Jakob (Deel 3: In het gevecht om Gods zegen zijn er alleen verliezers)

Thema: In het gevecht om Gods zegen zijn er alleen verliezers
Tekst: Genesis 27: 1 - 28: 9
Tekstgedeelte(n): Genesis 27: 1-29
Genesis 27: 30-41
Genesis 27: 42 - 28: 9
Door: Ds. J. Ophoff (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwijndrecht)
Gehouden te: Zwijndrecht op 28 september 2003
Opmerking RJCV: In deze prekenserie volgen we de ontwikkeling in Jakobs leven. Hoewel enkele delen van deze serie ook zelfstandig gelezen zouden kunnen worden, ontstaat er meer inzicht indien de delen in serie worden gelezen.
Jakob - 1: Gods verrassende keuze is genade,
Jakob - 2: Esau blijft verantwoordelijk voor zijn daden,
Jakob - 3: In het gevecht om Gods zegen zijn er alleen verliezers,
Jakob - 4: Gods liefde is onvoorwaardelijk,
Jakob - 5: In Labans huis zet God Jakob vast: bekering is nodig,
Jakob - 6: De God van Betel bevrijdt Jakob uit de greep van Laban,
Jakob - 7: God brengt Jakob in de crisis van zijn leven: alleen uit genade verzoening,
Jakob - 8: Vernieuwing is een must: uit genade.
Extra: Inleiding op de prekenserie: Jakob.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 136: 1-3
Gebed (om opening van het Woord)
Lezen: Genesis 27: 1-29
Ps. 37: 1-2
Lezen: Genesis 27: 30-41
Ps. 37: 3, 5
Lezen: Genesis 27: 42 - 28: 9
Ps. 37: 10, 12, 15
Preek
Ps. 17: 1-3
Geloofsbelijdenis: Gez. 2: 1; Lezen: art. 2-7 van de Apostolische Geloofsbelijdenis; Gez. 2: 5
Gebed
Collecte
Lied 316: 1 - 6
Zegen

Geliefde gemeente van Christus, gasten,

Bij het begin van deze serie heb ik het zo gezegd: God laat zien hoe Hij met Jakob bezig is en hoe Hij hem brengt tot het doel. Waar God hem wil hebben. In Genesis 27 is daar nog niets van zichtbaar. Integendeel, dit hoofdstuk had beter niet in de bijbel kunnen staan. Het is een volslagen puinhoop.
Toch is het sterk dat dit hoofdstuk wel in de bijbel staat. Je zult zo'n geschiedenis maar in je afkomst hebben. En iedereen zal het weten. Je schaamt je rot. Wat doet God er mee? Dit zijn toch de mensen die Hij een aparte positie had gegeven. Hij gaf ze een geweldige zegen mee. Maar werkt die zegen nog wel als er zo om gevochten wordt?

In het gevecht om Gods zegen zijn er alleen verliezers

Isaak is oud geworden. Als je de bijbelse gegevens vergelijkt, moet hij zo'n 137 jaar zijn. Jakob en Esau zijn 77 jaar. Dat is wel aardig om even tot je te laten doordringen. Voor mijn gevoel waren het in dit verhaal altijd nog jongens.
Isaak is ook rijk. Genesis 26 laat zien hoe de zegen van de Here in zijn leven zichtbaar wordt. Isaak wordt gezegend, ook als hij zich met Rebekka bij de Filistijnen in de nesten heeft gewerkt. Als hij zaait krijgt hij in hetzelfde jaar een honderdvoudige oogst. Hij wordt zeer rijk. Hij krijgt zoveel knechten dat de Filistijnen jaloers op hem worden. Ondanks dat Isaak zo sterk is, begint hij geen oorlog. Als de Filistijnen zijn putten dicht maken, trekt hij zich terug. God zegent hem. Nieuwe putten geven ook weer water. Totdat de Filistijnen komen: u bent de gezegende van de Here. Dat is een prachtig getuigenis van ongelovigen.
Zo geweldig is Gods zegen in Abraham. Dat is de verbinding die nadrukkelijk door God zelf wordt gelegd. Ik ben de God van je vader Abraham. Wees niet bang, ik zal je helpen. Ik zal je zegenen ter wille van mijn knecht Abraham. Dat is Genesis 26. En dan wordt het spannend, want wie krijgt die zegen? Isaak is oud geworden. Hij is een man die elke dag kan sterven. Dat geldt voor ieder mens, maar als je oud geworden bent, sta je er bewuster bij stil. Dat Isaak nog ruim veertig jaar zal leven, weet niemand. Het is tijd om de zegen door te geven. Isaak roept Esau. Hij wil eerst een lekker stuk wild eten en daarna zal hij hem zegenen. Isaak wil voor die zegen in een feestelijke stemming zijn.
Of Isaak geweten heeft van de verkoop van het eerstgeboorterecht, weet je niet. Waarschijnlijk wel. Esau noemt het straks ook. In elk geval kent Hij Gods Woord over de tweeling. De oudste zal de jongste dienstbaar zijn. Die aankondiging van God is misschien geen reden om Esau voorbij te gaan. Maar als je kijkt naar Esau's gedrag, de keuze van zijn vrouwen, zijn minachting van het eerstgeboorterecht. Dan was er toch wel reden eens na te denken. Maar Isaak overlegt niet met Rebekka. Hij raadpleegt zelfs niet de Here. Hij doet gewoon wat hij zelf wil. Esau moet het worden.
Is dat ongelovig? Kun je Isaak een ongelovige noemen? Nee. Zo wordt in de bijbel ook niet over Isaak gesproken. Hij verzet zich wel tegen de keuze van God. Hij gaat zijn eigen gang op weg naar zijn eigen doel. Is dat niet vaker zo? Je ziet bij iemand anders gedrag waarvan je denkt: klopt dat wel? Hoe doet ie dat als christen? Het raakt je ook zelf. Laat jij soms ook niet heel bewust het geloof buiten beeld. Je doet net alsof het er niet mee te maken heeft. En je volgt je eigen weg, zonder je wat van een ander aan te trekken. Je bent dan wel echt verkeerd bezig. Maar je bent nog geen ongelovige. Ook gelovige mensen ontsporen. Wat Isaak doet, doen ze in dat gezin eigenlijk allemaal. Je gaat je eigen gang. Je laat het geloof er buiten. Je kunt bij Isaak zien dat het dan gemakkelijk een puinhoop wordt.
Rebekka heeft het gesprek afgeluisterd. Het wordt nu erop of eronder. Rebekka is een voortvarend type. Dat bleek al wel toen Elimelek haar ontmoette. Ze putte meteen water voor al zijn kamelen. Ze rent naar huis om het daar te vertellen. En als Elimelek heeft verteld waarvoor hij komt, wil ze direct wel met hem mee. Rebekka is doortastend. Jakob moet doen wat ze zegt. Het gaat nu om de zegen. Jakob heeft nog bezwaren. Esau en hij zijn zulke verschillende mannen. Als z'n vader hem aanraakt, voelt hij meteen dat het Jakob is. Zo'n gladde huid heeft hij. Jakob is bang voor de gevolgen. Als vader het merkt zal hij me vervloeken in plaats van zegenen. Rebekka is er niet bang voor. Die vloek neemt zij wel op zich.
Dat klinkt haast onverschillig. Rebekka heeft alleen maar het doel voor ogen. Daar heeft ze alles voor over. Dat ze haar man bedriegt telt niet. Je ziet het vaker. Mensen zijn niet zo bang voor wat ze hebben misdaan. Maar wel voor de gevolgen. Het verlies van aanzien, je positie. We hoeven Isaak, Rebekka en Jakob niet zwart af te schilderen. Ze vertonen heel menselijk gedrag. Heel herkenbaar. Je kunt je er zo in verplaatsen.
Jakob gaat de tent van Isaak binnen, met bonzend hart. Hij doet het goed. Hij valt niet door de mand. Jakob komt over als een volleerde bedrieger. Je ziet Isaak aarzelen. De schrijver neemt er de tijd voor om dat te tekenen. Dat is snel, zegt Isaak. Ja, vader, dankzij de Here, uw God ben ik erin geslaagd. Zegt Jakob dat omdat hij voor Esau speelt: de Here, uw God. Of zegt hij het omdat hij voelt dat het te ver gaat God op dit moment voor zijn karretje te spannen.
Isaak aarzelt sterk. Je ziet hem heen en weer gaan met zijn gedachten. Die stem is van Jakob. Maar die behaarde huid. Dat is echt Esau. Hij vraagt het nog eens: ben je echt mijn zoon Esau? Jakob moet zijn bedrog tot het bittere einde volhouden. Isaak gaat uiteindelijk af op de geur van het veld die hij ruikt. Hij wordt bedrogen op die terreinen waar hij een kenner is. Hij eet wildbraad dat geen wildbraad is. Hij wordt bedrogen door die heerlijke geur van het veld dat hij liefheeft. In de woorden van de zegen vindt hij daar de aansluiting. De geur van het veld dat de Heer gezegend heeft. God zal je de dauw uit de hemel geven, vruchtbare akkers, koren en wijn in overvloed. Het is opvallend genoeg meer een zegen voor Jakob dan voor Esau, de jager. En dan geeft Isaak in de zegen een brede uitwerking van die laatste regel uit die spreuk van God aan Rebekka: de oudste zal de jongste onderworpen zijn. Volken zullen je dienen, naties aan je onderworpen zijn. Jakobs positie wordt de norm: wie jou vervloekt, die is vervloekt en wie jou zegent, die is gezegend. Dat betekent ook: wie Jakob zal eren in die hoge positie zal zelf gezegend worden.
Jakobs hart gaat sneller kloppen. Nu ontvangt hij de zegen. Dit is het grote moment. Zou Jakob zich ook nog ergens hebben afgevraagd of dit kan? Of je op deze manier de zegen kunt ontvangen. En vooral: of zo'n zegen wel vruchtbaar kan zijn. Het is misschien geen vraag die Jakob zich zo gesteld heeft. Of tot zich heeft laten doordringen. Het is wel een vraag die wij stellen. En die ook niet gemakkelijk kan worden beantwoord.
Jakob gaat gauw weg. Esau komt er ook al aan. Hij komt trots met zijn buit aanzetten. Hij maakt er een heerlijke maaltijd van. Maar Isaak schrikt zich te pletter als hij Esau hoort. Wie was dat dan daarnet. En Isaak beschermt zich al tegen de scherpe verwijten van Esau: ik heb hem gezegend. Die zegen kan hem niet meer ontnomen worden.
Als Esau dat hoort is hij razend. Verbitterd schreeuwt hij tegen zijn vader: geef mij ook een zegen, vader! Woest is hij op Jakob, die bedrieger. Het is al de tweede keer dat Jakob hem dit flikt. In z'n woede gaat Esau voorbij aan zijn eigen aandeel. Toen kon het hem niet schelen.
Wanhopig smeekt Esau zijn vader om een zegen. Dat is opvallend terwijl hij er eerst zo weinig waarde aan hechtte. Ook hij weet dat die zegen voorspoed betekent en welvaart. Dat ziet hij zich ontnomen, terwijl hij altijd - terecht! - heeft gedacht dat zijn vader voor hem zou kiezen.
Esau barst in tranen uit. Isaak heeft zijn zegen gegeven aan Jakob. Hij ziet geen mogelijkheden meer. Isaak had dus zelfs geen zegen voor Jakob als tweede zoon gereserveerd! Dat is ontdekkend. Zover ging zijn voorkeur. Anders had hij die zegen aan Esau kunnen geven. Nu gaat Isaak uiteindelijk voor de grote druk van zijn geliefde oudste opzij en zegent toch. Maar wat voor zegen is dat! Ver van de vruchtbare akkers zul je wonen. Je broer zul je dienen. Het moet Esau als een vloek in de oren klinken. Zijn zegen is een bevestiging van Jakobs zegen. Alleen in de verte is er een glimpje hoop.
Esau is woest. Hij gaat zich wreken op Jakob. Z'n oude vader is toch bijna gestorven. Rebekka zal het wel gehoord hebben van een knecht die in de buurt van Esau was toen hij zijn woede uitte. Ze voorziet dat haar beide zoons haar worden afgenomen. Want Esau zou gedood kunnen worden als wraak voor de moordaanslag op Jakob. Jakob moet maar naar haar broer. Als Esau gekalmeerd is, zal ze wel bericht sturen. Rebekka gaat ook naar Isaak. Het zou toch vreselijk zijn als Jakob ook een vrouw hier uit de omgeving kiest. Rebekka is iemand die er altijd weer raad op weet. Ze treft bij Isaak de gevoelige snaar. Hij werkt mee en trekt zelfs de consequentie. Zoek een vrouw bij je familie in Aram. Eén van de dochters van oom Laban.
De strijd om de zegen van God kent alleen maar verliezers. Het is een puinhoop geworden in het gezin van Isaak. Alle verhoudingen zijn diep verstoord. Rebekka en Jakob hadden maar één doel voor ogen: de zegen. Dat doel heiligt alle middelen. Ze schrokken niet terug voor bedrog, hoogstens voor de gevolgen. Jakob heeft het bedrog ook tot het uiterste uitgevoerd. Maar voor hun daden vinden ze geen excuus in Gods keuze. Ze zijn zelf over alle grenzen heengegaan. Ze hebben Gods keuze met hun eigen handen willen realiseren. Om de waarheid in handen te krijgen, hebben ze de leugen gebruikt. Terwijl ze hadden moeten wachten. Terwijl ze het hadden moeten overgeven aan God. Net als Isaak trouwens. Die deed ook wat hem goed uitkwam.
Toch moet je er niet gek van opkijken. Het verhaal is herkenbaar. Terwijl wij christenen zijn die de hele bijbel hebben gekregen. Die veel meer weten. Maar hoe vaak gebeurt het niet dat je jouw ideeën hebt over hoe het moet. Welke kant het op moet. Misschien ook wel heel goede ideeën. Toch moet je de weg in de gaten houden. Het doel heiligt niet de middelen. Ook niet in de kerk. Zeker ook niet in de kerk. Ook in de kerk moet je je afvragen of je op weg naar het goede doel ook de goede weg bewandelt. Hoe gebruik je je invloed, je macht misschien. Welke ruimte geef je aan anderen? Dat zijn goede vragen voor een predikant, een ouderling of diaken, maar ook voor ieder gemeentelid. Elke keer moet je je ook weer afvragen: hoe volg ik Jezus? Hoe dien ik Hem. Doe ik dat nu of loop ik Hem voor de voeten? In je eerzucht. Je sterke ambitie. Je kunt rotsvast overtuigd zijn van het grote doel. Maar dat doel heiligt niet de middelen. Je moet ook altijd oppassen God voor je karretje te spannen.
Maar kan het? Dat is toch de vraag die overblijft. Hoe kun je je rustig voelen als je een ander beentje hebt gelicht. Kan Jakob zo wel verder? Als de strijd om Gods zegen alleen maar verliezers kent. Hoe moet het verder? God laat daar iets van zien aan het einde. Hij verliest niet waar mensen er zo'n beerput van maken. Isaak zendt Jakob weg. Hij zegent hem. Deze keer gaat er geen maaltijd aan vooraf. Isaak had voor Esau eigenlijk geen zegen meer. Maar deze zegen is ruimer dan de eerste voor Jakob. Het is een echte zegen van Abraham. Rebekka en Isaak staan weer op één lijn. Isaak heeft zich gewonnen gegeven, niet aan Rebekka en Jakob, maar aan God. "Je zult de stamvader zijn van vele volken. God zal jou en je nakomelingen de zegen van Abraham geven. Je zult het land bezitten dat God aan Abraham gaf." Nu heeft Jakob echt de zegen gekregen.
Esau geeft zich niet over. Hij ziet zichzelf ineens op dubbele achterstand staan. Jakob is weer gezegend, terwijl er voor hem eigenlijk geen zegen was. Hij heeft z'n vader gehoord tegenover Jakob: neem geen vrouw hiervandaan. Goed, dan gaat hij ook naar familie. Hij trouwt een dochter van Ismaël. Esau past zich aan, lijkt het. Maar Hij negeert weer de belofte van God. Ismaël is de zoon van Abraham naar het vlees. Niet naar de belofte. Ismaël is degene die de spot dreef met zijn vader Isaak. Esau voegt zich niet in de keuze van God. Alleen in het volgen van God word je gezegend.
Gods keuze wordt zichtbaar ondanks de beerput die mensen ervan maken. Dat is heel verrassend. De Here regeert. Hij werkt door aan zijn belofte. Hij is op weg naar zijn grote toekomst, de vervulling van de zegen aan Abraham. Dat zal Jakob nog moeten leren. Hij moet vluchten. Z'n vader stuurt hem weg zonder veel bezittingen. Jakob wilde het zelf regelen. Hij ging de weg van bedrog. Hij raakt die naam niet snel meer kwijt. Hij zal het nog moeten leren zich te voegen naar Gods keuze. Alleen zijn weg te gaan.
De weg van God gaan vraagt zelfverloochening, gehoorzaamheid. Wij hebben veel meer onderwijs gekregen dan Jakob. Onderwijs in het volgen van Jezus. Een weg waarbij je afstand doet van die dingen waaraan je zo geweldig sterk bent gehecht. Zoals die jonge man moest horen die zo sterk gehecht was aan zijn rijkdom (zie Matteüs 19: 16 e.v.). Jezus volgen, de mensenzoon die nergens een plek heeft om zijn hoofd neer te leggen. Jezus volgen en je kruis dragen. Wie zijn leven wil redden zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Hem en het evangelie, zal het redden.
Het is fantastisch dat dit hoofdstuk ook in de bijbel staat. Aan het begin van het volk Israël. Als je vecht om zelf je leven te redden, wordt het een puinhoop. In die strijd zijn er alleen maar verliezers. En toch gaat God een weg van redding voor zulke mensen. Mensen net als wij. Neem je leven niet zelf in de hand. Bidt tot God dat je Jezus volgt. Dat Hij dat in je leven werkt door de Heilige Geest. Bidt dat je je leven overgeeft aan Hem. Dat je je weg gaat met God. In je hele leven. Altijd. Doet u dat? Bidt u om een leven met God, onder zijn zegen?

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar