Gaaf (Deel 1: Wat is een gewone echte / gave christen?)

Thema:

Wat is een gewone echte / gave christen?

Tekst: Genesis 6: 9 (wat over Noach gezegd wordt)
Job 1: 8 (wat God zegt over Job)
1 Koningen 11: 4; 1 Koningen 15: 3 (wat over David gezegd wordt)
1 Koningen 15: 11; 1 Koningen 15: 14 (wat over Asa gezegd wordt)
Tekstgedeelte(n):

Genesis 6: 9
Job 1: 8
1 Koningen 11: 4; 1 Koningen 15: 3
1 Koningen 15: 1-15

Door: Ds. Ton de Ruiter (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Enkhuizen)
Gehouden te: Enkhuizen op 22 april 2001; Zuidlaren op 17 februari 2002 (i.v.m. Toerustingsweekend 2002)
Opmerking TdR: De preken in deze serie geven een onder ons wat onbekende boodschap van de Bijbel door. Ze gaan over gewoon echt en gaaf christen zijn (met een volkomen toegewijd hart leven voor de Here). Hoewel beide preken zelfstandig gelezen kunnen worden, is deel 2 als vervolg op deze preek aan te raden. Waarbij deel 2 ook te gebruiken is als Catechismuspreek bij Zondag 14.
1: Gaaf 1 - Wat is een gewone echte / gave christen?
2: Gaaf 2 - Kunnen wij leven net als Jezus? Zo volkomen heilig?
Extra: Stellingen en vragen

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Votum en zegengroet
  2. Lied 444: 1-2
  3. (Morgendienst: Wet)
    (Morgendienst: Lied 444: 3)
  4. Gebed
  5. Lezen: 1 Koningen 15: 1-15 (niet zozeer om de geschiedenis maar om de typeringen die gebruikt worden; hoe de Bijbel mensen karakteriseert of typeert)
  6. Ps. 18: 6-7 (David durfde het ook van zichzelf te zeggen dat hij echt voor de Here leefde. Toen hij koning werd, maakte hij deze psalm. Laten we deze twee verzen nu zingen en horen hoe hij ook over zichzelf spreekt en over wat God gedaan heeft in zijn leven)
  7. Tekst:
    Genesis 6: 9 (wat over Noach gezegd wordt);
    Job 1: 8 (wat God zegt over Job);
    1 Koningen 11: 4; 1 Koningen 15: 3 (wat over David gezegd wordt);
    1 Koningen 15: 11; 1 Koningen 15: 14 (wat over Asa gezegd wordt)
  8. Preek
  9. Ps. 40: 2-3
  10. (Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
  11. Gebed
  12. Collecte
  13. Ps. 27: 1a + 2b, 3
  14. Zegen

We hebben hier vier mannen bij elkaar van wie de Bijbel (de Here) zegt: dat zij oprecht waren en dat hun hart volkomen voor God was.
Wat dat is - daar willen we zicht op krijgen om te laten zien dat ook u, jij en ik zo kunnen leven als we ons daar op richten.
Want de Here wil dit ook in ons leven werkelijkheid maken. Dat ook wij rechtvaardig, onberispelijk, wandelen met God; net als Noach, Job, David en Asa (en anderen).

Laat ik u nu alvast twee dingen zeggen:

  1. Zo leven is niet leven geheel zonder zonde; daarover straks meer.
  2. Zo leven, met een volkomen toegewijd hart, is een gave, die God ook aan u, jou en mij wil geven; als wij dit ook van onze kant willen en geloven dat God dit in dit leven kan en wil doen.

Als we dit niet geloven of niet willen, ontvangen we deze gave niet.
Rechtvaardig leven; onberispelijk; een gaaf christen zijn met een volkomen hart, in dit leven al (net als Noach, Job, David en Asa) - God wil het ook jou geven, nu al, als jij dit van jou kant ook echt wilt en daarvoor kiest en er om bidt.

God wil het liefst - om het even simpel te zeggen - in de hemel achter mijn naam noteren, net als bij David en die anderen:
"Ton de Ruiter - zijn hart is volkomen aan de Here toegewijd". Of:
"[ Lees hier: een naam van een kind / gemeentelid ] - zijn / haar hart is volkomen aan de Here toegewijd".
"[ Lees hier: je eigen naam ] - zijn / haar hart is volkomen aan de Here toegewijd".

Kunt u / kan jij zo leven, denk je? Ik wil u laten zien dat dat echt kan volgens de Bijbel. Maar dat vraagt gewoon: geloof!

Laten we even kijken naar Noach.
Een gewoon mens, net als u en ik. Maar in zijn tijd heel bijzonder. Want er was niemand die nog echt leefde met de Here zoals hij.
Er waren in de tijd van Noach allerlei mensen: nette en ruwe goddelozen, net als vandaag in Nederland. Misdadige en heel fatsoenlijke goddelozen (mensen die zonder God leven).
Verder waren er mensen, die wel geloofden, maar er niet zoveel aan deden (net als vandaag). God was iemand op afstand. Hun geloof was feitelijk een dood geloof. Ze konden wel vroom en christelijk praten. Maar écht leven in vertrouwen op God? Echt omgaan met God? Dagelijks wandelen met God? Nou nee. Aan God gaven ze af en toe even aandacht en wat tijd en wat geld, maar verder gingen ze hun eigen gang.
Maar Noach was anders. Hij wandelt met God als met een vriend. Gaat echt dagelijks met God om; zelfs al lopend en werkend weet Hij, dat de Here bij hem is en overlegt hij met de Here. Hij beseft: ik mag een vriend van God zijn; dat is genade; ik voel me bevoorrecht met God als mijn vriend. Ik wil graag luisteren naar Hem. Want mijn vriend, God, is zo ontzettend wijs en zo machtig; en Hij heeft echt het goede met mij voor. Dus wil ik gewoon erg graag alles wat ik doe met God samen doen; en overal waar ik heen ga, ga ik met God. Ik hou van Hem en hou Hem vast. Ik wil niet zonder Hem. Noach wandelt echt met God door het leven. Noach is gegrepen, geboeid door God; één met God; vertrouwt op Hem; en wil echt gaan voor God.
En als Noach aanvoelt dat zijn vriend, God, iets anders wil dan hij van plan is of doet, dan overlegt Noach even bij zichzelf, maar al gauw kiest hij dan om te doen wat de Here wil - in vertrouwen: "mijn vriend, God, weet het echt beter dan ikzelf".
Laat God hem zien of merken dat iets zonde is, dan doet Noach dat niet meer. Dagelijkse bekering is normaal in Noach's leven. Want hij wandelt met God. Daarin was hij anders dan alle anderen in zijn tijd. Noach, een gewoon mens, een kind van God. Hij viel op. God zag: alleen Noach is rechtvaardig en onberispelijk. Hij wandelt echt met Mij.

En God gaat met die gewone Noach iets heel bijzonders doen. Ja, Noach wordt zelf ook ingeschakeld en daarmee beproeft God tegelijk zijn geloof weer - Noach moet een ark bouwen en mensen waarschuwen voor een komende zondvloed. En Noach wordt zo met zijn gezin gered; als enige; en via hem maakte God een nieuw begin.

Laten we even constateren: er bestaan mensen MET en mensen ZONDER. Noach was duidelijk iemand MET... God.
Natuurlijk waren er toen ook mensen, die dachten dat ze MET God leefden. Maar ze vergisten zich. Zij gaven misschien wel eens een offer aan God - ze gingen misschien ook wel naar de kerk - maar in hun dagelijks leven speelde God geen rol. Dan deden ze wat ze zelf wilden. En als God weleens in hun geweten of via Noach liet horen dat iets zonde was, nou ja, dan drukten ze dat weg: ach, zo erg is het toch niet. En we kunnen nu eenmaal niet volmaakt zijn. Enne, de hele wereld doet zo... en ze deden mee.
Alleen Noach was een mens MÉT... een christen mét... God. Al de anderen waren mensen zonder... ook die zogenaamde gelovigen, die niet echt met God wandelen. Zij waren niet echt vroom en oprecht, niet godvrezend en wijkend van het kwaad.
Alleen achter Noachs naam kon God schrijven: rechtvaardig en onberispelijk; Hij wandelt met Mij. En God meende dat.

Even naar vandaag:
Als God nu naar Nederland kijkt en de geschiedenis opschrijft - dan ziet hij ook in Nederland mensen zónder en mensen mét...
Ook wel christenen zónder en christenen mét... God.
Heerlijk als Hij achter jou naam kan schrijven: dit is een christen mét... hij / zij wandelt met Mij.
Net als achter de namen van Noach, van Job, David, Asa en anderen.
Helaas, zoals Noach in zijn tijd opviel, zo vielen zulke mensen in Israël ook vaak op. N.B.: in Israël, in de kerk, vielen David en Asa en anderen op doordat zij wel echt wandelden met God. Maar deze mannen leefden gewoon zoals bij echte gelovigen past: rechtvaardig, onberispelijk, vroom en oprecht, wijkend van het kwaad. Ze waren gewone, echte, gave gelovigen; hun hart was gewoon volkomen toegewijd aan God. Volkomen.

Wilt u / jij ook graag zo iemand zijn?
Ik hoop dat het nu in uw harten, bij u allemaal, een beetje trilt, en dat u zegt: ja, dit is ook mijn diepste verlangen. Zó wil ik graag leven. Ik wil dat God ook achter mijn naam kan schrijven: "volkomen toegewijd aan God". Net als bij Noach, Job, David en Asa.

Maar misschien denkt iemand: kán dit? Wie kan volmaakt, volkomen leven?
Jawel, het staat in de Bijbel bij deze vier broeders. Maar kan dat echt?
Laat ik u eerst dit vertellen:
Van deze vier mannen getuigt de Heilige Schrift, dus God, dat zij écht zo leefden. Maar tegelijk getuigt de Bijbel dat deze mannen niet volstrekt zondeloos waren. Dat wordt dus niet bedoeld. Als u dat dacht - dat is niet waar.
De Bijbel vertelt ook hoe Noach struikelde in zonde.
En ook dat Job zich moest verootmoedigen, omdat hij een te grote mond had gehad tegenover God.
Verder weten we hoe treurig David in zonden gevallen is.
En van Asa wordt verteld dat er een tijd kwam dat hij meer op de Syriërs als helpers vertrouwde dan op de Here en meer op dokters dan op de Here (2 Kronieken 14).

Hoe zit het dan met hun 'volkomen toegewijd zijn aan de Here'?
Twee opmerkingen:

1e. Op die momenten van zonden was er geen volledige toewijding bij hen. Hun geloof was op die momenten kleingeloof geworden. Ze wandelden toen kortere of langere tijd niet met God. Dáárdoor vielen zij in zonden, struikelden zij. Maar dit was niet hun normale levensgang.
En na hun struikelen stonden ze weer op en bekeerden zich met oprecht berouw. En dan vergeeft God. En let op: dan kijkt God ook echt niet meer naar die zonden; maar dan kijkt Hij naar hun hart, dat weer opnieuw helemaal aan de Here toegewijd is. En dan praat God niet meer over die zonden - dat was een vallen - en bij oprecht berouw en bekering vergeeft God! En dan zijn die zonden echt weg. Ze spelen dan bij God geen enkele rol meer. God kijkt dan niet nog een beetje scheef naar je - zo van: 'nou die Noach of David is ook niet echt betrouwbaar'. Nee, God zegt dan heel royaal: 'ik zie dat David weer helemaal voor Mij wil leven en met Mij wil wandelen. Ik geef hem weer helemaal mijn vertrouwen.'
En als de Here dan daarna over David of Noach of die anderen praat, dan zegt Hij gewoon weer: 'het hart van David en Asa is hun hele leven Mij volkomen toegewijd geweest, op Mij gericht' (want God ziet na vergeving de zonde niet meer -rekent er niet meer mee!- maar kijkt naar de houding die er dan weer is: oprecht, vroom, wijkend van alle kwaad).

2e. 'Volkomen toegewijd leven', 'onberispelijk', 'rechtvaardig' of 'volmaakt' - daarmee worden in de Bijbel mensen getypeerd, die overeenkomstig hun kennis zich inzetten om echt met God te leven in alles. Uiteraard is hun inzicht nog beperkt (er zijn altijd nog zonden die ze nog niet zien - maar zo gauw ze die ontdekken, willen ze die wegdoen; want ze willen voor God leven, oprecht en volkomen toegewijd aan Hem; naar dat zij inzicht hebben natuurlijk). Zeker, ze schieten tekort en zijn ook weleens nalatig of lui en doen soms niet wat God zegt. Maar als ze dat weer ontdekken, balen ze er echt van; en dan bekeren ze zich met hun hele hart en nemen zo mogelijk maatregelen om herhaling te voorkomen.
En God ziet dat. En Hij kent al hun zonden en tekorten, beter dan zij zelf. Maar hij ziet dat ze oprecht en eerlijk willen leven naar zijn wil in alles. En dat ze aan hun oude zondige natuur die nog altijd in hen is, niet de leiding geven, maar door de Geest willen wandelen, zoals Paulus ons leert in Galaten 5: 16.

Een vergelijking om God van ons vraagt echt te leven overeenkomstig de kennis die we van Hem gekregen hebben:
Een vader of een onderwijzer kan een prestatie van een kind van 10 goed noemen: "perfect, volmaakt of prima". Maar als iemand van 20 datzelfde doet is het vaak niet goed genoeg, onvolmaakt, niet perfect. Want als je 20 bent weet je meer en kun je meer.
De gezindheid om voor God te leven (je inzet, de toewijding) kan bij een 10-jarige hetzelfde zijn als bij een 20-jarige of bij iemand van 80. Datzelfde verlangen herken je bij oud en jong. Het klikt soms zomaar tussen zulke mensen, terwijl je elkaar nog nooit gezien hebt. Je herkent elkaar als broeders en zusters, door diezelfde gezindheid.
Maar de uitwerking van die aan de Here toegewijde harten in onze daden - die zal uiteraard nogal verschillen, bij jong of oud.
Van een 20-jarige mag je dan meer verwachten dan van een 10-jarige. En van een 40- of 50-jarige nog wat meer. Je hebt immers meer inzicht kunnen krijgen in wat God wil.

De Here Jezus heeft ons allemaal gekocht en betaald met zijn bloed. Hij woont ook met zijn Heilige Geest in ons om in ons deze mentaliteit te brengen van echte toewijding. Als we dat geloven en vervolgens daar ook om bidden en er ons serieus op richten om zo te leven - dan ben je volgens de Bijbel, of je oud bent of jong: de Here toegewijd; dan schrijven de engelen achter jouw naam: hij / zij leeft met een volkomen toegewijd hart voor de Here, rechtvaardig, oprecht, onberispelijk. Dat mogen wij dan als jongeren of ouderen ook gewoon van onszelf zeggen, als we zo leven. Net zo royaal als de Bijbel dat doet. Zoals ook David dat doet van zichzelf bijvoorbeeld in Psalm 17, en 26, en 119.

Wij moeten dit ook bij onszelf nagaan; ben ik net zo iemand als broeder Noach, broeder David, broeder Asa of broeder Job? Leef ik ook zo? Dan mag ik van mezelf zeggen wat de Bijbel ook van hen zegt.
Uiteraard, onze situaties zijn anders. Tussen deze vier waren ook grote verschillen. De een heeft meer wijsheid en kennis dan de ander. Of meer verantwoordelijkheid dan de ander.
Maar jong of oud, veel of niet veel verantwoordelijkheden, vroeger of vandaag: je kunt allemaal in dezelfde mentaliteit leven, dankzij Jezus en de Heilige Geest: ook ons hart volkomen toegewijd aan de Here; onberispelijk, rechtvaardig, godvrezend, wijkend van het kwaad, vroom en oprecht. Dat kunnen we allemaal, net als Noach, David, Job en Asa.
Zo kunnen we ons allemaal beproeven: leef ik zo? Ja of nee? Dan weet je ook wat er achter jouw naam staat in de hemel.

Wil je dit?
Sommige christenen willen dit eigenlijk niet. Zij willen geen Noach-figuur zijn, geen echt aan God toegewijde christen. Zulke mensen moeten zich bekeren. Heel gewoon. Kiezen voor wat God hen voorhoudt als de weg ten leven. Zolang ze die keus niet maken zullen ze ook die volkomenheid van hart nooit krijgen van God; dan zal de Heilige Geest hen nooit echt vervullen. Dan ontdekken ze ook nooit wat echt wandelen met God is. Dan worden ze ook nooit gave christenen.
Noach koos daar voortdurend voor. David ook en Job en Asa en vele anderen.

En de Here zag dat en gaf toen al meer van zijn Geest in hen. En zo ontwikkelden zij geestelijk sterk en werd hun toewijding aan God al sterker. Uiteraard struikelden zij en vielen in zonden. Soms diep (denk aan David). Maar ze kenden God en bekeerden zich en wandelden weer met God met een opnieuw volkomen toegewijd hart.

Vandaag kunnen ook wij door Gods genade en Geest leven als David, Noach, Job, Asa en vele anderen. Nee, niet dat wij van die belangrijke mensen worden als zij. Dat hoeft ook niet. Maar wij, gewoon op ons plekje in [... Vul hier woonplaats in ], in onze kerk, in onze gezinnen, in onze bedrijven, in onze vrije tijd - volkomen toegewijd aan de Here. Dat kan. Zeker na Pinksteren.

Laten we geloven dat dat ook in ons leven werkelijkheid kan worden. En als u constateert dat het bij u al zo is, noem het dan maar gewoon, zoals de Bijbel dat ook doet.
Dit is toch kenmerkend voor christenen. We willen toch gave christenen zijn. Of niet soms?

U wilt toch ook het liefst dat God in de hemel achter uw naam kan schrijven: hij / zij wandelt met Mij. Was rechtvaardig en onberispelijk - want ze wandelen echt in vertrouwen op Jezus en aan zijn hand. En het bloed en de Geest van Jezus reinigen en veranderen ons al verder. Het hangt mee af van uw keus.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar