Preekbegeleider bij: Stilte…

Thema:

Stilte…

Tekst: Psalm 131: 2
Tekstgedeelte(n):

Psalm 131

Door: Ds. J.W. Roosenbrand (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Groningen-Oost)
Gehouden te: Groningen-Oost op 30 september 2001; Leek op 7 oktober 2001
Behoort bij preek: Ps131v02
Reacties: j.w.roosenbrand@filternet.nl

Stilte…

O God, houd U niet stil, zwijg niet en blijf niet werkeloos, o God (Psalm 83: 1). De stilte van God, Hij antwoordt niet en je merkt niets van Hem.
Dat is een tijd dat je zelf niet stil kunt worden, zoals Job dat meemaakte, Ik heb geen vrede, geen stilte, ook heb ik geen rust, maar de onrust verheft zich (Job 3: 26).
De stilte is soms ook de stilte van het graf, als Gods lof niet meer klinken kan.
Niet de doden zullen de Here loven, niemand van wie in de stilte zijn neergedaald; maar wij, wij zullen de Here prijzen van nu aan tot in eeuwigheid. Halleluja (Psalm 115: 17-18).
Als de golven hoog gaan, kan God de golven stil maken.
Hij sprak en deed een stormwind opsteken, die haar golven omhoog hief; zij rezen ten hemel, zonken neer in de waterdiepten, hun ziel verging van ellende; zij tuimelden en wankelden als een beschonkene, al hun wijsheid werd verslonden. Toen riepen zij tot de Here in hun benauwdheid, en Hij voerde hen uit hun angsten; Hij maakte de storm tot een zacht suizen, zodat de golven stil werden (Psalm 107: 25-29).
En hoe heerlijk is de stilte toen Jezus boven de golven uit sprak.
En Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee, en het werd volkomen stil. En de mensen verwonderden zich en zeiden: Wat voor iemand is deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn? (Matteüs 8: 26v).
Ziet u dat de Here Jezus zijn leerlingen verwijt dat ze in die storm zo onrustig werden?

Net als Jesaja in een politiek zeer onrustige tijd:
Zo zegt de HERE Here, de Heilige Israëls: Door bekering en rust zoudt gij verlost worden, in stilheid en vertrouwen zou uw sterkte zijn; maar gij hebt niet gewild (Jesaja 30: 15).
Niemand zal ons verwijten dat wij in een crisis in paniek raken, maar waar zoek je dan je rust?
Lees Psalm 131 eens tegen de achtergrond van onze jachtige tijd waarin we steeds méér willen:
Here, mijn hart is niet hovaardig, mijn ogen zijn niet trots; ik wandel niet in grootse dingen, noch in dingen die te wonderbaar voor mij zijn. Immers heb ik mijn ziel tot rust en stilte gebracht als een gespeend kind bij zijn moeder; als een gespeend kind is mijn ziel in mij. Israël hope op de Here van nu aan en voor immer.
Deze psalm zegt: ik doe een stap achteruit, ik vertil me eraan. Ik doe niet meer mee. Zo heeft hij zijn ziel tot rust gebracht als een gespeend kind bij zijn moeder. Een kind spenen is: hem aan de borst ontwennen. In het oosten gebeurt dat op een leeftijd van een jaar of 2, soms zelfs 3 jaar, dat het kind rustig leert te zijn ook al kan het niet meer elk moment van de dag aanleggen aan de borst van zijn moeder om zijn behoeften te bevredigen. Dat is geestelijke volwassenheid, dat je niet krijsend en huilend en verwend altijd maar drinken wilt als jij honger hebt, maar ook weet te wachten en dan vertrouwt dat het goed is, omdat je dicht bij God mag zijn.
Klaagliederen 3: 26-33 (door iemand die zwaar getroffen wordt door God):
Goed is het, in stilheid te wachten op het heil des Heren; goed is het voor de man, dat hij een juk in zijn jeugd draagt. Hij zitte eenzaam en zwijge stil, als Hij het hem heeft opgelegd. Hij drukke zijn mond in het stof, misschien is er hoop. Hij biede de wang aan wie hem slaat, hij worde verzadigd van smaad. Want niet voor eeuwig verstoot de Here. Want als Hij bedroefd heeft, ontfermt Hij Zich naar de grootheid van zijn gunstbewijzen. Immers niet van harte verdrukt en bedroeft Hij de mensenkinderen.
Stel je voor dat deze man niet de tijd had genomen om het te verwerken in de aanwezigheid van God, dan had hij nooit dat diepe inzicht verworven waar wij nog steeds onze winst mee doen kunnen als de Here ons tegen komt: niet voor eeuwig verstoot de HERE.
En de Here antwoordde Job: Wil de bediller (bemoeial) twisten met de Almachtige? De aanklager van God antwoorde daarop! Toen antwoordde Job de Here: Zie, ik ben te gering, hoe zal ik U antwoord geven? Ik leg de hand op mijn mond. Eenmaal heb ik gesproken, maar ik doe het niet weer; ja tweemaal, maar ik ga er niet mee voort (Job 40: 1-5).
De hand op de mond. Wie zijn wij? We zijn maar kleine mensen, we hebben vaak een grote mond, totdat we ontdekken dat we te maken hebben niet met ons vriendje, maar met de Hoogheilige.
Nu weten wij, dat de wet, bij al wat zij zegt, tot hen spreekt, die onder de wet zijn, opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God, daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen. Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de e verlossing in Christus Jezus (Romeinen 3: 19-20).
Kent u die stilte? Dat je met de mond vol tanden staat voor God? Dat je eindelijk je praatjes afleert, en je smoesjes opgeeft en je toevlucht zoekt bij Jezus Christus? Beter nu dan straks voor Gods troon!
Wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden (Matteüs 6: 6).
Hebt u zo'n binnenkamer? Gebruikt u hem dan ook! Een rustig plekje, binnen of buiten, waar je met God alleen bent. Alleen dan kun je in het volle leven met God leven: tijd voor God.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar