Jakob (Deel 7: God brengt Jakob in de crisis van zijn leven: alleen uit genade verzoening)

Thema: God brengt Jakob in de crisis van zijn leven: alleen uit genade verzoening
Tekst: Genesis 32: 22-32
Tekstgedeelte(n): Genesis 32: 1-21
Genesis 32: 22-32
Door: Ds. J. Ophoff (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwijndrecht)
Gehouden te: Zwijndrecht op 18 januari 2003
Opmerking RJCV: In deze prekenserie volgen we de ontwikkeling in Jakobs leven. Hoewel enkele delen van deze serie ook zelfstandig gelezen zouden kunnen worden, ontstaat er meer inzicht indien de delen in serie worden gelezen.
Jakob - 1: Gods verrassende keuze is genade,
Jakob - 2: Esau blijft verantwoordelijk voor zijn daden,
Jakob - 3: In het gevecht om Gods zegen zijn er alleen verliezers,
Jakob - 4: Gods liefde is onvoorwaardelijk,
Jakob - 5: In Labans huis zet God Jakob vast: bekering is nodig,
Jakob - 6: De God van Betel bevrijdt Jakob uit de greep van Laban,
Jakob - 7: God brengt Jakob in de crisis van zijn leven: alleen uit genade verzoening,
Jakob - 8: Vernieuwing is een must: uit genade.
Extra: Inleiding op de prekenserie: Jakob.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 37: 2, 16
Wet
Ps. 51: 1, 4-5
Gebed (om opening van het Woord)
Lezen: Genesis 32: 1-21
Ps. 102: 1, 3, 11
Tekst: Genesis 32: 22-32
Preek
Gez. 14: 1-3
Gebed
Collecte
Lied 288: 2-3, 4, 8
Zegen

Geliefde gemeente van Christus, gasten,

Pniël is een bijzondere plaats. Daar komt een heel gevoel in mee. Het gevoel dat iedere christen een soort Pniël zou moeten meemaken. Pniël als model voor een ommekeer in je leven waarbij God je op de knieën dwong en je toch het leven mocht behouden.
We lezen nu Genesis 32 in het kader van een hele serie over Jakob. We hebben samen Jakob op de voet gevolgd. We hebben samen ook de ontwikkeling in zijn leven gezien. Je kunt zo Pniël beter een plaats geven in het geheel van zijn leven. Het is geen model voor ieder mens of voor iedere christen. Jakob loopt in Pniël tegen zijn verleden op. Daarmee is het wel herkenbaar voor ons. Jakob is een mens net als wij. Maar je ziet vooral hoe God met die mens omgaat. God laat zichzelf zien in zijn genade voor Jakob. Dat is de grote verrassing van deze worsteling in de nacht.

God brengt Jakob in de crisis van zijn leven: alleen uit genade verzoening

Vluchten helpt niet. Een mens vlucht vaak weg voor de gevolgen van zijn daden. Je probeert te ontkomen aan een pijnlijke confrontatie. Maar het helpt niet. Jakob ontdekt dat ook. Twintig jaar geleden vluchtte Jakob uit Berseba. Hij had zijn vader en broer bedrogen. Esau was zo kwaad dat hij zijn broer wel wilde doden. Moeder Rebekka vond een afkoelingsperiode wenselijk. Jakob moest maar naar haar familie vluchten. Dan zou het wel weer over gaan. Nu komt Jakob terug. Hij is rijk geworden. Hij heeft vrouwen, bijvrouwen en kinderen. Maar hij heeft geen rust. De afrekening komt. Straks zal hij Esau ontmoeten. Zijn verleden staat in volle omvang voor hem. En hij ziet Esau voor zich staan: de Esau van vroeger: woedend over het bedrog van Jakob. Vluchten helpt niet meer.
Toen Jakob vluchtte uit Berseba gaf God hem een droom in Betel. Hij zag engelen opstijgen en neerdalen op een brede trap. Engelen beschermden hem. Nu geeft God hem de ontmoeting met engelen in Machanaïm. Jakob ziet de hemelse legermacht. Maar zelfs engelen bevrijden hem niet van zijn angst. Dit conflict gaat dieper dan dat engelen het kunnen wegnemen. Het is een conflict in hemzelf. Jakob moet eerst met zichzelf in het reine komen voordat hij Esau kan ontmoeten. Maar hoe komt Jakob met zichzelf in het reine? Hoe komt er verzoening?
Jakob is doodsbang als hij hoort dat Esau er met 400 man aankomt. Hij verdeelt zijn gezin en de anderen in twee groepen. Misschien kan dan één van beide groepen ontkomen. Het is een maatregel in paniek genomen die niets zal helpen. Hij stuurt kudden kleinvee vooruit. De begeleiders moeten zorgen voor de nodige tussenruimte. Zo komt er steeds weer een geschenk van Jakob bij Esau aan. Esau krijgt steeds iets van Jakob te zien, zonder dat hij Jakob zelf ziet. Want Jakob is bang. Hij verbergt zich achter die kudden, in plaats van dat hij de confrontatie aangaat.
Jakob bidt ook. Hij bidt tot de God van Abraham en Isaak. De God die gezegd heeft dat hij terug moet keren. In het gebed zegt hij dat hij zelf te gering is voor al die gunstbewijzen en de trouw van de Here. En hij roept indringend om redding uit de hand van zijn broer. U hebt toch gezegd dat mijn nageslacht zo talrijk zal zijn als het zand aan het strand van de zee? Een ontroerend gebed met een sterk beroep op God.
Dat mag toch ook! God had Jakob bevolen te gaan. Here, u laat me nu toch niet in de steek. Maar Jakob is niet rustig. Hij ontvangt die rust niet door de enorme geschenken die hij vooruit stuurt. En ook niet door het gebed. Bidden is geen medicijn. Jakob kan niet slapen. Jakob staat voor een geweldige confrontatie met zijn eigen verleden. Vluchten kan niet meer. Esau is onderweg. Afkopen met kudden kleinvee helpt ook niet. De kans is groot dat Esau het zal zien als een nieuwe truc uit de trukendoos. Het aanbod van een Jakob die niets is veranderd. Jakob staat voor de crisis in zijn leven waaraan hij niet kan ontkomen. Hij moet ontdekken dat er nog iemand anders is met wie hij in het reine moet komen. Iemand voor wie je banger zou moeten zijn dan voor Esau. Iemand die je hele leven in de crisis brengt: de Here God. God doet Jakob de confrontatie aangaan met zichzelf.
Jakob valt niet in slaap. Hij staat op. Hij neemt zijn gezin mee en steekt de Jabbok over, met al zijn persoonlijke bezittingen. Verder speelt zijn gezin geen rol van betekenis. Zij zijn toeschouwers die zien hoe hun man en vader worstelt met zijn verleden. Oom Esau komt er aan met 400 man.
Jakob steekt zelf niet over. Hij blijft alleen achter. Zou hij daar zelf een duidelijke reden voor hebben gehad? Uit de hele opzet van het verhaal is zichtbaar dat Jakob nog niet toe was aan een oversteek. Dat doet hij pas 's morgens als de zon opgaat. Jakob is helemaal alleen. Hij wordt teruggeworpen op zichzelf. Hij moet alles loslaten wat in zijn leven belangrijk is. Er zijn geen mensen om hem heen die hij nog voor zijn eigen doelen kan gebruiken. Hij kan zich niet meer verschuilen achter anderen, achter zijn vee. Ook al zijn bezittingen moet hij loslaten. Jakob staat er helemaal alleen voor. Jakob heeft deze confrontatie nodig om de verantwoordelijkheid voor zijn daden op zich te nemen. Vluchten helpt niet. Vluchten kan ook niet meer. Waar staat Jakob voor?
De schrijver vertelt dat een onbekende man met Jakob de strijd aanbindt. Het maakt een geheimzinnige indruk als je het verhaal voor de eerste keer leest. Het valt ook op dat de schrijver het zo lang mogelijk verborgen wil houden wie die man is. Wij weten dat natuurlijk allang, omdat je het verhaal goed kent. Maar verplaats je eens in Jakob. Die krijgt het pas langzamerhand door.
Het lukt de onbekende man niet om te winnen van Jakob. Maar het gekke is dat hij wel het heupgewricht van Jakob aanraakt en dat Jakob dan mank gaat. Alleen het aanraken is al voldoende. En zo'n man kan het niet winnen van Jakob. Jakob krijgt door dat het een bijzondere man is. De schrijver zet dat accent ook neer als hij vertelt dat de Israëlieten de heupspier niet meer eten. God heeft Jakob daar aangeraakt en hem geblesseerd.
De man wil weg. Het daglicht gaat bijna weer de duisternis verdrijven. Maar Jakob laat hem niet gaan, tenzij de man hem zegent. Daar valt dat woord weer. Het is de rode draad in het leven van Jakob. Hij heeft gevochten om de zegen. Hij heeft zijn vader en Esau erom bedrogen. Het was bij Laban de inzet van een voortdurende strijd. Laban werd gezegend om Jakob. Jakob kreeg die rijkdom van Laban weer terug. En Jakob blijft ook nu aanspraak maken op de zegen. Met zijn benen kan hij geen kracht meer zetten. Maar in een ijzeren greep houdt hij de ander in bedwang. Hij voelt aan dat de ander in staat is te zegenen. Jakob worstelt met God. En Jakob blijft aanspraak maken op de zegen. Ook in deze worsteling erop of eronder laat hij het niet zitten.
Het lijkt alsof de man er niet op ingaat. Hoe is uw naam? Net alsof de Here niet weet met wie Hij vecht. Hij daagt Jakob uit zijn naam te noemen. 'Ik ben Jakob'. Jakob krijgt een nieuwe naam. En als Jakob vraagt: 'wie bent u?', krijgt hij als antwoord: 'waarom vraag je dat? Waarom vraag je naar de bekende weg?' En Jakob noemt die plaats: Pniël, Gezicht van God. Weer een plaats met een geschiedenis. Weer een mijlpaal in Jakobs leven en in de geschiedenis van Israël.
Die vraag is ontdekkend: hoe heet je? Ik ben Jakob. Daar komt alles in mee. Heel Jakobs leven. God vraagt hem niet naar de bekende weg. Maar het is de vraag wie Jakob is. Alles klinkt er in door. Want zijn naam is zijn geboorte. Hij had de hiel van Esau beet. Hij wilde de eerste zijn. Jakob berustte niet in de achterstand bij zijn geboorte. Het is de naam van Esau's woedende uitroep: heet hij niet terecht Jakob, want hij heeft me al twee keer bedrogen. En ook Labans bedrog met Lea en Rachel klinkt er in door. Jakob is voortdurend met zijn eigen bedrog en de vruchten ervan geconfronteerd.
In die vraag naar zijn naam laat God zien wat er in het oordeel op het spel staat. Wie ben je. Hoe heb je geleefd. God brengt Jakob in het gericht. Hij veroordeelt het bedrog. Jakob, heb je door wie je bent? Hoe veelbetekenend die naam is? Maar als God Jakob zo in het gericht brengt, waar blijft Jakob dan? Is er dan nog ruimte om verder te gaan? Of is het dodelijk?
God geeft hem een nieuwe naam, Israël. De betekenis ervan is onduidelijk. Maar wat er mee bedoeld wordt, staat er bij: Israël, want je hebt gestreden met God en mensen, en je hebt overwonnen. Je hebt gestreden met God en mensen... Dat is waar. Jakob heeft zijn leven lang al gevochten, behalve met zijn moeder. Hij heeft met iedereen overhoop gelegen: met Esau, met Isaak, met Laban, met Rachel en Lea. Met God ook. Jakob heeft geprobeerd zijn rechten zelf af te dwingen.
Maar die nieuwe naam is evangelie. God aanvaardt Jakob met zijn hele persoon. Met die hele geschiedenis die achter hem ligt. Met zijn karakter. Ongetwijfeld zal Jakob ook door deze gebeurtenis zijn veranderd. Maar hij blijft wel Jakob. Dit is evangelie: Jakob lag met iedereen overhoop, ook met de Here, en God aanvaardt hem. De Here brengt Jakob weer met zichzelf en met God in het reine. Jakob wordt Israël: een nieuwe naam. Een naam die getuigt van vernieuwing. En ook van vergeving.
Alleen zo kan de ontmoeting met Esau volgen. Na de confrontatie waarin Jakob zijn eigen verleden onder ogen heeft gezien en vergeving heeft ontvangen. Jakob hoeft niet langer te strijden. Het altijd de eerste willen zijn, het bedrog heeft afgedaan. God is Jakob genadig. Hij rekent hem niet af op zijn daden in het verleden, maar de Here geeft hem een nieuwe naam.
Nog laat Jakob de man niet gaan. Vertel me uw naam. En dan krijgt Jakob Gods zegen. Voor het belangrijkste deel bestaat die zegen uit de nieuwe naam. Het is een nieuw begin. Jakob wordt niet langer achtervolgd door zijn verleden. Later worden die namen Jakob en Israël afwisselend gebruikt. Maar Jakob is dan niet meer de naam van de bedrieger, maar van de aartsvader van het volk Israël.
God zegent Jakob. Dat is de afsluiting van de worsteling. Of Jakob nu loslaat of dat de Here zelf weggaat, is niet meer belangrijk. Maar met die zegen kan Jakob Esau ontmoeten. Met die zegen kan Jakob in zijn leven verder nu hij terugkomt in het land van de belofte. Jakob noemt die plek Pniël, want ik heb God gezien. Ik heb oog in oog met Hem gestaan en ik ben in leven gebleven. Jakob had God gebeden om redding uit de handen van Esau. Hij is nu gered uit de handen van God. Dat is nog veel meer. God is hem genadig geweest. Dat is Pniël. Jakob weet zich door God zelf gered van het oordeel. Hij handhaaft niet langer zichzelf. Hij dwingt ook niet meer eigen rechten af. Door genade heeft Hij de zegen van God gekregen.
De zon gaat op. Het wordt licht, ook in Jakobs leven. Wat een schitterend contrast met Betel. De schrijver vermeldt daar dat de zon was ondergegaan. Bij Jakobs terugkeer gaat de zon schijnen als hij bij Pniël de Jabbok oversteekt. Die oversteek markeert dit geweldige keerpunt in zijn leven. Je wordt gered alleen uit genade. Daarom ging God die nacht worstelen met Jakob. Jakob is weer in het reine met zichzelf en met God. Want genade brengt rust. Jakob kan nu naar Esau. Hij gaat nu wel voorop. Hij kan uit respect zich zeven keer buigen voor Esau. Hij kan Esau die kudden geven als deel in de zegen van God. Want Jakob heeft geleerd te breken met het principe: ik eerst, ik voorop. Jakob ontvangt nu ook de kracht om zijn grens te bepalen tegenover Esau. Ze gaan niet samen optrekken en samenwonen. Jakob kiest zijn eigen gebied om te wonen en te leven. De verzoening met God en met zichzelf geeft ook kracht voor zelfstandigheid.
Heeft iedereen Pniël nodig? Niet als een model dat je moet nastreven. Ook niet als een geheimzinnig ingrijpen van boven. Maar het is ook weer te gemakkelijk om te zeggen dat jij geen Pniël nodig hebt. Alsof jij het niet nodig hebt dat God je in de crisis brengt van je leven. Alsof jij het niet nodig hebt dat je in het reine komt met jezelf en met God.
De Here God handelt ook met u en jou. Hij brengt je soms ook in de confrontatie met je eigen verleden, jouw leven. God doet dat ook wanneer je keurig in de kerk bent opgegroeid en er voor het oog niets op je valt aan te merken. Of dat je een keurige burger bent in de Nederlandse samenleving die nog nooit geweld heeft gebruikt.
En dan toch in de crisis. En dan toch een situatie in je leven waar je niets meer kon vasthouden van je eigen zekerheden: je ouders, je bezit, jouw manier van geloven, je werk, je huwelijk, die structuur van je leven die overhoop ging. Het gevoel dat alles werd afgebroken. De confrontatie met jouw veilige manier van leven. De confrontatie met die dingen waar jij heel sterk aan vasthoudt. Opdat je ontdekt dat het jou in dit leven toch vooral om jezelf gaat. Dat jij heel belangrijk bent voor jezelf. Dat je dolgraag je leven in eigen hand houdt. Het is verschrikkelijk om het dan los te laten. Het gevoel te hebben dat je wegglijdt in een zwart gat.
Pniël is geen model voor ieder mens. Maar het laat wel zien hoe God een mens in de crisis brengt. Dat doet Hij ook in ons leven. Op heel verschillende manieren. In die dingen die in ons leven plaatsvinden. Zo wil God je brengen tot zijn doel: je gaat leven uit genade. In de vrijheid bij God. In Jezus Christus ontvang je verzoening. In Getsemane heeft Hij in gebed geworsteld met zijn Vader. Maar Hij ging die weg om Gods toorn over de zonde van mensen te dragen. Hij bracht verzoening, ook voor jouw leven. Als je dat ontdekt, ontvang je ook vrede met jezelf. Dan kun je jezelf met je verleden, met jouw leven accepteren. En dan voel je de diepste veiligheid bij God.
Door de crisis heen wordt alles in je leven niet opgelost. Jakob blijft de rest van zijn leven dat heupgewricht voelen. Hij voelt aan den lijve hoe God met hem heeft gehandeld. Hij loopt mank. Ik dacht vroeger altijd: dat is typisch helemaal alleen voor Jakob. Hij blijft zo herinnerd worden aan zijn worsteling met God. Ik denk dat niet meer. Jakob werd getroffen aan zijn heupspier als een teken van God in zijn leven. Elke dag moest hij daar zorg aan besteden. Een herinnering aan wie hij was en hoe God hem aanvaardde als zijn kind en als de aartsvader van Israël.
God kan ook ons een zwakke plek geven: een herinnering aan onze strijd met God om Hem helemaal te aanvaarden. Om je leven helemaal aan Hem over te geven. Want dat gaat vaak niet vanzelf. Een zwakke plek waar je je leven lang tot je sterfbed aan toe extra zorg aan moet geven. Omdat je daar in het bijzonder kwetsbaar bent in je verhouding met God.
Dan kan zijn in je trots of hoogmoed. Je verlangen om alles te beheersen en in de hand te houden. Een verkeerd verlangen dat in je leven soms weer de kop op steekt waardoor je waakzaam moet zijn. Het kan soms in een kwetsbare kant van je gezondheid zitten. Het is goed om jezelf die vraag te stellen. Hoe handelt God met jou? Waar in het bijzonder vindt jouw worsteling plaats met de Here?
Juist op die plaats wil God je leren wat genade is. Dat je verzoend wordt met Vader in de hemel en dat je in het reine komt met jezelf. In de grootste angst van mijn leven, is God er al. Jezus, zijn eniggeboren Zoon, heeft alles gedragen. Dat mag je leren in je leven. Hoe groots dat is. Waar je alles loslaat, is dat je houvast. Steeds weer. En elke keer opnieuw. Ik ben het eigendom van mijn trouwe Heiland Jezus Christus.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar