Jeremia (Deel 5: Een avondmaalsmeditatie (Avondmaalsoverdenking))

Thema: Een avondmaalsmeditatie
Tekst: Jeremia 31: 31-34
Tekstgedeelte(n): Hebreeën 8
Jeremia 31: 31-34
Door: Ds. J. Haveman (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Hattem-Noord)
Gehouden te: Roodeschool op 8 september 2002
Opmerking RJCV:

De prekenserie Jeremia bestaat uit:
Deel 1: Jer01 - Taak en roeping van een profeet
Deel 2: Jer02v13 - Blijf bij de Levensbron!
Deel 3: Zondag 10-2 - Gods voorzienigheid, zelfs in Jeremia's ups and downs
Deel 4: Zondag 11 - Verlost! (Voorbereiding viering Heilig Avondmaal)
Deel 5: Jer31v31-2 - Een avondmaalsmeditatie (Avondmaalsoverdenking)
Deel 6: Zondag 12-2 - Profetendienst!

Alle delen uit deze serie zijn ook zelfstandig te lezen.
Deel 4 kan gebruikt worden als voorbereiding op de avondmaalsviering (te lezen een week voorafgaand aan de avondmaalsviering).
Deel 5 is bedoeld als overdenking te lezen voorafgaand aan of volgend op de avondmaalsviering.

Extra: Inleiding op en historisch overzicht bij de prekenserie Jeremia.
Bijbelleesrooster bij de prekenserie Jeremia.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 104: 1, 8
Ps. 19: 5
Lezen: Hebreeën 8
Ps. 110: 1, 4
Geloofsbelijdenis: Gez. 3
Tekst: Jeremia 31: 31-34
Ps. 40: 3, 7
Gez. 18
Zegen

"Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven..." Dat mag Jeremia in opdracht van de Here aan het volk profeteren. Machtige en veelbelovende toekomstmuziek. En heel wat anders dan wat hij nog maar kort daarvoor in Jeremia 17 had gezegd: "De zonde van Juda staat geschreven met ijzeren stift in de tafel van hun hart..." Jeremia's hart gaat sneller kloppen als hij een nieuw verbond mag aankondigen. Gods toorn zal maar een begrensde tijd duren. En dan... zal de heerlijke tijd komen van heil en genade!

Een nieuw verbond. Wat betekent dat? Betekent dat, dat het oude verbond waardeloos is en wel op de vuilnishoop kan worden gegooid? Nee: het nieuwe verbond is niet een ander verbond, maar hetzelfde verbond alleen dan beter. Omdat het een betere basis heeft, een betere rechtskracht. En wat voor Jeremia misschien nog vol raadsels was, is dat voor ons nu niet meer: want wij mogen heel concreet zien en ervaren dat het beter is geworden. Wij zien de verzoening namelijk niet zoals al onze broeders en zusters uit de tijd van het Oude Testament in heel de offerdienst in tabernakel en tempel in een schaduw van de werkelijkheid, nee, wij mogen die werkelijkheid zelf zien in het levensoffer van Jezus Christus. Het nieuwe verbond is reeds tot stand gebracht. En sterker nog, wij mogen het zelfs proeven: Christus heeft voldaan. Zijn lichaam en bloed zijn een volkomen verzoening voor al onze zonden. Dat is het nieuwe verbond, zoals onze Heiland daar Zelf over spreekt bij de instelling van het avondmaal.

Wij zijn oor en ooggetuigen van een nieuw verbond. En een belangrijke ontwikkeling van oud naar nieuw verbond is - als gevolg van de verzoening met God door Christus - die van kind naar volwassene. In het oude verbond nam de Here zijn volk nog bij de hand, zoals een Vader zijn kind aan de hand neemt om het veilig naar de overkant van de drukke straat te brengen. Dat is de tijd van het kindschap. Maar in het nieuwe verbond is er de groei van het kindschap naar het volwassen zijn. En wat hoort bij zo'n groei? Dat je niet langer dingen doet omdat je ouders het zeggen, maar omdat je het zelf wilt. Je gaat niet naar de kerk omdat je moet, maar omdat je dat wilt. Je luistert niet naar de Here met tegenzin, maar omdat het je een vreugde is, want je weet dat het goed is wat Hij van je vraagt. Je hoeft, zeg maar, bij het oversteken niet langer aan de hand van je vader te gaan, je hebt nu zoveel inzicht en overzicht gekregen dat je het zelf kunt. Dat is wat hier genoemd wordt, dat de wet in hun binnenste is gelegd, in hun hart geschreven. Het is iets van jezelf geworden. De wet wordt niet opgeheven, is niet waardeloos geworden, maar in het nieuwe verbond zijn de bevelen beloften geworden!

Nieuw verbond. Volwassenheid. Wat hoort daar nog meer bij? Een groei in verantwoordelijkheid. Je hoeft je niet langer verschuilen achter een ander, maar kunt - en wilt dat ook - zelf aanspreekbaar zijn op je daden. Het gaat van onmondigheid naar mondigheid. Van steunen op de massa en doen wat iedereen doet naar zelf aanpakken en persoonlijk verantwoordelijk willen zijn. Het is niet langer nodig dat anderen tegen je zeggen: 'Ken de Here', want je kent Hem al. En dan gaat het niet over een theoretisch kennen, dat je dit weet en dat weet, maar kennen is hier: intiem kennen - een band, een relatie met iemand hebben, in gemeenschap met iemand staan en leven. De Here is heel belangrijk voor je geworden, om niet te zeggen: onmisbaar. En je wilt in alles met Hem rekenen.

Wat een verandering! Wat een heerlijke vooruitgang ook! Was in het oude verbond de wet nog op steen geschreven en werd deze bewaard in de ark van het verbond, onder het verzoendeksel, nu komt die wet in de mens, in het hart. Stonden wij, eenvoudige en ongeleerde mensen die niet bij de priesterstand behoorden, in het oude verbond altijd op afstand, nu mogen wij vlakbij komen. Waren we eerst afhankelijk van tussenpersonen (priesters om voor ons te offeren en te bidden), vandaag hebben we zelf toegang tot het heiligdom, we mogen zelf ons offer brengen, we kunnen zelf bidden, we kunnen zelf de bijbel lezen en onze kinderen voorlezen en leren en uitleggen. De priester denkt niet meer voor ons, we denken nu zelf!

En dat allemaal dankzij de verzoening door Christus. Dankzij onze Heiland die in genade met het offer van zijn eigen leven een nieuw verbond tot stand heeft gebracht. Door Hem is onze ongerechtigheid vergeven en zal God aan onze zonde niet meer denken. Door Hem is ook de Heilige Geest gekomen en uitgestort op alle vlees - jong en oud! En die Geest zorgt ervoor dat we kunnen groeien van kind naar volwassene in het geloof. Die Geest zorgt ervoor dat we niet langer moeten, maar willen. Dankbaar en blij willen, juist vanwege wat we vieren in het avondmaal: de volkomen verzoening van al onze zonden.

De tekst uit Jeremia is aangehaald in Hebreeën 8. En wat nou zo mooi is in dat gedeelte is het woordje 'zit'. Wij hebben in de hemel een Hogepriester die zit - terwijl alle aardse priesters steeds stonden voor de dienst in de tabernakel / tempel. Dat zitten wijst er allereerst op dat het werk volbracht is. Al dat dierenbloed hoeft nu niet meer te vloeien; het werk is klaar. En het zitten wijst vervolgens daarop dat onze Hogepriester aan de rechterhand van de Vader is en er de tijd voor neemt daar, naast de troon van God, voor ons te pleiten. En dat is maar goed ook. Want we mogen dan volwassen worden in het geloof en zelf verantwoordelijk zijn, volmaakt zijn we nog lang niet. Wat is dat heerlijk om te weten, dat Hij onze voorspraak is bij de Vader.

"Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven..." Het was voor Jeremia nog machtige en veelbelovende toekomstmuziek. Laat het voor ons, avondmaalsgangers, dankbare werkelijkheid zijn.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar