De kinderdoop (Deel 2: God verbindt zich aan Abraham en zijn kinderen)

Thema: De plaats van God als de God van het verbond: met ons en onze kinderen
Tekst: Genesis 17: 9-10
Tekstgedeelte(n): Genesis 17: 1-14
Romeinen 2: 25-29
Door: Ds. H.W. van Egmond (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Ten Boer)
Gehouden te: Ten Boer op 23 januari 2000; Zuidlaren op 13 februari 2000; Delfzijl op 20 februari; Ulrum op 12 maart 2000; Hoogezand op 7 mei 2000; Rijnsburg op 14 mei 2000; Loppersum op 16 juli 2000
Opmerking HWvE:

Het is het mooiste wanneer de serie De kinderdoop als een geheel gebruikt / gelezen wordt. Maar daar dwingen de afzonderlijke preken zich niet toe. Thematisch wel:

De kinderdoop - 1 gaat over de instelling van de doop.
De kinderdoop - 2 laat de plaats van God zien als de God van het verbond: met ons en onze kinderen.
De kinderdoop - 3 wil vanuit het Nieuwe Testament zelf laten zien dat de lijn van het Oude Testament doorloopt.
De kinderdoop - 4 zegt ten slotte iets over de doop als bad der wedergeboorte.

Kortom, de delen van deze serie kunnen afzonderlijk worden gelezen. Wanneer de serie als geheel gepreekt gaat worden, dan is de volgorde wellicht van belang.

Extra:

Inleiding op de prekenserie De kinderdoop.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 121: 1-2
Wet
Ps. 121: 3-4
Lezen: Genesis 17: 1-14; Romeinen 2: 25-29
Ps. 83: 1-2, 6
Tekst: Genesis 17: 9-10
Preek
Ps. 105: 5
Ps. 87: 3-4
Zegen

Gemeente van onze Here Jezus Christus, broeders en zusters,

De grote boodschap van het Woord van God is: Jezus Christus heeft zijn bloed gegeven om de zonden van zijn volk af te wassen. Bij zijn hemelvaart heeft de Heiland tegen de discipelen gezegd dat iedereen die dit evangelie gelooft, gedoopt zal worden. Maar daarmee is niet alles gezegd.

Want de vraag is: zullen ook de kinderen van deze gelovigen gedoopt worden?
Waar staat het dat ook de kleine, pasgeboren kinderen naar het doopvont gebracht moeten worden?
Hoe zwaar weegt dat? Wat is de reden dat wij hen dopen?
Wanneer we het formulier voor de doop lezen dan valt het op dat er in het deel van de kinderdoop twee teksten dicht bij elkaar staan: Handelingen 2: 39 en Genesis 17: 7. Het formulier beweert daar in één adem dat ook onze kinderen uit genade tot Gods kinderen zijn aangenomen en dat ze daarom behoren gedoopt te zijn.

Waar het ons om gaat is het evangelie dat de God die Abraham en zijn kinderen tot zijn volk rekent ook de God is van ons en onze kinderen. Zo willen we u de tekst preken:

God verbindt zich aan Abraham en zijn kinderen

We letten op drie punten:

  1. Dit verbond gaat uit van God
  2. Dit verbond geldt voor het volk van God
  3. Dit verbond roept op tot trouw aan God

1. Dit verbond gaat uit van God

Wanneer wij, broeders en zusters, gaan nadenken over de kinderdoop, dan kunnen we de geschiedenis van God met Abraham niet overslaan. Aan Abraham heeft God de opdracht gegeven om zichzelf en heel zijn huis te besnijden.
Al vanaf het eind van hoofdstuk 11 is God met Abraham bezig. En hier in Genesis 17 zien we nu veel lijnen bij elkaar komen. Eigenlijk hebben we hier (in hoofdstuk 17) te maken met een centraal hoofdstuk in wat God met Abraham doet; hier zien we hoe de diepte en de breedte van de liefde en de trouw van God aan Abraham wordt uitgetekend in het Woord van het verbond en in het teken van de besnijdenis.

In vers 1 komt God na meer dan 10 jaar Abraham weer opzoeken. In hoofdstuk 15 was het laatste contact. Toen was Ismaël nog niet geboren; het idee van Sara om bij Hagar kinderen te verwekken komt pas in hoofdstuk 16. En wanneer we in hoofdstuk 17: 25 lezen dat Ismaël 13 jaar oud was toen hij besneden werd, dan ligt het voor de hand dat het meer dan 13 jaar geleden is dat de HERE met Abraham gesproken heeft.
Zoveel jaar is het alweer geleden dat de HERE met Abraham zijn verbond sloot en Hij tussen de stukken doorging van de door midden gedeelde dieren. Van Gods kant was het wel goed; de HERE zal het verbond niet breken; op zijn Woord kun je bouwen.

En nu in hoofdstuk 17 komt de HERE opnieuw naar Abraham. Niet om opnieuw een verbond te sluiten. Dat was al gebeurd in hoofdstuk 15. Maar nu komt de HERE dat verbond vast maken; vers 2: Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen. Dat betekent: de HERE gaat dat verbond nu verankeren; afbouwen.

Of anders: dit verbond met Abraham maakt Hij vast in de afspraken en in het teken van de besnijdenis die straks volgt. Het wordt Abraham op het hart gebonden: Ik de HERE ben de betrouwbare; Ik werk met een kracht die door geen macht kan worden geremd; Ik kan mijn Woord waar maken. Ik zal doen wat Ik zeg.
Dat horen we allemaal in die naam: Ik ben God de Almachtige! Er zullen nog vele eeuwen passeren, maar denk maar niet dat de geboorte van Christus afgeblazen kan worden. Nee, want Hij die in Genesis 3 de komst van de Christus beloofde is de Almachtige. En Abraham wordt in de voortgang van dat werk meegenomen. Dat bindt de HERE hem op het hart.

Want Abraham had eigen wegen bedacht om het werk van God verder te helpen Hij had Hagar tot vrouw genomen om langs die weg de belofte van God voor een groot volk waar te maken. Maar de HERE laat het hier weten: Abraham op Mij moet je vertrouwen; mijn Woord moet je serieus nemen. Dan zal het goed gaan. Wanneer we met vragen leven; of wanneer het er op lijkt alsof ons leven helemaal dichtzit van de ellende en de zorgen, dan zegt de HERE hier: let op mijn naam: ik ben de Almachtige. Zó ben Ik bij u en ga ik met u mee. Waag het maar met de HERE.

Maar tegelijk met de bekendmaking van deze naam komt de HERE ook met zijn eis. Wanneer wij hulp en zorg van de HERE verwachten, dan wil Hij wel dat we doen wat Hij zegt. Dat krijgt Abraham ook te horen: wandel voor mijn aangezicht. Wees onberispelijk.
Willen we van de HERE bescherming en hulp? Dan wel serieus blijven tegenover Hem. Want het is natuurlijk niet zo dat de HERE werkt volgens onze commando' s.
Hij stelt de regels voor ons leven met Hem. God komt naar ons toe.
Dat is genade. Vrije genade van God. Zonder enige verplichting aan wie ook maar, zegt Hij het tegen Abraham en ons: Ik ben uw God.

Bij die eis komt de HERE ook met zijn beloften: vers 4, u Abraham zal de vader van een menigte volken worden; en vers 7, Ik zal dit verbond tussen u en mij en uw kinderen oprichten tot een eeuwig verbond.
En Paulus mag dit evangelie van dit eeuwig verbond met Abraham aan de Galaten preken. Dit verbond met Abraham vervalt niet; Het is niet voor een paar honderd jaar van kracht; nee, het is een eeuwig verbond.
En Paulus onderstreept het: iedereen die gelooft als Abraham is een kind van Abraham en hoort bij dit verbond.
Wat God hier begint met Abraham houdt zijn waarde tot in eeuwigheid.
Dat is de reden dat ook wij tegen onze kinderen mogen zeggen dat ze als nageslacht van Abraham geboren worden. De trouw die God aan Abraham verzekert, treft ook ons en onze kinderen.

In de volgende teksten krijgt dit z'n uitwerking. Vers 9, Abraham zal aandacht geven aan zijn leven met de HERE. Wanneer Abraham oppervlakkig of slordig met de HERE leeft, dan is dat voor de HERE niet aanvaardbaar. Wie door de HERE tot zijn verbond geroepen is mag er zich niet zo maar van af maken. De HERE accepteert geen tweederangs positie in ons leven.

Abraham krijgt de waarschuwing te horen: U zult mijn verbond houden.
Letterlijk staat er: u zult mijn verbond bewaken; u moet er alles aan doen om de verhouding met mij de HERE uw God tot zijn recht te laten komen. Zoals iemand zijn schat bewaart en niets hem teveel is om die schat als zijn bezit te beschermen, zo wil de HERE dat we ons leven met Hem bewaren. Ga dat verbond met de HERE niet onderwaarderen.

Abraham en ook wij, mogen de beloften en de eis van het eeuwig verbond met God geen achteraf plaatsje geven in ons leven.
Liefde en trouw zal in het verbond met de HERE alles overheersen.
Kijk maar eens hoe de HERE Zelf zijn liefde bewijst in Jezus Christus.
God geeft in Christus Zichzelf voor ons! Christus gaat voor ons door de hel heen. Wat zullen wij dan doen? In dankbaarheid en liefde leven voor de HERE. Lees trouw het Woord van God. Bewaar die schat van dat verbondswoord en strijd tegen de zonde opdat die zonde ons niet isoleert in de verbondsomgang met de HERE.

2. Dit verbond geldt voor het volk van God

Abraham krijgt de opdracht het verbond met God te bewaren. Nooit in zijn leven mag hij dit verbond te vergeten. Als een rijke schat zal hij het vast houden. Maar dat zal niet alleen zo zijn voor Abraham, maar ook voor zijn kinderen. Dat heeft de boventoon hier in onze tekst.

God is in hoofdstuk 17 in gesprek met Abraham, maar daarbij gaat het de HERE niet om Abraham; ook niet om Isaak. De HERE is de Almachtige die hemel en aarde overziet. Alles wat er in de schepping gebeurt dat kent de HERE; ja, dat regeert Hij. Met zijn macht en kracht werkt Hij al vanaf Genesis 3 door naar de triomf van de jongste dag, wanneer zijn uitverkoren volk is volvergaderd. Tot op die dag zal Hij de mensen die Hij heeft uitgekozen als de schare van overwinnaars vergaderen rond zijn troon in de hemel. Een menigte van verlosten zal Hem daar eren en danken om de grote genade van zijn liefde en trouw.

Dat werk staat God voor de aandacht. En in dat doorgaande werk heeft God Abraham een plaats gegeven. In Genesis 12: 3 hoorden we daar al iets van, "Ik zal zegenen wie u zegenen en wie u vervloekt zal Ik vervloeken en met u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend zijn". Deze lijn klinkt door in hoofdstuk 15, waar de HERE tegen Abraham zegt: 'kijk eens naar de sterren, zo ontelbaar groot zal je nageslacht worden'.

En nu in ons hoofdstuk lezen we het opnieuw: God wil door middel van Abraham een volk vergaderen. Daarom krijgt Abram ook een andere naam. Vers 5: uw naam zal niet meer Abram zijn, maar Abraham! een vader van een menigte volken. Dat volk krijgt daarom de naam mee: nageslacht van Abraham.
Die werklijn maakt de HERE aan Abraham bekend: niet alleen jij, Abraham, maar heel je nageslacht: je kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen, ja tot in het verste nageslacht zijn zij geroepen mijn verbond in ere houden. Want Ik de HERE ben de God die werkt in de lijn van de geslachten. Zo zal mijn verbond bewaard worden, vers 10. Dit is mijn verbond dat u zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht.

Hier staat hetzelfde als in vers 9: het verbond houden; dat verbond bewaren als uw hoogste rijkdom. Dat doet u, Abraham, wanneer je ook je kinderen daarbij van mijn genade vertelt. Ik ben uw God en de God van uw kinderen; mijn verbondswoord met beloften en eis is waar en betrouwbaar ook voor uw kinderen.

Om dat evangelie Abraham op het hart te binden geeft God hem dit teken van de besnijdenis. Vers 10, Abraham gelooft de genade van God; en God noemt hem zijn vriend, Jesaja 41: 8. De bescherming van de Almachtige tegen dood en hel, gelden voor Abraham. En voor zijn kinderen.

En nu zal Abraham zichzelf en zijn huis besnijden als een teken van dit verbond. Dat teken maakt duidelijk dat de belofte van God dat Hij een eeuwig verbond met Abraham heeft opgericht waar is. De besnijdenis wordt toegepast op dat lichaamsdeel van de man dat alles te maken heeft met de voortplanting. De voorhuid van het geslachtsdeel wordt verwijderd en zo komt het des te scherper uit dat God zijn verbond bewaart en waar maakt in de lijn van het nageslacht.

De besnijdenis was onder allerlei volken wel bekend in die dagen.
Maar daar werden de jongens besneden wanneer ze oud genoeg waren om te trouwen. Die heidenvolken zagen in de besnijdenis een gebeurtenis die nodig was voor de vruchtbaarheid. Maar de HERE geeft de besnijdenis als een onuitwisbaar teken dat de beloften van zijn verbond met Abraham en zijn kinderen onderstreept.

Ook de kleine kinderen van acht dagen oud zullen dit teken ontvangen. Want ze horen ook bij het volk van God! Zo zeker als dat teken van de besnijdenis in hun lichaam is gegrift, even zeker staat de Almachtige met zijn bescherming om die kinderen heen. Met zijn genade is Hij ook hun Vader. Ja, God eigent zich de kinderen toe die in het verbond van Abraham geboren worden. God wil leven met een volk, waar mannen en vrouwen bij horen; armen en rijken telt Hij mee, maar ook jongeren en ouderen: er is bij de HERE geen verschil: - ze tellen als bij Israël ingelijfd. Niemand heeft een tweederangs positie.

Heel nadrukkelijk wordt het hier wel duidelijk: God wil ook de Vader zijn van onze kinderen. En ouders zullen aan hun kinderen doorvertellen wie de HERE voor hen wil zijn. De kinderen zullen luisteren naar het onderwijs. Ouders en anderen willen jullie duidelijk maken dat de HERE om Christus' wil jullie wil meetellen bij dat grote volk dat Hem eren zal tot in eeuwigheid.

3. Dit verbond roept op tot trouw aan God

Maar ook de besnijdenis is een sacrament. Het is bij de besnijdenis net als bij de doop en het avondmaal uiterlijke tekenen die onze aandacht vragen voor het werk van God en Christus. De HERE zoekt de besnijdenis van het hart. Dat is de diepe betekenis van de besnijdenis.
God belooft en vraagt bij de besnijdenis van het vlees de besnijdenis van het hart. Hij wil door zijn Geest het hart bewerken en de verharding van het hart wegsnijden.

Abraham heeft het ook wel gezien dat het in zijn leven steeds weer vast liep voor de HERE. Bij Hagar heeft hij Ismaël verwekt omdat hij op zichzelf vertrouwde. ook Abraham is een zondaar die op eigen kracht het verbond met God niet kan bewaren. Maar dan is daar die besnijdenis die hem leert: kijk Abraham Ik de HERE snijdt de verharding en de zonde weg; Abraham vertrouw op mijn beloften. Waar de HERE de hardheid van het mensenhart wegsnijdt, groeit de liefde voor de HERE en zijn Woord.

Dat dit de diepe betekenis is van de besnijdenis geeft Paulus aan in Romeinen 2: 28-29. Dat is geen echte besnijdenis die aan het uiterlijk van het vlees gebeurd; dat is het teken; en bij dat teken geeft God zijn beloften van vernieuwing. Daarom (zegt Paulus) is de ware betekenis van de besnijdenis de besnijdenis van het hart. Daar wijst die besnijdenis naar toe. Ze roep top tot trouw aan God.

Daarom onderwerp u aan dat werk van God. Leef in zijn verbond en pleit op Gods beloften; vraag de HERE om de invulling van zijn Woord; Hij heeft het ook aan Abraham verzekerd: Ik ben met U! Ik ben de Immanuël. Van hem gaat al die genade uit voor Abraham en zijn kinderen; voor ons en onze kinderen.

In het formulier voor de doop lezen we in één adem: vers 7 van Genesis 17 en Handelingen 2: 39. Deze twee teksten staan zo dicht bij elkaar om te onderstrepen dat de belofte van het verbond ook voor onze kinderen van kracht is. Daarom zijn de kinderen in het oude verbond besneden en worden zij in het nieuwe verbond gedoopt. Want God breekt zijn werklijn niet. God verandert zijn strategie niet. De beloften krijgen geen andere inhoud en het eeuwig verbond met Abraham breekt Hij niet af. Alleen de tekenen veranderen. Maar de beloften waar de tekenen naar verwijzen veranderen niet.

De tekenen van het oude verbond zijn bloedige tekenen, want er werd gewacht op het bloed van Christus; Het paaslam en de besnijdenis dropen van bloed. Maar nu Christus is gekomen en zijn bloed heeft gegeven als de verzoening voor onze zonden, nu wachten wij niet meer op het bloed van de Middelaar. Bloed in de sacramenten heeft nu geen zin meer. Wij hebben de vervulling van het werk van de Middelaar.

Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Heilige Geest dan verzekert de Heilige Geest ons dat Hij in ons wil wonen en ons wil toe-eigenen wat wij in Christus hebben: De vergeving van de zonden en het eeuwige leven. De Heilige Geest maakt ons vast aan de winst van het bloed van Christus, dat Hij voor ons gegeven heeft. Sta daarom open voor dat werk van de Heilige Geest; blokkeer zijn werk niet in uw leven. Ook niet voor zijn verzegeling in de doop. Want wanneer we onder dat werk van de Heilige Geest weglopen dan zijn wij de verbrekers van het verbond.

Maar wanneer we de HERE binden aan zijn Woord en Hem bidden om wat Hij ons als kind al heeft belooft in Woord en teken dan zal Hij ons troosten en ons helpen en ons doen volharden.

Dat is nu ook de troost in de opvoeding van onze kinderen. Vertel hun dat ze kind van God zijn. God telt jullie mee, even zeker als je gedoopt bent. En wanneer jullie ouder worden mogen ze het belijden en het voor de HERE erkennen: HERE dank u voor uw genade dat wij al vanaf het eerste begin van ons leven in uw genade mogen meedelen. Ja, dat weten we: want we zijn gedoopt.

Dat is een waarheid die God Abraham al op het hart heeft gebonden.
Deze God, onze God, de God van Abraham zal zijn waarheid tegen ons en onze kinderen nimmer krenken. Dat stond vast in de dagen van Abraham en dat staat nog steeds vast in onze dagen; ja, tot in eeuwigheid.

Amen.


Gebedspunten

Mijn gedachten uit naar de zorg van de HERE over het nageslacht, de kinderen. Dat deze kinderen ook in de weg van onderwijs in de Schrift tot de belijdenis van het geloof zullen komen.
Tegelijk ook aandacht voor de trouw van de ouders. Te denken aan de vragen bij de doop.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar