Bid met gegronde verwachting!

Thema:

Bid met gegronde verwachting!

Tekst: Jakobus 5: 13-16
Tekstgedeelte(n):

Jakobus 1: 2-8 en Jakobus 5: 1-19

Door: Ds. J.W. Roosenbrand (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Groningen-Oost)
Gehouden te: Groningen-Oost en in Schildwolde op 10 februari 2002
Extra: Samenvatting

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 30: 2-3
(Ochtenddienst: Wet)
(Ochtenddienst: Ps. 81: 8-10, 12)
Gebed 1
Lezen: Jakobus 1: 2-8 en Jakobus 5: 1-19
Lied 15: 1-2
Tekst: Jakobus 5: 13-16
Preek
Ps. 6: 2-5
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
(Middagdienst: Ps. 81: 8-10, 12)
Gebed 2
Collecte
Lied 460: 1, 3-4
Zegen

Gebed 1

Here God,

U bent geweldig groot. Heerlijk dat we bij U mogen komen in ons gebed, in deze kerkdienst, in heel ons leven, dat we samen met U mogen leven. Dat we alles met U delen mogen.
We mogen luisteren naar uw woorden. We willen luisteren naar wat U over het zalven en over de genezing van zieken gezegd hebt in de bijbel en wat U ons vandaag wilt zeggen.
Geef ons open oren. Het is een onbekend onderwerp, we zijn er niet bij opgegroeid, maar we geloven dat U ook vandaag tot ons spreekt. Geef ons inzicht in de bijbel, inzicht in onze eigen tijd, inzicht in onze eigen motieven, en leer ons bidden
Ja, dat bidden we U: leer ons bidden, leer ons niet hoe het moet, leer ons niet hoe het eigenlijk zou moeten, maar leer het ons te dóen. In goede en kwade dagen, in gezondheid en bij ziekte.
Leer ons bidden. in de naam van Jezus.

Amen.


Lieve broeders en zusters.

Hij ligt op bed. De kanker sloopt hem. Om 4 uur 's middags komt de dominee met een ouderling en nog een zuster uit de gemeente op bezoek. Ook zijn vrouw en twee kinderen zijn aanwezig. Ze lezen het gedeelte uit Jakobus 5, en delen met elkaar wat hun verwachting is van de Here. Tezelfdertijd komen ook elders in de gemeente mensen bij elkaar om te bidden.
Een van de aanwezigen spreekt uit dat hij het zo moeilijk vindt om werkelijk grote verwachtingen van God te hebben. De vrouw van de zieke biecht op dat ze in de afgelopen tijd veel last heeft gehad van sterk negatieve gedachten over de kerk waar ze lid van zijn. De zieke zelf belijdt als zijn zonde dat hij, toen hij gezond was veel te veel voor geld en zijn baan geleefd heeft. De dominee vraagt vergeving voor het feit dat hij zo weinig vurig is geweest in zijn gebeden in de kerkdienst.
Vervolgens legt hij zijn handen op het hoofd van de zieke en hij gaat bidden. Hij begint met een belijdenis van de zonden die daarvoor zijn uitgesproken en hij dankt God voor de belofte van vergeving en herstel van de relatie met God. Hij legt de nood van de zieke en van het hele gezin aan de Here voor en vraagt dringend om genezing. Hij bidt om de komst van het Koninkrijk waarin eindelijk alles goed zal zijn. Dan neemt de dominee een flesje met olijfolie en druppelt wat olie op zijn linkerhand. Met zijn rechterwijsvinger tekent hij met de olie een kruisteken op het voorhoofd van de zieke, en hij zegt: "Broeder, ik zalf je in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest opdat je deel zult hebben aan de zalving met de Heilige Geest tot heling van ziel, geest en lichaam". Tenslotte prijzen ze samen de Here om zijn genade met het zingen van Ps. 103: 2-3.

Zo gaat dat of zo zou het kunnen gaan.

Zo wordt Jakobus 5 momenteel toegepast.
In gereformeerde kringen is het jaren en eeuwen uit beeld geweest. Maar het komt weer in beeld. Hoe komt dat?
Ik denk door toenemende openheid naar andere kerken en groeperingen, en naar wat Gods Geest daar doet. We leven in een tijd waarin we ook over de grote scheiding in de 16de eeuw van de Reformatie terug kijken naar de kerk van de eerste tien eeuwen, toen de zalving van zieken een zeer gangbaar gebruik was, waardoor al dit soort dingen u niet meer automatisch worden afgedaan als 'Rooms' en dus onbijbels.
Het komt in beeld ook doordat de Geest van God de laatste tientallen jaren wereldwijd een beweging op gang brengt waarin gebed naar de voorgrond wordt getrokken.
Het komt vast ook door een postmoderne gevoeligheid voor symboliek en nieuwe rituelen, we zijn daar momenteel ontvankelijker voor dan zeg maar 30 jaar geleden.
In het algemeen is er meer aandacht voor de totale mens, niet alleen zijn zieke organen, maar z'n hele persoon, en we krijgen opnieuw oog voor de funeste scheiding die we maar al te vaak in onze cultuur en ook in onze kerken aanbrengen tussen het geestelijke / godsdienstige én het gewone lichamelijke leven.
De laatste tien jaren komt bovendien de vrij gangbare waterdichte scheiding die wij in de theologie hadden aangebracht tussen de eerste tijd van de apostelen en onze tijd, wat onder druk te staan. De vanzelfsprekendheid waarmee wonderen en tekenen beperkt werden tot de eerste tijd, staat vanuit eerlijk bijbelonderzoek en openheid voor wat God doet in deze tijd onder druk.

We gaan nu naar Jakobus. Niet meteen naar vers 13-16, maar naar zijn hele brief.
U weet wel dat in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw gebedsgenezers uit Amerika in ons land kwamen met de eenvoudige boodschap: geloof en je wordt genezen. Met als conclusie: word je niet genezen, dan geloof je niet goed genoeg. Tegenwoordig vind je maar weinig predikers meer die zo simplistisch prediken. Gelukkig want de schade die ze aan brachten is geweldig groot.
Als je deze verzen in zijn verband leest, kun je ook voor dat simplisme bewaard worden. Vers 13 begint zo: heeft iemand onder u leed te dragen? Laat hij bidden! Dat woord 'leed dragen', is hetzelfde woord dat in vers 10 (overigens verkeerd) vertaald is met 'gelatenheid', de gelatenheid en het geduld van de profeten. Denk aan de profeten, zegt Jakobus, hoeveel leed hebben zij niet gedragen en ze hebben het geduldig verwerkt. Hij zegt dus niet: let erop dat die profeten als ze leed hadden, gebeden hebben en het werd weggenomen. Welnee: ze oefenden geduld. Ze hielden vol. Ze hadden grote verwachtingen van God, maar vooral van het Koninkrijk van de Messias!
Zo begínt de brief van Jakobus ook: het leven is vol van beproevingen, wees onder die beproevingen niet ongeduldig of verwijtend, maar aanvaard ze in geloof, verheug je erover, zegt hij zelfs. Want je geloof wordt er alleen maar door versterkt! (Jakobus 1)
Verder wijst hij op het voorbeeld van geduld van Job, die zelf zei: de Here heeft gegeven en de Here heeft genomen, de naam van de Here moet geprezen worden.
Verwacht dus veel van God, als Hij het op zijn tijd gaat geven.
Ja, dat ook: verwacht ook echt veel van Hem, want dat leert het voorbeeld van Job ook: de Here is rijk aan barmhartigheid, voor ons als we het volhouden.
En denk ook aan het voorbeeld van Elia dat hier gegeven wordt. Zijn gebed is een gebed om droogte allereerst. Om het oordeel van God over een volk dat zijn eigen gang gaat. Maar Elia durft er tegen in te bidden en via dat oordeel komt er bekering en dan komt er een nieuw gebed en dan daarna komt er weer regen.
Genoeg om duidelijk te maken dat we hier niet in de sfeer zitten van: 'God wil alleen maar het leuke voor zijn kinderen', en 'alles wat vervelend is komt van de satan', en:
'bid, en het verdwijnt als sneeuw voor de zon'.
Nee, de hele brief spreekt over een christenleven dat getypeerd wordt door beproeving, door tegenslag, door lijden.
En de hele brief is een stimulans om vol te houden, om in alles dicht bij God te leven.
En dat is dan de tweede opmerking die ik nu ook wil maken.
En vergeet nu niet wat ik net allereerst heb gezegd. Het leven van een christen is als zodanig een aangevochten leven, onder het kruis. We leven nog niet in de eeuw van de gloria, die moet nog komen, voor wie het nu volhoudt onder het kruis.
Maar wat ís volhouden?
Volhouden is voor Jakobus ook echt met volle overtuiging bidden en dichtbij God leven en alles met Hem delen en ook werkelijk met een onverdeeld hart veel van Hem verwachten. En dat is een boodschap die ik u vandaag vooral mee wil geven.
In deze verzen gaat het over het gelovige gebed dat de lijder zal gezond maken.
En u weet nu van mij dat ik absoluut niks moet hebben van een simplisme dat zegt: 'oh, je geneest niet en je hebt wel gebeden? Dus dan geloof je niet goed genoeg.' Onzin. Vreselijk.
Maar hebben we ondertussen wel gehoord wat Jakobus zegt in 1: 6-7
"Hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende, want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt. Want zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van de Here zal ontvangen, innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen."
En hebben wij wel gelezen in Jakobus 4: 3-4:
"Gij hebt niets, omdat gij niet bidt. Of, gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt, om het in uw hartstochten door te brengen. Overspeligen, weet gij niet, dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dus een vriend der wereld wil zijn, wordt metterdaad een vijand van God."
Ik zie twee manieren waarop je verkeerd (Jakobus 4: 3) of met een innerlijk verdeeld hart (Jakobus 1: 8) kunt bidden, ook als je bidt om genezing.
De eerste is dat je wel bidt, maar je gelooft eigenlijk niet dat God het echt kan, of dat het echt gebeuren gaat. De dokter heeft immers gezegd dat het nu naar het eind loopt. Dus je bidt wel, maar tegen beter weten in. Je hart is niet bij God, je vertrouwt Hem niet echt. Je hebt je uitgeleverd aan wat mensen feiten noemen, de feiten van een gesloten wereld. Je twijfelt, je bent innerlijk verdeeld. Dan is het geen gebed van geloof, geen gelovig gebed in de zin van Jakobus 5: 15. Je lijkt dan op een golf, die alle kanten heen golft, net hoe de wind staat. Geen wonder dat God dan niet verhoort.
Maar je kunt ook met verkeerd bidden om genezing op de volgende manier.
Je bidt echt om genezing, je gelooft er in, je houdt God eraan, Hij kan het! Je gelooft erin. Maar wat wil je met je genezing? Nou gewoon, je wilt weer beter worden. Ja, maar wat doe je met je gezondheid, wat heb je altijd met je gezondheid gedaan? Wat heb je gedaan toen je naar je werk kon gaan, toen je kon gaan en staan waar je wilde, toen de ziekte je nog niet aan bed gekluisterd had? Nou eerlijk gezegd, je leefde gewoon voor jezelf, natuurlijk ging je ook naar de kerk, waarom niet? Maar het drááide om jou, niet om God en niet om Christus en niet om je medemensen en niet om het Koninkrijk van de Messias.
Dat is ook innerlijk verdeeld. Verkeerd bidden.
En nu begrijp ik ook beter waarom die schuldbelijdenis zo'n belangrijke plaats heeft in dit gebed met ziekenzalving. Het gaat niet alleen om genezing, het gaat altijd samen op met vergeving, met een nieuwe relatie met God waarin Hij nummer 1 is.
Het gesprek over ziekenzalving heeft een grote impuls gekregen door een uitvoerig boek van een hervormd-gereformeerde dominee M.J. Paul, Vergeving en genezing, Ziekenzalving in de christelijke gemeente, 1997. Een mooie titel: vergeving en genezing. Daarmee drukt hij dat diep bijbelse uit: genezing op zichzelf heeft geen enkele betekenis als je leven niet vergeven is, als je de goede verhouding met God niet hebt. We komen dat op honderd pagina's van de bijbel tegen: de zieke die door het dak heen voor Jezus komt te liggen en die allereerst te horen krijgen: mijn zoon, je zonden zijn je vergeven! Of Jezus die zegt: je kunt beter met één oog het koninkrijk binnen gaan, dan met beide ogen de hel tegemoet gaan.
Daarom is het ook zo mooi hoe Jakobus begint: heeft iemand leed te dragen, laat hij bidden. Deel het met God, vraag om trouw, om volharding als de profeten, dat je het bijltje er niet bij neer gooit nu het moeilijk wordt, maar hou vol door dicht bij God te blijven.
En als je nu een goed leven hebt en blij en opgewekt bent? Loof de Here dan! Breng dat ook dicht bij Hem. Ga niet pas bidden als je in de ellende zit. Maar begin er mee als je kerngezond bent, want daar draait het om in je leven: dat je bij God mag zijn.
En zo mag je dan ook met je ziekte omgaan. Word je dan ziek, dan leg je dat ook aan Hem voor die naar je luistert.
"Is er iemand bij u ziek?"
Er zijn ook uitleggers die zeggen: het gaat niet om lichamelijk zieken, maar om mensen die zwak zijn in het geloof. Zou kunnen, maar het meest voor de hand ligt de vertaling met ziek, gewoon zo ziek dat je aan bed gebonden bent. Kennelijk gaat het hier om iemand die zo ziek is dat hij bedlegerig is, (daarom staat er verderop ook: dat hij weer opgericht wordt, hij kan weer lopen)
Hoe makkelijk trek je je dan terug in je kleine kring, laat mij maar. Nee, niks ervan, zegt Jakobus: mobiliseer de gemeente. Je bent toch lid van die gemeente? Ook als je ziek bent, ook als je thuis ligt, ook als je op kerktelefoon bent aangewezen. Vraag ze. Niet denken: ze komen wel, ze weten het toch, neem zelf initiatief. Roep ze, daar zijn ze voor, om bij je te komen. Daar ben je gemeente voor.
Roep de oudsten.
Nu zijn er wel uitleggers, met name gereformeerde, die zeggen: je moet goed bedenken dat die oudsten de oudsten van de eerste gemeente waren, mensen die merendeels de Here Jezus zelf ook nog meegemaakt hebben, en deze mensen hadden een speciale volmacht tot genezing, ze deelden met de apostelen in de volmacht om zieken te genezen, zoals ook al in Markus 6: 13 staat, en de volmacht om demonen uit te drijven. Ze hadden met andere woorden als zodanig de gave van de genezing.
Ik vind deze uitleg niet overtuigend. Ten eerste moet je dat maar net weten, dat die speciale oudsten bedoeld zijn, de tekst zelf geeft dat niet aan. Ze zijn gewoon oudsten, zoals elke gemeente oudsten kende.
Ten tweede gaat deze uitleg ervan uit dat de gave van genezing beperkt is tot de eerste tijd, en daar is wel iets voor te zeggen, maar ook wel iets tegen in te brengen.
Maar vooral (ten derde) hierom vind ik deze uitleg vergezocht, omdat Jakobus daarna juist Elia aanhaalt als voorbeeld voor ons, en dan zegt hij: 'zeg nou niet, ja, dat is Elia, en wij zijn maar gewone mensen. Nee, Elia was ook een mens net als wij.' En kijk eens wat zijn gebed uitricht! Dan zou het toch een merkwaardige gedachte zijn als de oudsten hier wel mensen zouden zijn met een heel speciale bediening en een bijzondere volmacht, met andere woorden: (in dat opzicht) niet mensen zoals wij.
Bovendien, nog een vierde argument om deze oudsten niet te promoveren tot heel bijzondere mensen met bijzondere volmachten: de opmerking om de oudsten te roepen en te laten bidden loopt heel natuurlijk over in de opdracht die Jakobus aan iedereen geeft om voor elkaar te bidden, in vers 16: belijdt elkaar uw zonden en bidt voor elkaar opdat u genezing ontvangt. U ziet, daar is de belofte van genezing niet verbonden aan het gebed van heel bijzondere oudsten maar aan het onderlinge gebed in de gemeente, waarin kennelijk de oudsten het voortouw namen, maar waarin zij niet het exclusieve privilege hadden. Bidt voor elkaar, dat geldt voor heel de gemeente.
En bidt dan met een onverdeeld hart, zonder te twijfelen. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, dat wil zeggen: de Hére zal hem oprichten, want strikt genomen is het natuurlijk niet het gebed dat mensen geneest, maar in je gebed richt je je op de Here die geneest. Hij verleent kracht aan je gebed. Je gebedskracht ligt bij Hem!
Daarom ook die zalving.
Sommigen leggen dit uit als een huismiddeltje tegen allerlei kwalen. Maar dat lijkt me erg onwaarschijnlijk. Daar hoeft dacht ik geen ouderling aan te pas te komen om je een zeg maar een aspirientje te brengen. Die zalving heeft zijn achtergrond in het Oude Testament waar gewijde personen of voorwerpen gezalfd werden, en daardoor hoorden ze nadrukkelijk bij de Here. Je bent niet van je zelf. Je bent van Hem. Ja, je bent ziek, je voelt je alleen, je bent geïsoleerd, maar vergeet niet, voel het maar, ik raak je aan, voel je de olijfolie, voel je de weldadige werking op je voorhoofd? Je bent van Hem, Hij vergeet je niet. Je bent zijn gezalfde.
Denk aan de zalving van een koning. Je werd daarmee aangewezen als koning, je kreeg een belofte: Hij staat aan je kant. Die olie gold dan ook als symbool voor de kracht van de Heilige Geest die je bij zou staan, die je Gods kracht zou geven.
Nu moeten we vandaag wel met elkaar overleggen, kan olie voor mensen van vandaag nog steeds die gevoelswaarde hebben van toen? Is dat niet aan die tijd gebonden? Wij gebruiken immers nooit olie voor dat soort dingen?
Nee, dat zou kunnen. Dat lijkt me zaak voor verder onderling overleg, waarbij ieder zijn eigen inbreng kan hebben. Laten we in de vrijheid staan om open te praten en te bidden over de vraag op welke eigentijdse manier we dit gebruik uit de oudchristelijke kerk met bijbelse wortels in Jakobus 5 en Markus 6 (en daarachter het Oude Testament) voor wie zich daartoe geroepen voelen weer kunnen open stellen.
Je blijft natuurlijk met de vraag zitten: maar als het nou niet helpt? Als je nou niet beter wordt?
Dat blijft een kwetsbaar punt. Maar eigenlijk heeft dat niet met die olie te maken, dat punt is er ook als alleen maar bidt, en dat is de kern ook volgens Jakobus. 't Gaat om het bidden: ook als we dringend bidden, als we smeken met volle overgave, ook dan kan het gebeuren dat God toch niet luistert en anders beslist. Dat heeft niks met al dan niet olie gebruiken te maken. Het is ondertussen ook wel duidelijk dat we niet olie moeten gebruiken om daarmee een grotere kans van verhoring te hebben. Wie gezalfd wil worden, moet dat doen omdat hij of zij vanuit de bijbel en de traditie van de kerk van Christus ervan overtuigd is dat het bijbels verantwoord is om als onderstreping van het gebed en van Gods beloften ook die olie te willen voelen.
Er komt overigens nog een ander symbool bij: er staat dat de oudsten een gebed over hem moeten uitspreken in de naam van de Here. Veel uitleggers zien in dat woordje 'over hem' samen met het 'in de naam van de Here' een aanduiding dat het gebed onder handoplegging wordt uitgesproken. Daarmee wordt dat gebed en de naam van de Heer letterlijk over hem of op hem gelegd. Ook dat is een onderstreping van Gods belofte van herstel. Ook weer niet als een magische handeling die het geheel extra kracht verleent, maar als een ondersteuning voor het geloof: zoals je de handen zegenend op je hoofd mag voelen, zo mag je weten dat de Here je nabij is, en je zal redden.
Maar ik zou nog terug komen op die vraag: maar wat als het gebed nou niet verhoord wordt?
Dat probleem ligt er, overigens niet alleen bij deze tekst. Aan de ene kant een sterke belofte. Het lijkt wel of Jakobus een 100% genezingskans belooft. Hij maakt geen voorbehoud. Wij maken dat wél vaak. We zeggen dan bijvoorbeeld: we bidden dit maar 'uw wil geschiede'. Ik begrijp de bedoeling ervan maar ik moet toch opmerken dat het niet is wat de bijbel bedoelt met de uitdrukking 'uw wil geschiede'. In de bijbel betekent het altijd dat Gods wil gedaan moet worden door ons, dat wil zeggen: het is niet een voorbehoud in de trant van: we willen dit wel graag, maar als U in uw eeuwige plan anders hebt besloten, dan hoeft het niet. Nee, uw wil geschiede, betekent: Here, uiteindelijk gaat het erom dat wij gehoorzaam zijn, dat we doen wat U graag wilt. We willen niet onze zin doordrukken koste wat het kost, uiteindelijk willen we vooral gehoorzaam zijn!
Dus die zin heeft hier eigenlijk niet veel mee te maken.

Ik begrijp de zin wel, het heeft ook wel een goede bedoeling: we zeggen ermee: hoe het ook uitpakt, we vertrouwen ons toe aan U, en uw plannen, en we weten dat U alles laat meewerken en er hoe dan ook iets goeds uit te voorschijn wilt brengen. Uw wil geschiede, uw plan moet doorgaan! Uw koninkrijk moet komen.
Het is dus een manier van ons om om te gaan met die spanning tussen de sterke belofte: Hij zal genezen; én de praktijk die soms anders uitpakt.

Maar het kan ook een manier zijn om bij voorbaat die spanning te vermijden. Ik zeg niet dat het altijd zo is, maar ik hoor het er soms wel in: uw wil geschiede, we durven het eigenlijk niet echt te verwachten, we willen niet te hoge verwachtingen van ons gebed hebben, want uiteindelijk ligt alles toch al vast in Gods raad. Dus ja, wat bidden we nog?
Dat is onbijbels. Niet dat Gods plan over alles gaat, maar wel dat we soms denken dat we God niet kunnen ombidden, verbidden. Dat ligt zelfs dicht aan tegen het bidden met een dubbel hart, vol twijfel.
Maar hoe dan? Hoe moet je dan met die spanning omgaan?
Ik benut zelf deze sterke beloften zo: ik wil God eraan houden. Ik bid. Ik wil en ik probeer te geloven dat Hij het echt kan en zal en wil doen.
En als het niet gebeurt, dan ben ik diep teleurgesteld, en laat ik het raadsel in zijn handen. Ik kan erom huilen, ik kan erover klagen, ik kan het overgeven, maar ik wil er niet bij voorbaat een oplossing voor bedenken, om me bij voorbaat in te dekken tegen teleurstellingen. En ik blijf uitzien naar zijn koninkrijk. Dat vooral.
Die spanning zal blijven. Die heb je niet alleen in deze tekst, hoe je hem ook uitlegt. Dat heb je in honderd andere teksten die ook vol sterke beloften ook. Die moet je niet afzwakken, en je moet je niet bij voorbaat tegen teleurstellingen inkapselen door dan maar niet voor 100% te verwachten dat God hoort en verhoort. Nee, bid, blijf bidden. En klaag als je gebeden niet verhoord worden, en prijs God dat ondanks alles zijn koninkrijk komt.
Blijf volhouden, blijf incasseren, en blijf verwachten. Hou het vol tot aan zijn komst!
Bid met gegronde verwachting. Dat is wel de kern van wat ik u vandaag mee mag geven in de naam van de Heer.
En wat gebeurt er nu uiteindelijk met het gebed voor de man voor wie onder zalving met olie en onder handoplegging is gebeden?
Misschien krijgt hij extra tijd van leven. En in die tijd zal hij de genade van de Here des te dieper ervaren, de genade van de herstelde verhouding met God en zijn naasten, in de weg van schuldbelijdenis. En denk eraan, dat dat een diepingrijpend herstel is.
En wie weet, wordt hij beter, we hebben toch gebeden! En God kan toch alle dingen, en God belooft toch grote dingen, tekenen van zijn aandacht voor ons, in een wereld die voorlopig - jazeker - nog onder de vloek blijft liggen, het zullen altijd voorlopige tekenen zijn, een vuurpijl, die even omhoog flitst en onze aandacht richt op Hem die komt om het rijk van herstel helemaal door te laten breken.
Heer, leer ons bidden met verwachting.
De verwachting van uw Geest en zijn kracht vandaag, de verwachting van uw rijk.
In de naam van onze Heer, Jezus.

Amen.

Paul, M.J., 1997. Vergeving en genezing: ziekenzalving in de christelijke gemeente.


Gebed 2

Grote God in de hemel,

U geeft krachtige beloftes.
Beloftes van vergeving, van een herstelde verhouding met U.
Van heling naar lichaam, ziel en geest.
Wat een ongelooflijke beloftes, in deze gebroken wereld.
Wat een garantie geeft U ons in het kruis en de opstanding van Christus die de dood op zich nam en overwon.
Wat een heerlijk voorschot geeft U ons op de volmaakte wereld door uw Geest, U in eigen persoon in ons leven aanwezig.
We belijden u onze zonden. Ons ongeloof. Onze dubbelhartigheid. Onze twijfels.
We bidden voor gezonden en zieken.
Voor kerkgangers en mensen thuis.
Voor jong en oud.
Heer, geef onze zieken gezondheid.
Heer, geef ons allen deze gezondheid, ook als we niet ziek zijn; geef ons allen deze gezondheid:
Geef ons kracht om te leven.
Geef ons kracht om te lijden.
Geef ons kracht om te sterven.
In Jezus' naam,

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar