krijgt zijn kracht van God

Thema: De Man die aan de wereld vrede geeft, krijgt zijn kracht van God (Adventstijd)
Tekst: Jesaja 11: 1-2
Tekstgedeelte(n): Jesaja 11: 1-10
Door: Ds. T.S. Huttenga (studentenpastor gereformeerde kerk vrijgem. classis Groningen)
Gehouden te: Groningen-West op 2 december 1995
Opmerking RJCV: Deze preek is gehouden in een kerkdienst voor doven en horenden. De layout is geschikt voor overhead-projector.
Extra: Gebeden

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Votum en zegengroet
  2. Gez. 38: 1-2
  3. Wet
  4. Gez. 38: 4-5
  5. Gebed
  6. Lezen: Jesaja 11:1-10
  7. Collecte
  8. Psalm 89: 9-10, 12-13
  9. Tekst: Jesaja 11: 1-2
  10. Preek
  11. Psalm 72:1-2, 4
  12. Dankgebed
  13. Gez. 39: 1, 3 en 6
  14. Zegen

Een hartelijk welkom
aan de gasten van deze morgen.

Als de kerkeraad binnenkomt en de
dominee de preekstoel opgaat, gaat
de gemeente staan.
Tijdens het zingen van het eerste lied
blijft de gemeente staan.

## ONZE HULP
Genade, barmhartigheid en vrede zij u
van God de Vader en van Christus
Jezus onze Heer.

Amen.

Wij zingen Gezang 38: 1 en 2.
## Gez. 38: 1
## Gez. 38: 2

Wij luisteren nu naar de wet van God
en daarna naar de samenvatting,
die de Here Jezus
van Gods wet gegeven heeft.
Daarna zingen wij Gezang 38: 4 en 5.

## WET
## SAMENVATTING

## Gez. 38: 4
## Gez. 38: 5

Laten wij nu bidden tot God.

Gebed

Barmhartig Vader op uw troon,
wat bent U machtig.
U hebt de zon gemaakt en alle sterren.
U bestuurt de hele wereld.
U bent een geweldige God.

God, wat bent U goed voor ons.
Wij mogen uw kinderen zijn en U
omringt ons met alle zorg.
U laat sterke engelen goed op ons
passen.
Die engelen waren vannacht in ons huis.

En vanmorgen meldde de zon een
nieuwe dag.
Wat fijn, dat U die zon weer liet
schijnen.
Gelukkig, dat het niet altijd donker is.
Dank U wel.

Vader, nu wij met U praten, moeten
wij U zeggen, dat er dingen waren die
we niet hadden mogen doen, omdat we
wel wisten, dat U ze niet goed vond.
We dachten er weer aan, toen we
zojuist naar uw geboden luisterden.
We waren niet altijd eerbiedig, als we
baden.
En we deden soms heel negatief tegen
onze dochter, tegen onze moeder,
tegen onze vriend, tegen onze collega.
God vergeef het ons toch.
Vergeef het ons om Jezus' wil.

Barmhartig Vader op uw troon,
wij bidden tot U door uw Zoon.

God, soms schrikken we van onszelf.
We zien dan heel even, hoe slecht wij
zijn.
Eigenlijk willen we daar niet aan.
We duwen het ook onmiddellijk weg.
En toch zijn we inderdaad slecht.

Here, zie ons aan in Jezus.
En verander ons door uw Geest.
Vernieuw ons zwak en zondig hart,
voor U zo schuldig en zo zwart.
Leer ons uw weg te willen gaan.

Vader, U ziet ons hier zitten.
En U weet alles.
U kent ieder van ons.
U weet het, als we met grote
verwachtingen naar de kerk gekomen
zijn.
U weet het ook, als we er absoluut
geen zin in hadden om hier naartoe te
gaan, maar toch maar naar de kerk
gegaan zijn.
Here help ons.
Help ons, als onze verwachtingen niet
uitkomen.
Misschien hadden we ze anders moeten
stellen.
Help ons, als we ons maar moeilijk
kunnen concentreren en onze gedachten
altijd maar weer worden afgeleid.
Help ons, als de woorden die hier in
de kerk worden gezegd ons niet kunnen
raken, als we er niet anders van worden.
Dring toch met uw Heilige Geest tot
ons door.

Here, U ziet het als wij blij zijn.
Zorg ervoor, dat we U er steeds bij
betrekken.
U ziet het ook, als we verdriet hebben
en zorg.
Als we niet begrijpen waarom er in
ons leven toch zoveel tegenslagen zijn.
Als we onze vragen hebben.
Geef ons vertrouwen in U.
Help ons om te geloven, dat U zich
nooit vergist.
Help ons dat te geloven, ook al ziet
de werkelijkheid er voor ons gevoel
heel anders uit.

Denk om de ouden en om de zieken
in het ziekenhuis en thuis.
Denk om hen, die hier niet kunnen zijn,
ook aan hen die meeluisteren via de
kerktelefoon.

Denk om ons, wanneer wij belemmerd
worden in het horen en in het zien, in
het onthouden, in het lopen en in heel
veel andere dingen.

Denk om ons, wanneer wij moeite
hebben met tegenstellingen en
conflicten, hetzij in de kerk, hetzij in
de kring van vrienden of familie, hetzij
in de werksfeer, hetzij in de buurt.

Geef, Here, goede contacten binnen
de gemeenschap der heiligen.
Vervul ons met liefde voor elkaar.
Geef de kerkenraad wijsheid, zodat
hij weet, hoe hij deze gemeente het
beste dienen kan.
Zegen alle ambtelijke arbeid, en geef
daar de kracht voor.

Denk aan de evangelisatiecommissie,
die vaak met zo weinig leden haar
werk moet verrichten.
Geef haar blijvend moed.
Steun ook ons allen in persoonlijke
gesprekken.

Denk aan de zendelingen op Irian.
Denk ook aan de zendelingen die in
Nederland zijn.

Zegen het werk van de dovencommissie.
Zegen het werk van de vereniging
'Dit Koningskind.'

Denk aan koningin Beatrix
en aan het kabinet.
Denk aan burgemeester en aan
de wethouders van deze stad / dit dorp.

Here God,
denk aan ons in deze kerkdienst.
Help bij het luisteren.
Help mij bij het spreken.
Dank U dat U gebeden verhoort.
Wilt U waar nodig herstel geven.

Open in deze kerkdienst
onze harten voor U.
Wij vragen u dit om Jezus' wil.

Amen

Wij lezen nu uit het Woord van God
Jesaja 11: 1-10:

  1. En er zal een rijsje voortkomen
    uit de tronk van Isaï en een scheut
    uit zijn wortelen zal vruchtdragen.
  2. En op hem zal de Geest de
    Heren rusten, de Geest van
    wijsheid en verstand, de Geest
    van raad en sterkte, de Geest
    van kennis en vreze des HEREN;
  3. ja, zijn lust zal zijn in de vreze
    des HEREN.
    Hij zal niet richten naar hetgeen
    zijn ogen zien, noch rechtspreken
    naar hetgeen zijn oren horen;
  4. want hij zal de geringen in
    gerechtigheid richten en over de
    ootmoedigen des lands in
    billijkheid rechtspreken, maar
    hij zal de aarde slaan met de
    roede zijns monds en met de
    adem zijner lippen de goddeloze
    doden.
  5. Gerechtigheid zal de gordel
    zijner lendenen zijn en trouw de
    gordel zijner heupen.
  6. Dan zal de wolf bij het schaap
    verkeren en de panter zich
    nederleggen bij het bokje;
    het kalf, de jonge leeuw en het
    mestvee zullen tezamen zijn, en
    een kleine jongen zal ze hoeden;
  7. de koe en de berin zullen samen
    weiden, haar jongen zullen zich
    tezamen neerleggen, en de leeuw
    zal stro eten als het rund;
  8. dan zal een zuigeling bij het hol
    van een adder spelen en naar
    het nest van een giftige slang zal
    een gespeend kind zijn hand
    uitstrekken.
  9. Men zal geen kwaad doen noch
    verderf stichten op gans mijn
    heilige berg, want de aarde zal
    vol zijn van de kennis des
    HEREN, zoals de wateren de
    bodem der zee bedekken.
  10. En het zal te dien dage
    geschieden, dat de volken de
    wortel van Isaï zullen zoeken,
    die zal staan als een banier der
    natiën, en zijn rustplaats zal
    heerlijk zijn.

Nu volgen de mededelingen
van de kerkeraad.

De eerste collecte is bestemd
voor: . . . . . .
De tweede collecte is bestemd
voor: . . . . . .


Na de collecte zingen wij over de
bijzondere koning die afstamt van David
uit Psalm 89 en wel verzen 9-10, 12-13.

De Here zegene uw giften.

## Ps. 89: 9
## Ps. 89: 10
## Ps. 89: 12
## Ps. 89: 13


De tekst voor de preek van vanmorgen is
Jesaja 11: 1 en 2.
Als antwoord op de preek
zingen wij straks Ps. 72: 1-2 en 4.


Jesaja 11:1 en 2:

  1. En er zal een rijsje voortkomen
    uit de tronk van Isaï
    en een scheut uit zijn wortelen
    zal vruchtdragen.
  2. En op hem zal de Geest des
    HEREN rusten,
    de Geest van wijsheid en verstand,
    de Geest van raad en sterkte,
    de Geest van kennis en vreze des
    HEREN.

Preek

Broeders en zusters,

Stel u voor:
U bent in de dierentuin.
In die dierentuin is ook een
kinderboerderij.
En daar lopen natuurlijk geitjes rond.
Opeens komt er iemand aan, die in de
dierentuin werkt.
U ziet dat aan zijn overall.
Wat doet hij?

Hij tilt voorzichtig een geitje op en
neemt het mee.
U wordt nieuwsgierig en loopt achter
hem aan.
Tot uw verbazing gaat de man met het
geitje naar een grote stalen kooi waarin
u een panter ziet liggen.
Hij zal toch niet...

Maar jawel:
de man van de dierentuin maakt een
ijzeren deurtje open, zet het geitje op
de grond, en doet daarna het deurtje
achter het diertje dicht.

U bent ontzet.
U slaat uw handen voor uw ogen.
De rest wilt u niet zien.

Gelukkig gebeurt zoiets nooit.
Het kan ook niet.
Wij leven niet meer in het paradijs.

Soms lijken mensen op dieren.

Dat begint al vroeg.
In de klas zit Jan niet naast Pieter.
Pieter is een pestkop en Jan laat over
zich heenlopen.

Maar volwassenen maken ook ruzie.
Meneer Jansen doet heel lelijk tegen
mevrouw Pieters.
Mevrouw Pieters kan er niet van slapen.

En in . . . . . [oorlogsgebied]
maken volken ruzie:
. . . . . en . . . . . [strijdende partijen]
[Op dit moment gaat het goed.]
Er wordt aan vrede gewerkt.
Maar wordt dat een goede vrede?
We kunnen het haast niet geloven.

En hoe gaat het nu in de kerk?
Daar mag geen ruzie worden gemaakt.
De kerk moet aan de wereld het goede
voorbeeld geven.
Maar is er ook nooit ruzie?
Helaas wel.
Ik hoef u geen voorbeelden te geven.
Die weet u zelf wel.

Het doet ons zeer als wij merken dat
mensen van de kerk harde woorden
tegen elkaar zeggen.
Wij schrikken ervan, als er in de kerk
een conflict is.
Daar wennen wij nooit aan.

'Denk er aan,' zegt iemand, 'ook in de
kerk zijn wij nog niet in het paradijs.
Kerkmensen zijn ook zondige mensen.'

Oké.
Maar dat kan toch zo niet blijven:
dat leden van de kerk over elkaar
roddelen, dat leden van de kerk harde
woorden tegen elkaar zeggen!

Dat kán ook niet zo blijven.
En gelukkig blijft het ook niet zo.

Wie zorgt daar dan voor?
Een Man, die u vast wel kent.
Een Man, die u in geen enkel land op
aarde vindt.
Want Hij is bij God.
Maar op een dag komt Hij terug.
Wij noemen dat zijn tweede Advent,
zijn tweede komst.
In deze zondagen vóór Kerst denken
wij aan zijn tweede komst.

Over deze Man gaat het in deze preek.

De boodschap van de preek is heel
in het kort dit:

De Man die aan de wereld vrede
geeft, krijgt zijn kracht van God.
  1. Hij is een mens zoals wij
  2. Hij is sterker dan iedereen

1.
Ruzie in de kerk:
die was er lang geleden ook al.
Ik denk nu aan het Tweestammenrijk,
Juda en Benjamin, met als hoofdstad
Jeruzalem.

Vooral in de tijd van koning Achaz
waren er in dat kleine landje heel wat
conflicten.
En van die conflicten werden de
mensen met weinig geld het slachtoffer.

De rechters in Juda verschaften hen
geen recht.
Die arme mensen konden hen, rechters,
toch geen geld geven.
Van de rijke mensen kregen deze
rechters wel geld.
Waarom zouden zij dan opkomen
voor de armen?
De rechters hoefden ook niet bang te zijn
voor de arme Judeeërs.
Ze konden toch niets doen.

Koning Achaz was in Juda de hoogste
rechter.
Als een Judeeër ontevreden was over
de rechter in zijn stad, kon hij naar de
koning gaan.
Maar dat had geen zin.
Koning Achaz wist wat de rechters
deden.
Hij had er geen bezwaar tegen.
Hij was zelf net zo.

Maar God had er wel bezwaar tegen.
God was er kwaad om.
En de profeet Jesaja moest dat van
Hem tegen de Judeeërs en tegen
Achaz zeggen.
En dat deed Jesaja ook.

Jesaja zei tegen de rechters in
Jeruzalem en in de andere steden heel
duidelijk wat zij verkeerd deden.
Jesaja wees zelfs koning Achaz op zijn
fouten.

Dat deed een gewone Judeeër echt
niet maar zo.
Waarschijnlijk vond Jesaja het ook
wel moeilijk om met kritiek naar de
koning toe te stappen.
Maar hij wist, dat God het wilde.
Daarom deed hij het wel.

De profeet Jesaja heeft koning Achaz
regelmatig gewaarschuwd.
Maar Achaz vond het onzin wat
Jesaja zei.
In Juda hoefde niets te veranderen.
Het was wel goed zo.
En als het om de politiek ging,
dan vond koning Achaz, dat je daar
God niet bij moet halen.

Maar God voelde zich bij de politiek
van Juda wel betrokken.
Dat liet Hij ook blijken.

Eerst zorgde Hij ervoor, dat de legers
van het Tienstammenrijk en van Syrië
Juda binnendrongen.

Gelukkig ging dat op het laatste
moment goed.
De soldaten van Israël en Syrië werden
door de Assyriërs verslagen.
Toen had Juda weer rust.

Maar na verloop van tijd vallen
diezelfde Assyriërs het land Juda aan.

Intussen heeft Juda een nieuwe koning,
die Hizkia heet.
U kent hem wel:
Hizkia is anders dan Achaz.
Hizkia heeft respect voor God.
Toch vergeet ook Hizkia regelmatig,
dat God alles met de politiek
van Juda te maken heeft,
dat hij, Hizkia, de Here in zijn
politieke beslissingen moet kennen.

Daarom dringen de wrede Assyrische
soldaten het landje Juda binnen.
Ze veroveren een heleboel steden.
Ze sluiten uiteindelijk de hoofdstad
Jeruzalem in.

Het gaat weer goed.
In een nacht doodt een engel van de
Here 185.000 Assyrische soldaten.

Maar koning Hizkia leert er niet van.
Na verloop van tijd komen gezanten
uit Babel bij koning Hizkia op bezoek.
Hizkia laat hen heel trots al zijn
kostbaarheden zien.
Maar over God praat hij niet
of nauwelijks.

Nu ziet de profeet Jesaja het
langzamerhand wel aankomen.
Het gaat met het koninklijk huis
niet goed.
Het geduld van de Here met al die
koningen die afstammen van David
raakt een keer op.
Dat weet Jesaja zeker.
Het koninklijk huis gaat eraan.
Jazeker, de koningen zijn allemaal
nakomelingen van David.
Maar God is een rechtvaardige God.

Er blijft van dit koninklijk huis
waarschijnlijk niets over.

De profeet Jesaja moet denken
aan de stronk van een boom.

Eerst staat die boom daar nog.
Een boom, die honderden jaren oud is,
met een stam die je met je beide armen
niet omvangen kunt, met enorme
takken, vol bladeren,
een reus van een boom.

Maar dan wordt die boom omgezaagd.
Touwen worden vastgemaakt aan de
takken om ervoor te zorgen dat hij
goed valt.
Het zagen begint.
En eindelijk: ja hoor, de reus wankelt,
de reus valt.
Met een doffe dreun komt hij op de grond.
De takken worden eraf gehaald.
De stam wordt in stukken gezaagd.
Na een paar dagen
is er niets meer te zien.
Het is wel een stuk lichter geworden
op die plek.
De boom is weg.
Er is alleen nog een stronk.
Zo kun je nog zien,
waar de boom heeft gestaan.
Maar wat is nu een stronk.

Het koninklijk huis in Juda staat God
in de weg.
God verspreidt licht.
God is de beste zon die er is.
Maar het houdt dat licht tegen.
Dan moet dit koninklijk huis uit de weg.

Straks blijft er van die geweldige boom
die in Betlehem begon te groeien
niets over dan een stronk.
Die stronk kun je maar beter niet
meer de stronk van David noemen.
Noem die stronk maar de stronk van
Isaï.

Isaï was maar een gewone
schapenboer uit Betlehem.
Hij had nooit gedacht, dat zijn jongste,
David, nog eens koning worden zou.

Straks zal het zijn alsof die David en
zijn hele koninklijke geslacht er nooit
zijn geweest.

De stronk van Isaï.

En toch blijft Jesaja hiermee zitten.
De jongste zoon van Isaï, David, werd
niet bij toeval koning.
De almachtige God heeft dit duidelijk
zo gewild.
De profeet Samuël moest
naar het erf van Isaï.
En de jongste, David,
móest uit het veld worden gehaald.

God had een plan met die jongen
én met de zoon, die die jongen later
krijgen zou, en met het hele geslacht,
dat uiteindelijk uit deze jongen voort
zou komen.

God heeft over dat plan ook verteld:
aan David zelf, aan de mensen in Israël.
God maakte daar geen geheim van.
Het was ook een heel mooi plan.
Heel veel Israëlieten keken vol
verwachting uit naar het moment
waarop de Here het plan zou uitvoeren.

En Jesaja weet:
Als God iets zegt, dan doet Hij dat ook.
Mensen vallen tegen, maar God niet.
God is trouw.

God laat wat Hij doet ook niet
afhangen van wat mensen doen.
Hij maakt gewoon zijn keus.
Hij heeft gewoon lief.
Hij doet beloften aan degene van wie
Hij houdt en Hij doet wat Hij belooft.

En dan wordt er in het hart van Jesaja
een profetie geboren.
Een profetie, waartoe God hem
inspireert.

Jesaja weet, dat er met die wortelstomp
van Isaï iets gebeuren gaat.
Er groeit straks aan die stronk
een groene spriet.
Dat valt nog niet op.
Maar die spriet groeit, wordt steviger,
wordt een stengel.
Er schiet weer een jong boompje op.
En jaren later staat daar opnieuw een
boom.

Zoiets gebeurt in de natuur.
Het kan vandaag nog steeds.
Maar als u in het bos een wortelstomp
ziet staan en aan die stomp zit toevallig
een groene spriet, dan denkt u niet
direct dat daar over een aantal jaren
weer een nieuwe boom zal staan.
U ziet, dat hier eenmaal een boom stond.
Die boom is nu verleden tijd.
Andere bomen staan nog recht overeind.
Maar de boom die op de plek van de
wortelstomp stond is er niet meer.
En de groene spriet ziet u
waarschijnlijk over het hoofd.

Straks is er van het koninklijk huis
van Juda niets meer over.
Toch weet Jesaja zeker, dat er daarna
weer een nieuwe koning komt,
uit datzelfde koninklijke huis.
Want God heeft met dit koninklijk huis
een verbond gesloten.
Hoe God met dit koningshuis verder
gaat, dat weet Jesaja niet.
Maar dat God dat doet, daar is de
profeet vast van overtuigd.

In Egypte heeft men op zeker moment
ook een nieuwe koning verwacht, een
koning die het beter zou doen dan de
koning die de Egyptenaren hadden.
Die koning zou geen Egyptenaar zijn.
Hij zou komen uit een land
dat ten Zuiden van Egypte lag.

Wij kunnen ons dat wel voorstellen.
Stel voor, dat de Oranjevorsten tot
nu toe altijd slecht hadden geregeerd,
dan zouden wij misschien best
een koning willen hebben, die in zijn
eigen land goed bekend staat en die
bovendien van ons land houdt.

Maar wat gebeurt er in Juda?
Het koninklijk huis heeft heel wat
slechte koningen geleverd.
Het was hun schuld, dat er in Juda
zoveel armoede was.
Daarom was God ook woedend
op die koningen in Jeruzalem.
Van David had Hij gehouden,
maar veel van zijn nakomelingen
bevielen Hem absoluut niet.
En toch gaat God uiteindelijk met dit
koningshuis door.

De koningen van Juda:
u vindt ze waarschijnlijk ook niet zo
sympathiek.
Natuurlijk, David, Salomo, Hizkia en
Josia zijn goede uitzonderingen.
Maar wij stoten ons allemaal aan
Davids overspel en moord,
Salomo's duizend vrouwen
en Hizkia's trots tegenover de
gezanten uit Babel.
De koningen van Juda waren niet
altijd zulke goede voorbeelden.

Maar wat voor mensen zijn wij dan?
Oordelen wij eerlijk over de mensen
met wie wij te maken krijgen?
Handelen wij altijd rechtvaardig?
Zijn wij soms echte vredestichters?
Dat zijn wij niet.
Wij zorgen wel voor een heleboel ruzie.

En als God nu eens onze kerken heel
snel  zou doen teruglopen in zielental,
zodat de Gereformeerde Kerken
heel klein zouden worden,
dan zouden wij dat hebben verdiend.

Maar wat doet God?
Hij neemt één van ons, maakt Hem tot
een nieuwe koning, maakt Hem tot
onze koning.

Eén van ons.
Ja, want Jezus Christus werd één van
ons.
Een echte baby, een echte jongen,
een echte man.
Eén van ons:
ook doordat Hij gebukt ging onder
de gevolgen van onze schuld.
Het begon in een schapenstal,
en Hij beëindigde zijn leven al jong
op een strafplaats.
Hij was inderdaad een spriet aan een
wortelstomp.
Van zo'n spriet verwacht je niet veel.
Je weet alleen nog,
dat die enorme boom er niet meer staat.

De Here Jezus was één van ons.
Ja, want God wilde met ons verder.
Met u en jou en mij.
Met ons, die God zo boos hebben
gemaakt, dat Hij wel eeuwig boos
kan blijven.
Met ons gaat God door.

En als Jezus Christus in de hemel boven
bidt tot zijn Vader, vergeet u dan niet,
dat Hij ook namens u bidt.
Hij werd één van ons om het altijd te
kunnen blijven.

Dankzij Jezus gaat God met ons door.
En als God met ons verdergaat,
mogen wij daar veel van verwachten.
Want als iemand zijn kracht krijgt van
God, dan gebeuren er wonderen.
Daarover wil ik nu graag iets zeggen.

2.
Er gebeuren wonderen.
Wilt u misschien even naar verzen 6-8
kijken?
Een wolf ligt in het gras en een lammetje
kijkt naar hem.
Een wolf heeft meestal een ontzettende
honger en zo'n lammetje kan die honger
nauwelijks stillen.
Maar er gebeurt niets.
Alleen mag de wolf wel van het gras
van het lammetje eten.
Daar is een kleine jongen die op een
kalf en een jonge leeuw past.
Toen David nog een kleine jongen was,
paste hij ook al op dieren, maar zeker
niet op een kalf én een jonge leeuw.
Een baby kraait van plezier
vlakbij het hol van een adder.
Maar er gaat niets verkeerd.

Wat betekent dit allemaal?
Het wil in elk geval zeggen, dat er in de
toekomst vrede komt tussen allerlei
mensen.
Kijkt u even met mij mee naar het begin
van vers 9, dat direct op verzen 6-8
volgt:
"Men zal geen kwaad doen noch verderf
stichten op gans mijn heilige berg",
zo zegt de Here daar.
Gods heilige berg, dat is de tempelberg,
dat deel van Jeruzalem waar het
heiligdom was.
Daar waren ook de hoogste rechters.
Nu, u hebt het intussen begrepen:
op die heilige berg van God wérd
kwaad gedaan en er wérd verderf
gesticht.
Die rechters leken inderdaad net
roofdieren die nooit genoeg kunnen
krijgen.
En de arme in de voorhof
was weerloos als een lam.
Maar daar komt een eind aan.

Ja, misschien gaat deze profetie
ook over de vrede in de natuur.
Maar deze woorden gaan in ieder
geval over harmonie tussen mensen.
Want Jesaja zegt heel veel over de pijn
die de Judeeërs elkaar bezorgen en
heel weinig of niets over wat dieren
elkaar aandoen.

Er komt vrede in Jeruzalem en Juda.
En weet u wat opvalt?
De rijken van Jeruzalem zijn er ook.
De vrede wordt niet bereikt
doordat de machthebbers worden
weggestuurd, maar doordat de
machthebbers worden veranderd.

Vrede tussen mensen van wie je denkt,
dat dat bij hen niet kan.

Maar er breekt zelfs voor de hele
wereld een tijd van vrede aan.
Want, ziet u maar vers 9b, iedereen
op aarde zal weten wie de Here is.

Alleen, hoe krijgt die nieuwe koning
dat nu voor elkaar?
Koning Salomo was een geweldige
vredestichter.
Maar dacht u nu werkelijk, dat er in zijn
tijd in Israël nergens conflicten waren?

En je moet ook vandaag wel een
geweldig goede bestuurder zijn, wil je
ervoor zorgen dat alle groepen van de
bevolking in vrede met elkaar leven.
Of liever:
dat lukt gewoon niemand.
Zulke bestuurders bestaan er niet.

Want wat heb je daar wel niet voor
nodig?
Praktische wijsheid, zodat je in allerlei
situaties direct aanvoelt wat je moet
doen.
Inzicht en doorzicht, zodat je niet
behoeft af te gaan op de uiterlijke schijn,
maar meteen doorziet wat er aan de
hand is, wie er werkelijk de schuldige is.
Het vermogen om een beleid uit te
stippelen en de doortastendheid om
dat beleid ook in daden om te zetten.
En vooral, het allerbelangrijkste,
kennis van God en respect voor God.
Maar wie beschikt over al deze
capaciteiten?

Nu, die nieuwe koning, die beschikt
daarover.
Hij heeft het allemaal in zich.
Daarom zorgt Hij voor vrede in Israël
en zelfs voor vrede in de hele wereld.

Hoe komt Hij daar dan aan?
Dat krijgt Hij van God.
Dat kan ook niet anders.
Zulke bestuurscapaciteiten:
dat is bovenmenselijk.

Op de nieuwe koning is de Geest van
God.
En die Geest van God is zo sterk in
Hem aanwezig, als Hij nog nooit in
iemand heeft gewoond.

De Geest van God was ook in het
hart van koning David.
Daardoor kwam het, dat David een
goede rechter was.
Daardoor kwam het ook,
dat het David lukte om de Filistijnen,
de vijanden van Gods volk,
het land uit te jagen.

Maar wat de Heilige Geest in de nieuwe
koning doet, dat is buitengewoon.
Het is alsof de Geest van God zich nu
niet meer inhoudt, maar alles wat Hij
heeft aan de nieuwe koning geeft:
wijsheid en verstand, beleid en kracht,
kennis van God en respect voor God.

Als je naar die nieuwe koning kijkt, dan
merk je, dat God deze man gebruikt.
De beslissingen die de koning neemt,
het beleid dat de koning uitstippelt:
dat klopt allemaal met de geboden van
God.
Dat doet deze koning niet uit zichzelf.

Zo'n groene spriet aan een wortelstomp:
hoe wordt zo'n sprietje nu ooit een
boom?
Dat komt door de krachten die God
in de schepping legt.
De natuur heeft heel wat mogelijkheden
in zich.
Daar zorgt de Schepper voor.

Maar dat uit het koninklijk huis van
Juda toch weer een nieuwe koning
komt en wát voor een koning, daar
zorgt God ook voor.

Dit is een profetie van Jesaja.
Hij sprak er zichzelf moed mee in.
Hij sprak er de gelovige Judeeërs uit
zijn tijd moed mee in.
En die gelovige Judeeërs lieten zich
door Jesaja bemoedigen.
Er zou in de toekomst
een geweldige koning komen.
Die koning zou in Juda wonderen doen.
Die koning zou in de hele wereld
wonderen doen.

En u weet het:
die koning is gekomen.
Jezus heette Hij.
En iedereen kon zien:
door deze Man werkt God.

U weet ook, dat Hij nog een keer komt.
Dan doet Hij opnieuw wonderen.
Maar zulke grote wonderen
als Hij in Israël niet heeft gedaan.
Hij maakt de grootste vijanden
tot vrienden.

Daar zit die pestkop naast die
schuchtere jongen.
Kijk eens, wat een lol ze samen hebben.
Daar staat broeder Jansen
met zuster Pieters te praten.
Deze keer vallen er geen harde
woorden.
Moet je eens zien,
hoe vriendelijk ze elkaar aankijken.

Daarmee ben ik weer terug
bij het begin van deze preek.
Wij schrikken van een conflict tussen
kerkmensen.
Dat mag niet.
Dat mag zo niet blijven.
Nu, dat blijft ook niet zo.
Daar zorgt de Here Jezus Christus voor.

En wat moeten wij doen?
Wij moeten aan Christus vragen of Hij
ervoor zorgen wil, dat Hij heel snel
terug kan komen.
'Kom Here Jezus.
Kom toch gauw terug.'
Dat is een heel belangrijk gebed.
Want pas als de Here Jezus terugkomt,
pas dan wordt het hier echt goed.
Eerder niet.
Wij kunnen ons wel heel wat
verbeelden.
Maar vrede stichten in de kerk, dat
kunnen wij niet.
Dat kan Jezus alleen.

Maar vergeet u dan niet, dat de Here
Jezus ook vandaag al mensen
veranderen kan.
Dat kan Hij door de Geest.
De Heilige Geest die door middel van
Jezus wonderen deed in Israël,
die Heilige Geest doet ook vandaag in
de kerk dingen die u niet had verwacht.

Wat moeten wij doen.
Wij moeten ieder persoonlijk er eens
goed aan denken hoe vaak wij een
ander kwetsen.
Wij moeten er goed aan denken,
dat wij daarmee de boosheid van God
verdienen.
Wij moeten daarmee naar Jezus toe en
tegen Hem zeggen dat wij spijt hebben.
En dan moeten we niet somber worden,
maar gewoon aan Jezus Christus vragen
of Hij ons door zijn Geest toch vooral
veranderen wil.

Amen.


## Ps. 72: 1
## Ps. 72: 2
## Ps. 72: 4

Laten wij nu God danken
en tot Hem bidden.

Dankgebed

Barmhartig Vader op uw troon.
Dank U voor uw Woord.
Dank U voor Jezus Christus,
die onze koning is.
Help ons om op een goede manier
te leven, zodat wij van harte
de dood van de Here Jezus Christus
kunnen verkondigen.
En gebruik Uw Woord en sacramenten
om ons meer vrede te geven,
meer vrede met U,
meer vrede onder elkaar.
Wij bidden U dit om Jezus' wil.

Amen.

Wij zingen tenslotte
Gezang 39: 1, 3 en 6.

De gemeente gaat staan.


## Gez. 39: 1
## Gez. 39: 3
## Gez. 39: 6

Ontvang nu de zegen van de Here
en ga dan met die zegen naar huis.

De HERE zegene u en behoede u.
De HERE doe zijn aangezicht over u
lichten en zij u genadig.
De HERE verheffe zijn aangezicht
over u en geve u vrede.

Amen.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar