Jakob (Deel 6: De God van Betel bevrijdt Jakob uit de greep van Laban)

Thema: De God van Betel bevrijdt Jakob uit de greep van Laban
Tekst: Genesis 31
Tekstgedeelte(n): Genesis 31: 1-21
Genesis 31: 22 - 55
Door: Ds. J. Ophoff (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwijndrecht)
Gehouden te: Zwijndrecht op 9 november 2003
Opmerking RJCV: In deze prekenserie volgen we de ontwikkeling in Jakobs leven. Hoewel enkele delen van deze serie ook zelfstandig gelezen zouden kunnen worden, ontstaat er meer inzicht indien de delen in serie worden gelezen.
Jakob - 1: Gods verrassende keuze is genade,
Jakob - 2: Esau blijft verantwoordelijk voor zijn daden,
Jakob - 3: In het gevecht om Gods zegen zijn er alleen verliezers,
Jakob - 4: Gods liefde is onvoorwaardelijk,
Jakob - 5: In Labans huis zet God Jakob vast: bekering is nodig,
Jakob - 6: De God van Betel bevrijdt Jakob uit de greep van Laban,
Jakob - 7: God brengt Jakob in de crisis van zijn leven: alleen uit genade verzoening,
Jakob - 8: Vernieuwing is een must: uit genade.
Extra: Inleiding op de prekenserie: Jakob.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 133: 1-3
Wet
Ps. 32: 1, 3, 5
Gebed (om opening van het Woord)
Lezen: Genesis 31: 1-21
Ps. 16: 1-3
Lezen: Genesis 31: 22 - 55
Ps. 86: 1-3
Preek
Ps. 86: 4-7
Gebed
Collecte
Lied 316: 1-3, 5-6
Zegen

Geliefde gemeente van Christus, gasten,

Thema:

De God van Betel bevrijdt Jakob uit de greep van Laban

Jakob zit gevangen in het huis van Laban. Het lijkt er niet op dat hij nog weer terugkomt in Kanaän. Wat komt er terecht van Gods beloften? Van het verbond? Jakob mag dan de eerste zijn met een talrijk nageslacht, maar ze zitten vast in Haran.
Er ontwikkelt zich een nieuwe crisis. We hebben eerder gezien dat de schrijver vooral belangstelling heeft voor zulke ontwikkelingen. Dan gaat het er op aan komen. Door een crisis komt iets nieuws tot stand.
Jakob heeft geprobeerd na de geboorte van Jozef weg te komen. Maar toen hij met Laban begon over vertrekken wist die het gesprek heel handig om te buigen naar het loon.
In voorzichtige onderhandelingen werd een afspraak gemaakt die ongunstig leek voor Jakob. Alle zwarte schapen en alle gevlekte en gespikkelde geiten vormden maar een heel klein deel van de totale kudde. Laban zegt wel dat de Here hem omwille van Jakob gezegend heeft, maar dat is voor hem geen reden om royaal te zijn.
Toch gaat het Jakob voor de wind. Het lijkt eerst een verhaal over trucs die voor ons moeilijk te volgen zijn. Misschien wel bijgeloof. Het resultaat is dat Jakob rijk wordt. Dat kan niet goed gaan. Ook als je het leest, voel je het aankomen. Jakob hoort dat de zonen van Laban in verzet komen. Het is hun erfenis die Jakob nu in handen heeft gekregen. Hij ziet dat het gezicht van Laban met de dag minder vriendelijk wordt. De rijkdom van Jakob keert zich tegen hem.
Op dat moment richt God zich tot hem, waarschijnlijk in een droom: "Ga terug naar je geboorteland, het land van je voorouders. Ik zal je helpen." De vorige keer heeft Laban Jakob nog kunnen tegenhouden. Maar dit is Gods tijd. Hij herinnert Jakob aan zijn beloften.
Weggaan is niet eenvoudig. Als je denkt aan al het vee dat mee moet. Maar Jakob heeft helemaal een probleem als zijn vrouwen in Haran willen blijven. Hij laat Rachel en Lea roepen om bij Hem te komen op het land. Ze kunnen dan niet worden afgeluisterd. Hij legt ze de situatie uit. De verhouding met hun vader en broers is minder geworden. Ze kunnen de voorspoed van Jakob niet verdragen.
Jullie weten, zegt Jakob dat ik keihard gewerkt heb voor je vader. Maar hij bedroog me en heeft mijn loon wel tien keer veranderd. Laban heeft dus geprobeerd Jakobs groeiende rijkdom te beperken door zijn loon te veranderen. Maar God heeft hem niet toegelaten mij te benadelen. Jakob is veranderd. Dat valt des te meer op na Genesis 30 waarin je het verhaal leest over Jakobs trucs bij het fokken. Tegenover zijn vrouwen geeft hij niet de eer aan zichzelf maar aan God. Hij vertelt van een droom over bokken die het kleinvee bespringen. God heeft hem in die droom laten zien hoe Hij steeds inspeelde op alle veranderingen van het loon door Laban. God heeft Jakob zijn loon gegeven.
Dat is totaal anders dan de oude Jakob die voor zijn eigen loon wilde zorgen. God heeft alles gezien wat Laban Jakob aandoet. Straks gooit Jakob Laban voor de voeten hoe hard hij voor hem heeft moeten werken. Laban heeft hem uitgebuit. Het is voor Jakob een hard leven geweest. Dan is het een geweldige bemoediging om te horen dat God alles gezien heeft. Je staat er niet alleen voor.
In die droom herinnert God Jakob ook aan dat onvergetelijke moment. Ik ben de God van Betel. Jakob heeft daar een gedenksteen opgericht en een gelofte afgelegd. En nu zegt diezelfde God: maak je gereed. Ga terug naar je geboorteland. Dat lijkt onmogelijk. Jakob zit op zoveel manieren vast in Haran, door zijn huwelijken, zijn gezin. En ook al is Jakob rijk geworden, de machtsverhoudingen zijn ongelijk. Maar de Here is de God van Betel. De God die toen een vloer van genade onder Jakobs leven legde, onvoorwaardelijke liefde. Deze God gaat hem bevrijden. Waar Jakob heeft moeten accepteren dat hij geen kant op kan tegen de wil van Laban, laat God hem teruggaan.
Jakob vindt bij Rachel en Lea - de volgorde is de voorkeur van Jakob - een dankbaar gehoor. De beide zussen zijn het eens: hebben wij nog deel of erfenis in het huis van onze vader? Op die manier brengen ze tot uitdrukking dat ze hartgrondig en definitief afscheid nemen. Hun vader heeft alles voor zichzelf opgestreken, zonder iets van de bruidsprijs aan hen te geven. Dat was wel de gewoonte. Maar Laban wordt bij alles gedreven door hebzucht. Volgens Lea en Rachel is het terecht dat God de rijkdom van hun vader heeft weggenomen en gegeven aan Jakob. Het is tussen Jakob en zijn beide vrouwen een echt gesprek. Zou er ook op dit front sprake zijn van vernieuwing? Zonder rivaliteit?
Ze gaan. Laban is aan het schapenscheren. Dat is een groot feest. Een goed moment om weg te gaan. Tegelijk is het spanningsveld aanwezig. Jakob bedriegt Laban door hem niets te vertellen. Letterlijk staat er dat Jakob het hart van Laban heeft gestolen. Eigenlijk slaat Jakob weer op de vlucht. En Rachel steelt van haar vader de beeldjes van de huisgoden. Het gaat er nog om spannen. Laban laat dit niet op zich zitten.
Laban had trouwens zelf afstand gecreëerd: hij had zijn kudden op drie dagreizen van Jakob gestationeerd. De heren vertrouwen elkaar voor geen cent. Daardoor hoort Laban pas op de derde dag dat Jakob met zijn gezin en al zijn bezittingen is vertrokken. Maar Jakob is met al dat kleinvee natuurlijk geen partij voor Laban. Laban neemt ook zijn verwanten mee. Het tekent zijn machtspositie. Dit zijn de mensen die zijn eisen zullen onderstrepen. Het wordt spannend. Het lijkt onmogelijk dat Jakob ontkomt.
Maar dan grijpt God in. Hij verschijnt aan Laban. Laban moet zich helemaal niet meer met Jakob inlaten. De Here laat Jakob wegtrekken. Hoe vaak heeft Jakob niet gedacht dat hij het zelf moest regelen. Hoe vaak heeft hij niet gedacht dat de Here toch te laat was. Het begon al met die rode soep en het eerstgeboorterecht. En nu laat de Here zien dat Hij Jakob zegent. Zoals Hij ook al zegende in de kinderen en in die rijkdom.
Het wordt dus geen oorlog, maar het wordt wel een heftige ontmoeting. Laban begint een geweldige aanklacht tegen Jakob. Wat heb je me aangedaan? Je hebt mijn dochters als krijgsgevangenen meegevoerd. Laban weet niet hoe zijn dochters echt over hem denken. Zijn woorden verraden zijn eigen gevoelens. Hij ziet zijn gehuwde dochters nog altijd als bezit. Je hebt me bedrogen. Waarom ben je ervan door gegaan zonder mij iets te zeggen? Ik zou je uitgeleide hebben gedaan met vrolijke muziek van tamboerijn en lier. Ik heb zelfs geen gelegenheid gehad afscheid te nemen van mijn kinderen. Ja, ja, die Laban.
Mooie woorden en dreiging wisselen elkaar af. Ik ben sterk genoeg om jullie af te straffen, maar de God van jullie vader heeft me afgelopen nacht gewaarschuwd je op geen enkele manier te bedreigen. En dan maakt Laban een overgang naar een ander onderwerp: als je zo graag naar je familie toe wilde, waarom heb je dan die beeldjes van de huisgoden gestolen? Met dit punt voelt Laban zich sterk staan tegenover Jakob, ondanks de droom van afgelopen nacht.
Jakobs reactie is geweldig. Hij vertelt dat hij bang was dat hij Rachel en Lea niet mee zou krijgen. Jakob gaat zich niet verdedigen, maar hij vertelt gewoon wat er aan de hand is. Daaraan zie je ook dat Jakob verandert. Laban, ik was bang. Dat is de werkelijkheid. Jakob was bang om zijn vrouwen te verliezen. En die goden, doorzoekt u alles maar. Ik heb ze niet, maar bij wie u ze vindt, die blijft zeker niet in leven. Laban merkt dat Jakob helemaal niet de strijd aangaat. Zo overtuigd is hij van zijn eigen recht. Dat is ook kenmerkend voor de vrijheid die Jakob heeft ontvangen. Hij is niet meer de gevangene, de ondergeschikte. Hij praat op gelijk niveau. En eigenlijk kun je nu al zeggen dat Jakob niet meer bang is.
Laban begint aan de verkeerde kant te zoeken. Als laatste komt hij bij de tent van Rachel. Rachel heeft de beeldjes in het kameelzadel gestopt en is er bovenop gaan zitten. Ze suggereert haar vader dat ze ongesteld is en daardoor niet kan opstaan. Een vrouw die ongesteld is gold als onrein. Laban laat haar zitten. En die afgodsbeeldjes liggen onder een vrouw die ongesteld is. Prachtige spot tussen de regels door. Maar je ziet het voor je. Laban die woedend de tenten van Jakob doorzoekt. Alles gaat overhoop. Laban wordt steeds bozer omdat hij niets kan vinden.
Jakob was zich van geen kwaad bewust, maar hij wordt steeds bozer op Laban die al zijn spullen doorzoekt. Nu gaat hij op zijn beurt in de aanval. Kom op Laban, wat is mijn zonde nu? U zat me toch zo heftig na? Heb je iets gevonden dat van jou is? Leg de bewijzen hier maar neer. Mijn en uw broeders kunnen dan als scheidsrechters optreden. Het is een sarcastisch voorstel, want Laban heeft niets gevonden.
In zijn boosheid gaat Jakob door en Laban blijft nergens neer. Hij dacht een sterke positie in te nemen, maar daar blijft niets van over. Van Jakob mogen de scheidsrechters aan de kant horen wat hij tegen Laban te zeggen heeft.
Ik heb twintig jaar voor u gewerkt. Wat hebt u een zegen gehad over uw vee. Er is geen misdracht geweest. Ik heb u alles vergoed, als wilde beesten een schaap hadden gedood. Zelfs als er s nachts een dier was gestolen. In uw hebzucht vroeg u alles. Ik heb hard gewerkt en vaak geen oog dicht gedaan. U hebt mijn loon tien keer veranderd. Als de God van Abraham, die de Vreze is van Isaak niet met me was geweest, had u me met lege handen laten gaan. Nee, Laban, geen mooie praatjes over een prachtig afscheid met tamboerijnen. Met lege handen had je me laten gaan: zonder bezittingen, zonder vrouw en kinderen. Maar de Here heeft vannacht ingegrepen. Hij heeft het geding beslist. Jakob gebruikt de informatie die Laban over de droom heeft gegeven. De verwanten zijn als scheidsrechter niet meer nodig. God is al scheidsrechter geweest.
Laban heeft niet veel verweer meer. Ze zijn mijn eigen dochters, mijn eigen kleinkinderen, mijn eigen vee. Hoe zou ik hen iets kunnen aandoen? Laban handhaaft zijn claim. Het is allemaal van hem. Maar hij bindt snel in. Hij wil een verbond sluiten met Jakob. Jakob gaat erop in. Hij richt net als in Berseba een gedenksteen op. En samen maken ze een hoop stenen als getuigenis van dit verbond. Een monument.
Laban is veel aan het woord. Hij doet zelfs alsof hij de steenhoop en de gedenksteen heeft neergezet. Laban probeert zijn gezicht te redden. Zenuwachtig is hij van alles aan het afspreken. Kijk uit dat je mijn dochters niet vernedert - moet hij zeggen, denk je dan. Jakob, je mag er geen andere vrouwen bij nemen. En Jakob, dit is ook de grens van ons gebied. Allebei zullen we er niet over heen gaan om de ander aan te vallen. Jakob reageert nauwelijks. Hij vindt het verbond met Laban wel prima. Eindelijk is hij weer vrij. Zijn beroep op God is veelzeggend. De God van Abraham, de Vreze van Isaak heeft mij geholpen. Jakob zweert ook bij de Vrees van zijn vader Isaak. Het is de God voor wie Isaak ontzag heeft. Dat kan heel goed verwijzen naar wat Isaak zelf aan Jakob verteld heeft. Isaak heeft God ontmoet toen Abraham hem als jongen zou gaan offeren. De God die zich zo presenteert is een God om groot ontzag voor te hebben. Misschien heeft Isaak zo wel gesproken bij het afscheid van Jakob uit Berseba. Jakob heeft ontdekt dat de Here in zijn leven handelt. Dat hij van deze God afhankelijk is. Dat de God van Abraham en Isaak ook zijn God is. Jakob heeft geleerd deze God te vrezen. Er zit groei in de manier waarop hij met God omgaat.
Jakob is vrij. Vrij uit de hebzuchtige houdgreep van Laban. De maaltijd samen onderstreept die vrijheid. De grenzen zijn bepaald. Laban heerst niet langer over Jakob. Het is zijn gebied.
Vrijheid blijft de rode draad. De Here is bezig Jakob om te vormen tot een nieuwe Jakob. Een Jakob die leeft vanuit vertrouwen in God. Die niet meer door bedrog of slimmigheid probeert het zelf binnen te halen. Je ziet die vrijheid allereerst al in het overleg met zijn beide vrouwen. Jakob is daar heel open over zichzelf. En geen speelbal van de beide zussen. Zijn vlucht was niet sterk, maar in de confrontatie met Laban is hij open over zijn angst om alles kwijt te raken. In die confrontatie zet hij ook zichzelf neer, met alles wat hem dwarszit uit die twintig jaar. Als ze uit elkaar gaan is het een gelijkwaardige relatie. Ze zijn geen vrienden geworden. Dat hoeft ook niet. Maar er ligt wel een grens. Grenzen onderstrepen je vrijheid. De ander mag er niet over heen gaan. Grenzen markeren dat je niet gedwongen kunt worden.
Die vrijheid ontvang je in geloof in Jezus Christus. Je vertrouwt Hem. Hij is je Redder. In Jezus ontvang je rust in je leven. Je hoeft jezelf niet te redden. Je bent al vrij in Christus. En in die vrijheid bij God mag je grenzen bepalen. Christenen hebben nogal eens het gevoel dat je altijd aan een ander tegemoet moet komen. Dienstbaar zijn wordt dan tot: omwille van de lieve vrede maar toegeven. Soms is het beter te zeggen wat je flink dwars zit. En die ander mag niet over jouw grens heengaan. Mag jou niet dwingen. Het gaat erom dat je God dient. Je bent een leerling van Jezus. Hem heb je lief. En vooral: Hij heeft jou lief. Jakob wist zich gedragen door de liefde en genade van God. Weet u dat ook? In Jezus heeft God zich nog zoveel sterker, zoveel machtiger in zijn liefde geopenbaard!
Broeders en zusters, jongens en meisjes, deze God bevrijdt. Dat mogen we deze zondag ook bedenken. Hij is de God van Abraham, Isaak en Jakob, de God van Betel. De God van genade alleen. Hij was bezig om Jakob om te vormen tot een ander mens, in zijn genade. Hij is de Vader van Jezus Christus. Hij vergeeft mij mijn zonden en schuld. Hij is bezig mij te vernieuwen door zijn Geest. En Hij is bezig mij in de vrijheid te plaatsen. Vrijheid bij Hem, zonder dwang. Zonder dat ik mijn gelijk probeer af te dwingen.
Het is die God die in mijn leven moet ingrijpen, wil ik gered worden van de zonde en de dood. Het is die God die zijn gemeente bewaart in de vrijheid van het evangelie, de genade van zijn Zoon. Zonder die God zou ik verloren zijn. Zonder die God zou ik slaaf blijven. Alleen in deze God en in zijn Zoon Jezus ben je gered. Alleen in deze God ben je werkelijk één, zonder dwang van wie ook maar.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar