In Christus vallen de tegenstellingen weg

Thema: In Christus vallen de tegenstellingen weg
Tekst: Galaten 3: 28
Tekstgedeelte(n): (Ochtenddienst) Galaten 3: 17-24
(Ochtenddienst) Galaten 3: 25-29
(Middagdienst) Galaten 3: 1-25
(Middagdienst) Galaten 3: 26-29
Door: Ds. H. Drost (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Houten)
Gehouden te: Groningen-West op 18 augustus 2002

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 48: 3
(Ochtenddienst: Wet)
"Wet van de genade - Het verbond met Abraham is gesloten op grond van genade. En als de wet er later bijkomt verandert er niks aan. Dat bedoelt Paulus hier te zeggen. De wet is om ons leven te sturen, niet om ons leven te redden."

Lezen (over de wet): Galaten 3: 17-24.)
(Ochtenddienst: Gez. 16)
Gebed 1: Onze Vader
(Middagdienst: Lezen: Galaten 3: 1-25)
(Middagdienst: Ps. 105: 4)
(Ochtenddienst: Lezen: Galaten 3: 25-29)
(Middagdienst: Lezen: Galaten 3: 26-29)
Tekst: Galaten 3: 28
Inleiding
Gez. 6: 1-2
Preek
(Ochtenddienst: Ps. 68: 10-11)
(Middagdienst: Ps. 68: 10)
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
(Middagdienst: Ps. 68: 11)
Gebed 2
Collecte
Lied 442: 1-4
Zegen

Geliefde gemeente van Christus,

'Nog een paar jaar en dan is in onze kerken de vrouw ook wel in het ambt...' hoor je wel eens zeggen. Wordt het niet hoognodig tijd? Is dat niet het logische gevolg van de tekst waar we nu over nadenken? Er staat toch duidelijk dat, nu we allen bij Christus horen, het onderscheid tussen Jood en Griek, slaaf en vrije alsook man en vrouw moet verdwijnen?

Dat is het nieuwe van de boodschap van het christendom. In het jodendom voelde de joodse man zich ver verheven boven de heiden, de slaaf en de vrouw. Hij moest elke dag God prijzen dat hij als man was gemaakt. Hij bad: "Geprezen zij God, omdat hij mij niet als een heiden heeft gemaakt; omdat Hij mij niet als een vrouw heeft gemaakt; omdat hij mij niet als een slaaf heeft gemaakt". Het christendom bracht op dit punt iets nieuws. De boodschap van de christelijke predikers was dat 'in Christus' die tegenstellingen juist verdwijnen. En dat is ook de taal van de doop die volgde op de prediking. Samen gingen de gelovigen het water in. Samen kwam je er uit. En na de doop gaat het er om of je van Christus bent, niet of je Jood of Griek, slaaf of vrije, mannelijk of vrouwelijk bent.

De verschillen verdwenen in het nieuwe leven binnen de kerk. Er was een geweldige afstand tussen Jood en Griek, maar door de boodschap van Christus in de Romeinse en Griekse wereld kwamen Jood en Griek in één gemeente naast elkaar te zitten.

Het verschil tussen slaaf en vrije viel ook weg. Waar de genade het voor het zeggen kreeg, is de slavernij afgeschaft. Oké, dat heeft wel een tijd geduurd: pas in 1863 kwam in Nederland de wet tegen de slavernij. De slavenhouders gaven hun bron van inkomsten niet snel op. Het kost tijd om de gevestigde posities bij te stellen.

Dat blijkt wel als het gaat over de man en vrouw. Die tegenstelling verdwijnt ook in Christus. Maar de man wil zijn machtspositie niet zomaar opgeven. Pas in de 20e eeuw kwam de emancipatie echt op gang. En gelukkig begint dat nu ook binnen de kerk door te dringen. Vandaar de uitspraak: 'Nog een paar jaar en dan is in onze kerken de vrouw ook wel in het ambt...'

Klopt die redenering? Kun je dat vanuit de tekst hard maken? Laten we nog eens goed naar de tekst kijken - ook in verband met alles wat Paulus verder over deze punten schreef. Ik geef u alvast een samenvatting:

In Christus vallen de tegenstellingen weg

  1. van Jood en Griek
  2. van slaaf en vrije
  3. van mannelijk en vrouwelijk

We zullen nu eerst samen zingen Gez. 6.
[ Zingen: Gez. 6 ]

1. In Christus vallen de tegenstellingen weg van Jood en Griek

Wat heb je nu zelf meegebracht toen je tot geloof kwam - vraagt Paulus in Galaten 3 aan die gemeente - wat heb je gedaan toen je gered werd? Denk eens aan je doop. Jullie gingen allemaal dezelfde weg: het water van de doop in. En je kwam allemaal op dezelfde manier uit: door de kracht van Christus. En nu sta je aan de andere kant van het water op gelijke voet. Je hebt allemaal hetzelfde witte kleed. In Christus zijn jullie allemaal gelijkwaardig.

In Galaten 3 staat: "gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake meer van Jood of Griek...". Dat verschil mag geen rol meer spelen in de kerk, terwijl het juist bij de Galaten wel weer de kop op stak. Er waren namelijk mensen die zeiden dat je eigenlijk in de kerk weer jood moest worden: je moest je laten besnijden. En wie zich niet aan die goede oude wet van Mozes hield, kwam er volgens hen niet.

Op die manier kwam het oude verschil tussen Jood en Griek weer terug in de kerk. Want die - vooral joodse - christenen vonden dat je ook de andere regels van Mozes' wet moest nakomen. Dat betekende dat je ook rein moest eten. Je kon dus niet met onbesneden Grieken eten. Op die manier werd in de kerk het avondmaalskleed doorgeknipt. Je kreeg in plaats van de ene tafel twee tafels: één voor hen die rein waren en één voor hen die onrein waren, één voor de Jood, één voor de Griek.

Maar dat is compleet in strijd met het evangelie. Het is Gods reddende genade die je juist op één lijn zet met elkaar in de kerk. Genade brengt je aan één tafel. Genade maakt principieel gelijkwaardig. En daarom ging Petrus principieel de fout in toen hij uit angst voor mensen toch weer apart ging zitten. Hij at eerst gewoon met de Grieken in de kerk, maar toen de joodse christenen uit Jeruzalem waren gekomen, ging hij bij hen apart zitten. Hij deed net of je de wetten van Mozes moest doen om kind van God te mogen zijn.

Op dit punt komt het dan tot een confrontatie tussen twee voorgangers: Petrus wordt door Paulus publiek gecorrigeerd.

We zullen dit nu samen lezen in Galaten 2: 11-15.
[ Lezen: Galaten 2: 11-15 ]

Was het wel goed om Petrus zo publiek aan de kaak te stellen? Kon dat nu niet wat kalmer aan? Nee, het ging om de waarheid van het evangelie. En daarin ging het om de eenheid van de gemeente: je bent in Christus allemaal gelijkwaardig. Op dit punt mocht niet worden toegegeven.

Dat principe moet in de gemeente strak doorgevoerd worden; je bent allemaal gelijk. Want nu we hier zitten telt niet wie we waren of wat we zijn, het gaat er om dat je van Christus bent. Dat is het enige dat hier telt. Paulus schrijft in de tekst: "gij allen zijt immers één in Christus Jezus".


Genade maakt gelijk. Dat mag, ja, moet ons gemeenteleven bepalen. Dat mag ook onze gevoelens sturen. Minderwaardigheidsgevoelens kun je zomaar krijgen. Want buiten de kerkdeur telt wat voor opleiding, je doet, hoeveel je geld je hebt en hoe je er uit ziet. Maar... dat is hier principieel anders. Hier telt genade.

Ziet u hoe verkeerd het is om uit een minderwaardigheidsgevoel jezelf buiten de kerk te plaatsen? 'Ik voel me niet thuis in de gemeente - ze denken hier allemaal dat ze heel wat zijn'. Het klinkt aannemelijk, het kan ook je gevoel zijn, maar er klopt niks van: het is in strijd met het evangelie. Hier is niemand minder, hier is niemand meer, ieder is gelijk in onze Heer.

Dat was het eerste deel van de preek. In Christus vallen de tegenstellingen weg: 1. van Jood en Griek; 2. van slaaf en vrije.

2. In Christus vallen de tegenstellingen weg van slaaf en vrije

In vers 27 herinnert Paulus aan de weg tot Christus: het was de weg door het water van de doop. Christus gaf je een wit kleed. Daar gaat het om. In de kerk maakt het daarom niet uit of je door de week in driedelig pak loopt als directeur of in je overall als monteur. Dat telt hier niet.

Na gezegd te hebben dat in de kerk religieuze tegenstellingen wegvallen laat Paulus zien dat "in Christus" - dat wil zeggen nu we horen bij Hem - ook sociale tegenstellingen wegvallen: "gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake meer van ... slaaf of vrije". Dat klonk in die tijd schokkend. Stel u eens voor dat u slaaf was. U heet Justus. De hele week moet u precies doen wat uw heer zegt. Je voelt je in alles zijn eigendom. Maar dan ga je met je heer naar de kerk. Daar zit je opeens naast hem. Hij heeft het daar niet meer over je te zeggen. Want je bent samen Christus' eigendom.

Dat is wel eventjes anders. Paulus schrijft in de tekst: "gij zijt immers allen één in Christus Jezus".

Voelt u de spanning? Hoe ging je nu door de week met elkaar om als je zo samen in de kerk zat? Moest je eigenlijk nog wel naar je heer luisteren? Stond je nu niet op gelijke voet?

We zagen in het eerste deel van de preek dat Paulus het principe dat Jood en Griek gelijk zijn strak doorvoerde. Hij corrigeerde Petrus zelfs publiek op dit punt. Maar wat zegt hij nu tegen slaven? Hoeft Justus niet meer te luisteren naar zijn heer als ze samen uit de kerk komen?

Nee, Paulus schrijft aan slaven heel wat anders. Hij schaft de slavernij niet af, maar schrijft zelfs dat de slaven hun heren gehoorzaam moeten zijn "met vreze en beven"

We zullen dit nu ook samen lezen in Efeziërs 6: 5.
[ Lezen: Efeziërs 6: 5 ]

Waarom schrijft Paulus niet over slaven en vrijen zoals hij over Joden en Grieken schreef? Dat heeft alles te maken met het verschil tussen kerk en maatschappij.

Wat in de kerk moet, kan niet altijd in de wereld. Als Paulus had geschreven dat ieder vrij moest zijn, had hij de hele maatschappelijke orde omgegooid. Hij zou dynamiet gelegd hebben onder de slavernij. Maar als je met dynamiet gaat werken, komen er brokken. Revolutie eist slachtoffers. En dat wil God niet. Hij wil geen revolutie, maar reformatie. God werkt niet met dynamiet, maar met zout.

Hoe dan? Hoe werkte nu in de maatschappij van toen deze boodschap vernieuwend?
Dat gebeurde doordat slaven als medemensen werden aangesproken. Dat was men niet gewend. Men zag een slaaf als handelswaar die je kon kopen als hij beviel en verkopen als zij niet beviel. Men zag een slaaf niet als een medemens met een eigen verantwoordelijkheid. Dat gebeurt in de bijbel wel: een slaaf is niet alleen maar handelswaar, maar een medemens.

Dat werkte als een zout. Want wanneer je ogen ervoor open gaan dat een slaaf niet maar een paard is wat je in de bek kijkt om te zien hoeveel hij waard is, maar een medemens - dan krijg je moeite met dat hele systeem van de slavernij. Later leidde deze bijbelse boodschap dan ook tot afschaffing van de slavernij.

Het waren vaak christenen die actie voerden tegen de slavernij - met name in de vorige eeuw tegen de walgelijke vormen van slavernij die er toen waren. Ook gereformeerden - bijeen in een synode in Leiden in 1857 - sturen een brief aan de koning waarin om afschaffing van de slavernij gevraagd wordt. Dat was 6 jaar voordat in Nederland de regering ook echt de slavernij afschafte, namelijk op 1 juli 1863. Zo heeft het Woord van God genezend en vernieuwend ingewerkt op de maatschappij. God wil niet dat wij alles opeens ondersteboven gooien maar dat we de maatschappij en haar verhoudingen positief beïnvloeden.

Dat geldt nog in de sociale relaties en werkverhoudingen waarin wij leven. Dat kan bijvoorbeeld door in deze harde maatschappij en het harde zakenleven juist ook elkaar als mens te blijven zien. Een werkgever is niet alleen maar een baas die je geld betaalt en als hij niet betaalt, gooien we de zaak plat... Een christen-werknemer ziet ook zijn meerdere als een mens, denkt mee met het bedrijf, is positief in zijn opstelling. Een werknemer is niet alleen maar een figuur die geld oplevert. Ook werknemers zijn mensen met hun moeiten, hun gezinnen, hun zorgen.

Hoe ben je christen in de maatschappij waarin je leeft? Het gaat er om dat je een zoutend zout bent. Zo dien je de eer van God. Paulus schrijft dat slaven hun heer gehoorzaam moeten zijn "opdat de naam van God en de leer geen smaad lijden" 1.

Dat was het tweede deel van de preek. De samenvatting is: In Christus vallen de tegenstellingen weg 1. van Jood en Griek; 2. van slaaf en vrije; 3. van mannelijk en vrouwelijk.

3. In Christus vallen de tegenstellingen weg van mannelijk en vrouwelijk

Omdat bij de verlossing niet meetelt wat je doet of bent, zijn alle mensen in de kerk principieel gelijkwaardig. Dat geldt ook voor man en vrouw. Je kunt als man sterk zijn, maar je kunt jezelf niet redden. Je kunt als vrouw wel veel betekenen - het woord vrouwelijk betekent eigenlijk 'zogend' dat wil zeggen anderen het leven gevend - maar daarmee kun je jezelf nog niet het ware leven geven. Dat komt van Christus. Dat is door genade. Daarom zijn mannen en vrouwen in de kerk gelijkwaardig: "gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake meer van ... mannelijk en vrouwelijk; gij zijt immers allen één in Christus Jezus". Genade maakt gelijk.

Dat werkte ook door. Jezus eerde de vrouw. In Zijn kerk kregen vrouwen een belangrijke plaats. Zending en evangelisatie bijvoorbeeld hebben velen bereikt voor een groot deel dankzij vrouwen. Zorg en liefde worden in onze gemeente vooral door vrouwen gegeven. De kerk heeft aan vrouwen veel te danken...

Maar waarom wordt dat principe van de genade niet helemaal doorgevoerd? Is dat niet een logisch gevolg van de genade? 'Nog een paar jaar en dan is in onze kerken de vrouw ook wel in het ambt...' Past het niet precies bij onze tekst?

Paulus is niet bang om consequenties te trekken als het over genade gaat. We zagen dat hij zelfs Petrus aanpakt als het nodig is. Wat zegt hij over de vrouw?

We lezen 1 Timoteüs 2: 11-14.
[ Lezen: 1 Timoteüs 2: 11-14 ]

Neemt Paulus hier niet terug wat hij onze tekst zegt? Nee, daar neemt hij niks van terug. Als het om verlossing gaat telt 'mannelijk en vrouwelijk' niet. Ze zijn principieel gelijkwaardig. MAAR: gelijkwaardig betekent niet gelijksoortig. God heeft de mens 'mannelijk en vrouwelijk' gemaakt. Deze woorden in onze tekst wijzen terug naar de schepping2. God schiep twee soorten mensen. En ieder krijgt een eigen plaats en taak. En dat moet nu in de gemeente terug te zien zijn. Het gaat in de kerk om het leven uit de verlossing en zo weer volgens Gods bedoeling!

Nu kun je je afvragen waarom slaven wel gelijk mogen worden aan vrijen en de vrouwen niet aan de mannen: waarom komt na de bevrijding van de slavernij voor de vrouw niet een plaats in het ambt?

De slavernij ontstond ná de zondeval. Dat was niet Gods bedoeling. De bijbel geeft wel bepalingen over de slavernij om die zaak in goede banen te sturen, maar zegt nergens dat God het zo gewild heeft, integendeel. Maar het verschil tussen man en vrouw is wel naar Gods bedoeling. Dat is niet na de zondeval ontstaan. Dat heeft God Zelf gemaakt: 'en zie... het was zeer goed'.

Het gaat in onze tekst om het leven uit de verlossing. We worden verlost van de zonde, maar de redding in Christus kan nooit betekenen dat Gods werk in de schepping bijgesteld wordt. De verlossing brengt juist terug naar Gods wijze bedoeling, ook in het onderscheid tussen man en vrouw. Daarom zegt Paulus in 1 Timoteüs 2 dat de vrouw de man niet moet onderrichten.

Kúnnen wij op dit punt nog naar de bijbel luisteren? Het is goed dat er discussie komt over de vrouw in ambt, maar hoe praten wij? Zijn we daarin nog met de bijbel bezig of praten we de wereld na?

De kerk moet een zoutend zout zijn. Dat kon in onze tijd wel eens betekenen dat man en vrouw ieder een eigen plaats krijgen binnen de kerk ook al denkt de hele wereld er anders over.

God geeft man en vrouw een eigen plaats in Zijn gemeente. Het is een volwaardige plaats. Het is een plek dankzij genade. Daarom zingt ieder op zijn of haar plaats het lied van de genade: "... men zingt en meisjes slaan verheugd voor hun Redder op hun tamboerijnen"

Amen.

1 1 Timoteüs 6: 1
2 Genesis 1: 27

Gebed 2

1. Lof

Wij prijzen U, Schepper om uw wijsheid: hoe veel soorten dieren zijn er niet door U bedacht, hoe goed is het allemaal niet ontworpen, hoe mooi schittert de zee, hoe heerlijk is het wijde land.
Wij loven U, Schepper om Uw wijsheid: hoe goed heeft U de mens gemaakt. Niet eenzaam, maar tweezaam. Niet alleen, maar samen, opdat man en vrouw ieder op eigen plaats en manier voor U zullen leven - door Christus Uw zoon.

2. Voorbede mannen

= leer ons mannen met al onze kracht bij U zwak te zijn, met al onze stoerheid bij u klein te zijn - opdat we door U verlost kunnen worden, Here Jezus.

3. Voorbede vrouwen

voorbede voor werk in kerk = kracht in Koninkrijk...

4. Voorbede jeugd

Gebed om Uw Vaderzorg te zien

5. Eenheid gemeente

Leer ons samen uit uw genade te leven - in liefde en respect. Geef dat ieder zich opgenomen weet in de gemeenschap. Help gevoelens van minderwaarheid of meerderwaardigheid te overwinnen. Leer ons echt samen te leven - dan is Uw kerk een lichtend voorbeeld vol liefde in een wereld vol haat.

Laten we in U blij zijn met de kerk. U bent onze koning en heerlijk is uw woning - in de hemel maar ook al op aarde.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar