Bidden is broodnodig!

Thema: Bidden is broodnodig!
Tekst: Handelingen 12: 1-19
Tekstgedeelte(n):

Handelingen 12

Door: E. Woudt (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Heemse)
Gehouden te:

Heemse op 16 april 2000

Vertaling:

Franse vertaling beschikbaar:
Han12v01 - La prière est indispensable!

Aanwijzingen voor de Liturgie

Lezen: Handelingen 12
Tekst: Handelingen 12: 1-19

Zingen:
Ps. 116: 1, 10
Ps. 81: 3, 7-8
Ps. 37: 3, 5, 16
Ps. 143: 1, 3, 8-10
Ps. 34: 2, 6
Ps. 28: 4

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

Telefoneren is vandaag in. Bijna iedere woning in Nederland heeft wel een vaste telefoonaansluiting. En wat zijn er veel mobiele telefoons! Vijf miljoen mobieltjes op vijftien miljoen Nederlanders. Je ziet ze overal, mensen die mobiel bellen. In de auto, in de supermarkt, op straat.

En wat wordt er een reclame voor gemaakt. En wat is er een concurrentie tussen die telefoonmaatschappijen. Telecommunicatie is in. Mobiel bellen is in.
Alleen, dat bellen lukt niet altijd. Hoe vaak gebeurt het niet dat je iemand wilt bellen, maar dat hij in gesprek is, of dat hij het antwoordapparaat heeft aanstaan, of de voice-mail. Je kunt iemand niet altijd bereiken.

Een aantal jaren geleden vroeg een Gereformeerde dominee in Roemenië mij of ik het telefoonnummer van de Here God wel kende. Ik keek hem vol verbazing aan. Het telefoonnummer van de Here God? En ik zei dat ik niet wist wat hij met zijn vraag eigenlijk bedoelde.
En toen zei die dominee: het telefoonnummer van de Here God dat is 50 15. En toen pakte hij zijn bijbeltje en zocht hij op Psalm 50: 15. En toen las hij voor wat daar staat. En daar staat: Roep Mij aan ten dage der benauwdheid. Ik zal u redden en gij zult Mij eren.

Natuurlijk heeft de Here geen telefoonnummer. En wij hebben geen telefoon nodig om Hem te bereiken. Je kunt bij de Here altijd terecht. Je hoeft nooit bang te zijn dat Hij in gesprek is, als je Hem graag wilt spreken. Bij de Here is geen telecommunicatie. Bij de Here is gebedscommunicatie. Hij heeft ons leren bidden. Roep Mij aan, zegt de Here in Psalm 50. Roep Mij aan.
En de Here Jezus heeft later in de bergrede gezegd: Bidt en u zal gegeven worden, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal opengedaan worden.
En we hebben het gezongen in Psalm 81: 8, dat de Here daar zegt: Open maar uw mond, bidt tot Mij vrijmoedig.
Bidden, zegt de Here, doe het maar! Dat vind Ik fijn. En dat is ook nodig. Het is broodnodig. Dat bidden broodnodig is, blijkt ook uit de geschiedenis van Handelingen 12.

Het thema voor de preek is:

Bidden is broodnodig!

  1. Bidden moet
  2. Bidden helpt

1. Bidden moet

Bidden moet, broeders en zusters. Ja maar, wat is bidden dan?
Eens toen ik op een basisschool was, vroeg ik een groep kinderen wat nu bidden eigenlijk is. Best een moeilijke vraag! Maar wat hebben de kinderen van die groep daar mooie antwoorden op gegeven. Deze antwoorden: bidden is bij de Here op bezoek gaan. Bidden is vertrouwen op God. Bidden is alles aan de Here vertellen. Bidden is praten met de Here. Wat een mooie antwoorden! Want zo is het ook.

En wanneer doe je dat, bidden? Wanneer doen jullie dat, jongens en meisjes, bidden?
Elke dag toch? Lees je bijbel, bid elke dag! Elke dag, als je blij bent, en gezond. Maar ook als je wel eens verdrietig bent, of ziek. Altijd kun je bij de Here terecht. Altijd mag je met de Here praten, en alles mag je aan de Here vertellen.

Dat gebeurt ook in Handelingen 12. De geschiedenis die we in de bijbel gelezen hebben. Petrus lag in de gevangenis. Het was donker, midden in de nacht. Hij lag in een donkere cel en twee soldaten lagen naast hem, aan elke kant één.
Die soldaten moesten op hem passen zodat hij niet kon weglopen. Trouwens, weglopen kon hij toch moeilijk, want hij had aan elke arm een ketting en die kettingen waren dan aan de armen van die soldaten vastgeketend. Als hij zou weglopen dan zouden die soldaten dat meteen merken.

En de deur van de cel was heel goed op slot. En de buitenste poort van de gevangenis was ook heel goed op slot. Bovendien voor die celdeur en bij de buitendeur stonden ook nog soldaten.
De gevangenis werd heel goed bewaakt. Niemand mocht ontsnappen.
Waarom niet? Omdat in de gevangenis allemaal slechte mensen zaten. Die zaten er niet voor niets, dieven, moordenaars, boeven.

En Petrus dan? Was Petrus ook een slechte man? Nee, Petrus was geen dief, geen moordenaar, geen rover. Petrus had geen kwaad gedaan. Waarom was Petrus dan in de gevangenis gestopt? Wel, omdat hij aan de mensen van de Here Jezus had verteld. Daarom zat hij daar!
Koning Herodes was de kleinzoon van de beruchte kindermoordenaar van Betlehem. Koning Herodes was een vijand van de Here. Een vijand van de kerk. En daarom ging hij de kerk vervolgen. Hij liet Jacobus, één van de apostelen, gevangen nemen en ter dood brengen. Jacobus werd onthoofd. Vreselijk was dat!

Daarna had Herodes Petrus laten oppakken. Hij dacht: als ik nu die apostelen, die leiders van de kerk maar te pakken krijg, dan krijg ik de kerk wel klein.
Jacobus onthoofd, Petrus gevangen. Was dat het werk van een mens? Van Herodes, of van zijn soldaten? Of was dit het werk van de Farizeeën en Schriftgeleerden, die het allemaal prachtig vonden?
Nee, weet u wie daar achter zat? De duivel, die zat er achter! De duivel dat is Gods grote vijand, die wil God het leven moeilijk maken. Die wil ook de kerk het leven moeilijk maken. De duivel zat er achter.

Petrus sliep in zijn cel. Hoe kon hij dat doen, zo rustig slapen? Want de volgende dag - dat wist hij - zou hij voor de koning moeten verschijnen en dan zou hij worden terechtgesteld, gedood, net als Jacobus.
Was Petrus niet bang? Lag hij niet heel zenuwachtig te woelen, of misschien wel te huilen van verdriet, omdat hij de volgende dag zou moeten sterven?
Nee, Petrus was niet bang voor de dood. Want hij wist dat de Here voor hem zou zorgen. Ook als hij zou moeten sterven. Hij wist dat hij in leven en sterven eigendom was van de Here Jezus.

Petrus lag in de gevangenis te slapen. Herodes had zijn zin. De overpriesters en de schriftgeleerden hadden hun zin. De duivel had zijn zin. Ze hadden een flinke vangst gedaan. Jacobus was dood en Petrus zat gevangen. En Petrus moest maar gauw ter dood gebracht worden. En niemand zou hem dan nog kunnen helpen.
Niemand, de andere apostelen niet. De leden van de kerk van Jeruzalem niet. Nee, die leden van de kerk van Jeruzalem konden Petrus niet meer helpen. Maar ze dachten wel steeds aan hem. Ze waren niet rustig gaan slapen. Maar ze waren opgebleven. Heel de nacht zaten ze bij elkaar in een huis. En ze konden niets meer voor Petrus doen.
Of wel? Ja toch, ze konden voor hem bidden. En dat deden ze ook. Die gemeente ging de hele nacht voortdurend voor Petrus bidden.

Wij zeggen wel eens in een bepaalde situatie: we kunnen niets meer doen voor iemand. We kunnen niet meer helpen, we kunnen alleen nog maar bidden. Het gebed als laatste redmiddel.
Maar gemeente, het gebed is niet het laatste redmiddel. Het gebed is eigenlijk het enige redmiddel. En een heel krachtig redmiddel. Wie bidt is niet aan het einde van zijn mogelijkheden, maar wie bidt staat op de top van zijn mogelijkheden.
Bidden is toch vertrouwen op de Here God? Bidden is zeggen: Here, wij kunnen het niet meer. Maar U kunt alles. Wilt U helpen?

Zo bad de gemeente van Jeruzalem voor Petrus: "Here, wilt U Petrus helpen en wilt U hem bevrijden als U dat nodig vindt voor de voortgang van uw evangelie?"
Wat is het gebed een kracht, broeders en zusters! En dat gebed kan de vijand u nooit afnemen. De vijanden van de kerk kunnen de kerk heel wat afnemen, heel wat afpakken. Dat is ook gebeurd bij vervolgingen, alle eeuwen door. De vijanden van de kerk kunnen de Bijbel afpakken. Die kunnen de kerkgebouwen afpakken. Maar het gebed? Het gebed kan de vijand ons nooit afpakken.

Wat is het gebed daarom belangrijk! Wat is het belangrijk dat vaders en moeders hun kinderen leren bidden. En wat is het fijn, jongens en meisjes dat jullie van je ouders thuis geleerd hebben dat je mag bidden. En dat vader en moeder ook geleerd hebben hoe je dat moet doen. Bidden is broodnodig. En de Here vindt het fijn, heel fijn, als je elke dag tot Hem bidt. Hij luistert naar je. Hij verhoort je. Hij helpt, echt waar. Want bidden moet.

Maar bidden helpt ook, en dat is punt twee.

2. Bidden helpt

Petrus ligt te slapen in de cel van de gevangenis, tussen twee soldaten in. En dan, dan staat er ineens een engel in de cel. Het is ineens helemaal blinkend licht daar. En die engel zegt tegen Petrus: sta snel op. Petrus doet het. En hij kan het ook. Want de kettingen vallen zo maar van zijn handen. En de soldaten worden niet eens wakker. Die slapen gewoon door.
En de engel zegt: doe je schoenen aan, trek je jas aan en kom mee. En dat doet Petrus. Hij loopt achter de engel aan. Maar die deur dan? Nou, die deur gaat vanzelf open!
En de soldaten die daar voor staan, die merken niks. En dan de buitenste poort, die gaat ook vanzelf open. En ook daar merken de soldaten die op wacht staan niets. Ze houden Petrus niet tegen. Het lijkt wel alsof Petrus droomt.

En dan komen ze op straat. De engel loopt nog één straat met hem mee. En dan ineens is de engel weg. Petrus staat daar helemaal alleen. Hij voelt de buitenlucht. En hij denkt: het is echt waar! Ik droom niet, het is echt waar, ik ben vrij! Ik ben de gevangenis uit! De Here heeft zijn engel gestuurd om mij uit de gevangenis te bevrijden. Ik ben weer vrij!

En dan gaat Petrus naar het huis toe waar de gemeenteleden bij elkaar waren. Het huis van Maria, de moeder van Johannes Marcus. Hij weet dat huis in het donker wel goed te vinden. En als hij daar is, wat doet hij dan? Dan klopt hij aan de deur. Wat klinkt dat hard, dat geklop op de deur in die stille nacht. De gemeenteleden zitten binnen, ze zitten nog steeds te bidden voor Petrus. En als ze dat geklop horen, dan schrikken ze op. Hoor! Er wordt aan de deur geklopt. Wie kan dat zijn? Zouden dat soldaten zijn om nog meer kerkmensen gevangen te nemen? Wat spannend!
Het dienstmeisje gaat naar de deur. Rode heet ze, Roosje. Wie is daar? vraagt ze. En als ze dan de stem van Petrus hoort, dan is ze zó blij, dat ze helemaal vergeet om de deur open te doen. Want ze rent terug naar binnen en zegt: mensen, Petrus staat voor de deur. Petrus is er, hij is vrij!
En wat is dan de reactie van de kerkmensen die daar binnen waren? Och, Roosje, je bent niet goed wijs. Dat kan helemaal niet. Petrus zit in de gevangenis. Je hebt vast zijn geest gezien.

Bidden helpt, gemeente! Dat is wel duidelijk. De Here verhoort het gebed van zijn kerk boven bidden en denken. De gemeente had de hele nacht vurig voor Petrus gebeden. En dan geeft de Here diezelfde nacht nog verhoring van dat gebed. Hij bevrijdt Petrus in diezelfde nacht. En als Petrus dan voor ze staat, dan kunnen ze het niet geloven.

Wat zijn wij als bidders zwakke zondige mensen. We weten heel goed dat we bidden moeten. We weten heel goed dat we bidden mogen. We weten ook heel goed, dat de Here naar ons luistert. Maar als de Here dan verhoort, wonderbaar, ja dan kunnen we het niet eens geloven. Dan kunnen we er niet bij.

Bidden helpt, altijd. Petrus is wonderlijk bevrijd. Eerst willen ze het niet geloven. Maar dan gaan die leden van de gemeente allemaal mee naar voren, naar de poort. En daar zien ze dat het echt waar is, dat Petrus in levende lijve voor de deur staat. En ze zijn helemaal door het dolle heen, helemaal enthousiast. Petrus moet ze eerst tot rust manen. Even kalm. Dan zal ik vertellen wat er allemaal gebeurd is. En dat doet hij ook.
En zo hebben ze de Here ook gedankt. Gedankt dat Hij, de Here, zo rijk hun gebed had verhoord. Want bij bidden hoort ook het danken, nietwaar?

's Morgens bid je de Here of Hij je wil helpen op school, bij het werk, onderweg in het verkeer. En als je dan 's middags of 's avonds weer veilig thuis bent, dan mag je de Here ook bedanken. Bedanken dat Hij je geholpen heeft, op school, onderweg, op het werk.
Dat wil de Here graag! Dat we Hem bedanken. Bidden is ook danken.
De kerk van Jeruzalem heeft God gedankt voor de verhoring van het gebed, voor de bevrijding van Petrus.
En toen is Petrus gauw weggegaan, als vluchteling naar een andere plaats om daar ook weer de mensen van de Here Jezus te vertellen. Hij kon in Jeruzalem niet blijven, dat zou te onveilig zijn. Maar voor dat hij wegging zei hij nog: mensen, jullie moeten dit ook doorgeven aan Jacobus, de broer van de Here Jezus, en aan de andere broeders. Ze moesten de kerkenraad van Jeruzalem ook daarvan op de hoogte stellen.

De volgende dag was er grote opschudding in de gevangenis. Want ze misten een gevangene, Petrus. Waar was hij? Hoe kon hij ontsnappen.
En ze moeten het aan Herodes gaan vertellen. Herodes die razend is. Wat is hij boos! Overal liet hij naar Petrus zoeken. Heel de stad werd uitgekamd, maar Petrus was spoorloos. En toen liet Herodes de soldaten bij zich komen. En ze moesten vertellen wat er gebeurd was. En toen was Herodes zo boos dat hij die soldaten heeft laten doden. Hij was van plan om Petrus te doden. Maar de soldaten werden gedood in Petrus' plaats.

Een afgang voor Herodes. Herodes die dan ook verhuisde vanuit Jeruzalem naar Cesarea. En daar liet hij op een dag zich in een heel groot stadion toejuichen, goddelijke eer toebrengen. Het volk vereerde hem als een god.
Wat een vreselijke zonde van Herodes. Herodes die dacht dat hij aan God gelijk was en dat hij goddelijke eer kon ontvangen. De Here God heeft die zonde meteen bestraft. Hij stuurde een engel die de koning sloeg, zodat hij door de wormen werd gegeten en stierf.

Twee keer zien we het optreden van een engel in dit hoofdstuk. De eerste keer een engel van de Here die Petrus uit de gevangenis haalt. Op het slot van dit hoofdstuk een engel van de Here die Herodes straft met de dood.

Het zag er niet zo mooi uit voor de kerk van Jeruzalem. Wat was de vervolging zwaar! Jacobus gedood, Petrus gevangen en op de vlucht. Zou de duivel het dan toch winnen?
Nee, gemeente, de duivel wint het niet. De duivel wint het nooit! Petrus mocht worden bevrijd door de engel. Herodes werd gedood door een engel. God zelf grijpt in, want zijn werk gaat door. Zijn woord moet worden verkondigd. Zijn kerk moet worden gebouwd. Wat is het mooi dat er dan staat: het woord van de Here wies. En wies betekent: het groeide, het bloeide, het verbreidde zich.

De Here gaat door met zijn werk. En daarbij schakelt hij het gebed van de kerk in. Hij kan uw gebeden, broeders en zusters, niet missen. Hij kan ook jullie gebeden, jongens en meisjes, niet missen. Die gebeden helpen, echt waar. Dat lijkt er niet altijd op. Jacobus, de apostel werd door Herodes gedood. En vast en zeker had de gemeente ook voor hem gebeden.

Had de Here dat gebed dan verhoord? Jazeker, de Here verhoort de gebeden van zijn kerk altijd. Maar dat betekent niet dat de Here altijd ons onze zin geeft. Dat de Here altijd doet wat wij graag willen. De Here vervult niet onze wensen. Hij vervult wel zijn beloften. Want de taak van Jacobus was afgelopen. En daarom riep de Here Jacobus bij zich in de hemel. Zijn taak op aarde was klaar. Maar de taak van Petrus ging nog door. En daarom liet de Here Petrus uit de gevangenis bevrijden. Petrus had nog een taak in de verkondiging van het evangelie. Hij moest nog veel meer mensen gaan vertellen van de Here Jezus. En daarom werd Petrus bevrijd.
En wat is het gebed dan belangrijk. Dat gebed van de kerk schakelt de Here in bij de uitvoering van zijn werk. Op het gebed van de kerk grijpt de Here in.
Bidden is echt broodnodig, voor ons, maar ook voor de Here. De Here heeft ook uw gebeden, ook jullie gebeden nodig.

Ik moest, gemeente, bij de preekvoorbereiding nog denken aan het werk van ds. Slomp, in oorlogstijd, Frits de Zwerver. In Heemse staat zelfs een monument ter nagedachtenis aan wat Frits de Zwerver en vele anderen met hem mochten betekenen in de strijd tegen de tirannie, tegen de duivel.
Frits de Zwerver werd in mei 1944 gearresteerd en opgesloten in de zwaarbewaakte gevangenis De Koepel in Arnhem. Na twaalf dagen werd hij op listige wijze door een knokploeg van de ondergrondse bevrijd. Zijn taak liep nog door. Hij moest nog verder werken in de strijd tegen de duivel.
We weten ook dat zoveel andere verzetsmensen in oorlogstijd zijn gedood. Hun taak was klaar. Reken er maar op dat in die dagen waarin Frits de Zwerver in de gevangenis zat, dat er toen in de kerk van Heemse en in de gezinnen van Heemse vurig voor hun predikant is gebeden.

En er is ook gedankt. Dat vertelde ds. Slotman mij na de eerste dienst.
Toen Frits de Zwerver uit de gevangenis was bevrijd, toen stonden voor de oude school (waar nu de Regenboog is) een paar broeders met elkaar te praten. En toen kwam er een wat oudere broeder langs. En die vroeg: wat is er? Is er iets aan de hand? Toen zeiden ze: ds. Slomp is bevrijd uit de gevangenis. En die oude broeder nam zijn pet af en hij zei: mannenbroeders, daar gaan we de Here voor danken. En toen hebben ze daar op straat de Here gedankt voor zijn bevrijdingswerk.

Bidden is broodnodig! Nodig voor ons, ook nodig voor de Here. Want het gaat toch om Hem, om zijn naam, om zijn rijk, om zijn wil.
Laten we dat, gemeente, goed vasthouden. En laten we maar trouw zijn als biddende kerk.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar