Jakob (Deel 8: Vernieuwing is een must: uit genade)

Thema: Vernieuwing is een must: uit genade
Tekst: Genesis 35: 1-15
Tekstgedeelte(n): Genesis 35
Door: Ds. J. Ophoff (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwijndrecht)
Gehouden te: Zwijndrecht op 1 februari 2004
Opmerking RJCV: In deze prekenserie volgen we de ontwikkeling in Jakobs leven. Hoewel enkele delen van deze serie ook zelfstandig gelezen zouden kunnen worden, ontstaat er meer inzicht indien de delen in serie worden gelezen.
Jakob - 1: Gods verrassende keuze is genade,
Jakob - 2: Esau blijft verantwoordelijk voor zijn daden,
Jakob - 3: In het gevecht om Gods zegen zijn er alleen verliezers,
Jakob - 4: Gods liefde is onvoorwaardelijk,
Jakob - 5: In Labans huis zet God Jakob vast: bekering is nodig,
Jakob - 6: De God van Betel bevrijdt Jakob uit de greep van Laban,
Jakob - 7: God brengt Jakob in de crisis van zijn leven: alleen uit genade verzoening,
Jakob - 8: Vernieuwing is een must: uit genade.
Extra: Inleiding op de prekenserie: Jakob.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 96: 1, 3
Gebed (om opening van het Woord)
Lezen: Genesis 35 (Tekst: Genesis 35: 1-15)
Ps. 60: 3, 5
Preek
Ps. 66: 3-5, 7
Geloofsbelijdenis: Gez. 4
Gebed
Collecte
Lied 95: 1-3
Zegen

Geliefde gemeente van Christus, gasten,

Wat zou het fantastisch zijn om een hoogtepunt als Pniël echt te kunnen vasthouden. Als Jakob op dat hoge niveau was blijven leven... U kent vast ook hoogtepunten in je leven. Voor veel christenen hoort de openbare geloofsbelijdenis daarbij. Voor mensen die getrouwd zijn hun trouwdag. Soms heb je in verdrietige omstandigheden de Here gevonden. Soms voel je je in je geestelijk leven uitgetild worden boven jezelf.
Maar u kent vast ook slijtage. Dat hoogtepunt van die zondag van openbare geloofsbelijdenis is al weer zo lang geleden. In je huwelijk is inmiddels ook heel veel gebeurd. En je geestelijk leven stond vaak op een laag pitje. Soms had de zonde je in de macht. Was je voortdurend bezig met verkeerde dingen. Hoe houd je dan dat hoogtepunt vast? Hoe verlies je niet de moed? Is het enige dat je van het christelijk leven kunt zeggen dat het als een golfbeweging op en neer gaat? En dat je eigenlijk al blij mag zijn wanneer er na een dal ook weer een top komt?

Vernieuwing is een must: uit genade

God verschijnt weer aan Jakob. Pak alles in. Vertrek naar Betel en bouw er een altaar voor mij. God herinnert Jakob aan die keer, jaren geleden, toen Jakob op de vlucht was voor Esau en de Here hem verscheen. Dat de Here Jakob aanspreekt heeft ongetwijfeld alles te maken met het moment. Jakob is in Sichem. Zijn dochter Dina is verkracht door Sichem, de zoon van Hemor. Jakobs zonen, Simeon en Levi, wreken zich wreed op alle inwoners van Sichem. Ze doden alle mannen op het moment dat die zich niet kunnen verweren vanwege de operatie van de besnijdenis. Sichem wordt geplunderd en in beslag genomen. Het is geen wonder dat Jakob bang is. Zijn eigen zonen zijn een bedreiging geworden. Hij heeft geen greep meer op ze. Maar het gevolg is dat Jakob zich daar helemaal niet meer veilig voelt. Hoe zal de bevolking om hen heen reageren op deze ontstellende wreedheid? Je kunt je voorstellen dat bij Jakob oude gevoelens boven komen. Hij is in zijn leven al vaker op de vlucht geweest. Hij is ook al vaker de vreemdeling geweest zonder bescherming. Gaat de geschiedenis zich herhalen? Zijn leven hangt opnieuw aan een zijden draadje.
Op dat moment verschijnt de Here aan Jakob. Die verschijning biedt bescherming. De Here laat Jakob wegtrekken naar een ander deel van Kanaän. En als ze op reis gaan, valt de schrik voor God op de steden rondom hen. Niemand haalt het in zijn hoofd hen aan te vallen. Misschien zijn ze wel in paniek, maar Jakob en zijn zonen zijn veilig. Jakobs zonen hebben heel wat aan hun vader te danken.
God herinnert Jakob ook aan zijn belofte. Jaren geleden is God aan hem verschenen in Betel, toen Jakob heel erg in het nauw was. Jakob heeft toen beloofd dat, wanneer de Here met hem zou zijn en hij terug zou komen, hij de Here zou dienen. Jakob heeft toen niet gezegd dat dat precies in Betel zou zijn, maar de Here wijst hem nu wel de weg naar Betel.
God brengt Jakob tot daden. Tegenover zijn zoons in hun wreedheid voelde Jakob zich machteloos. Op hun tegenwerping of Sichem hun zus soms als hoer mocht behandelen had hij geen weerwoord. Maar nu valt alle krachteloosheid van hem af. Jakob deelt bevelen uit aan zijn kinderen, zijn knechten en iedereen die bij hem hoort. Ze moeten de vreemde goden uit hun midden wegdoen. Ze moeten zich reinigen en schone kleren aandoen. De oorringen met afbeeldingen van afgoden moeten ze afdoen. Jakob heeft het een hele tijd toegelaten. Als één zoon een amulet van een afgod durft te dragen, doet een ander het ook. En die gaat misschien nog een stapje verder. En als je knechten en slaven van elders aantrekt, nemen die ook hun afgoden mee. Het gaat van kwaad tot erger. Maar Jakob houdt nu grote schoonmaak.
Hij verklaart zijn nieuwe houding met verwijzing naar God. Ze gaan naar Betel. Die plaats zullen zijn zonen kennen uit de verhalen. Onder het personeel zal niet iedereen dat weten. Zij horen het nu. God heeft Jakob geantwoord toen hij heel erg in het nauw was. Hij heeft hem tijdens de reis ook steeds geholpen. Jakob belijdt publiek zijn geloof in die God die er altijd bij is geweest in zijn leven. Ook in de dieptepunten.
Jakob luistert naar de Here. Hij trekt de consequenties. Hij heeft heel goed door wat er mis is gegaan in zijn leven en dat van zijn gezin. Jakob organiseert zelf een grootscheepse reiniging. Het is heel concreet. Iedereen moet de afgoden begraven. Ook oorringen kunnen er niet mee door. Alles moet weg dat herinnert aan andere goden. Het wordt allemaal begraven onder een boom. Zo'n begrafenis is oneervol. Het zijn de restanten van afgoden. Die tellen niet meer mee. Ze worden helemaal uit hun leven weggedaan.
God brengt Jakob tot vernieuwing van zijn leven. Na Pniël is Jakob er nog niet. Je kunt niet zeggen: na zo'n enorm hoogtepunt mag je het allemaal wel laten zitten. Dan zit het wel goed met je. Alsof je zou kunnen teren op je geestelijk hoogtepunt. Iemand die zijn echte bekering heeft meegemaakt en er dan wel is. Iemand die heeft geworsteld met God en dan nooit meer hoeft te worstelen. Je voelt je heerlijk in de kerk, in je geloof in God en de strijd is voorbij.
Vernieuwing is een must, ook voor Jakob. God toont hem dat in zijn genade. Want het is genade als je er in Sichem zo'n bende van hebt gemaakt. Een verschrikkelijk bloedvergieten. En je toch mag vertrekken naar Betel, de plaats waar God je verschenen is. En het is genade wanneer de Here je alle ruimte geeft om je leven te vernieuwen.
Vernieuwing is een must, uit genade. Dat ervaart Jakob ook. Voor hem is het een geweldige stimulans dat hij naar Betel moet. De Here verschijnt trouwens vaak aan Jakob. Hij wijst Jakob steeds weer de weg. Hij stimuleert hem om de goede koers te volgen. Vanuit die ontmoeting met God krijgt Jakob nieuwe kracht. Die ontmoeting met de Here brengt Jakob ook tot concrete vernieuwing.
Als je het zo leest, lijkt het verhaal van Genesis 35 niet erg bemoedigend. Een Jakob die zo machteloos tegenover zijn zonen staat. Die zoveel afgoderij in zijn huis heeft toegelaten. Jakob die al zoveel heeft meegemaakt en het nu nog niet weet, denken wij dan. Maar als je het goed bekijkt is het opnieuw een heel verrassend hoofdstuk. Verrassend over God. Die bewerkt vernieuwing bij Jakob. God is oneindig geduldig. God geeft bescherming. God is vol van genade.
Ik reageer onwillekeurig: heeft Jakob dat steeds nodig, dat de Here bij hem komt. Dat de Here hem elke keer die zet in de rug geeft. Waarom leert Jakob het nu nooit? Maar is dat niet veel te gemakkelijk? Ken ik mijzelf wel? Kijk ik wel eens naar mijn eigen leven, hoe het daar gaat? Hebt u geen vernieuwing nodig? Redt u dat zelf? Kunt u de hoogtepunten in uw leven vasthouden of zijn ze weg voordat u het weet? Blijft de zonde in jouw leven weg of moet je er steeds weer tegen vechten? Heb je er last van dat die zonde steeds weer zichtbaar is, vaak op dezelfde punten in je leven?
Ik red het niet. En u ook niet. En jij niet. Alleen in de ontmoeting met God krijg je steeds weer nieuwe kracht. Bidt daarom. En het wonder is dat God jou steeds weer opzoekt. Zo vol van genade is Hij. Hij laat je niet wat aanrommelen. Hij zoekt je op. Hij spoort je aan. Hij toont zijn genade aan jou. Je mag dat merken als je de bijbel leest. Als je bidt, alleen of samen. Je mag het merken in erediensten. In het bezoek van een broeder of zuster. En soms 's nachts. Het christelijk leven is veel meer dan wat toppen en dalen. De Here God zoekt jou op. Hij is er, ook wanneer jij er een bende van hebt gemaakt. Ook wanneer jij een heel eind bent afgedwaald. God draagt je in zijn genade. Hij doet dat uit liefde. Door zijn Zoon. Er is van alles voor te zeggen dat je je hart aan Jezus moet geven. Maar de basis van het christelijk leven is dat God zich aan jou geeft. Dat houdt Hij vol. Door alles heen. Ook vernieuwing in je leven is genade van God. Hij zoekt je op. Hij kijkt naar jou door de ogen van Jezus Christus. Zo groot is God.
In de ontmoeting met God komt het tot vernieuwing van je leven. God raakt je in die ontmoeting. Je doet de zonde weg. Jakob wist heel goed waar die zonde zat. Wat er verkeerd was gegroeid in de afgelopen jaren. Nu hij de Here gaat ontmoeten, doet hij het allemaal weg. Hij en zijn gezin moeten er mee breken. De zonde heeft afgedaan. Met God is het een nieuw leven.
Je ontmoet God. In zijn Woord. In de stilte van het gebed. Tijdens het zingen met elkaar. In een gesprek. En dan trek je de lijnen door in je leven. God werkt de vernieuwing in je leven dat je de zonde weg doet. Je hebt veel of alles over voor geld. Maar je breekt er mee. Je kent haat tegen iemand. Dat heeft een vernietigende uitwerking. Maar je bindt de strijd er mee aan. Je bent driftig. Je slaat snel, ook je vrouw en kinderen. Maar je houdt je hand vast wanneer je de drift in je voelt opkomen. Je oordeelt gemakkelijk over een ander. Je tong is spits. Maar je leert op het puntje van je tong te bijten, wanneer je weer te ver dreigt te gaan. Je bent verslaafd aan drank, maar je gaat met hulp van anderen het gevecht aan om er af te blijven. Je huwelijk staat onder grote druk. Je gaat beiden je eigen gang. Maar je vecht er voor om de weg terug te gaan naar Gods geschenk. Je bekommert je niet om de opvoeding van je kinderen. Maar ineens ontdek je dat het ook Gods kinderen zijn.
De ontmoeting met God werkt door bij je. En je doet de zonde weg. Want de Here vraagt ook van jou dat je je drift beheerst. Dat Hij alles is voor jou en niet het geld. Dat je ook in je spreken de ander liefhebt. Dat je vecht voor je huwelijk dat God aan je heeft gegeven. Dat je je kinderen de weg wijst in het leven met Vader in de hemel. Dat mag je niet aan je vrouw overlaten. In de ontmoeting met God komt er veel in beweging. Hij brengt je tot daden. Wat een genade dat God zo vernieuwing werkt. Bij een Jakob. Maar ook bij u en bij jou. Ook wanneer je denkt dat jij vastgelopen bent. Want God is genadig. Ook voor jou.
Jakob was ook weer vastgelopen. Het optreden van zijn zoons had hem in een onmogelijke positie gebracht. Toch geeft God hem opnieuw ruimte. Jakob kan rustig vertrekken. Niemand grijpt de kans om hem aan te vallen. De Here is in zijn genade en trouw heel vindingrijk. Hij weet zelfs in die moeilijke situatie in Sichem een ommekeer ten goede te brengen. Want ze gaan naar Betel. Jakob bouwt er een altaar. Hij noemt die plaats: El Betel. Dat is eigenlijk dubbel: God is in Betel, in het huis van God. Hier heeft de Here zich aan hem geopenbaard.
Er is ook verdriet. Debora, de voedster van Rebekka sterft er. Op één of ander moment zal zij bij Jakob gekomen zijn. Jakob huilt om haar: deze oude vrouw van wie we verder niets weten. Het bericht van haar sterven onderstreept de afronding van het verhaal. Net zoals het sterven van Rachel, Isaak en de lijst van Jakobs zonen. Deze geschiedenis gaat naar zijn einde.
Opnieuw verschijnt God aan Jakob. Opnieuw in Betel bij de terugkeer uit Paddan Aram. Het is lang geleden dat Jakob in Betel die droom had van die brede trap. God bevestigt nu aan Jakob dat hij Israël heet. Pniël en Betel worden aan elkaar verbonden. Je ziet heel de geschiedenis van Jakob voor je. Jaren geleden heeft God Jakob in Betel gezegend en beloften gedaan. Hij is het allemaal nagekomen. Israël vormt het zegel op die beloften. De bevestiging dat God woord heeft gehouden. En ook dat vernieuwing in je leven doorwerkt. Een nieuwe naam is geen kwestie van een eenzaam hoogtepunt. De naam wordt bevestigd in Betel. Een nieuwe naam betekent inderdaad een nieuw leven.
Jakob krijgt opnieuw een zegen. Die zegen blijft de rode draad in zijn leven. Het is net zo'n zegen als Isaak hem gegeven heeft. En de woorden zijn bijna dezelfde als de zegen die Abraham van God had gekregen. In Genesis 17. Het is de zegen van een talrijk nageslacht, van koningen die uit hem zullen voortkomen. En een eigen land. Waarom wordt ook die zegen herhaald?
Het is natuurlijk een bevestiging bij de terugkeer. De zegen geldt ook voor de nieuwe Jakob, Israël. Maar de oude Jakob ging er mee om in bedrog, jaloezie. Hij manipuleerde mensen om de zegen te krijgen. Als er zo om de zegen wordt gevochten, gaat de glans er vanaf. Ook voor de zegen is bevestiging en vernieuwing nodig. Gods beloften krijgen in Betel nieuwe kracht. Dat ligt niet aan God. Maar de Here handhaaft zijn zegen ondanks mensen. Nu ontvangt hij de zegen heel anders: een nieuwe Jakob, een nieuwe mens.
Jakob is diep onder de indruk. Drie keer lees je in 13-15 over de plaats waar de Here hem verschenen is. Hij richt er een gedenksteen op. Jakob viert en gedenkt dat Betel het huis van God is. Het is het monument van Gods grote trouw in zijn leven. Een steen is natuurlijk hard, onbeweeglijk. Maar deze steen staat ook voor vernieuwing van Jakobs leven. Elke keer weer heeft God Jakob die vernieuwing gegeven. Een steen als monument van genade en trouw.
Geweldig zoveel geduld als God met een mens heeft. Elke keer komt hij met zijn beloften en zegen. Elke keer redt God Jakob uit grote nood. En elke keer brengt Hij hem weer op die weg van zegen en leven.
Dat heeft de Here God het sterkst laten zien in Christus: Gods trouw én zegen. Die zegen voor Abraham, Isaak en Jakob. De zegen van de grote koning die geboren zou worden, de Redder van mensen en van de wereld. Jakob looft en prijst God in Betel, want de Here is de God van vergeving van zonden. Van vernieuwing van je leven. In Jezus Christus kan ik altijd weer bij God terecht. In Christus ontvang ik vergeving. In Christus krijg ik ook elke keer die vernieuwing van mijn leven. In Christus komt God steeds weer naar mij toe. In Christus ontmoet ik God.
Want als ik naar mijn leven kijk. Die hoogtepunten houd ik niet vast. Soms wordt mijn oog meer getrokken door de dieptepunten. Maar kijk naar Christus. Kijk naar God. Dat is het wonder van een christelijk leven. Jakob was diep onder de indruk van Gods verschijning aan hem in Betel. Wees ook diep onder de indruk van deze blijde boodschap in de Here Jezus. Ik krijg vernieuwing alleen uit genade. Ik, een mens met zoveel sleur in mijn geloofsleven. Een mens met zoveel vragen. Een mens die zo vaak God vergeet. Een mens die zo vaak ontspoort. Om wanhopig van te worden. En dan toch die ontmoeting met God. Zijn liefde en genade dat Hij je opzoekt. Hij vernieuwt je leven en Hij is daarin zo machtig vol van geduld en genade. Hij vertelt je van verzoening. Zo groot is de Here God. De God die we kennen uit het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Gelukkig dat Hij het u steeds weer vertelt: die blijde boodschap van Jezus Christus. Alleen uit genade. Dat is God.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar